Tijdens een training van het Nederlands elftal voorafgaand aan de EK-kwalificatiewedstrijd tegen Kazachstan. Foto: Koen van Weel / ANP

Jawel - ook dinsdagavond tegen de Tsjechen hadden we het meeste balbezit.

Drie dagen eerder tegen de Kazakken was het niet anders.

En wie de statistieken van de eerdere wedstrijden van het Nederlands elftal in de EK-kwalificatiereeks bekijkt, zal zien dat Nederland tegen elke tegenstander het meeste de bal had - Het laagste percentage balbezit dat Nederland had was toevallig tegen Kazachstan - een nog steeds zeer ruime 60 procent. het meeste.

Dat lijkt een teken van kracht. Een hoog percentage balbezit is een gedeeld kenmerk van sterke ploegen. Neem sterke landen als Duitsland, Spanje en België, of neem clubteams als Barcelona, Bayern München, Real Madrid of Manchester City, en je zult zien dat ze Zie hier de percentages balbezit tijdens de EK-kwalificatie voor alle deelnemende landen. veel balbezit hebben.

Maar er is een probleem met het balbezit van het Nederlands elftal: het is volstrekt ongevaarlijk.

Want ja, we hebben de bal, maar we hebben de bal op onze eigen helft of net over de middellijn – op plekken waar de tegenstander het niet erg vindt of zelfs wil dat we de bal vaak hebben.

We zijn de panda’s van het Europese voetbal

We spelen de bal rond en stuiten op een tegenstander die loert op een verkeerde pass, om dan snel uit te breken richting het Nederlandse doel, tegen een verdediging die nog in de aanvalsstand Zie bijvoorbeeld de eerste scène in deze samenvatting van Nederland-Japan, eind 2013. staat.

In theorie is dit eenvoudig te verhelpen. Bondscoach Danny Blind hoeft alleen maar tegen zijn spelers te zeggen: speel de bal sneller naar voren, het liefst direct nadat je hem hebt Blind zou een voorbeeld kunnen nemen aan Roger Schmidt, die zijn Bayer Leverkusen een soort rock ‘n’ roll-voetbal laat spelen veroverd. Maar in de praktijk zal dit niet gebeuren of kunnen.

De reden is dat het spelen op balbezit diep in onze voetbalcultuur is ingebakken, zo blijkt uit een statistische analyse van diverse Europese voetbalcompetities.

We zijn de panda’s van het Europese voetbal: lusteloos, Panda’s zijn notoir moeilijk tot seks te bewegen - zelfs porno helpt niet. opwindingsvrij en er is geen beweging in te krijgen.

Hét probleem van het Nederlands voetbal

Als je naar de data kijkt, zie je dat Oranje de perfecte afspiegeling is van de nationale voetbalcultuur, waarvan de essentie te vinden is in de nationale voetbalcompetitie, de Eredivisie.

Nederland was een voetballand van snel en agressieve passing, een stijl die Johan Cruijff en Louis van Gaal Cruijff maakte van Barcelona’s jeugdopleiding La Masia ‘de universiteit van de pass’ exporteerden naar Barcelona. Nu is de Eredivisie de kweekvijver van een curieuze, risicoaverse voetbalstijl die nergens anders wordt gespeeld.

Data-analist Sander IJtsma en ik keken naar Alleen kijken naar balbezit is zinloos als je voetbalculturen wilt vergelijken. Als twee ploegen tegen elkaar spelen hebben ze altijd samen 100 procent balbezit – in welke competitie dan ook. in negen voetbalcompetities. Specifieker: naar de plekken waar die passes gegeven worden. Met die gegevens kun je de zogenoemde ‘field tilt’ – ‘veldkanteling’ – berekenen, een recent opgekomen statistiek waarmee je meet hoe ver van de eigen achterlijn een team passt.

Dit is een goede maat van het gevaar dat teams met hun balbezit teweegbrengen. Een lage field tilt duidt op relatief veel ongevaarlijke passes, terwijl een hoge field tilt betekent dat een team veel in aanvallend gebied passt.

De competitie waar teams relatief veel passes dicht bij hun eigen achterlijn geven: Nederland. De gemiddelde Nederlandse pass is op 54 meter afstand; de gemiddelde pass in andere competities ligt op Een seizoen van een voetbalcompetitie levert zo’n 300.000-350.000 passes op. Van een aantal competities (Engeland, Duitsland, Spanje, Italië, Frankrijk) hebben we vijf seizoenen data (passes); van andere (zoals Nederland) twee seizoenen.

