Foto: Arjen Born (voor De Correspondent)

In het diepste geheim slaan twee van ’s lands grootste ziekenhuismolochen in 2015 de handen in elkaar om de macht van farmaceutische bedrijven te beteugelen. De academische centra van Rotterdam en Leiden veilen gezamenlijk hun patiënten met groeiproblemen aan de zes geneesmiddelenfabrikanten die het kostbare groeihormoon Groeihormoon, onder medici beter bekend als recombinant groeihormoon, somatropine of human growth hormone (HGH).

Maar de ziekenhuizen zijn niet per se op zoek naar de laagste bieder, blijkt uit een vertrouwelijk inkoopdocument. In de offerte-aanvraag wordt bij de fabrikanten namelijk gebedeld of ze ook bij kunnen dragen aan het bevorderen van onderzoek. ‘De ziekenhuizen willen met de leveranciers tot een goede samenwerking komen, waarbij de voorschrijvers het gevoel hebben dat zij op een goede manier worden ondersteund,’ staat er. ‘Kunt u aangeven hoe u de ondersteuning van voorschrijvers denkt vorm te kunnen geven? (u kunt hierbij denken aan het ondersteunen van onderzoek, grants e.d.).’

Wat hier gebeurt, voorschrijven koppelen aan onderzoeksgeld, is Artikel 6.5.8. van de Code Geneesmiddelenreclame stelt: ‘Sponsoring mag niet leiden tot ongewenste beïnvloeding van het voorschrijf-, inkoop- of aflevergedrag van de gesponsorde. (...) Het direct of indirect koppelen van het sponsoren aan het inkopen of voorschrijven van bepaalde geneesmiddelen is echter uit den boze.’ En dat niet alleen: het zijn de artsen die om extra geld vragen bij de farmaceutische bedrijven, in plaats van firma’s die artsen proberen te fêteren met extraatjes.

Deze schemerige offerte-aanvraag over groeihormonen blijkt niet op zichzelf te staan. Uit gesprekken met tientallen betrokkenen en uit talloze vertrouwelijke documenten blijkt dat gespecialiseerde kinderartsen te afhankelijk zijn geworden van de farmaceutische industrie. Artsen schreven namelijk medicijnen voor van de aanbieder waarvan ze onderzoeksgeld en promotieplaatsen gesponsord gekregen. Daardoor is jarenlang tien tot vijftien miljoen euro per jaar te veel betaald voor Een disclaimer: een exact bedrag verbinden aan hoeveel geld er door het onnodig voorschrijven van dure groeihormonen verloren is gegaan, is lastig. Je kunt immers niet precies vaststellen wat er gebeurd zou zijn als er op een bepaald moment wel concurrentie zou zijn geweest.

In het bijzonder gaat het hier om de groeihormonen van Pfizer en Novo Nordisk, de leveranciers die lange tijd de hoogste prijzen rekenden. Andere firma’s die goedkoper leveren, maar géén onderzoeksgeld aanbieden, komen nauwelijks aan de bak op een markt waar jaarlijks zo’n 60 miljoen euro in rondgaat.

Waarom doen de artsen dit? En wat is de rol van de Stichting Kind en Groei die in de jaren negentig speciaal is opgericht om de uitgaven aan groeihormoonbehandelingen in bedwang te houden?

Groeihormoon: van extreem schaars naar maakbaar

Groeihormoon wordt het in de volksmond genoemd, een medicus noemt liever de stofnaam somatropine. Die wordt aangemaakt in de hersenen en is verantwoordelijk voor de groei van botten en spieren. Bij een tekort groeien kinderen niet of nauwelijks en zijn ze Bij volwassenen leidt een tekort aan groeihormoon tot vermoeidheid, slecht concentratievermogen, gebrekkig spierherstel en obesitas. In Nederland worden zo’n vijfduizend mensen behandeld met groeihormoon, van wie ongeveer drieduizend kinderen. Die kinderen moeten zichzelf dagelijks injecteren.

