4280 kilometer wandelen, vijf maanden onderweg zijn en dan dit: De man was van Mexico naar Canada gewandeld over de Pacific Crest Trail en had elke mijl een foto van zichzelf genomen. Nu eens met regenponcho aan, dan weer met hoofdlamp op, nu eens afgemat, dan weer stralend. En dat zo’n drieduizend keer. In vier minuten tijd zag je hem ruim twintig kilo verliezen.

Fijn voor hem, dacht ik, maar, euh, hoe was het landschap? Waarom zo’n grote trektocht in je eentje ondernemen als je om de twintig minuten aan het thuisfront moet denken? Waarom je in de tijdloze natuur begeven als je voortdurend bezig bent met hoe je later over nu gaat praten? Wat was er mis met het heden? Met de plek zelf?

Het lijkt mij verrekt lastig, dat altijd maar moeten leven in de voltooid tegenwoordige toekomende tijd: ik zal gewandeld hebben. Maar leven in het heden is vast nog lastiger. Ik wandel: een zeer ingewikkelde werkwoordstijd.

Adembenemende stopmotionfilmpjes over het noorderlicht en de watervallen in IJsland. Eindeloze plaatjes van de vaporetto op het Canal Grande. Miljoenen foto’s van A.F.I.‘s in het Krugerpark.

Tja, het zal wel.

(Kent u de AFI niet? Ik leerde deze interessante Zuid-Afrikaanse gazellesoort kennen dankzij een nogal opgewekte natuurgids aldaar: ‘Yeah, on your left, an A.F.I. Another Fucking Impala.’)

Willen vastleggen is overmoed

Hoe komt het toch dat we niet meer kunnen kijken zonder af te drukken? Dat we niet meer kunnen zien zonder te filmen? We hebben het gevoel iets gemist te hebben, terwijl het objectief gesproken juist het fotograferen en het filmen zijn die ons van alles doen missen.

Het gegraai in de fototas, het kadreren terwijl de alligator zijn bek openspert, het tijdig inzoomen op de verschrikte A.F.I. Wat een stress allemaal. Was de wilde natuur al niet spannend genoeg op zich?

We hebben het gevoel iets gemist te hebben, terwijl het juist het fotograferen is dat ons van alles doen missen

Sylvain Tesson, de onvermoeibare Franse avonturier die voor zijn geweldige boek Zes maanden in de Siberische wouden zes maanden in de Siberische wouden ging leven, schrijft op een bepaald moment dat hij weigert nog te fotograferen.

Daar zat hij dan in zijn ingesneeuwde blokhut. De stilte van het bevroren Baikalmeer. Het late licht op de besneeuwde hellingen. De pakken sneeuw op de dennentakken. Het viel toch niet weer te geven. Wat een overmoed, die drang om alles te vangen. Wat een oneerbied. Het leek wel verraad, vond hij, verraad aan het hier en nu.

Fotografie als radicale eerlijkheid

Zeven jaar geleden trok ik met mijn toenmalig lief kriskras door Albanië. We hadden geen zin om van alles te moeten fotograferen en we hadden nog minder zin om de esthetische variant van het land en onszelf vast te leggen. Wie wilden we daarmee eigenlijk bedriegen, de thuisblijvers of onszelf?

We spraken af: kom, we kopen een wegwerpcamera met zesendertig opnames en we nemen twee keer per dag een foto, om tien uur en om vier uur, waar we ook zijn, wat we ook doen, hoe mooi of lelijk het ook is. En nee, we gaan niet zitten kaderen of inzoomen tot we een fraai plaatje hebben, gewoon trekken wat we zien. Radicale eerlijkheid. Trouwens, met een wegwerpcamera kan je niet inzoomen.

Zo gezegd, zo gedaan. Onze reiswekker ging twee keer per dag af voor het fotomoment. Obligaat trokken wij dan fototoestel uit het bovenvakje van de rugzak en vereeuwigden wij Albanese parkeerterreinen, bouwwerven en bandencentrales — landschapsvormen waaraan de Republiek Albanië overigens bijzonder rijk leek te zijn.

Eén keer ging de wekker zelfs af midden in een ruzie. We liepen net in de hitte langs een afrastering waar geen einde aan kwam en schoten in de lach. Zelden waren we zo vrij van allerlei fotografische en andere dwangneuroses.

Ons systeem werkte twee weken voortreffelijk. Over het resultaat zijn we nog steeds onzeker. In de derde week werd ons fototoestelletje van acht euro namelijk gejat. Ergens in Albanië zit nu een rotjoch met foto’s van een bandencentrale van zeven jaar geleden. Het zal hem leren, de klojo. Die naaktfoto’s waren voor een andere keer.

Meer lezen?

Ode aan het weerzien Wekelijks bezing ik iets, iemand of ergens. Deze week: een man die ik achttien jaar niet gezien heb. Lees mijn ode hier terug Nog één keer: Obama, de president met de hartverwarmendste lach ooit Acht jaar lang maakte Witte Huisfotograaf Pete Souza wekelijks zo’n 20.000 foto’s van president Barack Obama. Door de verkiezing van Donald Trump ben ik anders gaan kijken naar dezelfde foto’s van Obama. Lees het verhaal van Sterre hier terug Hoe walvispoep klimaatverandering tegengaat Walvispoep helpt de effecten van klimaatverandering tegen te gaan. Niets wat in de natuur voorkomt, staat op zichzelf. Lees het verhaal van George hier terug