A still from the documentary “State of Alert, Israel style” by Nirit Peled

Schiphol, 7 uur ‘s ochtends. Met mijn filmploeg wacht ik tot onze apparatuur langs de douane komt. Er staan jonge militairen, met volle bewapening. Ik zie een man met een Arabisch uiterlijk achter een balie verdwijnen. En zie hem vervolgens doelloos heen en weer lopen.

‘Waar kijk je naar?’, vraagt mijn cameraman. ‘Ik dagdroom een beetje,’ zeg ik.

Het wordt steeds drukker met Hebreeuws-sprekende mensen die inchecken voor onze vlucht. Ik kijk waar de dichtstbijzijnde uitgang is. Mijn blik kruist die van een onbekende. ‘Zag jij ‘m?’

Ik realiseer me dat we beiden dezelfde persoon in de gaten hielden. ‘Waar kijken jullie toch naar?’ vraagt mijn cameraman. Hij ziet niet wat wij zien: hij is niet Israëlisch.

Een andere man in burgerkleding stapt op de ronddwalende man af en neemt hem mee naar buiten. De onbekende wiens blik ik eerder kruiste spreekt me nu aan: ‘Kijk, een undercoveragent neemt hem mee. Ik ben trouwens Ron. Ga je naar huis?’

Ik ben onderweg naar de Bezoek hier de website van die conferentie. International Homeland and Cyber Security Conference in Tel Aviv, een tweejaarlijkse conferentie waar de Israëlische veiligheidsindustrie ‘een uitgebreid arsenaal aan fantastische en innovatieve technologieën’ mag laten zien, ‘specifiek ontworpen als bescherming tegen een reeks aan bedreigingen in een permanent veranderende wereld.’

Sinds de aanslagen in Londen, Madrid, Parijs en Brussel is de wereld inderdaad aan het veranderen. Ik wil graag mijn Israëlische bril opzetten om me af te vragen of deze ‘innovatieve technologieën’ wel de juiste oplossingen zijn.

Israël: een baken van veiligheidskennis

Op de conferentie valt mijn oog onmiddellijk op de stand van Magal Security Systems. Een robotbewaker loopt op en neer langs een hek van een paar meter lang, terwijl wat mensen staan te kijken. Op een groot tv-scherm wordt geprezen hoe het bedrijf de grenzen rond Israël heeft volgebouwd met fysieke barrières. Een paar Afrikaanse klanten vertellen me opgewonden hoe Magal geweldige hekken heeft neergezet in Kenia.

‘Israël heeft veel ervaring,’ zegt een handelaar van Magal. ‘Israël kan een baken van veiligheidskennis zijn.’ Hij zegt dat ‘een tsunami van vluchtelingen Europa ertoe dwingt iets aan zijn fysieke grenzen te doen. Die grenzen zijn misschien niet zo hermetisch als die we rond Gaza hebben gebouwd, maar Magal levert met alle plezier ook softer grensmateriaal.’

‘Magal levert met alle plezier ook softer grensmateriaal’

Het bedrijf is wereldwijd een van de bekendste merken in deze branche. Toen Donald Trump tot president van Amerika werd verkozen, schoot de koers van het aandeel Magal met 30 procent omhoog - met dank aan Trumps plannen om een muur langs de grens met Mexico te bouwen.

Een van de 1.500 internationale gasten op de conferentie is de Belgische minister van Veiligheid Jan Jambon. Sinds de terreuraanslagen in Brussel in 2016 is zijn budget opgeschroefd en is hij op zoek naar manieren om zijn land beter te beveiligen.

Tijdens een paneldiscussie verklaart hij dat de Belgen allerlei nieuwe veiligheidsmaatregelen accepteren. De aanslagen hebben het veiligheidsbewustzijn vergroot, zegt hij. Als ik vraag of dat hem zorgen baart, antwoordt hij: ‘Je hebt natuurlijk altijd zonderlingen, maar opiniepeilingen laten zien dat zeventig tot tachtig procent de nieuwe maatregelen steunt.’

Israël is voor Jambon een soort voorland. Maar ik weet dat Israël en zijn veiligheidssystemen ook een waarschuwing vormen.