Het goedje is tot halverwege de jaren tachtig uit de hersenen van lijken gehaald. Het hormoon was daardoor zo schaars dat een onafhankelijke stichting bepaalde wie in aanmerking kwam voor de injecties. Dat was de Nederlandse Groeistichting, bestaande uit leden van de beroepsgroep Kinder-endocrinologie is een vakgebied binnen de kindergeneeskunde. Het houdt zich in het bijzonder bezig met hormonen, en de organen die van invloed zijn op die hormonen.

Als dan blijkt dat het menselijke groeihormoon patiënten kan besmetten met de ziekte van Creutzfeldt-Jacob, beter bekend als de gekkekoeienziekte, wordt het van de markt gehaald. Het Amerikaanse biotechnologiebedrijf Genentech ontwikkelt in datzelfde jaar, 1985, gelukkig een synthetisch groeihormoon, dat in oneindige hoeveelheden te produceren Het bedrijf Genentech, tegenwoordig onderdeel van Roche, was de eerste die met somatropine naar de markt kwam. Het huidige Nutropinaq is oorspronkelijk van Genentech, maar wordt in Nederland onder een licentie door Ipsen verkocht. Naast Genentech waren in het midden van de jaren tachtig ook Lilly, Pharmacia (nu Pfizer) en Novo Nordisk al ver met de ontwikkeling van somatropine. Schoon, maar erg duur, tussen de 10.000 en 30.000 dollar per patiënt per jaar. In die tijd is het het duurste medicijn op de markt.

Je begrijpt: de groeistichting, die voorheen het zeldzame groeihormoon verdeelde, werd overbodig toen het uit de fabriek kwam. Maar daar werd iets op bedacht.

De stichting ging erop toezien of artsen niet onnodig groeihormoon zouden voorschrijven. ‘We wisten niets van de veiligheid van het groeihormoon en wilden ons als beroepsgroep niet laten leiden door de firma’s die roepen dat het allemaal zo mooi en goed werkt,’ aldus de huidige directeur van de stichting, de belangrijkste professor en enige Nederlandse bijzonder hoogleraar in dit vakgebied, Anita Hokken-Koelega. Immers, elke patiënt is voor een bedrijf een potentiële goudmijn, dus onafhankelijke kennis over de toepassing van dit middel is wenselijk.

Klinkt mooi. De toenmalige regering was daar zo van onder de indruk dat ze in 1997, bij monde van wijlen minister Els Borst (Volksgezondheid, D66) een nieuwe opdracht voor de stichting vastlegde: de stichting moest een onafhankelijke toezichthouder worden die op een centrale plek de data verzamelde, die onderzoek coördineerde en controleerde of er niet onnodig hele dure middelen werden ingezet.

Daarmee kreeg de stichting van de minister in de praktijk het veto op elk somatropinerecept dat in Nederland werd Ter illustratie: wil de dokter van het ziekenhuis in Groningen een kind met groeihormonen behandelen en vergoed zien door de zorgverzekeraar, dan zal zijn diagnose eerst ter goedkeuring - en jaarlijkse controle - moeten worden voorgelegd aan Stichting Kind en Groei. En hij moet de medische gegevens van zijn patiënt, die waarschijnlijk jaren behandeld zal moeten worden, doorsturen. Een controle waar wel wat voor te zeggen valt, want anders zouden er ‘misschien benefits kunnen ontstaan voor de relaties tussen de artsen en de firma’s,’ licht Hokken-Koelega toe. ‘You never know, toch?’

Een waakhond zonder geld

Maar er rijst al snel een probleem: de stichting komt van begin af aan niet uit de Het ministerie van VWS droeg de bekostiging van het register vrij snel over aan het College van Zorgverzekeraars. Maar ook dat wilde er snel vanaf. Uiteindelijk werden er individuele contracten gesloten met de zorgverzekeraars, die jaarlijks betaalden voor de beoordeling en herbeoordeling van hun gediagnosticeerde verzekerden uit het hele land. Maar ook daar zijn inmiddels het kleinere Menzis, het veel grotere VGZ en sinds dit jaar het allergrootste Achmea afgehaakt. ‘Toen ik als directeur aangesteld werd, was Kind en Groei een lijk,’ zegt Hokken-Koelega. Praktisch failliet.

