Illustraties: Pieter Van Eenoge (De Correspondent)

Op 4 juli 2016, Obama was nog president en Amerika vierde Independence Day, publiceerden we op De Correspondent het eerste essay van de Afhankelijkheidsverklaring. Het startschot was afkomstig van theatermaker Rebekka de Wit, die de term Rebekka de Wit poneerde de term oorspronkelijk in haar roman We komen nog één wonder tekort (2015). Vervolgens dook het idee weer op in de theatervoorstelling Heimat II, van onder meer theatermaker Freek van Vielen. In deze podcast van Lex Bohlmeijer vertelt Rebekka er meer over ‘Afhankelijkheid,’ schreef zij, ‘wordt geassocieerd met iets zwaks, onaantrekkelijks en lelijks.’

Het was tijd om iets aan die simplistische opvatting te veranderen, want afhankelijkheid is in onze samenleving Hier Rebekka’s essay. eerder de norm dan de uitzondering.

Inmiddels zijn we ruim een jaar, Hier vind je alle stukken en de podcast terug. dertien stukken en een podcast verder. Het afgelopen jaar hielden theatermakers, journalisten, filosofen, dichters, schrijvers, activisten, een socioloog en een bioloog het thema ‘afhankelijkheid’ tegen het licht. Van klein, zoals de afhankelijkheidsrelaties binnen een gezin, tot groot, zoals de invloed die de walvisjacht heeft op de CO2-concentratie in de atmosfeer.

Om de balans op te maken, organiseerden we in juni een rondetafelgesprek op de redactie. Freek Vielen, Rebekka de Wit en Anoek Nuyens – alledrie theatermakers en meeschrijvers van de serie – schoven bij ons aan. Wat leverde de serie op? Het meest fundamentele inzicht was misschien wel dat je over afhankelijkheid meestal weinig te zeggen hebt: ze is geen keuze, ze is. En als je dat eenmaal ziet, dan zie je het overal.

Maar misschien lijkt het dan alsnog een progressief soort hobbyisme om een serie essays over afhankelijkheid te publiceren. Wat moet je ermee? Wat wij merkten, gaandeweg, is dat het zien van afhankelijkheid en onderlinge verbondenheid je blik op de wereld verandert, en de manier waarop je in het leven staat.

Als je het eenmaal ziet, verdwijnt het gevoel dat de wereld uit elkaar kan vallen als een slecht gedraaide gehaktbal. En komt er iets anders voor in de plaats: het inzicht dat alles afhangt van wat wij Dat schreef Freek Vielen in zijn bijdrage. beslissen, denken, dromen, durven, willen, zeggen, doen.

Onafhankelijkheid is ons ideaal, afhankelijkheid is onze realiteit

Even terug naar het begin. De Afhankelijkheidsverklaring moest er komen, vonden wij, omdat de verheerlijking van onafhankelijkheid is doorgeschoten. We zijn in onze westerse, geïndividualiseerde samenleving gewend om onafhankelijkheid te vieren: om autonomie als een groot goed te zien en zelfstandigheid als het belangrijkste doel van de opvoeding; om onze successen toe te schrijven aan onszelf en om ‘vrijheid’ gelijk te stellen aan ‘doen waar je zelf zin in hebt.’

Het is een manier van kijken die, als het goed is, leidt tot andere keuzes

De self-made man die daadwerkelijk denkt dat hij zijn zegeningen aan zichzelf te danken heeft, dat hij losstaat van de rest – hij is de ultieme belichaming van dit ideaal. Maar ‘er is, natuurlijk, zoiets als een samenleving, en daar sta je middenin,’ schreef de Amerikaanse Lees hier Solnit over ‘de ideologie van isolatie.’ essayist Rebecca Solnit.

De waarheid is dat we allemaal door en door afhankelijk zijn. Van elkaar, maar ook van de dieren en planten om ons heen. Voor ons welzijn, onze veiligheid, en voor ons bestaan.

