Foto's: Florian van Roekel (voor De Correspondent)

Het Nederlandse jeugdvoetbal, zegt sportpsycholoog Thomas Waanders, is vergeten waarvoor het bestaat.

In theorie weet iedereen wat de bedoeling is, zegt hij. Groeien, met als doel om spelers ‘klaar te stomen’ voor de Eredivisie.

De praktijk is anders. Dan gaat het om de korte termijn. Om het vermijden van fouten. Om het nu winnen. Om de angst een basisplaats of trainersbaan te verliezen.

Dat ziet Waanders in alle geledingen:

  • Bestuurders pronken op Facebook en Twitter met resultaten van jeugdteams, ook al weten ze dat die weinig zeggen over later succes.
  • Trainers voelen de druk om te moeten winnen en nemen beslissingen die spelers niet helpen in hun ontwikkeling - bijvoorbeeld door jonge, laatrijpe kinderen minder speeltijd te gunnen.
  • Spelers verzwijgen dat ze geblesseerd zijn of thuis problemen hebben. Omdat ze bang zijn niet opgesteld te worden.
  • En op het veld durven ze vaak zichzelf niet te zijn. ‘Veel jeugdspelers hebben last van faalangst,’ zegt Waanders. ‘Ze vermijden bijvoorbeeld het geven van riskante passes, zodat ze dan in elk geval geen balverlies lijden.’

Het enige langetermijnproject in de sport

Sinds twee jaar is Waanders (30) bij FC Groningen werkzaam als topsportbegeleider. Eerder speelde hij in de C1 van De Graafschap, en liep hij stage bij Ajax.

Door bezoeken aan vrijwel alle andere profclubs en het bijwonen van symposia heeft hij een goed beeld gekregen van de sector, zegt hij.

Zijn conclusie? Het jeugdvoetbal is ‘verziekt.’ En moet weer beseffen dat het geen korte-, maar een langetermijnproject is.

‘Als dat besef er is, dan komt er zo veel energie vrij. Dan kunnen we wereldkampioen worden’

‘Als dat besef er is, dan komt er zo veel energie vrij. Dan kunnen we wereldkampioen worden.’

Hoe Waanders dat precies ziet

In het professionele voetbal, het voetbal van de volwassenen dus, gaat het om winst op de korte termijn. Een bondscoach stelt geen spelers op omdat ze over vier jaar heel goed zullen zijn - het gaat om de prestatie van het team nu.

In het jeugdvoetbal is dat omgekeerd. Het gaat niet om nu winnen, het gaat om beter worden, om de ontwikkeling van het individu. Het doel van een jeugdopleiding is immers het voortbrengen van volwassen professionele voetballers, die met winst verkocht kunnen worden.

Met die langetermijndoelstelling komt een geschenk: tijd. Tijd is een luxe die je zelden krijgt in de sport, en die allerlei kansen met zich meebrengt.

Een voorbeeld: als je je beste speler niet opstelt

Stel, je hebt een zeer beloftevolle speler in je jeugdopleiding. En stel, die speler heeft problemen met zijn eetpatroon. En stel, je hebt een belangrijke wedstrijd op het programma, en de avond ervoor heeft hij zich weer volgepropt met pizza en cola.

Stel je hem dan op?

Waanders: ‘Ik zou zeggen: nee. Dit is namelijk een uitstekende kans om die speler te leren wat nodig is om heel goed te zijn over zes of acht jaar. Het lastige is: je wint de wedstrijd door de speler wel op te stellen. Dan is iedereen weer blij. Maar beter wordt hij er niet van, eerder slechter.’

‘Dit is een uitstekende kans om die speler te leren wat nodig is om heel goed te zijn over zes of acht jaar’

Hij beseft hoe moeilijk het is om dit te doen. ‘Stel je bent die trainer. Wat denk je dat je dan te horen krijgt? En al helemaal als je verliest? Dan krijg je de vraag: waarom speelde die goede speler niet?’

Die vraag komt niet alleen van bestuurders van de opleiding. Ook ouders, medespelers en coaches snappen dat soort keuzes niet of nauwelijks, zegt Waanders.

En dat maakt het zo vreselijk moeilijk deze rationele keuze - voor de ontwikkeling - te maken.

Hoe meet je ontwikkeling?

Zelfs de opleiders die bewust op de lange termijn willen letten, vinden het moeilijk het voor elkaar te krijgen.

