Een obsessie met voetbal heeft Dave Coelers zijn hele leven al gehad, dat is zeker niet overdreven gesteld.

Sinds jaren kijkt hij vijftien à twintig uur voetbal per week op televisie, checkt hij vrijwel continu alle voetbalsites, en houdt hij in schriftjes aantekeningen bij van spelers.

Daarnaast speelt Coelers sinds zijn veertiende het waarbij de speler in de schoenen staat van een voetbaltrainer, en duizend-en-één beslissingen moet nemen over training, scouting, speelwijze en contractonderhandelingen.

Illustratie: Gijs Kast (voor De Correspondent)

Illustratie: Gijs Kast (voor De Correspondent)

En zelfs zijn studie rechten zet hij in het teken van voetbal – zijn bachelorscriptie ging over de juridische houdbaarheid van de ‘Financial Fair Play’-regelgeving van voetbalbond UEFA.

‘Al met al ben ik eigenlijk altijd bezig met voetbal,’ zegt Coelers (24). ‘Behalve als ik slaap.’

Voetbal was een obsessie - maar nooit kwam de gedachte bij hem op er zijn werk van te maken. Totdat hij begin april op Twitter dat de Eredivisieclub Excelsior studenten zocht om te helpen bij de scouting.

Toevallig had hij net maandenlang een Football Manager-spel gespeeld waarin hij van – echt waar – Excelsior in tien virtuele seizoenen een topdrieclub had gemaakt.

‘Johan Cruijff Schaal gewonnen, Europees voetbal gespeeld, het stadion uitgebreid en hernoemd tot Robin van Persie Arena,’ zo somt hij de wapenfeiten op. Met een uitgekiende strategie, van ‘jong talent opsporen, duur doorverkopen, en zo geduldig groeien als club.’

Kortom: precies wat Excelsior – het echte Excelsior – ook wil gaan doen. Twee dagen later schreef hij een brief.

Zijn nieuwe collega: Leo Beenhakker

De ontvanger was Excelsiors commercieel directeur Wouter (32). Het was zijn en algemeen directeur idee om studenten te laten werken als scouts voor Excelsior – hij zag het als een creatieve, goedkope oplossing voor een club die geldgebrek heeft.

Een volwassen scoutingafdeling was een luxe die Excelsior zich nooit kon veroorloven. Transfers kwamen voornamelijk uit het netwerk van voorzitter Simon Kelder, decennialang het boegbeeld van de club; via de contacten van de trainer van dienst; of via Feyenoord, dat regelmatig zijn jonge spelers aan Excelsior.

Maar Kelder stopte in 2012, en de jonge nieuwe directie – De Haan is 44 – wilde niet meer afhankelijk zijn

En dus stelde Excelsior in 2014 zijn eerste eigen scout aan – parttimer Brian die overdag werkt als sales manager bij een beveiligingsbedrijf. Later kwam daar ex-prof Bart Latuheru bij, die voor een kilometervergoeding Nederlandse velden afstruint. En ook Leo Beenhakker – de voormalig bondscoach en allround voetballegende – helpt Excelsior zo nu en dan met een tip en een contact.

Een volwassen scoutingafdeling was een luxe die Excelsior zich nooit kon veroorloven. Transfers kwamen voornamelijk uit het netwerk van voorzitter Simon Kelder

Dit seizoen - nu de club voor de tweede keer op rij in Eredivisie speelt – was het tijd voor de volgende stap: scouten in het buitenland. In de lagere Scandinavische competities viel misschien nog goedkoop talent te vinden. Maar geld voor een reizende scout, een echte scout? Nee, dat had de club niet.

Zo kwam het idee tot stand studenten van de Erasmus Universiteit Rotterdam te werven. Die zouden via de videoservice – een dienst met beelden van zo’n beetje alle wedstrijden ter wereld – spelers kunnen bekijken en analyseren.

Gudde: ‘Er lopen op de universiteit slimme en voetbalgekke studenten rond. En veel mensen willen erg graag in het voetbal werken. Dus we zouden waarschijnlijk kunnen kiezen uit goede mensen, zelfs als we maar een seizoenkaart konden bieden als vergoeding.’ (‘Een investering in jezelf,’ omschrijft Gudde het.)

Die gedachte klopte. Al na drie dagen had Gudde ‘meer dan honderd’ aanmeldingen gekregen – van studenten, tot aio’s, tot vijftigers die zichzelf zagen als even briljante als onontdekte scout. Daaruit selecteerde Excelsior uiteindelijk, na twee gesprekken, een student rechten uit Barendrecht – Dave Coelers.