‘Everything connects.’ Het is een stoner-uitspraak, sure, maar wie de verschillende stukken in de Afhankelijkheidsverklaring leest kan niet anders concluderen dan dat het ook een waarheid als een koe is. Als je het maar ziet.

Afhankelijkheid vereist én veroorzaakt vertrouwen

De vraag is natuurlijk: als je die afhankelijkheid eenmaal ziet, wat zie je dan? Wij kwamen in bijna alle verhalen een drie-eenheid tegen, van afhankelijkheid enerzijds, en ‘macht’, ‘vertrouwen’ en ‘verantwoordelijkheid’ anderzijds.

Laten we beginnen bij vertrouwen en bij het begin daarvan: de mensenbaby, misschien wel Lynn liet zien: zonder zijn afhankelijke babytijd was de mens nooit geworden wie hij nu is. de afhankelijkste aller wezens. Zoals een babychimp zich na zijn geboorte vastgrijpt aan de vacht van zijn moeder, zo grijpt een mensenbaby zich vast aan een onzichtbaar web van ouders, kraamverzorgers, bijspringende grootouders, oppassende neefjes en nichtjes, juffen op de crèche, enzovoorts.

Het is deze afhankelijkheid die er, evolutionair gezien, voor heeft gezorgd dat wij überhaupt in staat zijn om ons aan anderen te verbinden - om lief te hebben, te zorgen en te vertrouwen. Als baby leren we vertrouwen, en als het goed is, blijven we dat de rest van ons leven doen - vooral in afhankelijkheidsrelaties.

Bekijk het zo en zie: vertrouwen is een product van afhankelijkheid. Als we afhankelijk zijn, moeten we ook vertrouwen: Peter Vermeersch leerde van zijn grootvader en diens oude paard: zonder zorg voor elkaar valt niet te overleven. dat het werkpaard dienst zal doen, dat onze moeder ons zal dragen, dat de andere partij het beste met ons voor heeft.

Dat brengt een zeker risico met zich mee, want je weet nu eenmaal nooit zeker of de ander ook daadwerkelijk te vertrouwen is. Maar aangezien mensen Dat bewijzen mensen zowel in sociologische experimenten als in het dagelijks leven, schreef socioloog Olav Velthuis. Bron: Lees hier Velthuis' pleidooi voor kwetsbaarheid. dat ze ‘er wederzijds belang bij hebben het goede voor elkaar te doen,’ kunnen we ons vermogen om ons kwetsbaar op te stellen en een ander te vertrouwen maar beter cultiveren, Lees Olav Velthuis’ pleidooi voor kwetsbaarheid. schreef socioloog Olav Velthuis.

Hoe meer afhankelijkheid, hoe meer verantwoordelijkheid

Wat niet betekent dat afhankelijkheid een feest is. In afhankelijkheidsrelaties is er bijna altijd ook sprake van een verschil in macht: de filantroop heeft meer macht dan de hulpbehoevende, de cipier beperkt de vrijheid van de gevange, de leraar bepaalt of de leerling over gaat of blijft zitten. Grote verschillen in macht maken de afhankelijke partij kwetsbaar.

Dit is ‘geen leuke en dappere kwetsbaarheid van het soort dat je volgens zelfhulpboeken moet omarmen,’ stelde schrijver Roos van Rijswijk. ‘Het is de gebondenheid aan machines die je in leven houden, [...] aan mensen die zeggen of je ergens mag gaan wonen als je vaderland aan flarden ligt.’

Vluchtelingen zijn overgeleverd aan de wetten en grillen van hun wensland, Tamar de Waal: Als je niet kan meepraten over politiek die jouw leven bepaalt. schreef jurist Tamar de Waal. ‘We maken in een democratie structureel beslissingen over allerlei personen die we geen inspraak geven.’