Dus werden er manieren bedacht om meer inkomsten te verwerven, vooral door het doen van wetenschappelijke studies, zogeheten Een postmarketingstudie is een onderzoek naar de effectiviteit en veiligheid van een medicijn nadat het op de markt is toegelaten en dus in de dagelijkse praktijk wordt ingezet. Dit soort onderzoeken zijn verplicht, om bijvoorbeeld de zeer zeldzame bijwerkingen in kaart te krijgen. Postmarketingstudies zijn niet onomstreden, omdat in het verleden geprobeerd is deze studies te gebruiken voor commerciële doeleinden. Bijvoorbeeld om de voorschrijver bekend te krijgen met nieuwe middelen, in plaats van het verkrijgen van nieuwe medische inzichten. Meestal in opdracht van farmaceutische bedrijven. Ook is er een aparte bv opgericht die software over de groei van kinderen verkoopt aan ziekenhuizen.

Hier begint het te wringen.

Op verzoek krijg ik inzage in de financiële administratie van Stichting Kind en Groei over 2012 tot en met 2015. Die verslagen hadden eigenlijk op de site moeten staan, want de stichting Dit zegt de Belastingdienst over ANBI’s. geniet Een van de kenmerken van zulke Algemeen Nut Beogende Instellingen is dat giften belastingaftrekbaar zijn voor de donateur. De fiscus verplicht ANBI’s elk jaar hun financiën online te publiceren.

Uit de cijfers blijkt: het zijn inderdaad de inkomsten uit de studies die de stichting het hoofd boven water houden. De helft van deze onderzoeksgelden komt van de farmaceutische industrie, in het bijzonder Pfizer, maar ook Novo Nordisk en Eli Lilly.

Een gescheiden boekhouding, op papier dan

Dat is niet het enige. Hokken-Koelega is bijzonder hoogleraar aan het Erasmus MC en haar salaris wordt extern, door de Stichting Kind en Groei betaald.

Betekent dit dat het inkomen van de belangrijkste voorschrijver van groeihormonen in het grootste ziekenhuis van Nederland voor een groot deel afhankelijk is van bijdragen van Pfizer en Novo Nordisk, lang de twee duurste aanbieders van groeihormonen? Nee, reageert ze, want ze houdt de boekhoudingen voor het doen van studies en voor het controleren van de diagnoses strikt gescheiden.

Dat is slechts een papieren werkelijkheid. Het is namelijk evident dat de stichting, en in het verlengde daarvan haar bijzonderhoogleraarschap, niet kan voortbestaan zonder de industrie.

Daarnaast is er voor Hokken-Koelega nóg een andere rol, want naast dit alles zit ze ook nog aan tafel bij de strikt geheime inkooponderhandelingen van het ziekenhuis met farmaceutische bedrijven.

De offerte-aanvraag aan het begin van dit stuk is namelijk mede onder haar ogen de wereld in gestuurd. Ze ontkent daarin overigens ‘enige rol van betekenis te hebben gespeeld.’

Waarom is de ‘ondersteuning’ door de industrie nodig?

Toegegeven, Hokken-Koelega staat me uitgebreid te woord, vertelt over zaken waar ze niet per se over hoeft te vertellen en is ook bereid een belangrijk inkijkje te geven in hoe moeilijk, zo niet onmogelijk het is de club te laten voortbestaan zonder bijdragen van farmaceutische bedrijven.

Van de overheid hoef je het in ieder geval niet te hebben, zegt ze. ‘Ik moet continu grants schrijven,’ verzucht ze. ‘Wetende dat je van één op de twintig aanvragen een keer 30.000 euro krijgt. Terwijl het hele project 500.000 euro kost.’

