Het Nederlandse voetbal heeft meer trainers nodig die nooit gevoetbald hebben
Nederlandse trainers die nooit professioneel gevoetbald hebben, bestaan die? Amper. Dat we er meer nodig hebben, leerde ik van de Duitse toptrainer Thomas Tuchel - een man die met statistici en scholieren werkt om beter te worden.
Het Nederlandse voetbal kan wel een Thomas Tuchel gebruiken. Daarom is het zo jammer dat je je een Nederlandse versie van Thomas Tuchel nauwelijks voor kunt stellen.
Vorige week dinsdag was de coach van Borussia Dortmund te gast bij de KNVB. In een perfect pak en dito Engels vertelde hij zijn gehoor - de bijna volledige Nederlandse voetbalelite - over zijn werkwijze.
Hij was eloquent, enthousiast en zei verstandige dingen. Ook in een ander opzicht wijkt hij af van de gemiddelde voetbaltrainer: hij is geen ex-profvoetballer.
Als de zaal spontaan had besloten tot een potje voetbal - met Mark van Bommel en Frank de Boer als aanvoerders van de twee partijen - dan was Tuchel als een van de laatsten gekozen.
En toch was híj de keynote speaker, de alpha male in de zaal, de trainer van de een-na-grootste club van Duitsland.
Doe nu je ogen dicht en probeer je dat in Nederland voor te stellen.
De les: een slecht paard maakt een goede ruiter
Lukt niet, he?
Toen ik Tuchel hoorde vertellen, en hem daarna kort sprak, werd me het belang van het kenmerk ‘niet-ex-profspeler’ alleen maar duidelijker.
Simpel gezegd: er is een verband tussen ‘geen profcarrière’ en ‘het spel goed begrijpen en kunnen uitleggen.’
Dat laatste hoeven ex-profvoetballers niet te kunnen om toch trainer te worden. Waarom? Betreed maar eens een ruimte met een profvoetballer. Je voelt meteen waar hij staat, want alle energie vloeit naar zijn hoek van de kamer. De wereld ligt aan zijn voeten en de kansen op mooie trainersbanen ook.
Er is een verband tussen ‘geen profcarrière’ en ‘het spel goed begrijpen en kunnen uitleggen’
Mannen als Tuchel kregen hun status niet op die manier. Er was maar een weg naar boven: ze moesten heel erg goed zijn. En dan hopen op een kans ergens trainer te worden, om hun kunde te etaleren.
Tuchel kreeg die kans en greep hem. Daarna ging het los, in Duitsland, als ketchup uit een ketchupfles. Directies van andere clubs zagen dat ook, en zeiden: ‘Hé, ik wil ook zo’n Tuchel.’
Plots waren ze er - hoogopgeleid, welbespraakt, sociaal vaardig, breed geïnteresseerde trainers zonder noemenswaardige carrière als speler. Zoals de trainersopleider van de Duitse voetbalbond zegt: ‘Inmiddels is niet je status meer belangrijk, maar je inhoud.’
Om de gevleugelde uitspraak om te keren: slechte paarden maken prima ruiters.
Waar blijft de Nederlandse Tuchel?
En Nederland?
Nul.
De eerste rijen toehoorders van Tuchel waren illustratief. Daar zaten de ex-internationals Frank de Boer, Phillip Cocu, John van den Brom en Mark van Bommel.
Voor de helderheid: als ex-international ben je niet per definitie ongeschikt. En sowieso zijn trainers niet zaligmakend. Tuchel zelf relativeert zijn rol vaak zat. Bij de KNVB wees hij erop dat je Arjen Robbens niet kunt ‘maken.’ Je kunt ze hooguit ‘begeleiden’ in hun ontwikkeling.
Het helpt wel als trainers weten hoe dat gaat. Als ze weten hoe ze hun beperkte invloed zo efficiënt mogelijk kunnen toepassen. Dus: Hoe bepaal je de speelwijze? Hoe evalueer je de prestaties van je team? En hoe bepaal je vervolgens op welke aspecten je wel en niet gaat trainen?
Dat zijn verdomd lastige vragen. ‘Trainer’ is dan ook een verdomd moeilijk vak. En een status als ex-international is geen vervangend antwoord op die vragen.
Wat wel een antwoord is: kennis en kunde, vergaard door jarenlang nieuwsgierig zijn, uitproberen, evalueren, verdiepen en jezelf verbeteren. Iets wat het beste lukt buiten het oog van camera’s en publiek.
De beste trainer van zijn generatie
Precies wat Tuchel deed - en zo kan hij nu genoemd worden als de nieuwe coach van Arsenal of Barcelona.
Wat hij precies zo goed doet, is lastig te zeggen. Dat weten alleen zijn spelers en de staf echt. Bovendien geeft Tuchel relatief zelden interviews. Maar in de weinige gesprekken en toespraken die hij wél gaf, rijst het beeld op van een leergierige, experimenterende man.
Zo maakte hij als jeugdtrainer in Mainz al gebruik van inzichten uit het differentiële leren. Die jonge discipline in de ontwikkelingsleer benadrukt de variabiliteit van sporten. Simpel gezegd: voetbal is een dynamische sport waarin situaties - passes, tegenstanders, tactieken - nooit hetzelfde terugkomen.
Tuchel is geen poppenspeler, maar een begeleider van spelers
En dus moet je ook nooit hetzelfde trainen. Zodoende trainen de spelers van Borussia Dortmund soms met vreemde voorwerpen in hun handen, op ruitvormige velden, of in extreem kleine ruimtes.
Tuchel werkt dat dan helemaal uit. Een voormalige baas, Mainz’ technisch directeur Christian Heidel, stond perplex toen hij ontdekte hoe Tuchel te werk ging. De trainers die hij kende, deden elke ochtend maar wat. ‘Maar Tuchel had zijn trainingen week voor week uitgeschreven, het leek wel een dissertatie.’
