‘Je kunt wel zien dat ze Mexicaans zijn.’

Beeld: Maaike Hartjes
Beeld: Maaike Hartjes

Dat horen vaak over hun zes maanden jonge tweeling. De twee zijn inderdaad geboren in Mexico, uit een Mexicaanse vrouw en hebben een Mexicaans paspoort. Maar dat de jongetjes er Mexicaans uitzien? Dat kan eigenlijk niet. ‘Ik ben maar gewoon gestopt met uitleggen,’ lacht Aad.

In een notendop zit het zo: de eicel waaruit de tweeling van Aad en Boris werd geboren, kwam van een donor uit de Verenigde Staten. Het zaad kwam van Aad en Boris, uit In een Amerikaans laboratorium werden daar embryo’s van gemaakt, die ingevroren in stikstof naar Mexico werden gevlogen. Daar werden ze in een Mexicaanse draagmoeder geplaatst, die de baby’s in een speciale kliniek voldroeg.

Eén jaar en zo’n later zaten Aad en Boris met hun kersverse tweeling op een hotelkamer in Mexico. En daar begon het moeilijke deel van het stichten van hun gezin pas. Want ze kwamen terecht in een web van internationaal tegenstrijdige regels, die ervoor zorgden dat ze niet zomaar met hun tweeling op het vliegtuig naar Nederland konden stappen.

Exacte aantallen heeft niemand, maar het is zeker dat wereldwijd honderden kinderen per jaar op deze manier geboren worden: met westerse ouders, uit een draagmoeder in een minder welvarend land. Vaak gaat het om homostellen, maar ook onvruchtbare heterostellen maken van deze routes gebruik. Of alleenstaande vaders.

De reden is simpel: bij ons - en in de meeste landen - is het verboden om een vrouw te betalen voor het draagmoederschap. ‘Altruïstisch draagmoederschap’ - zonder betaling dus - is wel

Maar met een commerciële draagmoeder weet je zeker dat het kindje alleen van jou zal zijn. En dus ontstaat een wereldwijd waterbedeffect: waar de regelgeving het toelaat, gaan wensouders op zoek naar betaalbare baarmoeders.

Zo’n internationale tour voor het stichten van een gezin roept allerlei ethische vragen op. Is commercieel draagmoederschap werk of een vorm van uitbuiting? En als dat laatste het geval is, betekent dat dan dat stellen als Aad en Boris geen kinderen kunnen krijgen?

Kijk deze docu over commercieel draagmoederschap Documentaires zijn doorgaans slechts in enkele zaaltjes te zien. Dat is zonde. Dus duiken we in het Movies that Matter-archief en bieden we jullie de kans om films te zien die we niet mogen vergeten. Vandaag: Google Baby, over commercieel draagmoederschap. Bekijk hier de film

Verliefd op de eiceldonor

Om antwoord te vinden op die vragen, moeten we even terug naar het begin. Hoe vonden Aad en Boris hun eiceldonor en draagmoeder?

Die zoektocht begon bij kennissen. Aad en Boris hadden vrienden die een kindje hadden gekregen via een Amerikaanse draagmoeder. Kosten: anderhalve ton. Dat hadden ze niet. Van een bemiddelingsbureau uit San Diego, Californië kregen ze een goedkopere optie: een draagmoeder in Mexico. Het bemiddelingsbureau werkte met een vaste groep draagmoeders, die in een door het bureau goedgekeurde kliniek werden verzorgd.

‘Ze was echt blij om ons te kunnen helpen. Ze zag het als werk, maar voor het goede doel’

Zowel de als de draagmoeder hebben Aad en Boris uitgekozen in een database en van tevoren gesproken via Skype. Zonder hun echte namen te leren kennen, dat wel. Bij allebei hadden ze direct een goed gevoel: de eiceldonor was een vrouw wier man onvruchtbaar was. Zij had via een zaaddonor kinderen gekregen en realiseerde zich toen hoeveel moeilijker de omgekeerde situatie was. ‘We waren meteen verliefd op haar,’ zegt Aad. Haar prijs: 5.000 dollar.