Ook als we het niet zien, zijn anderen van ons afhankelijk

Ook als we het niet zien, zijn anderen dus van ons afhankelijk. Misschien, schreef Rebekka de Wit, ‘als we onze afhankelijkheidsrelaties beter kunnen zien, dat het dan ook helder wordt wat onze verantwoordelijkheid is ten aanzien van alles en iedereen.’

Zo werkt het echt, beaamden we tijdens het rondetafelgesprek. ‘Als je dat eenmaal gezien hebt, zie je het altijd,’ zei Anoek Nuyens. ‘Het is geen keuze meer. Je wordt veel vaker uitgenodigd om je verantwoordelijkheid te nemen.’

Shit’s fucked up and complicated. En toch…

Maar een continu besef van afhankelijkheid kan machteloos stemmen en zelfs verlammend werken. Want, zo schreef Anoek Nuyens, op het moment dat je doorkrijgt dat ontwikkelingshulp samenhangt met de vluchtelingenproblematiek, met Europa en Brexit, met het klimaat en met kiloknallers, dan raak je al gauw verstrikt in ‘een web van complexiteit’ – en voor je het weet durf je je überhaupt nergens meer over uit te spreken.

De kunst is natuurlijk om je ondanks al die complexiteit toch te engageren. Deel te nemen, relaties aan te gaan, met het risico op wrijving en ongelijkwaardigheid en pijn en moeite. Zonder deelname, zonder risico, komen we samen nergens, Ja, alles is eindeloos complex. En toch moeten we ons durven uitspreken, schreef Anoek Nuyens. schreef Nuyens.

Bovendien kan het besef van afhankelijkheid en complexiteit ook juist hoop bieden, schreef Rebecca Solnit. Daden die nu weinig lijken uit te halen zouden namelijk zomaar een historische keten van gebeurtenissen in gang kunnen zetten met een uitkomst die grootser en meeslepender is De geschiedenis leert dat zelfs de allerkleinste daden van verzet nog tientallen jaren kunnen doorwerken, schrijft Rebecca Solnit. dan je ooit had kunnen denken.

Mensen weten niet ‘wat wat ze doen doet,’ zoals Foucault ooit stelde. De moed en het doorzettingsvermogen van een groep suffragettes in Engeland in 1906 inspireerde Mohandas Gandhi bijvoorbeeld om jaren later het verzet te leiden dat India onafhankelijk maakte van Groot-Britannië.

En op zijn beurt inspireerde Gandhi’s vorm van geweldloos verzet Martin Luther King om in de Verenigde Staten de burgerrechtenbeweging vorm te geven, waarbij ook meteen de basis werd gelegd voor de specifieke vorm die de strijd tegen Apartheid in Zuid-Afrika aannam en voor verschillende uitingen van verzet tijdens de Arabische Lente.

‘Ideeën zijn besmettelijk, emoties zijn besmettelijk, moed is besmettelijk,’ aldus Solnit – en onze onderlinge verbondenheid betekent dat daden en beslissingen doorwerken in andere tijden en op andere plekken, als de rimpels die nog op het water verschijnen nadat de steen allang gezonken is.

‘Je staat niet aan de zijlijn,’ zei Freek Vielen in het afsluitende gesprek. Je ziet het misschien niet, maar ‘je hebt op wonderlijke wijze invloed.’

De Afhankelijkheidsverklaring als lens om de wereld door te bekijken

Als serie stukken brengt de Afhankelijkheidsverklaring inzichten over verantwoordelijkheid en vertrouwen, complexiteit en hoop. Als woord biedt het een lens, een kader, een manier waarop je naar de werkelijkheid kan kijken. Het is een begrip dat helpt om netwerken te zien waar je eerst alleen stippen zag, ‘wij’ en ‘ons’ in plaats van een verzameling ikken.

En misschien is de tijd er ook wel rijp voor, voor zo’n lens. Want hoe dierbaar het autonome zelf, het onafhankelijke individu ons ook moge zijn, in de praktijk zijn we al lang bezig er afscheid van te nemen.