Wouter Gudde, Football Manager

Coelers presenteerde zijn ideeën helder en realistisch, zegt Gudde. ‘Wat ook hielp,’ zegt Gudde, ‘is dat Dave een fanatiek Football Manager-speler is. Ik speel het zelf vrij serieus, en weet hoe gedetailleerd en geduldig je moet spelen om het goed te doen.’

Je kunt veel uit het spel halen, weet Gudde. Hoe je een club runt, en hoe je spelers beoordeelt. Maar het spel kan je ook van echte spelers brengen. Dat zit zo: de maker van het spel, Sports Interactive, werkt met enkele honderden scouts, die wereldwijd velden aflopen, om de kwaliteiten van echte jonge profspelers in kaart te brengen.

Behalve dat dit het spel akelig realistisch maakt, levert dat een database aan kennis op, waarvan clubs sinds enkele jaren ook gebruik maken. Gudde: ‘Neem [de huidige spits van FC Twente, MdH]. Die gold in Football Manager twee jaar geleden al als Toen was hij relatief onbekend. En kijk nu.’

Niet dat Coelers alleen zal afgaan op data uit Football Manager. Hij zal vooral veel video van de Zweedse en Deense tweede divisie gaan kijken. Maar de intentie om hem ook veelbelovende spelers uit de database van het spel nauwkeuriger te laten bekijken, is er zeker.

Niet zeuren – een onderschat pluspunt

Sinds 1 augustus speurt Coelers op zijn iPad en laptop naar spelers uit de tweede divisies van Zweden en Denemarken.

Illustratie: Gijs Kast (voor De Correspondent)

Illustratie: Gijs Kast (voor De Correspondent)

Instructies van Excelsior krijgt hij niet. ‘Het idee is dat Dave onafhankelijk naar spelers kijkt. Scouts moeten elkaar niet gaan napraten. En ze moeten ook niet zeggen wat ze denken dat de technisch directeur [de baas van de scouts, MdH] graag hoort.’

Op de campus van de Erasmus Universiteit, waar hij een masteropleiding ondernemingsrecht doet, laat Coelers zien hoe hij werkt. Op zijn iPad logt hij in op het Wyscout-account van Ferry de Haan, en klikt hij een recente wedstrijd uit de Zweedse tweede divisie aan.

Vooralsnog richt hij zich niet op specifieke spelers, maar kijkt hij hele wedstrijden, om de teams en de spelers te leren kennen. Pas later gaat hij inzoomen. Op een A4-blok schrijft hij bevindingen op, die hij later invoert op zijn laptop. Bij een laatst gekeken wedstrijd schrijft hij met plusjes (+) over de sterke punten van een speler. +niet zeuren, staat er bijvoorbeeld.

‘Niet zeuren, dat vind ik een waardevolle eigenschap,’ zegt Coelers. ‘Dus dat je niet gaat klagen en zeuren na een overtreding, maar doorgaat met het spel. Je krijgt als voetballer honderden schoppen per jaar, het punt is dat je je concentreert en doorgaat.’

Een andere aantekening, die hij maakt: +constant aanspeelbaar [positie kiezen].

‘Dat is iets dat je niet direct ziet, maar,’ zegt Coelers, ‘je geeft je medespeler opties, en je geeft de tegenstander iets om over na te denken. Als je aanspeelbaar bent, moeten ze rekening houden met de optie dat jij de bal kunt krijgen. Dat maakt het moeilijker voor hen.’

Als concreet voorbeeld hiervan, noemt hij Ajax-spits Kasper Dolberg. Zijn recente tegen Standard Luik geeft hij als voorbeeld. ‘Zelfs als hij de bal niet krijgt, heeft hij zijn medespelers opties gegeven. Heel waardevol.’

Niet denken in valse tegenstellingen

Kijkt hij anders naar voetbal dan andere scouts? Dat weet hij niet. Maar hij laat zich niet snel van incidentele prestaties overtuigen. Of anderen dat wel doen, weet hij ook niet. Maar soms ziet hij clubs dingen doen, die begrijpt hij niet.