De Mexicaanse draagmoeder zocht via Facebook contact met Aad en Boris (wat eigenlijk niet volgens de regels is) en hield hen later op de hoogte van de zwangerschap. Aad: ‘Ze was echt blij om ons te kunnen helpen. Ze zag het als werk, maar voor het goede doel.’ De draagmoeder kreeg 13.000 dollar, plus nog wat extra omdat het een tweeling was.

Huur je de baarmoeder of koop je het kind?

Een veelgehoord argument om commercieel draagmoederschap te verbieden, is dat het te dicht tegen kinderhandel aanzit. Iemand zou zomaar kindjes kunnen (laten) ‘produceren’ om die te verkopen.

Bovendien zijn de draagmoeders zelf kwetsbaar voor uitbuiting. Het risico daarop wordt duidelijk zichtbaar in de documentaire Google Baby, wanneer een Indiase man voor zijn vrouw bepaalt dat zij voor de tweede maal de draagmoederkliniek in gaat: nu hun huis van baksteen eenmaal is gekocht, moet ook de militaire opleiding van hun eigen zoon worden betaald.

Of die keuze nu terecht is of niet, het is duidelijk dat degene die de zwangerschap en de bevalling en de daarmee gepaarde risico’s en pijn moet ondergaan om het geld te verdienen - de vrouw - geen enkel recht van spreken heeft.

Maar je kunt ook heel anders naar commercieel draagmoederschap kijken. Veel de enige plekken in de westerse wereld waar het legaal is, zien het als een vorm van vrije beroepsuitoefening - vergelijkbaar met hoe prostitutie in Nederland wordt gedefinieerd.

Volgens familie- en jeugdrechtspecialist verbonden aan de Universiteit Leiden, is het verschil in interpretatie terug te brengen tot een basale vraag: waar betaal je precies voor bij commercieel draagmoederschap? Vonk: ‘Als je zegt: ik huur een baarmoeder, en ik betaal voor de service, dan kun je daar heel andere ethische vragen bij stellen dan wanneer je stelt: ik koop het product - het kind.’

Nederland lijkt de laatste redenering te volgen: het verbiedt de praktijk, zoals de meeste West-Europese landen, en noemt het gebruikmaken van een commerciële draagmoeder in het buitenland ‘onwenselijk.’

Landen sluiten hun deuren

Het geval van Aad en Boris is een voorbeeld waarbij je niet het gevoel krijgt dat er een verliezende partij is, die wordt uitgebuit. Maar ook de Mexicaanse staat Tabasco, waar de draagmoeder van Aad en Boris haar bevalling had, verbood commercieel draagmoederschap deze maand voor homo’s en buitenlanders. Alleen Mexicaanse heterostellen van onder de veertig maken nog aanspraak op de

Reden: zorgen over uitbuiting.

Mexico is lang niet het enige minder welvarende land dat de afgelopen jaren zijn wetten wijzigde om de buitenlandse wensouders buiten de deur te houden

En Mexico is lang niet het enige minder welvarende land dat de afgelopen jaren zijn wetten wijzigde om de buitenlandse wensouders buiten de deur te houden. Zo mogen in India, dat lang een populaire bestemming was, homostellen geen draagmoeder meer inschakelen, en wil de regering alle buitenlanders weren.

In Nepal, waar Nepalese vrouwen niet, maar Indiase vrouwen wél draagmoeder mochten zijn, is de praktijk sinds september voor buitenlanders

In Thailand, waar veel homo’s naar uitweken toen de Indiaroute sloot, is commercieel draagmoederschap sinds dit jaar verboden voor alle buitenlanders, na twee

In Oekraïne en Georgië, landen waar commercieel draagmoederschap is toegestaan, maar (openlijke) homoseksualiteit niet geaccepteerd wordt, zijn de procedures alleen toegankelijk voor getrouwde heterostellen.