In 2009 werd Tuchel - 35 jaar - hoofdcoach van Bundesligaclub Mainz. In 2014 was Tuchel met het kleine Mainz de op-vier-na-succesvolste ploeg geworden. Toen stopte hij. Waarom? Omdat hij niet dacht dat hij de ploeg nog verder zou kunnen brengen. Welke trainer doet dat?
En welke trainer relativeert zijn eigen invloed? Tuchel ziet voetbal als een ‘players’ game,’ in plaats van een ‘coaches’ game.’ Hij is geen poppenspeler, maar een begeleider van spelers.
Hij werkt samen met statistici...
Ik zei het al: bij de KNVB was Tuchel beschikbaar voor korte gesprekken. Tien minuten kregen media van zijn zaakwaarnemer. Wat te doen met zo weinig tijd? Ik vroeg hem naar een paar andere details die getuigen van zijn onderzoekende karakter.
Zo vroeg ik naar zijn gebruik van data. Eerder sprak hij namelijk meermaals met Matthew Benham, de baas van Brentford FC en FC Midtjylland, de clubs waarover ik eerder heb geschreven. Ook hierin liep Tuchel voor, want pas later werden Brentford en Midtjylland wereldwijd nieuws door hun intensieve gebruik van statistische analyses.
Wat ik bijvoorbeeld niet wist: het bleef niet bij een kennismaking. Tuchel is tot op de dag van vandaag klant van Benham.
‘Na elke wedstrijd krijg ik een analyse van hem toegestuurd. We krijgen dan een indruk over wat voor kansen we hebben gekregen. In zijn database zit informatie over honderdduizenden schoten, uit allerlei posities. Daaruit kan hij een waarschijnlijkheid halen of uit een bepaalde poging een doelpunt volgt of niet. Hij geeft achteraf een prognose over hoe de wedstrijd waarschijnlijk was geëindigd. Inderdaad, uitgedrukt in Expected Goals.’
Ook vertelde Tuchel gebruik te maken van ‘packing,’ een meeteenheid die iets zegt over de passing van zijn team en over de aanspeelbaarheid van spelers.
Zulke data-analyses, zegt Tuchel, ‘zijn vaak een bevestiging van een indruk. Het maakt mogelijk tot op zekere hoogte het toevalsaspect weg te nemen. Het toeval speelt immers een grote rol in het voetbal. [...] We willen objectieve data, die ons, in onze emoties en onze subjectiviteit, een spiegel voorhouden. Pas daarna geven we onze indrukken en aanwijzingen door aan de spelers.’
Kortom: data kunnen helpen je verkeerde eerste indrukken te corrigeren. En dat helpt je weer je spelers beter te helpen. Zo denken dus niet alleen Brentford en Midtjylland, maar ook de coach van een van Europa’s grootste clubs.
...en liet zich adviseren door scholieren
Verder vroeg ik naar een avantgardistischer detail uit zijn carrière: Tuchels gebruik van scholieren als tactische assistenten.
In de zomer van 2012 - hij was net een jaar trainer van Mainz - nodigde Tuchel de auteurs van het tactiekblog Spielverlagerung uit voor een gesprek. Hij vroeg ze om dat seizoen de tegenstanders van Mainz te gaan analyseren - doorgaans het werk van assistent-trainers.
Spielverlagerung kent inmiddels enige bekendheid in Duitsland. Maar in 2012 was Spielverlagerung net begonnen. Het was een obscuur blog van nerdy vwo-scholieren en eerstejaars studenten, gelezen door nerdy vwo-scholieren en studenten - en Thomas Tuchel dus.
Waarom hij scholieren voor hem liet werken?
Tuchel: ‘Omdat het interessant was! En omdat je het gevaar loopt dat als je je ergens in verdiept, als je ingewerkt bent, en je werkt met mensen die jij zelf beïnvloedt, dat je steeds in je eigen gedachtes blijft hangen. En dan kan iemand van buiten naar je werk kijken, je een heel ander perspectief op de zaak geven. Dat kun je vervolgens overnemen, interessant vinden, of verwerpen.’
Maakt niet uit van wie dat perspectief komt? Tuchel: ‘Nee. Dat was mij om het even. En dat zal voor mij altijd zo blijven.’
Tuchel de trendsetter
De veranderingen in het Duitse voetbal spreken internationaal tot de verbeelding. Ook bij de KNVB: vandaar ook dat ze Tuchel uitnodigden.
Dat is mooi - maar echte verandering komt er pas als Nederlandse clubs dezelfde conclusie trekken als de Duitse clubs. Namelijk: dat het gaat niet om wie je bent, maar om wat je kunt.
Nu is dat in het statusgeoriënteerde voetbal niet makkelijk. Sluit je een ex-international uit, dan krijg je kritiek vanuit de gevestigde orde. Stel je een nobody aan, dan volgt waarschijnlijk hetzelfde.
Totdat er een succes heeft.
Waarom de ontwikkeling van hetzelfde spel in twee buurlanden zo anders kan verlopen? Het is mij een raadsel. Maar dat hoeft niet zo te blijven, het kan zó anders. Ook in Nederland lopen ambitieuze, nieuwsgierige, talentvolle jonge trainers rond.
Wat hier wel ontbreekt: bestuurders met genoeg lef om zulke trainers een baan te geven.
Met Tuchel en de ook in Zeist aanwezige Spielverlagerung-blogger Martin Rafelt sprak ik ook over wat tactische aanpassingen die Tuchel recent bij Dortmund heeft gedaan. Binnenkort schrijf ik daar wat over.