Quizvraag 1: enig idee hoeveel jongens van 10 en 11 jaar er in Nederland wonen?

het Centraal Bureau voor de Statistiek wonen er 94.853 jongens van 10, en en 97.078 jongens van 11 in Nederland. Bij elkaar 191.931.

Quizvraag 2: weet je hoeveel jongens van 10 en 11 voetbal spelen? Dat wil zeggen: hoeveel jongens er ‘officieel’ voetbal spelen, bij een ‘echte’ voetbalclub?

het jaarverslag 2017/2018 van de KNVB zijn dat er 86.031.

Sta er even bij stil: bijna 45 procent van alle 10- en 11-jarige jongens in Nederland speelt voetbal bij een ‘echte’ voetbalclub. Let wel: dat is dus nog zonder die jongens die wel regelmatig op het veldje of park in de buurt voetballen, maar niet lid zijn van een club.

De cijfers voor meisjes zijn vergeleken met de jongens niet zo overweldigend, maar met de rest van Europa steken we er eveneens

Wie deze cijfers ziet, kan eigenlijk moeilijk anders concluderen: Nederland is een voetballersfabriek.

Het vanzelfsprekende wonder van het Nederlandse voetbal

Dit is het wonder van het Nederlandse voetbal: het amateurvoetbal.

Een onzichtbare hand duwt jongens, en in toenemende mate ook meisjes, richting de sport. En die massale deelname, niet omdat het moet, maar omdat het kan, garandeert dat Nederland altijd goede voetballers zal voortbrengen.

Want het zijn niet alleen de aantallen die het Nederlandse succes verklaren – veel landen hebben in absolute zin veel meer spelers dan Nederland. Het zit hem ook in de omstandigheden: Nederlandse voetballers spelen op (doorgaans) prima velden, in (doorgaans) goede kleedkamers, en (vaak) met prima scheidsrechters – waar dan ook in het land.

‘Sommige plattelandsdorpen hebben misschien geen school meer, en ze hebben misschien geen supermarkt meer’, zegt Remco Hoekman, onderzoeker aan het en recent aan de Radboud Universiteit op de betekenis van sportbeleid en sportaccommodaties in Nederland. ‘Maar er is vrijwel altijd wel een voetbalveld.’

Gemiddeld, zo Hoekman, is er op 1,6 kilometer van elk huis een voetbalclub. Een club met (doorgaans) een goede administratie, een kantinedienst, een rijschema voor de ouders.

Wij zijn dit alles normaal gaan vinden, maar buitenlanders valt het wel op. Geen wonder dat jullie zo goed zijn in voetballen, zou Franz Beckenbauer eens hebben na een helikoptervlucht boven Nederland, want jullie land bestaat vooral uit voetbalvelden.

Een goede wedstrijd voor iedereen die wil voetballen

Een ander groot voordeel is Nederlands kleinheid en bereisbaarheid.

Vraag en aanbod van voetballers komen daardoor snel en simpel bij elkaar. Door die vele voetballertjes op die hele kleine ruimte zijn er altijd medespelers en tegenstanders van ongeveer hetzelfde niveau te vinden, binnen een straal van enkele kilometers, waardoor het spel leuk, leerzaam en uitdagend blijft.

Dit alles wordt mogelijk gemaakt, zoals de auteurs van schrijven, door een indrukwekkende logistieke operatie, gerund door bestuursleden, wedstrijdsecretarissen, kantinemewerkers, materiaalmannen, die het doen voor weinig meer dan een plastic bekertje matige koffie.

Natuurlijk: trainers Natuurlijk: de vrijwilligerscultuur Natuurlijk: kinderen spelen minder op straat. Maar kijk ook eens wat er wel is. Of anders gezegd: besef wat er elders vaak niet is. Namelijk: vrij veel van al het bovenstaande.

Vrijwel overal ter wereld zijn ze slechter af. De deelname is geringer, de afstanden zijn groter, de accommodaties brakker, de tegenstanders te sterk of te zwak, de competitie minder strak geregeld.