Hoe groot is deze industrie?

Na 11 september werd ‘binnenlandse veiligheid’ hét thema voor de wapen- en veiligheidsindustrie. Overal ter wereld gebruikten ondernemingen de woorden om zichzelf opnieuw op de kaart te zetten.

Daarvoor was er in Israël nauwelijks iets als een binnenlandse veiligheidsindustrie. Maar sinds 11 september groeit de markt enorm: in 2016 alleen al exporteerde Israël voor 7,5 miljard dollar aan veiligheidsgoederen en -diensten. Dat is 14 procent van de totale export.

In de lobby van het conferentiecentrum treffen we Menna Bacharach, een invloedrijke veiligheidsconsultant die alles weet van het beveiligen van vliegvelden. Hij gidst ons door de zalen van de conferentie, langs slimme hekken, snuffeltechnologie en gezichtsherkennende software.

De lucht is zwanger van woorden als ‘terreur,’ ‘vijand’ en ‘gevaar.’ Ze komen uit de monden van goedgeklede verkopers en staan in brochures en marketingvideo’s van de deelnemende bedrijven. Als ik Bacharach vraag aan wie hij verkoopt, zegt hij: ‘Aan wie maar wil kopen.’

Maar wie koopt en wie verkoopt? En wat? Het valt niet mee om cijfers te vinden over de deals in deze industrie. De mensen die we tegenkomen willen graag met ons praten, ook voor de camera, maar ze houden hun echte handel off the record.

Iedereen zegt bijvoorbeeld dat de politie in Los Angeles zich door Israëlische militairen heeft laten trainen, net als minder frisse regimes in Afrika, maar niemand wil dit soort transacties bevestigen. Of zoals een verkoper zegt: ‘Niemand geeft graag toe dat hij naar de hoeren gaat.’

De gevolgen van profileren

Hoewel er officiële exportcijfers te vinden zijn, kom ik er gaandeweg achter dat de werkelijke waarde van de Israëlische veiligheidsexport lastig te berekenen is.

Allereerst bieden vrijwel alle wapenfabrikanten niet alleen ‘innovatieve producten’ aan, maar ook trainingen en beveiliging. Het is daardoor bijna onmogelijk om een onderscheid te maken tussen een wapenproducent en een beveiligingsbedrijf. Ten tweede deelt Israël beveiligingsbedrijven qua exportcijfers in bij ‘diensten’ en staan ze dus tussen de schoonmaakbedrijven.

Dit systeem leidt tot rassenonderscheid en intimidatie van iedereen die aan een bepaald profiel voldoet

Bacharach zegt dat hij veel in Afrika werkt en sinds 11 september 2001 ook in de VS, maar bijna niet in Europa. ‘Europeanen hebben de mentaliteit van mensen die het goed hebben en niet over morgen willen nadenken. Maar de nieuwe werkelijkheid van vandaag dwingt Europeanen om zich anders op te stellen. ‘Veiligheid’ is boven alles de taak van de staat - die moet zijn burgers beschermen.’

Hij moet bijvoorbeeld lachen om de manier waarop Europeanen luchthavenbeveiliging aanpakken, met hun focus op de bagage. In het Israëlische model draait alles om het profilen van individuen. ‘We weten dat 99 procent van de passagiers geen kwaad in de zin heeft. Dus focussen we op degenen die we verdacht vinden. We interviewen ze, zetten ze apart, verzamelen zo veel mogelijk data als we kunnen, zelfs als er geen veiligheidsdiensten bij betrokken zijn.’ De profielen zijn gebaseerd op analyses van eerdere aanvallen en toekomstscenario’s, legt Bacharach uit. ‘Als we iets verdachts zien, zorgen we dat die verdenking onschadelijk wordt gemaakt.’

Op dit soort profilering is veel kritiek. Het systeem leidt tot rassenonderscheid en intimidatie van iedereen die aan een bepaald profiel voldoet. De laatste trend is om mensen met een specifieke politieke agenda de toegang te weigeren, wat een hellend vlak is. De optelsom van vele jaren profileren zorgt ook dat hele groepen het label ‘verdacht’ krijgen, wat deze mensen op hun beurt wantrouwend maakt richting Israël.