Hoe dierbaar het autonome zelf ons ook moge zijn, in de praktijk zijn we bezig er afscheid van te nemen

Dat zie je bijvoorbeeld aan de manier waarop we onze nieuwe digitale technologieën gebruiken: om te delen, om samen kennis te creëren en om dichtbij anderen in ons netwerk te zijn, – zelfs tijdens onze vakantie, roamend. Je ziet het ook in de hernieuwde zoektocht naar ‘de De ‘commons’ zijn de culturele en natuurlijke ‘hulpbronnen’ of ‘goederen’ waar de samenleving niet zonder kan: ze zijn toegankelijk voor alle leden van de samenleving en gemeenschappelijk bezit, dus niet in private handen. Denk aan de lucht, het water, en bewoonbare grond, of aan publieke ruimtes zoals dorpspleinen, openbaar toegankelijke musea, gemeentehuizen en stadstuinen. waarvan zijn we als gemeenschap afhankelijk en hoe kunnen we die beschermen?

Misschien nemen we langzaam afscheid van het individu dat ‘voor zichzelf’ denkt en herontdekken we een zelf dat in de samenleving tot stand komt, een zelf dat eerst en vooral bij de gratie van anderen bestaat. Het is wat de Zuid-Afrikaanse Ubuntu-filosofie ons al veel langer vertelt, zoals dichter Antjie Krog uitlegt: ik word ‘ik’ dankzij mijn verbondenheid met anderen – mensen, dieren, de kosmos. Antjie Krog over de Afrikaanse filosofie die inspireert tot een nieuw soort verbondenheid. Zonder dat netwerk ben ik niets.

Noem het een Het idee van de paradigmawisseling is afkomstig van wetenschapshistoricus Thomas Kuhn, die het muntte voor het moment in de wetenschap waarop oude ideeën, theorieën en denksystemen niet meer voldoen om een nieuwe werkelijkheid te beschrijven. Een voorbeeld van een paradigmawisseling is het moment waarop Copernicus voorstelde dat de zon in het centrum van het heelal staat, niet de aarde. De ommezwaai die volgde gooide alle gevestigde ideeën van de kerk overhoop, en was het begin van de wetenschappelijke revolutie. Of noem het het terugzwaaien van Lees over de beweging van deze pendule en ‘The Emergence of the Hive Mind’ in de Hedgehog Review. een slinger: de geschiedenis van het westerse denken staat immers in het teken van een heen-en-weerbeweging, een afwisseling van nadruk op dan weer het individu, dan weer de gemeenschap. In de middeleeuwen stond het collectief nog boven het individu; pas met het aanbreken van de moderne tijd, met de opkomst van wetenschap en het heiligverklaren van de zelfstandige ratio, Een ander voorbeeld van dezelfde beweging zie je in de twintigste eeuw. Tijdens de oorlog en de wederopbouw kwam een grote nadruk op collectiviteit te liggen. Vanaf de jaren 60 begint de pendule terug te zwaaien naar het individu.

Inmiddels wordt het steeds lastiger te negeren wat daar de gevolgen van zijn. Want als het ieder voor zich is, dan lijden de commons; dan warmt de aarde op en sterven allerhande dier- en plantensoorten uit. Als we ‘onafhankelijk’ gelijkschakelen aan ‘sterk’, ‘goed’ en ‘succesvol,’ dan verliezen we uit het oog dat niemand een eiland is, dat self-made mannen niet bestaan.

Dat onze daden gevolgen hebben voor de mensen om ons heen en de generaties na ons, dat wijzelf het gevolg zijn van beslissingen, acties en toevalligheden die aan ons vooraf gingen. Dat het die sociale relaties zijn die ons ‘ons’ maken; dat er geen ‘zelf’ is zonder de ander. En dat die diepe verbondenheid geen keuze is, maar een gegeven: je kan er immers niet voor kiezen, aldus Antjie Krog, Het essay van Krog. ‘om geen navelstreng te hebben.’

