Er is weinig dat in de financiële pers zoveel aandacht krijgt als de duiding van Zijn lichaamspose, zijn omslachtige proza, zijn intonatie, alles moet geanalyseerd worden. Zou het iets zeggen over zijn rentebeleid?

De rente, zo vertellen de economieboekjes, is het stuurwiel van de economie. Een lage rente betekent dat geld lenen goedkoop is – dat investeren goedkoop is. Projecten hoeven bij een lage rente minder op te brengen om zichzelf terug te verdienen. Kortom, de rentestand aanpassen is een manier om de stroom van investeringen te sturen.

Het klinkt logisch. Maar zoals bij zoveel economische theorie: wanneer bedrijfsleiders wordt gevraagd wat ze eigenlijk doen, stort het doortimmerde theoretisch bouwwerk In laten drie economen van – nota bene - de Amerikaanse centrale bank zien dat de rentestand voor veel bedrijfsleiders irrelevant is bij hun investeringsbeslissingen.

Van de iets meer dan vierhonderd Amerikaanse (CFO) zei slechts 8 procent dat ze meer gingen investeren bij een verlaging van de rente met 1 procent, nog eens 8 procent reageert pas bij een verlaging met 2 procent. Schokkend genoeg zegt 68 procent dat ze überhaupt niet reageren op een renteverlaging. Bij rentestijgingen zijn de cijfers wat meer in lijn met standaardtheorie, maar ook hier zijn de effecten opmerkelijk klein.

 

Bron: Sharpe en Suarez Illustratie: Momkai
Bron: Sharpe en Suarez Illustratie: Momkai

Bedenk, het is groot nieuws wanneer de centrale bank de rente met een kwartpunt verlaagt, juist omdat men verwacht dat dit grootse effecten op de investeringen heeft. Blijkbaar denken de practici hier anders over. Dat roept natuurlijk de vraag op: waarom vinden bedrijfsleiders het eigenlijk irrelevant? Twee redenen.

Allereerst zeggen CFO’s dat hun rendement op investeringen veel hoger is dan de rente. Volgens de peiling gaat het gemiddelde bedrijf pas investeren als hoger is dan 14,1 procent. Ter vergelijking: de rente op bedrijfsleningen met een redelijke kredietwaardigheid bedroeg ongeveer 4 procent. Als bedrijven toch pas gaan investeren als ze een rendement verwachtten van meer dan 14 procent, dan maakt een procentpuntje meer rente ook niet uit. 

Bovendien blijkt deze minimum rendementseis van 14 procent vrij constant. Standaardtheorie verwacht dat bij een lage rente ook de rendementseis afneemt, maar ook dit blijkt niet het geval. In de jaren tachtig, toen de rente bijna twee keer zo hoog lag als nu, vonden andere onderzoekers dat de minimumrendementsreis ongeveer 15 procent bedroeg.

Een tweede reden is dat veel bedrijven hun investeringen niet financieren uit schuld, maar uit hun eigen winst, of uit de uitgifte van aandelen. Bij zulke financieringsvormen - die immers geen rente dragen - is de rentestand irrelevant. Het zijn vooral bedrijven met een gebrek aan eigen geld die gebruik maken van schuldfinanciering. 

 

Bron: Sharpe en Suarez Illustratie: Momkai
Bron: Sharpe en Suarez Illustratie: Momkai

Nu zouden de resultaten van dit onderzoek nog meevallen als er ander bewijs was dat de standaardtheorie zou ondersteunen. Het blijkt echter zelfs bij onorthodoxe onderzoeksmethoden moeilijk om van een relatie tussen de rente en de investeringen. 

Het is een indicatie van onze onwetendheid, dat zelfs op een zo cruciaal punt als de relatie tussen rente en investeringen, we eigenlijk niet weten of wat economen en beleidsmakers geloven, wel werkt. De macht van centraal bankiers zou wel eens schromelijk overdreven kunnen worden. Zeker in deze tijd, waarin de rente al bijna op nul staat en echt grote renteverlagingen niet in de kaarten zitten.