Daar valt wat voor te zeggen.

‘Ik moet continu grants schrijven. Wetende dat je van één op de twintig aanvragen 30.000 euro krijgt’

Toch. In de offerte-aanvraag waar Hokken-Koelega geen inhoudelijke bemoeienis mee zegt te hebben gehad, staat iets vermeld wat opvallend overeenkomt met wat ze als arts ook nadrukkelijk verkondigt: bestaande patiënten ‘switchen’ niet naar een andere aanbieder van groeihormoon. Want dat zou gevaarlijk kunnen zijn.

In de aanvraag is dat ook vastgelegd, want op 85 procent van alle groeihormoonpatiënten in Rotterdam en Leiden kan door nieuwe aanbieders niet worden geboden. Die zouden dan immers van middeltje moeten wisselen.

Om te begrijpen hoe dit de goedkopere aanbieders benadeelt, moet ik eerst even uitleggen hoe deze markt functioneert. Of beter: dat lange tijd helemaal niet deed.

De zes fabrikanten op de groeihormonenmarkt

Er zijn namelijk zes aanbieders van groeihormoon in Nederland, maar ze verkopen allemaal dezelfde werkzame stof. Elf jaar geleden kwam Sandoz is een dochterbedrijf van de Zwitserse farmagigant Novartis. Het bedrijf verkoopt medicijnen die geen octrooibescherming meer genieten en concurreert met name op prijs. op de markt met een groeihormoon dat een stuk goedkoper is dan de rest.

Wettelijk is het zo geregeld dat de overheid de prijzen van geneesmiddelen omlaag kan brengen door maximumvergoedingen vast te stellen. Dat doet ze dan ook eens in de zoveel tijd, op basis van de gemiddelde prijs die in een bepaalde markt wordt betaald.

Op het moment dat er een veel goedkopere aanbieder op de markt komt, gaat de gemiddelde prijs omlaag, waardoor de overheid kan eisen dat er ook minder vergoed moet worden door de zorgverzekeraars. De bestaande fabrikanten hebben dan de keus mee te gaan in het verlagen van de prijzen, of ze verliezen Immers: als de maximaal te vergoeden prijs voor een geneesmiddel lager is dan de daadwerkelijke verkoopprijs, moeten patiënten eigen bijdrages gaan ophoesten. Een eigen bijdrage voor een geneesmiddel is commercieel gezien zoiets als een vliegenstrip in de vitrine van een banketbakker.

Fabrikanten: de middelen zijn niet inwisselbaar

In het geval van groeihormoon probeerden de belangrijkste aanbieders hier een stokje voor te steken. Pfizer, Novo Nordisk en Eli Lilly, aanbieders van de duurdere varianten, dagen in 2011 gezamenlijk de minister van Volksgezondheid voor de rechter.

Volgens hen is het al lang goedgekeurde groeihormoon niet uitwisselbaar, en al helemaal niet met het middel van Sandoz. Dus mogen hun prijzen niet afhangen van elkaar en al helemaal niet van de lage prijs van Sandoz, beweren ze.

De rechter verwijst die claim echter naar de prullenbak en volgt hiermee de ingebrachte stukken van de European Medicines Agency, de belangrijkste registratieautoriteit van het continent. het Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu. en de De Wereldgezondheidsorganisatie. Ook in hoger beroep halen de bedrijven Bij de Raad van State, de hoogste bestuursrechter van Nederland, krijgen de fabrikanten in hoger beroep dit te horen: ‘De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat de minister de geneesmiddelen Genotropin [Pfizer], Humatrope [Eli Lilly], Norditropin [Novo Nordisk] en Omnitrope [Sandoz], vergelijkbaar heeft mogen achten.

Ineens is daar een opvallende richtlijn

Maar terwijl het hoger beroep nog loopt, verschijnt op 13 december 2011 een behandelrichtlijn voor het groeihormoon van Sandoz. Artsen worden geacht richtlijnen te volgen.