De field tilts per competitie uit deze data: Spanje 56,7 meter; Italië 56,4; Engeland (Premier League) 56,9; Engeland (Championship) 57,4; Duitsland 55,0; Nederland 54,2; Frankrijk 55,8; Brazilië 56,6; Verenigde Staten 56,3; Rusland 56,7; Turkije 56,2.
. Dat verschil lijkt klein - maar als alle andere competities twee meter of verder naar voren spelen, is het relatieve verschil juist groot.

Het is dus onmiskenbaar: Nederlandse ploegen geven veel meer passes in ongevaarlijk gebied dan ploegen elders in Europa. Je kunt daaruit grofweg twee conclusies trekken:

  1. Nederlandse ploegen spelen technisch vaardig voetbal: ze bouwen de aanval vaak zorgvuldig op, geduldig wachtend op een gaatje in de verdediging van de tegenstander.
  2. Nederlandse ploegen hebben een obsessie met ongevaarlijke passes en het in de ploeg houden van de bal.

Als je de eerste conclusie trekt: zeg dan het woord opbouw eens een paar keer achter elkaar.

Je zult merken: ‘opbouw’ suggereert dat je ergens naartoe werkt. Maar de data schetsen een beeld van een opbouw zonder uitkomst, een proces zonder resultaatvan spelers en coaches die – kennelijk – balbezit zelf als resultaat nastreven.

Zet de beste spelers uit een dergelijke voetbalcultuur bij elkaar – het Nederlands elftal – en je zult fantastische percentages balbezit behalen. Ook zal je volstrekt ongevaarlijk zijn.

Hoe het wel en niet moet

Dit ‘Nederlandse’ balbezit is een ander soort balbezit dan dat van de eerder genoemde ploegen – en met name het in Nederland geliefde Barcelona.

Die ploegen hebben veel balbezit omdat ze de bal dicht bij het doel van de tegenstander veroveren, omdat ze zich aanvallend rond de zestien meter van de tegenstander posteren, bij balverlies de bal snel heroveren en direct weer zoeken naar mogelijkheden de tegenstander pijn te doen.

We zijn soevereine heersers over neutraal terrein

Ze hebben, kortom, veel balbezit omdat ze plekken op het veld domineren die daadwerkelijk gevaarlijk zijn.

Onze trainers en spelers lijken dat verschil niet te zien. Ze lijken collectief balbezit-om-het-balbezit na te streven. De beste manier om dat doel te bereiken is het laten circuleren van de bal in de gedeelten van het veld waar niemand aanspraak op maakt. We zijn soevereine heersers over neutraal terrein.

Het levert soms potsierlijke beelden op. Een recent voorbeeld is Cambuur-Feyenoord, een wedstrijd waarin beide ploegen een serie risicoloze passes op eigen helft gaven. 67 procent van alle passes in de eerste helft kwam van de keepers en de verdedigers, zo bleek uit een blik op de data.

Voor zulk spel bestaat in het Nederlandse voetbaljargon een populaire term: ‘verzorgde opbouw van achteruit.’ Misschien is het tijd voor een nieuwe: Een term die Arsenal-trainer Wenger muntte. ‘steriel balbezit,’ een aandoening die voortkomt uit smetvrees voor balverlies.

Hoe komt dit?

Balbezit is van middel tot doel verworden. We weten nog wel dat de pass belangrijk is, maar niet waar we moeten passen. We staan er niet bij stil dat het meten van balbezit zinloos is zonder te meten waar dit balbezit plaatsvindt.

Is dat gemakzucht? Onwetendheid? Een obsessie met Schrijver Auke Kok ziet dat als een kenmerk van de Nederlandse voetbalcultuur in David Winners boek Brilliant Orange. reinheid en puurheid? Hoe dit zo is gekomen en waarom is een goede vraag voor een promotieonderzoek. Belangrijke subvraag dan: hoe kan het dat Nederlandse spelers en trainers collectief zo spelen, terwijl de belangrijkste trainers – met name Johan Cruijff en Louis van Gaal – het probleem gewoon kennen?

Want dat is aanwijsbaar het geval. Van Gaal stapte in zijn periode bij AZ (2005 tot 2009) af van het steriele balbezit. Met een ‘zorgvuldige opbouw van achteruit’ stuitte hij steeds vaker op goed georganiseerde verdedigingen die weinig ruimte weggaven. Dus deed hij iets nieuws: hij liet AZ terugzakken, om vervolgens op de counter toe te slaan, de ruimte benuttend die hij de tegenstander had gegund.

Ook op het WK bleek Van Gaal flexibel: daar had Nederland alleen tegen Australië meer balbezit dan de tegenstander. Tegen Chili hadden we zelfs maar 36 procent van de tijd de Maar bij Manchester United lijkt Van Gaal de oude stiel weer te hebben opgepakt, getuige dit stuk. bal.

