In Nederland is er geen genre dat op Spotify zo veel beluisterd wordt. Geen muzieksoort dat zo prominent opduikt in de hedendaagse hitlijsten, en waarvan de vertegenwoordigers zulke massale volgersaantallen hebben op social media en wier videoclips in korte tijd zo veel worden bekeken.

Hiermee doel ik niet op Amerikaanse artiesten, ik doel op hun Nederlandse equivalenten. Specifieker: op Nederlandse hiphopartiesten die het hebben over wat ze meemaken als jongere in Nederland

En toch: wanneer er op De Correspondent, of door andere mainstreammedia, bericht wordt over hedendaagse rappers, roept dat vaak negatieve en clichématige reacties op. Dat hiphop geen muziek is, dat al die nummers voorspelbaar en oppervlakkig klinken, dat rappers inwisselbaar zijn, dat ze het alleen maar over geld hebben en dat een site als deze zich dus niet met die ‘muziek’ bezig hoeft te houden.

Terwijl het feit dat de werelden van veel Correspondent-lezers en hedendaagse hiphopluisteraars zo verschillen juist reden is ernaar te kijken. Terwijl er binnen de Nederlandse hiphop heel veel experiment en vernieuwing plaatsvindt die aandacht behoeft. Terwijl hiphop (maatschappelijke) verhalen vertelt die het verdienen gehoord te worden.

Om die reden heb ik voor De Correspondent meerdere reportages gemaakt over hiphopartiesten. Ik een jonge Marokkaans-Nederlandse rapper die is opgegroeid in Maarssen te midden van ‘tweede generatie’-kinderen zoals hijzelf en die dat lichte gevoel van vervreemding perfect beschrijft in zijn raps. Ik die de verlokking van het straatleven en de bijbehorende criminaliteit van binnenuit weergeeft, sfeervol, verleidelijk, inzichtelijk.

Natuurlijk wil ik daarmee lezers niet opdringen naar hiphop te luisteren. Smaken verschillen nu eenmaal en ik kan me zelfs goed voorstellen dat veel mensen die niet met hiphopmuziek zijn opgegroeid, luisterend naar rapnummers in eerste instantie vooral drukke beats en stoer pratende jochies horen.

Maar ondanks de positieve en geïnteresseerde reacties die de hiphopstukken op De Correspondent meestal oproepen (waarvoor dank!), merk ik dat er een handvol hardnekkige vooroordelen en kanttekeningen bestaat. Collega Vera Mulder heeft me al meerdere keren gezegd: ‘Van buitenaf worden alle stukken over hiphop waanzinnig goed gelezen, maar leden lijken zich er nog steeds niet helemaal raad mee te weten.’

Mede daarom licht ik hieronder kort vier reacties uit die veelvuldig opduiken onder aan De Correspondentstukken over hiphop. En die mijns inziens de bijbehorende discussies en gesprekken eerder in de weg staan dan bespoedigen.

Enigszins pompeus zou ik willen zeggen dat ik wanneer ik over hiphop schrijf, de grootste jongerencultuur van Nederland, die kloof probeer te verkleinen, en hopelijk kan deze column daar een aanzet toe zijn.

1. Hiphop is geen muziek

Ruim een jaar geleden publiceerde ik een stuk over vier misverstanden die vaak opduiken in hiphopjournalistiek. Meerdere mensen schreven daar tot mijn verbazing onder: ‘Misverstand 5: hiphop is muziek.’

Het achterliggende gevoel meen ik nog wel te kunnen begrijpen. Ook los van De Correspondent krijg ik met regelmaat de opmerking wat ik nu in deze muziek hoor (zeker mensen van boven de veertig, vijftig informeren daarnaar).

Zeker mensen van boven de veertig, vijftig informeren daarnaar

Een begrijpelijke vraag. In iedere muzieksoort – en ik vermoed zelfs van elke kunstvorm – valt pas werkelijk onderscheid te maken voor degenen die enigszins thuis zijn in de materie. Zelf hoor ik wanneer het gaat om dance, hardrock of jazz nauwelijks variatie. Het vreemde is dat de opmerking vrijwel altijd samengaat met een verwijt: rappers zijn allemaal oppervlakkig.