De beroepsgroep heeft besloten dat er eerst maar eens een onderzoekje gedaan moet worden met het hormoon van Sandoz. We weten nog te weinig van dit middel om het maar zorgeloos te gaan inzetten, staat er eigenlijk. Ook al wordt de werkzame stof van groeihormoon, somatropine, al sinds 1985 gebruikt en is het product van Sandoz sinds 2006 op de markt.

Nog pikanter is het voorstel van Hokken-Koelega en haar collega’s om de vermeende onzekerheid over het medicijn van Sandoz, Omnitrope, op te lossen: de langetermijneffecten en bijwerkingen van het hormoon van Sandoz moeten in een ad-hoc-onderzoekje van slechts twee jaar in kaart worden gebracht, voordat het middel echt kan worden ingezet in de dagelijkse praktijk. Daarbij zullen 36 tot 40 patiënten op ‘regulier’ groeihormoon worden vergeleken met 16 tot 20 patiënten op Omnitrope.

Dus... vlak nadat de belangrijkste sponsors van groeihormoonstudies bij de rechter te horen hebben gekregen dat ze wel degelijk hetzelfde stofje verkopen als een prijsvechter…

... en dus moeten gaan concurreren...

... legt het specialistengilde in een behandelrichtlijn vast niet met de prijsvechter te willen werken…

… omdat er eerst een kortlopend onderzoekje met weinig patiënten moet worden gedaan…

... voor uitsluitsel over de langetermijneffecten...

... van een product met een stof waar al dertig jaar lang data over wordt verzameld door nota bene de kinderarts wier naam hier op de behandelrichtlijn Desalniettemin stelt Hokken-Koelega dat deze behandelrichtlijn niet haar idee was.

Een studie om kennis te maken

Hokken-Koelega zegt desgevraagd dat er op verzoek van Sandoz gesprekken zijn gevoerd om in het verlengde van de richtlijn een studie op te zetten, maar die zouden op niets zijn uitgelopen. Eigen schuld, dikke bult, concludeert ze met nauwelijks verborgen frustratie als ik haar om commentaar vraag. ‘Het is erg dom, want als ze het zo gedaan hadden… dan was het middel onderdeel van de praktijk geworden.’

Mijn oren klapperen, want voor farmaceutische bedrijven is het ten strengste verboden studies op te zetten die tot doel hebben voorschrijvers en patiënten bekend te maken met een medicijn. Dat wordt gezien als een verboden vorm van marketing.

Maar een bijzonder hoogleraar en haar beroepsgroep mogen dat klaarblijkelijk wel aanraden: ‘Als jullie dit goed insteken, dan gaat het gewoon goed lopen,’ herinnert ze het bedrijf te hebben geadviseerd. ‘Via een kortdurende studie gaan mensen meedoen, leren ze het product kennen, krijgen ze er een gevoel bij. En gaan ze het accepteren. Zo is het altijd gegaan in het groeihormoonveld. Het is een gouden manier geweest, altijd.’

Dat ‘insteken’ krijgt al snel een dubbele lading als Hokken-Koelega bekent dat haar voorstel voor een curieuze studie eigenlijk niet zozeer met het stofje te maken had, maar met het toedieningsapparaat waarin Sandoz zijn groeihormoon stopt. In strijd tot wat in de richtlijn van 2011 staat, beweert ze: ‘Men had gezien dat dit product een vreselijk toedieningssysteem had, met grote naalden.’ Gevaarlijk, want omdat de verschillende aanbieders met andere pensystemen werken, kan een overstap voor kleine kinderen ‘prikangst’ in de hand werken. Kinderen Bekijk hier een instructiefilmpje voor het groeihormoon van Pfizer. prikken namelijk vaak zelf. En die houden niet van enorme injectienaalden.

Prikangst voor naalden die je bijna niet kunt zien?