De reden vat Waanders in één zin samen: ‘Uitslagen kunnen voetbalclubs meten, ontwikkeling veel minder.’

Je kunt keer op keer verliezen, maar toch veel leren. Dat leereffect is alleen niet zichtbaar, of niet direct zichtbaar. En dan is het lastig om coaches, spelers, ouders en anderen mee te krijgen. Zeker als je aan het verliezen bent of - voorlopig - blijft.

Het concurrerende alternatief - de uitslag - is immers veel preciezer, zichtbaarder en krachtiger. Het raakt namelijk aan de essentie van de sport: winnen. Winnen voelt goed, leren besef je niet eens.

En al helemaal niet als je verliest. Wie - welke speler, trainer, ouder - loopt na een 3-0-nederlaag van het veld en denkt: yes, heerlijk ontwikkeld vandaag?

En waarom zijn de contracten zo kort?

Wat de focus op de korte termijn nog verder versterkt: de korte contracten in het jeugdvoetbal.

Waanders ziet het overal: veruit de meeste trainers, en zelfs de hoofden van de jeugdopleiding, hebben maar één- of tweejarige contracten. Net als spelers - zit ik volgend jaar nog in de selectie? - leven ze dus in onzekerheid.

Dat is gek, vindt Waanders, want ontwikkelen is nu eenmaal een proces dat langer duurt dan één seizoen. Coaches moeten keuzes kunnen maken die op korte termijn de resultaten schaden, maar op lange termijn werken - zonder te vrezen voor hun baan.

Maar wat doe je, als je contract kort duurt, en er geen heldere criteria zijn om ‘ontwikkeling’ aan af te meten? ‘Dan probeer je koste wat kost wedstrijden te winnen.’

De masculiene cultuur die hierachter zit

De korte contracten, de focus op uitslagen, het draagt bij aan de krampachtige, gestreste, macho-achtige sfeer die het voetbal kenmerkt en verandering tegenhoudt, meent Waanders.

Wie zwakte toont, is zwak, zo lijkt de redenering namelijk. Funest voor een jeugdopleiding, zegt Waanders, want het erkennen van zwaktes is cruciaal. ‘Wie zwakte toont is kwetsbaar, en wie kwetsbaar is, is klaar om te leren.’

Dat geldt zeker voor spelers, die blessures verzwijgen, of worstelen met onzekerheden over hun huidskleur of geaardheid. Of - nog veel simpeler en gangbaarder - spelers die niet durven zeggen dat ze een oefening of aanwijzing niet begrijpen.

Maar ook voor coaches en scouts geldt het. Zijn ze wel zo goed in herkennen van talent? Evalueren ze wedstrijden wel goed? En welke vooroordelen hebben ze als ze spelers beoordelen? De vragen worden te weinig gesteld, zegt Waanders.

Terwijl zwakte tonen dus allerminst onmannelijk is, grinnikt Waanders. Bij elite-eenheden van het leger, leren de soldaten elkaar zwaktes door en door kennen. Het idee is: als mijn collega mijn zwaktes kent, kan hij erop inspelen als het nodig is.

Hoe het beter kan

Wat kan er volgens Waanders beter? Het is lastig om heel gedetailleerd te zijn. Zelf weet hij het niet precies, bovendien kunnen de behoeften per club verschillen.