Prima als iemand niet graag naar Kendrick Lamar, Lil’ Kleine of Eminem luistert, maar wie aan persoonlijke afkeer grote, algehele conclusies verbindt over een hele stroming komt al snel in inhoudelijk drijfzand terecht.

2. Hiphop is muzikaal gezien oninteressant

Wanneer hiphop wel als muziek wordt gezien, komen al snel de volgende klachten: dat rappers pocherige, masculiene, vrouwonvriendelijke en gewelddadige verschijningen zijn.
Ik begrijp waar die beelden vandaan komen, maar ze zijn generaliserend. Ik heb in al geprobeerd uit te leggen dat er talloze gradaties in hiphopartiesten aan te brengen zijn en dat juist uiterlijk vertoon vaak belangrijk is voor stemlozen die van zich laten horen door middel van muziek.

Maar het misverstand blijft hardnekkig. Bij struikelden meerdere mensen over het leefpatroon van de aanwezige rappers. Onder het stuk werd onder meer geschreven: ‘Waren er ook rappers bij die niet zopen, wiet of andere verruimende middelen (nou vooruit, koffie, thee en chocolade uitgezonderd) gebruikten? En gewoon wel een paar uur slipen [sic.] om weer fris te zijn?’

Goed, het komt vaker voor dat mensen rappers verwijten dat ze voldoen aan stereotyperingen en zich, zowel achter de microfoon als in hun publieke verschijning, hetzelfde gedragen. Het vreemde aan die klachten is vooral dat er (gegeneraliseerde) randzaken (iemands uiterlijk, iemands drinkgewoontes) worden gebruikt om een oordeel te vellen over iemands kunst.

Bij ging het bijvoorbeeld voortdurend over de oude persfoto die bij het stuk werd gebruikt, waarop ze boos kijkend en met een wapen en een drankfles werden vastgelegd. ‘Ja hoor, daar zijn ze weer: fototje met gunnetje, drankje, boos fronsje […] En daar zijn er al zoveel van. Dat is geen discriminatie, dat is met een matig product komen waar veel meer aanbod is dan vraag.’

Die laatste zinsnede is aantoonbaar onjuist (er wordt ontzettend veel geluisterd naar hedendaagse hiphop), ook de rest van de comment is schrijnend. Het hele interview met Fresku en MocroManiac gaat juist over hoe ze zichzelf willen positioneren in het publieke debat en welk verhaal ze willen uitdragen. En zo zijn er veel meer rappers, afkomstig uit de meest uiteenlopende milieus en met de meest uiteenlopende gevoelens, die openhartig, emotioneel en intelligent te werk gaan.

Een paar voorbeelden van afgelopen jaar: (al verscheen die digitaal nog eind vorig jaar), een langgerekt overrompelend, chaotisch politiek statement, Rap Album Two van Jonwayne, een bijzonder zelfkritische, geestige en bij tijd en wijle suïcidale witte Amerikaan met lang haar en een immense buik, het speelse IZM van en het gedurfde, muzikaal rijke Rémi van Allemaal hiphop, allemaal overtuigend, en allemaal totaal verschillend.

3. Hiphop is een gewelddadig genre en criminaliteit wordt verheerlijkt

‘Echte muzikanten. Ik denk dat dat muzikanten zijn die wat toevoegen, niet alleen maar aan zichzelf denken en criminaliteit verheerlijken,’ stond onder mijn column

Bij mijn interview met Lijpe lees ik: ‘Ik krijg ineens wensfantasietjes over opvoedkundige, positief ingestoken rap, gemaakt door iemand met zoveel charisma, dat het nog gepikt wordt ook.’

Een derde reactie: ‘Wat ik tragisch vind is dat hiphop weliswaar een stem heeft verleend aan zwarte jongeren uit de getto’s, maar die stem heeft niet geholpen om uit de getto’s te ontsnappen. Integendeel zelfs: weinig heeft zo bijgedragen tot de negatieve stereotypering van zwarten uit de getto’s als hiphop.’

