Tweehonderd en zes miljard dollar moest de tabaksindustrie betalen. De betalingsverplichting was onderdeel van tussen de vier grootste tabaksfabrikanten van de Verenigde Staten en een veertigtal Amerikaanse staten. Niet alleen moest de tabaksindustrie een enorme som geld neerleggen, ook moest ze duizenden interne documenten, die tijdens het onderzoek aan het licht waren gekomen, openbaar maken. Een beerput ging open.

In 2005 een team van drie onderzoekers in het toonaangevende Britse medisch tijdschrift The Lancet bijvoorbeeld dat tabaksgigant Philip Morris een geheim laboratorium in Duitsland financierde. Daar werd onder meer onderzoek verricht naar de effecten van meeroken op de volksgezondheid.

Tussen 1981 en 1989 produceerde het Duitse laboratorium ruim 800 wetenschappelijke rapporten over zijstroomrook. Geen enkele werd ooit gepubliceerd

Tussen 1981 en 1989 produceerde het Duitse laboratorium ruim 800 wetenschappelijke rapporten over zijstroomrook. Geen van deze onderzoeken werd ooit gepubliceerd. Wel publiceerde het laboratorium onderzoeken naar onder meer de relatie tussen groene thee en longkanker. Philip Morris had altijd beweerd dat het wetenschappelijke bewijs onzeker was, maar haar eigen onderzoekers toonden ondertussen aan dat zogenoemde zijstroomrook (rook bij meeroken) nog schadelijker was dan gewoon roken.

De inzet van ‘witte jassen’ die welgevallig onderzoek publiceren, was één van de vele strategieën die de tabaksindustrie gebruikte om maatregelen in het belang van de volksgezondheid tegen te gaan. Eén van de strategieën waarvoor zij beboet werd. Na de schikking was de consensus eigenlijk dat het winststreven van de tabaksindustrie niet samenging met de volksgezondheid. 

De nieuwe tabaksindustrie

Steeds meer volksgezondheidsonderzoekers zien parallellen tussen de agressieve wijze waarop de tabaksindustrie haar belangen verdedigt en de methoden van de voedsel- en alcoholindustrie. In The Lancet verscheen vorig jaar een artikel getiteld . De acht auteurs roepen de vraag op of winstmaximalisatie door de tabak-, alcohol-, frisdrank- en voedselindustrie en de volksgezondheid wel verenigbaar zijn. Nee, luidt het antwoord.

Het idee dat multinationals een van de grootste belemmeringen zijn in de bestrijding van niet-overdraagbare is onder volksgezondheidswetenschappers nauwelijks meer een radicale gedachte.

‘Het is niet langer alleen Big Tobacco. De volksgezondheid heeft ook te kampen met Big Food, Big Soda en Big Alcohol,’ zei Margaret Chan, de directeur van de Wereldgezondheidsorganisatie vorig jaar in een ‘Al deze bedrijfstakken vrezen regulering en beschermen zichzelf door dezelfde strategieën als de tabaksindustrie te gebruiken.’

De ongezonde levensstijl

Een opmerkelijk gegeven in het rijke Westen is dat, hoewel we gezonder zijn geworden door de medische innovaties, we in menig opzicht ongezonder zijn gaan leven. De consumptie van alcohol is, nadat campagnes voor alcoholonthouding aan het begin van de twintigste eeuw het verbruik terugbrachten tot een minimum, sinds de Tweede Wereldoorlog weer dramatisch toegenomen. En in de afgelopen twintig jaar is het aantal mensen dat lijdt aan overgewicht, eens een welvaartsziekte, eveneens gestegen. 

 

Bron: OECD Health Statistics
Bron: OECD Health Statistics

 

  

Bron: CBS
Bron: CBS

Toch zitten de grootste gezondheidsrisico’s niet langer in rijke landen als Nederland. In Nederland is de tabaksconsumptie drastisch afgenomen, de alcoholconsumptie begint langzaam te dalen en de groei in overgewicht vlakt af. En Nederland is niet de uitzondering: in veel rijke landen neemt het aantal doden als gevolg van niet-overdraagbare ziektes af. Het grootste gezondheidsrisico treedt inmiddels op bij lage- en middeninkomenslanden, die het westerse voedingspatroon zijn gaan overnemen.

  

Bron: Stuckler et al.
Bron: Stuckler et al.