Dat Feyenoord – die club waarvan hij fan is – bijvoorbeeld vorig jaar Michiel Kramer kocht als spits, snapt hij niet. ‘Ik ging met mijn vader kijken naar een van de eerste oefenwedstrijden. Ik kon het nauwelijks geloven. Hij speelde zo passief. Hij deed amper mee in het spel.’

bleek te spelen zoals hij eerder speelde: een technisch begaafde, slimme, goed koppende, maar nee, niet al te hard werkende spits. ‘Afmaker’ of ‘goaltjesdief’ heet dat dan, zegt Coelers, een spelerstype dat in het voetbal vaak gecontrasteerd wordt met ‘meevoetballende spitsen,’ die ‘hard werken’ en zichzelf vaak aanspeelbaar maken.

‘Ik wil nu niet op Kramer afgeven. Maar naar mijn mening kan je tegenwoordig echt niet meer alleen afmaker zijn. Afmaker of meevoetballer, dat is een valse tegenstelling. Je kunt beide zijn, en je moet beide zijn, denk ik. Zeker op het niveau van Feyenoord.’

Illustratie: Gijs Kast (voor De Correspondent)

Illustratie: Gijs Kast (voor De Correspondent)

Dat is wat hem vaker opvalt in het voetbal: de neiging om lui te denken, in zwart of wit.

Klagen bijvoorbeeld over de financiële beperkingen van Nederlandse clubs, dat ze daarom niet mee kunnen met Europese topclubs, of van kleine Nederlandse clubs dat ze niet kunnen meedoen met grote Nederlandse clubs – hij snapt dat niet.

‘Het heeft geen zin, want je kunt er niks aan veranderen,’ zegt hij. ‘En het is slecht voor de moraal. Spelers inspireert het eerder tot slecht presteren. Je moet kijken wat je wel kunt doen. Het is een clichévoorbeeld, maar kijk naar Atlético Madrid. Met een kleinere begroting houdt het zich meer dan staande tegen Barcelona en Real.’

Of Pierre van Hooijdonk, de analyticus van Studio Voetbal. Voortdurend hoor je hem zeggen dat het voetbal mannelijker, realistischer, zakelijker moet. Heel goed, vindt Coelers.

‘Maar dan is er PSV-Feyenoord, een wedstrijd die helemaal voldoet aan wat hij wil, en dan geeft hij die wedstrijd bij als cijfer een 4. Dan denk ik: wat wil je nou?’

Een zeldzame kans in het voetbal

Guddes verwachtingen van Coelers zijn hoog. ‘Als het goed uitpakt, en dat verwachten we, gaan we meer studenten aanstellen.’

‘Ik deed het werk feitelijk al, als hobby’

En hij ziet al meer samenwerking met de Erasmus Universiteit voor zich. Bijvoorbeeld op het gebied van data-analyse. ‘Daar kijken we ook naar. Ook bij de universiteit. Die hebben ook een afdeling econometrie, met mensen die data-analyses snappen. Dat zou een volgende stap kunnen worden.’

Een seizoenkaart krijgt hij nu als vergoeding. Dat is niet royaal, voor de tijd die hij erin steekt, weet hij. Maar Coelers ziet de niet-financiële waarde van zijn bijbaan. Het is een zeldzame kans in het voetbal, die hij koste wat kost wil verzilveren.

‘Mensen als ik krijgen die kans niet vaak. En ik deed het feitelijk toch al, ik maakte al aantekeningen over spelers, als hobby. Het verschil is dat ik die aantekening nu deel met iemand die ook een speler kan kopen.’

Op de hoogte blijven van de belangrijkste bijzaak in het leven? Van de economie achter het voetbal tot de nieuwste ontwikkelingen in het trainersvak: de nieuwsbrief van Michiel is een must read voor iedere amateur-bondscoach die zijn vrienden te slim af wil zijn als het weer eens over voetbal gaat. Meld je nu aan voor mijn nieuwsbrief

Meer lezen?

Wat het ontcijferen van religieuze geschriften met voetbalanalyse te maken heeft Een nieuwe generatie voetbalscouts en -analisten staat op. Ze hebben geen verleden als profvoetballer, maar deden hun voetbalkennis op via internet. Vandaag het vijfde portret: Mikael Haxby, aan Harvard gepromoveerde godsdienstwetenschapper die veranderde in Michael Caley, voetbalanalist. Lees het verhaal over Michael Caley hier terug Het is tijd voor een écht debat over wat gamen met onze kinderen doet Kinderartsen trekken aan de bel over de gevolgen van veel binnen gamen en weinig buitenspelen. Maar het maatschappelijk debat over het onderwerp blijft opvallend licht van toon. Gamen hoort nou eenmaal bij deze tijd, zo lijkt de redenatie. Een gevaarlijke denkfout. Lees het verhaal van Marilse hier terug