‘De luchtvaart heeft de laatste tijd vooral te maken gehad met terroristen uit het Midden-Oosten,’ werpt Bacharach tegen. ‘Niet uit Zweden, Nederland, of Scandinavië. Dat maakt niet alle moslims of mensen met een Arabisch uiterlijk tot terroristen. Natuurlijk niet. Maar dit is wel de realiteit. Moet je dat negeren? Ga ik Zweden zoeken? Noren? Ik zoek degenen bij wie de terreur vandaan komt.’

Ik raak geïrriteerd door de steriele sfeer op de conferentie. Ik ben bang dat mijn film deze veiligheidsexperts een podium geeft van waar ze de wereld overtuigen dat hun producten nu eenmaal geboren zijn uit noodzaak.

Pure gemechaniseerde efficiëntie

4 uur ‘s nachts. De Israëlisch-Palestijnse grens. De komende twee uur zullen 8.000 Palestijnse dagloners gescreend worden voordat ze naar hun werk aan de andere kant van de muur kunnen.

Erez Zidon, het hoofd van het Israëlische checkpoint Sha-ar Efriam, geeft me trots een rondleiding. Het checkpoint is een voorbeeld van pure gemechaniseerde efficiëntie: er is geen enkel menselijk contact. De Palestijnen identificeren zich door hun vinger op een apparaat te leggen en een pas met biometrische gegevens te laten scannen. Na acht seconden klinkt een piep en draait het hekje open.

Overal is airconditioning, schoonmakers staan klaar en bij de ingang staan zelfs bloemen. De meeste Palestijnen kost het een kwartier om er doorheen te komen, tenzij ze verdacht zijn. In dat geval worden ze eruit gevist en grondig gecontroleerd. De gewapende bewakers zijn geen soldaten: ze werken voor private beveiligingsbedrijven. ‘Het is nog sneller dan op het vliegveld,’ zegt Zidon glimlachend. Hij noemt het ‘meer een stukje dienstverlening dan een militaire ervaring.’

Ik bedenk steeds dat een Israëliër makkelijk zou kunnen vergeten dat deze checkpoints het directe gevolg zijn van de bezetting van de Palestijnse gebieden door hun land. Dat deze efficiënte veiligheidsprocedure in werkelijkheid het dagelijks leven van veel Palestijnen heel moeilijk maakt.

Na een kort bezoek aan de Palestijnse kant, rijd ik met mijn auto door een ander checkpoint, speciaal voor Israëliërs. Ik hoef de bewaker alleen maar goedemorgen te wensen en kan doorrijden.

En: databanken vol biometrische informatie

Israël ontwikkelde geavanceerde beveiligingsmethoden om zichzelf te verdedigen, om hele groepen te controleren en te screenen, om onderscheid te maken. Het biometrische passysteem dat ik in het checkpoint zag is een identificatiemiddel dat individuen herkent en analyseert op basis van hun uiterlijke en biologische kenmerken.

Israël werkt er sinds 2005 mee. Zonder toestemming van de Palestijnen werd het systeem geïnstalleerd en getest bij de grensovergangen tussen Israël en Gaza. Nu wordt het overal in Europa op vliegvelden gebruikt.

Dit laat zien hoe een technologische oplossing leidt tot een nieuwe aanpak, terwijl er in Israël nooit behoorlijk over is gedebatteerd

Deze technologie heeft de manier waarop overheden mensen screenen en identificeren radicaal getransformeerd. Inmiddels zijn er databanken vol biometrische informatie, die de identiteit van mensen koppelt aan hun biologische kenmerken.

Dit laat zien hoe een technologische oplossing leidt tot een nieuwe aanpak, terwijl er in Israël nooit behoorlijk over is gedebatteerd. Hewlett-Packard en de Israëlische joint venture EDS, die deze pas samen ontwikkelden, realiseerden zich in feite dat de bezetting door Israël hen een mooie kans bood om hun nieuwe uitvinding te testen.