De meest succesvolle formules uit de westerse cuisine, McDonalds en Burger King, de brouwers van onze fijnste bieren, Heineken en InBev, en de frisdrankmakers met de kekste commercials, Pepsi en Cola, hebben hun grootste groeimarkten inmiddels in Azië, Latijns-Amerika zelfs Afrika. Een combinatie van urbanisatie, groeiende inkomens, goedkope voedselimport en marketing zorgt ervoor dat het consumptiepatroon flink aan het veranderen is. Inmiddels scoort een land als Mexico bijvoorbeeld al hoger in frisdrankconsumptie per hoofd (163 liter per jaar) dan de Verenigde Staten (118 liter).

Mexico scoort al hoger in frisdrankconsumptie per hoofd (163 liter per jaar) dan de Verenigde Staten (118 liter)

Martin McKee, professor in de volksgezondheid, laat in zien dat er een sterke relatie is tussen frisdrankconsumptie, obesitas en diabetes. De frisdrankconsumptie gaat volgens analisten de komende vijf jaar met 15,7 procent in ontwikkelingslanden en met 9 procent wereldwijd toenemen. Dat betekent, zo waarschuwt McKee, dat er op den duur 2,3 miljard mensen met overgewicht, 1,1 miljard mensen met obesitas en 192 miljoen mensen met diabetes bij komen. 

Zelfde schadelijke effecten zijn er met betrekking tot het veranderende eetpatroon. Een groter aandeel geïmporteerd voedsel zorgt ervoor dat het dieet aanzienlijk verandert en van het aantal kilojoules in de vorm van suiker wordt geconsumeerd. En deze hogere suikerconsumptie veroorzaakt op haar beurt weer meer diabetes.

De industrie is ondertussen druk bezig haar verhaal in   te hullen. Uit een overzicht van 88 artikelen over frisdrankconsumptie en diabetes bleek dat door de industrie gefinancierde onderzoeken over het algemeen veel minder sterke resultaten vonden dan overheidsgefinancierde onderzoeken. In de voedselindustrie was er sprake van  bij onderzoek naar het vetsubstituut Olestra. Van de auteurs die positief waren over Olestra werd 81 procent gefinancierd door het bedrijfsleven, van de kritische auteurs was dat slechts 11 procent.     

De politiek van schadelijke waren

Toch is het moeilijk om beleid van de grond te krijgen dat de groeiende consumptie van ongezonde waren tegengaat. In 2004 nam de Wereld Gezondheidsorganisatie al een resolutie aan over een . Overheden moesten ervoor zorgen dat hun bevolking minder schadelijke vetten, minder suiker en zout en meer fruit zouden eten. Lachat et al. laten zien dat er sindsdien weinig is gebeurd. Slechts 14 van de 116 door hen onderzochte landen had beleid ontwikkeld dat al deze punten aanpakte. Ongeveer de helft van de landen had negen jaar na dato op geen van deze punten beleid gemaakt.

De politieke onwil is deels te wijten aan de effectieve lobby van multinationals. ‘Marktmacht vertaalt zich al snel in politieke macht,’ stelde de directeur van de Wereldgezondheids Organisatie. ‘Maar weinig overheden geven een hogere prioriteit aan volksgezondheid dan aan big business.’

Wetteksten in Lesotho, Malawi, Uganda en Botswana bijvoorbeeld een grote gelijkenis te vertonen met documenten vervaardigd door bierbrouwer SAB Miller en het International Centre for Alcohol Policies, een door de industrie gefinancierd onderzoeksinstituut. De wetten dichtten de industrie een grote rol toe door zelfregulering voor te staan.

Onderzoek na onderzoek wijst echter uit dat . Niet bij tabak, niet bij alcohol en niet bij voedsel. ‘Regulation, or the threat of government regulation, is the only way to change transnational corporations; therefore, the audience for public health is government and not industry,’ stellen de Lancet auteurs daarom vast.

Voor vervaardigers van schadelijke waren is het natuurlijk fijn dat ze de kosten van diabetes, longkanker en levercirrose op anderen kunnen afwentelen. Het is de vraag of dat eerlijk is. 

Steeds meer volksgezondheidsonderzoekers ondervinden dat diezelfde ondernemingen het voornaamste obstakel bij het effectief verminderen van niet-overdraagbare ziekten zijn. Naar het speelboek van de tabaksindustrie wordt effectief beleid, dat flink op de winstmarges zal interen, bestreden en blijft het bij ineffectieve zelfregulering.