Voor homo’s blijven - nu ook Mexico de deuren lijkt te sluiten - zo alleen Rusland en de Verenigde Staten over. Maar de kans op problemen in het homofobe Rusland is groot en een Amerikaanse draagmoeder is voor velen te duur.

Een Mexicaanse hotelkamer

Beeld: Maaike Hartjes
Beeld: Maaike Hartjes

De verschillen in nationale wetgeving leiden tot nieuwe problemen. In het geval van Aad en Boris: hun tweeling bracht de eerste drie maanden van hun leven door in Mexicaanse hotelkamers.

De vaders en de kinderen zaten klem tussen de Nederlandse wet - die bepaalde dat de draagmoeder op de geboorteakte moest staan - en de wet in de staat Tabasco - die dat nadrukkelijk verbiedt. Waar Nederland stelt dat het kind diegene moet kennen uit wie hij (of zij) geboren is, geldt in Tabasco juist dat zij onbekend moet blijven, zodat de draagmoeder noch het kind rechten kunnen opeisen.

De schoonmaaksters in de Mexicaanse hotels pasten op de tweeling terwijl Aad en Boris weer eens naar de ambassade of hun advocaat gingen.

Uiteindelijk konden Aad en Boris met de tweeling naar Nederland dankzij de Bulgaarse ambassade in Mexico, waar minder moeilijk werd gedaan over de naam van de moeder op de geboorteakte. Dat ze naar Bulgarije konden, en daar door naar Nederland, was te danken aan het Bulgaarse paspoort van Boris, die behalve Nederlands ook Bulgaars staatsburger is.

Om dit soort hiaten in de internationale regels te voorkomen, buigen juristen van over de hele wereld zich over dit soort nieuwe

In Canada zijn ze met een interessante oplossing gekomen. Sinds 2013 staat in de provincie British Columbia (Canadese provincies kunnen hun eigen wetgeving maken) de intentie van ouders om een kind te krijgen voorop - niet de vraag of ze dat biologisch gezien kunnen.

Wie kinderen wil maar die niet op natuurlijke wijze kan krijgen, mag voordat het kind wordt verwekt een contract opstellen waarin deze intentie wordt vastgelegd, en wordt omschreven wie de ouders zijn. De wet stelt geen eisen aan wie de eicel of de zaadcel levert - de enige eis is eigenlijk dat het kind op kunstmatige wijze (dus niet via geslachtsgemeenschap) wordt verwekt.

Ook mogen er meer dan twee ouders zijn. Een ideële draagmoeder kan in dit contract afstand doen van haar rechten als moeder. Zoiets zou een oplossing zijn voor stellen als Boris en Aad. Maar als de betrokkenen dat willen, kan een draagmoeder (of spermadonor) ook juist als derde ouder op de geboorteakte worden vermeld.

Zo wordt op meer plekken nagedacht over al die fundamentele vragen die er dankzij de nieuwe medische techniek te stellen zijn. Zoals: hoeveel ouders kan een kind hebben? En: wie is je moeder precies? Degene die de eicel produceert? Degene die je baart? Of degene die voor jou wil zorgen?

En in Nederland?

Om die vragen voor Nederland te beantwoorden, is vorig jaar de in het leven geroepen. Machteld Vonk van de Universiteit Leiden, hierboven al aangehaald, is een van de juristen die in opdracht van de Staatscommissie onderzoek deed. Zij keek naar de wetgeving in British Columbia. En ziet daar een probleem.