Dit leidde uiteindelijk in Israël tot de biometrische datawet, die alle Israëlische burgers verplicht hun vingerafdrukken en irisscans af te staan. Deze gegevens worden weer gekoppeld aan andere persoonlijke data. In februari dit jaar werd de wet uiteindelijk door het Israëlische parlement getekend, waarmee het officieel een verplichting wordt voor alle Israëlische burgers.

Dus: de import van conflict en oorlog

Bacharach had me al uitgelegd dat Israël opereert als een systeem van veiligheidsringen. Dat begint met de ruimste ring, de blik van de veiligheidsdiensten, om vervolgens over te gaan in fysieke grenzen, de politie, om te eindigen bij een kleine ring van privé-veiligheid.

Zo draait alles in Israël om risico-inschatting en -preventie. Als een terrorist al op het vliegveld is, is het te laat. Op dat moment is alleen de laatste veiligheidsring over: de Israëlische burger die altijd superalert is, vaak militair getraind en klaar om in actie te komen als hij iets verdachts ziet. Een terrorist op een Israëlisch vliegveld zou – als hij er überhaupt binnen zou komen – snel ontdekt en onschadelijk gemaakt worden.

Ik snap wat Bacharach bedoelt. Ook ik profileer. Ik schat risico’s in. Ik zie overal gevaar. Ook al wil ik dat niet. De man die op Schiphol uit vertrekhal 3 werd geëscorteerd bleek alleen verdwaald te zijn.

Israël is een laboratorium voor de veiligheids- en wapenindustrie, een broedplaats voor technologieën en procedures die de rest van de wereld enthousiast importeert. Maar hele groepen labelen als verdacht isoleert ze. Het ontregelt levens, het voedt de wrok. Importeren we de innovaties van Israël, dan importeren we ook de Israëlische mentaliteit. We importeren de conflicten en de oorlog.

Dit verhaal maakte ik met schrijver Simon van Melick​ en kwam tot stand in het kader van Security for Sale, een internationaal onderzoeksproject over de Europese veiligheidsindustrie onder leiding van De Correspondent. Voor dit project werkten wij samen met meer dan twintig Europese journalisten. Het consortium kreeg een werkbeurs van Journalismfund.eu.​​. De documentaire Lees hier meer over de documentaire Staat van Paraatheid volgens Israël. Staat van Paraatheid volgens Israël van VPRO Tegenlicht wordt deze zondag uitgezonden op NPO2 om 21.05 uur.

Security for Sale. The price we pay to protect Europeans Het afgelopen jaar onderzochten wij met meer dan twintig Europese journalisten de Europese veiligheidsmarkt. In dit Engelstalige thema Security for Sale verzamelen we al onze verhalen. En we praten je helemaal bij over het dominante denken over veiligheid door de Europese beleidsmakers en industriebonzen. Het Nederlandse thema komt over twee weken online. Volg het Engelse thema hier

Lees ook:

Zo verdwijnen miljarden in het zwarte gat van de veiligheidsindustrie De Europese Unie geeft miljarden euro's uit aan onderzoek naar technologische snufjes die de samenleving veiliger moeten maken. Uit ons onderzoek met 22 journalisten uit tien landen blijkt dat die subsidies vooral goed zijn voor één ding: zelfverrijking van de veiligheidsindustrie. Lees ons verhaal hier terug Hoe onze spionagetechnologie in verkeerde handen valt Sinds 2014 probeert de EU de export van surveillance-technologie naar autocratische landen aan banden te leggen. Maar in de praktijk exporteren Europese bedrijven nog volop kennis en materiaal naar probleemlanden, blijkt uit onderzoek van ons consortium Security for Sale. Lees het verhaal van onze Deense collega’s en ons hier terug Een aanval uit de ruimte? Zelfs daar hebben deze angstmakelaars een technologie voor De Europese Unie trekt steeds meer veiligheidstaken naar zich toe. Daarom is het belangrijk om te weten hoe beleidsmakers en lobbyisten over veiligheid denken. Marijn Hoijtink deed daar vier jaar onderzoek naar. Dit zijn haar bevindingen. Lees het verhaal van Dimitri en onze Belgische partner Kristof hier terug