  1. Omarm zwaktes
    Als zwaktes openlijk besproken kunnen worden, zegt Waanders, komt er veel tijd en energie vrij voor ontwikkeling. ‘Je moet een klimaat creëren waarin openheid en kwetsbaarheid juist kwaliteiten zijn. Dat spelers op de trainer durven afstappen en hem durven zeggen dat ze iets nog lastig vinden. En dat de speler dan een compliment krijgt van de trainer.’
  2. Neem verkeerde eerzucht weg
    Ajax deed een paar jaar geleden een interessante poging om ontwikkeling boven winnen te stellen. Elke zes weken kreeg een ploeg een andere trainer. Waanders: ‘Daardoor kon geen enkele trainer het succes claimen voor een kampioenschap. En als dat zo is, dan maak je als trainer andere keuzes.’ Keuzes die, uiteraard, gericht zijn op ontwikkeling.
  3. Schaf ranglijsten af
    Waanders denkt dat het goed zou zijn als jongere jeugdteams zonder ranglijst zouden spelen. Of dat degradatie onmogelijk is. ‘Als de plek op de ranglijst geen bron meer is van trots of schaamte, dwingt het clubs naar andere dingen te kijken.’ Goed nieuws: de KNVB speelt volgend seizoen voor kinderen onder 8 en 9 jaar zonder ranglijst.
  4. Garandeer een budget
    Clubs zouden het budget van de jeugdopleiding kunnen garanderen. De korte contracten zijn deels het gevolg van de onzekerheid over het budget. De KNVB zou geld voor de jeugdopleiding kunnen verzekeren, door bepaalde tv-gelden te reserveren. ‘Dat is ook voor Nederland als geheel van belang.’
  5. Definieer de coach
    Hanteer een vast format waaraan trainers worden aangenomen en beoordeeld: hebben zij de juist analytische, didactische, pedagogische en psychologische eigenschappen voor de leeftijdsgroep waarmee zij gaan werken?
  6. Maak ontwikkeling meetbaar
    Clubs moeten de ontwikkeling van spelers op diverse aspecten - voetbaltechnische, fysieke, sociaal-emotionele - over langere periode meten. Dit gebeurt nu nauwelijks. Waanders: ‘Je ontkomt hierbij niet aan een oordeel van experts, maar je kunt die oordelen wel over een langere periode bijhouden.’
  7. Verander de scouting
    Scouts kijken in theorie naar potentieel, naar wat spelers over enkele jaren zouden kunnen. In de praktijk kijken ze anders, naar huidige capaciteiten. Veelal kiezen ze daarbij voor Lees hier over de voorkeur van scouts voor relatief oudere, fysiek rijpere spelers. vroegrijpers, kinderen die een tijdelijke fysieke voorsprong hebben op leeftijdsgenoten.​

Met die laatste verandering is Waanders al aan de slag gegaan. Hij wil bij nieuwe spelers weten hoe ze psychisch in elkaar steken. Kunnen ze leren, kritiek accepteren, omgaan met tegenslag?

‘Een jeugdopleiding vraagt hoe dan ook veel van je. Bij je amateurclub ben je bijvoorbeeld de beste, maar hoe ga je ermee om als je dat opeens niet meer bent? We zoeken die jongens die daarmee kunnen omgaan.’

Op die manier de scouting veranderen, is een begin. Als de scouting zo verbetert. Als er een heldere visie op ontwikkeling is. Als die visie langere tijd intact blijft. Als bestaande praktijken wel kunnen worden bevraagd, om de visie steeds wat aan te scherpen.

‘Als dat allemaal gebeurt,’ zegt Waanders, ‘dan kunnen we echt weer helemaal voorop lopen. Nederland als innovatief opleidingsland, dat de concurrentie voor is, en de potentie van spelers ten volle benut. Meer lef, meer creativiteit, meer actie. Dat is voor iedereen leuk. En ja, dan kunnen we wereldkampioen worden ook.’

De komende weken schrijf ik meer verhalen over dit thema: de balans tussen winnen en ontwikkelen in het jeugdvoetbal. Ik spreek en sprak mensen uit Engeland, Ierland, Duitsland en België hierover.

Meer lezen?

Het Nederlandse voetbal heeft meer trainers nodig die nooit gevoetbald hebben Nederlandse trainers die nooit professioneel gevoetbald hebben, bestaan die? Amper. Dat we er meer nodig hebben, leerde ik van de Duitse toptrainer Thomas Tuchel - een man die met statistici en scholieren werkt om beter te worden. Lees het verhaal van Michiel hier terug Hoe het toeval carrières maakt of breekt Achteraf lijkt het succes van topsporters, ceo's of filmsterren het resultaat van hun genialiteit, discipline, doorzettingsvermogen. Maar er is een veel belangrijkere factor: toeval. Ik vroeg profvoetballers: op welke momenten in je loopbaan was toeval doorslaggevend? De rol van een kopbal, een blessure of een paar sneakers is groter dan je denkt. Lees het verhaal van Michiel hier terug Volgens deze jeugdtrainer draait ons onderwijs om angst en controle. Leer kinderen liever fouten maken, zegt hij Een groepje ambitieuze jeugdtrainers van professionele voetbalclubs komt om de maand samen om te praten over de toekomst van hun vak. Zoals Elwin van Keulen van Sportclub Cambuur. Hij leert elfjarige kinderen hun eigen talenten ontdekken door ze bewust fouten te laten maken. Lees het verhaal van Michiel hier terug

Facebook
Twitter
LinkedIn
Whatsapp
E-mail