‘Ik krijg ineens wensfantasietjes over opvoedkundige, positief ingestoken rap’

Bijna alle vormen van kunst draaien het om conflict. Soms is dat verkapt, soms is het duidelijk. In het geval van hiphop geldt vaak het tweede: veel rappers zijn begonnen met muziek maken uit onvrede over hun rol in het publieke leven. Weggestopt in arme buurten, gediscrimineerd op de arbeidsmarkt, over het hoofd gezien door politici.

Natuurlijk hoor je die onvrede terug in de muziek. Dat is zelden een vorm van verheerlijking, het komt eerder neer op verslaggeving. Ice Cube wijdde daar zijn nummer ‘Gangsta Rap Made Me Do It’ aan, waarvan de video begint in een klaslokaal. Een docent legt uit dat gangsterrap de getto’s donker en gevaarlijk heeft gemaakt, tot een jonge leerlinge haar vinger opsteekt: is het niet zo dat die getto’s donker en gevaarlijk waren en dat ontevreden burgers daar toen over begonnen te rappen?

YouTube
Bekijk hier de clip bij ‘Gangsta Rap Made Me Do It’ van Ice Cube.

Het is de vinger op de zere plek. Hiphop is opgekomen als een vorm van straatjournalistiek: ‘The black CNN,’ zoals rapgroep Public Enemy het genre ooit doopte. Uiteraard zijn er mensen die daarvan profiteren en het geweld in hun werk overdreven aanzetten, maar de grote teneur van hiphopmuziek is er een die recht uit het hart komt: dit zijn, zowel in Amerika als in Nederland, jongeren die geen prominente plaats in de samenleving hebben en die met muziek proberen op te eisen.

Ik ben ervan overtuigd dat ik grote delen van Nederland, en wederom: juist de delen waar ik anders niet kom, beter ben gaan begrijpen door hiphop. Daarnaast: is er ooit gevraagd om opvoedkundige jazz of rock?

4. Muziek is niet ‘echt’ als er veel geld mee verdiend wordt

Het laatste misverstand over hiphop betreft een scheiding die vaak opduikt: die tussen ‘underground’ en ‘commercieel’. Dat gebeurt al decennia, ook bij andere genres, maar binnen bepaalde hiphopkringen zijn de termen bovenmatig populair en ook op De Correspondent duiken ze vaak op.

‘Het gaat de sell-outs om bling-bling en [ze] verloochenen de kritische roots van hiphop, waar het toch echt mee begon. […] Echte artiesten bestaan nog steeds, naast de zakenmannetjes.’
En bij ‘Erg oppervlakkig. Toch wel jammer dat alleen deze commerciële stroming belicht wordt op De Correspondent.’

Ik breng daar graag tegenin: het heeft iets ronduit tegenstrijdigs om het kritische, inhoudelijke aspect van hiphop te prijzen door je te blijven richten op randzaken en op hokjes die zelf bedacht zijn.

Want: hiphop verandert voortdurend. Het geluid van de huidige rappers lijkt in niets op die van tien jaar geleden. Het genre fluctueert, af en toe ook kanten op waar ik weinig mee heb of me gewoonweg te oud voor voel, maar er zit leven in, het broeit en bruist, het is bij tijd en wijle een soort muzikale polsslag van de moderne tijd – en alleen al daarom blijf ik ernaar luisteren en over schrijven.

Lees ook:

Het Amerika van nu maakt Hollywood bang, merkt filmcomponist Tom Holkenborg (Junkie XL) Componist Tom Holkenborg heeft zich de afgelopen jaren vanuit de luwte opgewerkt tot het hart van Hollywood en maakt de soundtracks van films als Mad Max, Batman V Superman en Tomb Raider. Als ik hem spreek, geeft hij een uniek inkijkje in de filmindustrie - en zijn rol daarin. Lees het interview hier terug Podcast: We zijn thuis bij Sevn Alias, een van de populairste muzikanten van nu We hebben een muziekpodcast: Artiesten Die We Tof Vinden En Waar We Meer Van Willen Weten. In deze pilotaflevering zijn we thuis bij Sevn Alias, die zijn nieuwe album Picasso lanceert. ‘In Nederland zijn gewoon veel mensen die van feestmuziek houden.’ Luister de podcast hier terug

Foto: Koos Breukel