Maar als ik me vervolgens in de injectiepennen verdiep, val ik van de ene verbazing in de andere. Ten eerste: van de zes aanbieders werken er vier, waaronder Sandoz en Pfizer, met dezelfde, apart te kopen opkliknaaldjes, die losstaan van de pensystemen. Sandoz mag dan inmiddels een hipper pensysteem hebben dan in 2011, de naaldjes zijn nog altijd hetzelfde.

Ten tweede: ik verwachtte na het verhaal van Hokken-Koelega naalden aan te treffen waarmee walvisvaarders grote vissen uit oceanen kunnen schieten. Maar in plaats van een bijgeslepen menselijke harpoen, krijg ik een naaldje in handen dat je zonder vergrootglas nauwelijks kunt zien. En: het zijn stuk voor stuk gelikte, felgekleurde pensystemen, die nog het meest doen denken aan de tienkleurenpen waarmee je als kind je druilerige vrije woensdagmiddag overleefde. Geen objecten die angst Ten derde: uit gegevens die ik heb blijkt dat Novo Nordisk in 2011 zijn oudere pen ‘Nordiflex’ uit de roulatie haalde. Precies in dezelfde periode komt de opvolger van de ‘Nordiflex’ de ‘Flexpro’ de markt op, met dezelfde snelheid als waarmee de ‘Nordiflex’ van de markt verdwijnt. Nu zou dat heel toevallig geweest kunnen zijn, dat patiënten op de ‘Flexpro’ allemaal klaar waren met hun behandeling, precies op het moment dat nieuwe patiënten met de ‘Flexpro’ groeihormoon gingen gebruiken.

Het kan ook betekenen dat patiënten op de ‘Nordiflex’ gewoon overgestapt zijn naar de ‘Flexpro’.

Ik spreek af met meer kinder-endocrinologen. Want: is een naaldje van nog geen halve millimeter nou echt de reden geweest dat er jarenlang 60 miljoen euro per jaar aan groeihormoon is uitgegeven, terwijl het met de helft misschien ook had Hier kun je de uitgaven aan groeihormoon bekijken. gekund?

Andere artsen bevestigen: industriegeld is cruciaal

Als ik al artsen te spreken krijg, is het off the record. Of krijg ik op een afspraakverzoek teruggestuurd: ‘Ik kan helaas niet op je verzoek en vragen ingaan, omdat ik vind dat deze discussie binnen de beroepsgroep nog gevoerd moet worden.’

Willem-Jan Gerver, kinderarts-endocrinoloog aan het Maastricht UMC wil wél on the record spreken. Nee, zegt Gerver. Natuurlijk is die pen niet de reden.

Gerver vertelt eigenlijk precies wat in de geheime offerte-aanvraag aan het begin van dit stuk afgedrukt is: ‘De kinderarts-endocrinoloog is niet echt bezig met wie het goedkoopste middel aanbiedt. Waar het hem om gaat is dat hij met de industrie een goede band heeft, dat hij aan geld komt voor onderzoek. Voor een nurse practitioner. Voor een fellow. Die worden er namelijk allemaal van betaald.’

‘In principe is het één maffiose bende’

Ook Gerver heeft Sandoz op bezoek gehad en legt uit hoe hij hun aanbod heeft afgehandeld: ‘Ze kwamen hier en vertelden me dat ze voor de helft van de prijs groeihormoon konden leveren. Prachtig natuurlijk, maar ik heb ze wel gevraagd of ze dan ook de ondersteuning van mijn onderzoek over wilden nemen. Nee, want dan zou het spul veel duurder moeten worden. Dus moest ik me maar wenden tot de zorgverzekeraar.’ Buigend over de tafel: ‘Ze zien me daar al aankomen. Ik ga wat goedkopers voorschrijven, maar ik wil wel graag een ton voor mijn onderzoek?’

