Beste,

Een baby vereist drie basisingrediënten: een spermacel, een eicel en een baarmoeder. Idealiter beschikt een stel dat kinderen wil over een gezonde versie van alle drie. Maar bij een groeiende groep wensouders is dat niet het geval. Meestal zijn dan de eitjes van de vrouw, na decennia aan werk en studie, over datum.

Oplossing: koop een jong eitje van een Spaanse studente met studieschuld.

Een groeimarkt.

Eerder vond ik de internationale handel in babymateriaal niet interessant. Het leek me achterhaald. Straks kunnen we toch tot zaad en eitjes en dan zit niemand meer verlegen om eigen gameten. Bij muizen lukt het al.

Die artificiële baarmoeder is ook aanstaande; zie het schaapje dat rustig doorontwikkelde in een knusse high-tech plastic zak. Vruchtbaarheid voor iedereen!

Toch, voordat deze technologieën hufterproof zijn en gezonde mensenbaby’s leveren zijn we misschien decennia verder. En in de tussentijd is vruchtbaarheid dus iets dat mensen mét geld kopen van mensen zonder.

Maar moet je dat babytoerisme toestaan? Waar is de politiek in deze? Wat doen we met de rechten van donor- of draagmoederkinderen? Sowieso: welke maatschappelijke impact heeft al ons baby-uitstel? Hoe blij moeten vrouwen eigenlijk zijn met een rekbare-vruchtbaarheid-door-embryotech?

Deze week ging ik in vogelvlucht door de problematiek rond laat moederschap:

Hoe we kinderen bléven uitstellen en zo een monster baarden: de baby-industrie In haar vruchtbare jaren zet de vrouw allerlei technologie in om beslist niet zwanger te worden. Om dan in haar onvruchtbare jaren naar tech te grijpen opdat dat vooral wél lukt. En daar kleven nadelen aan. Voor vrouwenlijven, generaties labbaby’s, voor de verhoudingen tussen arm en rijk of man en vrouw. Een overzicht. Lees hier het verhaal

Onder het stuk praten experts mee waar je vragen aan kunt stellen, maar als je liever een live gedachtewisseling bijwoont: volgende week dinsdag 29 mei organiseert journalist Larissa Pans met als thema ‘Brave New Baby, hoe we in de toekomst kinderen krijgen’.

Daar aanwezig: stamcelonderzoeker Susana Chuva de Sousa Lopes over eicellen maken uit stamcellen, ethicus Annelien Bredenoord over de morele pijn van embryotech en Bert Alberda over de geschiedenis van ivf.

Kinderwens verkoopt embryotech

De belofte van die vervulde kinderwens lijkt verder een belangrijke driver achter de doorontwikkeling van embryotech – tenminste, achter de publieke acceptatie ervan (belangrijk).

Dat viel me althans in toen ik begin deze maand dit interview zag van De Telegraaf:

YouTube
Wetenschappers bouwen aan een synthetisch muizenembryo.

In het filmpje doet het er niet toe wáárom de wetenschappers een muizenembryo wilden bouwen uit twee verschillende soorten stamcellen (natuurlijk niet), of wat ze precies hoopten te leren. De vraag is: wat kun je ermee? Met die kunstmatige embryo’s?

Een voice-over geeft antwoord: ‘Deze techniek kan worden gebruikt in allerlei wetenschappelijke onderzoeken. Bijvoorbeeld naar nieuwe medicatie, of erfelijke ziektes. Maar ook het verbeteren van ivf-behandelingen.’

Lekker breed.

haakt in op dat laatste: ‘Ivf, dat zijn de technieken die je gebruikt om patiënten die zelf geen kinderen kunnen krijgen, via een lab kinderen te geven. Dat proces is absoluut nog niet optimaal. In heel veel gevallen lukt het niet. Dat wil je optimaliseren. Op deze manier kun je dat doen.’

Interviewer: ‘Denk je dat het ooit zover komt? Dat er ooit mensen zullen rondlopen, geboren uit een kweekembryo?’

De wetenschapper weet het niet. Bij muizen zal het vast gebeuren. En afhankelijk van hoeveel energie je erin stopt kan het bij mensen dan ook. Dat is tenslotte ook maar een zoogdier. Maar daar moet eerst een maatschappelijk debat over komen.

Interviewer: ‘Ja, inderdaad. Moeten we dit wel willen? Kunstmatige mensembryo’s?’

Wetenschapper: ‘Ik kan me voorstellen dat er mensen zijn die ouders willen worden en geen kinderen kunnen krijgen en die zouden zeggen: nou, als deze technieken dat mogelijk maken, dan zouden we toch graag zien dat dat zich doorontwikkelt.’

Wat de kijker zich precies bij die ‘doorontwikkeling’ voor moet stellen is een raadsel. Want wat nu uit het synthetische muizenembryo van deze wetenschappers zou groeien is bovenal een kloon van de muis wiens stamcellen zijn gebruikt om het embryo te maken.

Wil je ouders een individu bezorgen en geen kloon, dan moet je bijvoorbeeld weten hoe je cellen meiose laat doorlopen, in plaats van mitose. (Een heel ander soort celdeling.) En nog een hoop andere dingen. Maar whatever, mijn punt is: blijkbaar moet de maatschappelijke discussie over ‘wel of niet synthetische mensenembryo’s?’ gevoerd worden met in het achterhoofd het idee dat een ‘ja’ wensouders mogelijk kinderen oplevert.

Of: dat een ‘nee’ wensouders die kinderen ontzegt.

Andere toepassingen van synthetische mensembryotech – of andere oplossingen voor het wensouderoverschot – blijven onbesproken.

Eitjes van een andere orde

Tot slot: op de website van de Vogelbescherming zijn weer allerlei lentekuikens te volgen. Van hele pluizige ronkende tot moeder havik die haar enige overgebleven havikkuiken voert met afgescheurde reepjes van diens dode broertjes en zusjes.

Ga dat zien. (In HD.)

YouTube
Hoe loopt dit af?!