En Cruijff? Hetzelfde verhaal. Cruijff geldt vaak als beginpunt van de balbezitziekte. Niet zo gek ook, want was hij het niet die Cruijff over balbezit tijdens het WK van 2010. zei: ‘Als je op balbezit speelt, hoef je niet te verdedigen, want er is maar één bal’?

Tegelijkertijd is Cruijff juist erg kritisch op het zinloze geschuif met de bal. Sterker, hij zag er – terecht – juist Cruijff over de zwakte van het Nederlandse balbezit. gevaar in. ‘[A]ls je vanuit de verdediging opbouwt en breed gaat spelen, [is] er niemand [die] achter de bal staat. Met alle risico’s van dien.’

Of zoals hij recent Dat deed hij in zijn column in De Telegraaf, waar VI over berichtte. stelde: ‘Nederland is wereldkampioen breed- en terugspelen. De opbouw is momenteel het zwakste onderdeel van ons voetbal. Daardoor is de intensiteit van het spel laag.’

Right again!

Van Gaal en Cruijff snappen dus dat balbezit op zichzelf niet zinvol is. Maar om het nog gekker te maken: Frank de Boer, trainer van Ajax, kampioen breed- en achteruit spelen, snapt het ook.

‘Het gaat er uiteindelijk om dat je de tegenpartij achteruit drukt en zo snel mogelijk gaten vindt in de verdediging,’ Zo zei hij in antwoord op vragen van het supportersblad Ajax Life. zei hij een jaar geleden, toen hij werd bevraagd over het doel van het spel en het vele balbezit van Ajax.

Wat leidt tot de quizvraag: als Frank de Boer het snapt, waarom had Ajax vorig seizoen dan van alle ploegen in de Europa League Zoals Ajax Life hier berichtte. het meeste balbezit op ongevaarlijke plekken?

En als Cruijff en Van Gaal, de leermeesters van de Nederlandse voetbalcultuur, het ook snappen, waarom is de Eredivisie dan toch de sterielste competitie van Europa?

Gezocht: vreemde ogen

Antwoord één: de liefde voor balbezit is pathologisch.

Antwoord twee: het homogeen samengestelde Nederlands trainersgilde – gedomineerd door ex-internationals – wandelt als een stel lemmingen achter elkaar aan. Balbezit is een van de problemen, maar er is Lees hier een stuk van Pieter Zwart over de problemen van het Nederlands elftal/het Nederlandse voetbal. meer.

Dit vraagt om een ingreep van buitenaf, een Ctrl Alt Del door een buitenlandse trainer. In 2004 deed Jürgen Klinsmann - Duits paspoort, Amerikaanse geest - dat in Duitsland toen hij bondscoach werd. Klinsmann zette een aantal fundamentele veranderingen in gang – een proces dat journalist Raphael Honigstein recent beschreef in zijn geweldige boek Meer over Honigsteins boek. Das Reboot.

De Duitse nationale ploeg en de grote Duitse ploegen worden nu geleid door Bijvoorbeeld: Thomas Tuchel bij Mainz 05 en Borussia Dortmund, Jürgen Klopp bij Mainz, Dortmund en nu Liverpool, Roger Schmidt bij Bayer Leverkusen, Joachim Löw bij de nationale ploeg, en hun leermeester Ralf Rangnick bij diverse clubs. terwijl Bayern een maniakaal vernieuwende Catalaan aan het roer heeft - Pep Guardiola.

Van de gemiddelde Nederlandse voetbaltrainer hoeven we zoiets niet te verwachten. Ze hebben een virus onder de leden – het heet smetvrees voor balverlies - en ze hebben het zelf niet door.

Dit stuk schreef ik met co-auteur Sander IJtsma is data-analist en blogt over voetbal. Zijn Twitter: Sanders Twitteraccount @11tegen11.

Wil je op de hoogte blijven van mijn verhalen? Sport is een hypercompetitieve wereld die bol staat van innovatieve en archaïsche ideeën. Je kunt vechten of vluchten voor competitie. In mijn nieuwsbrief houd ik je op de hoogte van de artikelen die ik publiceer voor De Correspondent, deel ik de mooiste sportverhalen uit andere media en geef ik nutteloze feitjes die je kunt doorvertellen in de sportkantine of de kroeg. Schrijf je hier in voor mijn nieuwsbrief De merkwaardige neergang van de vrouw als sportcoach Roger Reijners stopt als bondscoach van de Nederlandse voetbalvrouwen, bleek vorige week. Zijn opvolger? Waarschijnlijk een man, als de trend van de afgelopen jaren doorzet. Terwijl steeds meer vrouwen zijn gaan sporten, zijn hun coaches steeds vaker mannen. Lees het stuk hier terug

Facebook
Twitter
LinkedIn
Whatsapp
E-mail