Het mysterie van talentontwikkeling

Die massale participatie, op dat kleine stukje grond, in die ideale omstandigheden, is geen garantie voor succes in de topsport. Maar het is wel een zeer belangrijke voorwaarde.

Hoe anders kan het dat het kleine Nederland al decennia overpresteert? Topspelers dienen zich door de geweldige ‘voetbalinfrastructuur’ vanzelf aan. De profclubs hoeven alleen maar de grootste knooppunten te bezoeken – de grote amateurclubs dus – om de beste spelertjes eruit te plukken.

Natuurlijk: er zitten ook nadelen aan deze infrastructuur. De intensieve competitie betekent ook dat spelertjes al heel vroeg worden in ‘wel talentvol’ en ‘niet talentvol’ – waardoor jongens en meisjes die zich langzamer ontwikkelen, buiten de boot vallen. Zelfs amateurclubs proberen spelertjes van elkaar weg te lokken.

Het is een grensoverschrijdend thema – waar, wanneer, hoe en waarom kweken sommige plekken wel voetbaltalent, en anderen niet? Wat is beïnvloedbaar, wat niet, hoe bied je gelijke kansen? En moet je wel competitie spelen? Leidt de focus op winnen niet juist tot verkwisting van talent?

Overal ter wereld – van tot tot – stellen opleiders, coaches, en sportwetenschappers zich zulke vragen.

Nederland: een imperfecte, magnifieke voetbalmachine

Perfect is het Nederlandse systeem dus niet, maar wel effectief, en fascinerend.

Daarom staat de Unbreaking News-bus ook geparkeerd op sportpark Middenmeer in Amsterdam. Een van de grote amateurvoetbalterreinen van Nederland, en vermoedelijk een van de grootste broedplaatsen van voetbalsterren wereldwijd.

De bus had overigens ook kunnen staan in Rotterdam, dat andere knooppunt van voetbaltalent, in het Zuiderpark, met al zijn amateurclubs. Of in Katwijk, met al twee schitterende clubs, Quick Boys en Katwijk. Of op sportpark De Westmaat, in Spakenburg, waar IJsselmeervogels en Spakenburg elkaar haten (maar stiekem liefhebben).

Of in Rozendaal, de gemeente met de meeste voetbalwedstrijden per inwoner Of in Groesbeek, waar twee topamateurclubs elkaar naar het leven staan, recent vereeuwigd Of bij VSV ‘31, de eerste club van Vlieland, de laatste gemeente van Nederland zonder voetbalvereniging.

Allemaal dragen ze bij aan dat unicum – de magnifieke Nederlandse voetbalmachine, die door niemand is ontworpen, maar door iedereen is gebouwd, en die zelden geroemd wordt voor wat ze waard is.

Unbreaking News: de kantinedienst is weer geregeld!

Unbreaking News: er staat weer een niet al te partijdige grensrechter!

Unbreaking News: er is weer een nieuw kunstgrasveld aangelegd!

Lees verder:

Hoe goed ben jij in je werk? Dit voetbalsprookje laat zien dat talent niet doorslaggevend is Hoe werknemers functioneren, wordt meestal individueel beoordeeld, zonder te kijken naar de context waarin ze opereren. De adembenemende carrièrewendingen van de Noorse spits Alexander Sørloth laten zien dat dit zinloos is. Lees het verhaal van Michiel hier terug
Deze nieuwe cijfers tonen hoe oneerlijk het Nederlandse voetbal is georganiseerd Eerder schreef ik over het geboortemaandeffect; voor het laatste in januari van dit jaar. Kinderen die zijn geboren in de eerste maanden van het jaar, zitten vaker in de jeugdopleiding van een profclub dan kinderen uit latere maanden. Waarom? Omdat ze relatief ouder zijn, en dus sterker, sneller, en (iets) ervarener. Maar niet per se talentvoller. Lees het stuk hier terug.