Gerver begrijpt wel dat Sandoz zich nauwelijks in de markt heeft kunnen vechten. ‘Dat bedrijf doorkruiste het systeem, waardoor heel veel onderzoeksgeld zou gaan verdwijnen. Daarom zijn ze door alle kanten Het Radboudziekenhuis in Nijmegen zette uiteindelijk, ondanks grote druk , toch zijn patiënten over op het groeihormoon van Sandoz, wat fikse prijsdalingen tot gevolg had in de hele markt. Lees er hier meer over: tegengewerkt.’

Ook een andere specialist durft deze lezing citeerbaar te bevestigen. ‘Ik heb ook mensen kunnen betalen op kosten van de industrie,’ zegt Tom Vulsma, gepensioneerd kinderarts-endocrinoloog die in het AMC werkte. ‘In de vorm van een aio-plaats, of een gespecialiseerde verpleegkundige.’

Een probleem ontstaat volgens hem alleen als het voortbestaan daarvan gaat afhangen van hoe loyaal je aan één fabrikant bent. ‘Dan kun je je wel afvragen of je de ethische grenzen niet makkelijk overschrijdt, als je in een financiële houdgreep komt te zitten. Het is de reden dat ik mijn collega’s niet beticht van pure geldwolverij,’ zegt hij. ‘Kinder-endocrinologen moeten een hele rare tent optuigen om gewoon hun werk te kunnen doen, maar het zijn goede dokters, waarbij kinderen veilig zijn.’

‘Als ik er nu van enige afstand op terugkijk,’ vervolgt Vulsma, ‘besef ik maar al te goed, dat een deel van mijn werk zich afspeelde in een schimmig wereldje waarin de klinische praktijk verstrengeld was met de farmaceutische industrie, en waarin iedereen ermee kon of wilde leven dat geld voor patiëntenzorg en research uit dubieuze bronnen komt... In principe. In principe is het één maffiose bende.’

Sandoz is gevraagd te reageren op dit artikel. Het bedrijf zegt dit ‘stuk ter kennisgeving aan te nemen’ en te ‘voldoen aan alle regelgeving vanuit de European Medicines Agency.’ Daaronder valt een postmarketingstudie die wereldwijd loopt, onder meer in elf Europese landen. ‘Vanuit Nederland was het mogelijk om hieraan deel te nemen. Wij willen geen uitspraken doen over de Nederlandse situatie, maar benadrukken dat wij altijd de intentie hebben om met alle (zorg)partijen in gesprek te zijn en waarbij, binnen wet en regelgeving, ruimte is voor samenwerking’.

Het ErasmusMC stelt zaken te doen met de goedkoopste leverancier, maar zwijgt verder over de koppeling tussen inkoop en onderzoeksgeld. Het LUMC heeft niet gereageerd op een verzoek om commentaar.

Meer lezen?

Farmaceutische bedrijven willen artsen beïnvloeden. Dit zijn de geheime instructies voor de marketeers Dat farmaceutische bedrijven artsen beïnvloeden, is bekend. Ik kreeg een geheim boekje in handen dat een unieke inkijk geeft in hoe Pfizer gedrag van artsen registreert. Lees mijn verhaal hier terug Dankzij deze patiëntenstichting verzandde het beleid dat farmaceuten tot kortingen dwingt Het was een paradepaardje van zorgminister Edith Schippers: ziekenhuizen moesten medicijnen grootschalig inkopen om zo kortingen te bedingen. Het beleid werd halverwege stopgezet door een alarmerend rapport van een patiëntenstichting. Maar hoe reëel waren de risico’s nu echt? Deel twee over een patiëntenclub met wel erg korte lijntjes naar het bedrijfsleven. Lees mijn verhaal hier terug De wapendeal die geen wapendeal bleek (en waarom ook De Correspondent erin tuinde) Die Amerikaanse wapendeal van 110 miljard dollar met Saoedi-Arabië bleek niet te bestaan. Toch sprongen wij ook op de nieuwskaravaan. Lees het verhaal van Lennart hier terug

Facebook
Twitter
LinkedIn
Whatsapp
E-mail