Volgens het VN-Verdrag inzake de Rechten van het Kind heeft ieder kind het recht te weten van wie het afstamt

Volgens het VN-Verdrag inzake de Rechten van het Kind heeft ieder kind het recht te weten van wie het afstamt. Maar een kind uit British Columbia dat uit kunstmatige voortplanting is voortgekomen, kan dat niet zien aan zijn of haar geboorteakte. Anders gezegd: als de ouders het niet vertellen, kan het kind niet achterhalen wie zijn of haar biologische ouders zijn.

Telefonisch zegt Vonk: ‘Er is altijd discussie over of het voor de ontwikkeling van de kinderen zoveel uitmaakt of ze het weten, maar in de westerse wereld zie je wel dat kinderen op zoek gaan naar hun donoren.’

Vonk benadrukt dat ze niet tegen draagmoederschap op zich is. ‘Maar het is een erkend recht van het kind om te weten van wie het afstamt, dus ik denk wel dat je dat mogelijk moet maken.’

Wat de regels in Nederland worden, zal in mei volgend jaar duidelijk worden, als de Staatscommissie verslag uitbrengt.

Wat vertel je je kind?

Voor Aad en Boris komt eventuele nieuwe wetgeving sowieso niet op tijd. Aad is op dit moment juridisch gezien nog geen vader van de tweeling, omdat de Nederlandse wet bepaalt dat een tweede ouder van hetzelfde geslacht het kind pas na een jaar mag erkennen.

Als ze dat komend voorjaar willen doen, zal het waarschijnlijk tot een rechtszaak komen: alle officiële papieren zullen er weer bij worden gehaald, en dan zal wéér blijken dat op de Mexicaanse geboorteakte de naam van de moeder ontbreekt. En de tweeling mag dan wel in het bezit zijn van drie paspoorten - een Nederlands, een Mexicaans én een Bulgaars exemplaar - een geboorteakte zonder moeder, dat mag niet van de Nederlandse wet.

Gaan hun zoons er ooit achter komen wie degene is die hen op de wereld heeft gezet? Ja, zegt Aad. Met de Mexicaanse draagmoeder hebben hij en Boris nu nog altijd twee keer per week contact. ‘Ze wil heel graag zien hoe het met de jongens gaat. En wij willen graag dat zij haar later kunnen ontmoeten.’

Als de tweeling achttien wordt, hebben ze ook het recht hun Amerikaanse eiceldonor te leren kennen. Aad: ‘Ik denk dat we gewoon een verhaal gaan vertellen over twee heel lieve vrouwen, die ons hebben geholpen om een gezin te worden.’

De namen Aad en Boris zijn gefingeerd, omwille van de anonimiteit van de kinderen. Het beeld bij dit verhaal is van striptekenaar

Wil je op de hoogte blijven van mijn artikelen? Als correspondent Conflict & Ontwikkeling ben ik op zoek naar manieren om de wereld een beetje beter te maken. Wil je weten wat ik zoal tegenkom op mijn zoektocht? In mijn tweewekelijkse nieuwsbrief tip ik je het beste wat ik lees, zie en hoor over mijn onderwerp. Schrijf je hier in voor mijn nieuwsbrief

Verder lezen?

Consultatiebureaus maken te weinig werk van de ouder-kindrelatie (behalve in Limburg) Zo’n 30 tot 40 procent van de Nederlandse kinderen tussen één en twaalf jaar is niet veilig aan zijn ouders gehecht. De vele problemen (en kosten) die dit met zich meebrengt, zouden vermeden kunnen worden als consultatiebureaus zich meer bezighouden met de relatie die jonge ouders opbouwen met hun baby. In Limburg zijn ze alvast begonnen. Lees hier het stuk van Marilse Eerkens terug Waarom zetten we nog steeds kinderen op de wereld? De Vlaamse fotograaf en journalist Lieve Blancquaert bezocht elf landen om te zien hoe kinderen ter wereld komen. Haar foto’s zijn nu te zien in Zutphen. Haar films worden in negen delen uitgezonden door de VPRO – vanavond is de eerste aflevering. Lees hier het stuk van Marilse Eerkens terug