Het idee van een Afhankelijkheidsverklaring helpt om al die vormen van verbondenheid, groot en klein, te zien als uitingen van hetzelfde fenomeen. Een fenomeen waar je niet uit kan stappen, maar waar je je wel voor kan uitspreken: ik verklaar mij afhankelijk, en aanvaard alle verantwoordelijkheden, alle onzekerheden, alle risico’s en alle vormen van vertrouwen die daar bij komen kijken.

De slinger beweegt de andere kant op

De grootste potentie van het begrip ‘Afhankelijkheidsverklaring’ is dus niet een daadwerkelijke verklaring – en die zul je hier ook niet vinden. Het is geen document dat alle andere documenten overbodig maakt, geen lijstje bulletpoints noch een pamflet. Het is een manier van kijken die, als het goed is, leidt tot andere keuzes.

De grootste belofte is dat het ons, door te oefenen, lukt om die blik vast te houden. Dan wordt ons begrip van afhankelijkheid zoiets als de evolutieleer: het is er de hele tijd, als bepalende kracht, en je begrip van de wereld en jouw invloed daarop wordt groter als je jezelf afhankelijk verklaart.

Inmiddels heeft Donald Trump zijn eerste Independence Day als president van de Verenigde Staten erop zitten. Hij bracht ‘m door in het gezelschap van militairen en hun families, de mannen en vrouwen die Amerika veilig en vrij houden.

Trump is een president die nog vasthoudt aan het idee van isolatie, van Amerika als eenzame cowboy, van het individu als de belangrijkste eenheid en autonomie als het grootste goed. Maar dit is niet vol te houden. Onder zijn voeten, onder onze voeten, beweegt de slinger een andere kant op. Traag nog, onopgemerkt bijna – maar met steeds meer aanhangers, woordvoerders, en een groeiend vocabulaire.

Wij verklaren ons afhankelijk.

Lees hier alle essays terug:

Hier vind je alle essays van de Afhankelijkheidsverklaring We werken op De Correspondent aan een Afhankelijkheidsverklaring, omdat er duizenden touwtjes lopen tussen alle mensen, dieren en planten, dwars door de millennia. Als we dat vergeten, werken we onszelf in de nesten. Hier vind je alle essays uit de serie terug. Lees het verhaal van Jelmer hier terug

Met veel dank aan Nina Polak (co-redacteur van de serie) en aan Pieter Van Eenoge, die alle stukken voorzag van zijn prachtige illustraties

Lees meer:

Dit zou er van ons overblijven als er geen buitenland was In het nieuws wordt ‘het buitenland’ dagelijks verbeeld als een onuitputtelijke bron van dreiging en ellende. Veel minder vaak krijgen we te zien dat het buitenland óók de bron is van bijna alles wat ons dierbaar is. Tijd voor een gedachte-experiment: wat zouden we missen als er geen buitenland was? Lees het verhaal van Rob hier terug Vergeet even alle oorlogen. En zie: het bestaan is één grote wonderlijke samenwerking Soms voelt het alsof de wereld een oorlog van allen tegen allen is. Van zwart tegen wit, van arm tegen rijk, van Trump versus Clinton. Maar bedenk in deze donkere dagen van tegenstellingen en polarisatie: onze natuur bestaat meer uit samenwerking dan uit strijd. Lees het verhaal van Tamar hier terug
Maak kennis met de belangrijkste reiziger die nog geen naam had: de treinfietser Bijna de helft van alle treinreizigers gebruikt de fiets om naar het station te komen. Zonder dat we het doorhebben, vormt de fietstrein het tweede vervoerssysteem van Nederland. Verkeerskundige Roland Kager legde me uit waarom we de treinfietser als aparte reiziger moeten (h)erkennen: er is juist hier nog enorme groei mogelijk. Lees het verhaal van Thalia hier terug