Het telefoontje dat zijn leven veranderde herinnert Thomas Grønnemark zich nog tot in detail.

Op 3 juli vorig jaar was – beroep: inworpcoach en – met zijn vrouw en twee kinderen op weg naar in het plaatsje Knebel in Oost-Denemarken, toen hij op zijn telefoon een gemiste oproep zag met de landcode +44 van Engeland. ‘Iemand die me pennen of zoiets probeert te verkopen, dacht ik.’

Als ondernemer krijgt hij vaker zulke telefoontjes uit Engeland. Toch luisterde hij de bijbehorende voicemail maar af. En daar hoorde hij, onmiskenbaar, de karakteristieke stem van Jürgen Klopp, de wereldberoemde trainer van Liverpool FC.

Klopp legde in het Engels uit dat hij in de Duitse krant Bild had over Grønnemarks werk: het verbeteren van de inworpen van voetballers. Of hij misschien iets voor Liverpool kon betekenen. Hij zag daar ruimte voor verbetering bij zijn spelers. Please call me back.

Dat deed Grønnemark direct, hartslag op hol, maar Klopp nam niet op. Twintig minuten en veel opwinding in de auto later belde de trainer terug. Grønnemarks vrouw nam op, zei dat het Klopp was, waarop Grønnemark de auto in de dichtsbijzijnde berm parkeerde.

‘Het belangrijkste telefoontje van mijn leven’, zegt Grønnemark telefonisch, met minder drama in zijn stem dan de woorden suggereren. ‘Ja, dat is gewoon zo. Mijn leven is daarna compleet veranderd.’

Een fascinatie voor inworpen dankzij zijn twee neven Bent en Johnny

Een week na dat telefoontje volgde een kennismakingsgesprek, een proeftraining aan de spelers en staf van Liverpool, en een contract tot het einde van het jaar, dat halverwege werd verlengd tot 30 juni. Grønnemark en Liverpool bespreken momenteel een nieuw contract.

Opeens was hij van ‘Thomas Grønnemark, ietwat curieuze motivational-speaker-en-inworpcoach voor ietwat curieuze clubs’ veranderd in ‘Thomas Grønnemark, inworpcoach voor een van de beroemdste en beste clubs ter wereld’. Nadat het nieuws over de samenwerking uitlekte, stond er weinig stil in zijn leven.

meldden zich diverse clubs toonden interesse voor zijn diensten, verzoeken voor spreekbeurten stroomden binnen. Tachtig workshops hield hij het afgelopen jaar, naast zijn werk voor RB Leipzig, AA Gent, ‘een Belgische club die ik niet mag noemen’, en de Deense clubs FC Midtjylland en SønderjyskE.

Geen club die de inworp zo serieus neemt als Liverpool, geen club waar Grønnemark zo veel invloed had

Maar zijn beste opdrachtgever is zonder twijfel Liverpool. Geen club die de inworp zo serieus neemt als Liverpool, geen club waar hij zo veel invloed had, aldus Grønnemark – ‘zij nemen het even serieus als ikzelf’. En dat wil wat zeggen: sinds hij als jongetje zijn oudere neven Bent en Johnny ver zag inwerpen, is hij blijvend gefascineerd door inworpen. ‘Vergeet scoren, ik wilde gooien’, zegt Grønnemark.

Na een carrière als sprinter en bobsleeër, sporten waarin prestaties nauwkeurig worden geanalyseerd, wilde en moest hij wat nieuws. Eén optie was het sprekerscircuit, een andere het combineren van zijn curieuze liefde voor de inworp met het analytische denken. Er was een wereld te winnen in het niet-zo-analytische en -vernieuwende voetbal, dacht hij.

Hij kwam aan werk door zich aan te bieden bij twee clubs uit zijn buurt, Viborg FF en FC Midtjylland. Zijn wereldrecord ver inwerpen uit 2010 – 51,33 meter, met een handstand overslag, een slim staaltje marketing – leidde tot meer opdrachtgevende clubs. Voetballers leren inwerpen werd een aardig bijbaantje, totdat Liverpool aanklopte. ‘Nu kan ik ervan leven, ja.’

YouTube

Een video van Grønnemarks wereldrecord.

Eens per maand is hij vijf dagen in Engeland, om de spelers te scholen in inworptechniek en -tactiek: wat ze moeten doen als Liverpool mag ingooien, en wat ze moeten doen als de tegenstander inwerpt. Het meeste werkt hij met die de bal ingooien, maar ook de andere spelers krijgen op een zeker moment te maken met Grønnemarks intens vrolijke coaching.

‘Want een inworp draait niet alleen om de man met de bal, maar ook hoe zijn medespelers opgesteld staan om de bal te ontvangen’, zegt Grønnemark. ‘Het doel bij Liverpool is vooral om balbezit te houden uit een inworp.’

Een inworp leidt te vaak tot balverlies

De oorsprong van de samenwerking ligt in een vaststelling van Klopp: Liverpool verliest de bal te vaak na een ingooi. Nu is dat voor vrijwel elke ploeg maar anders dan vrijwel elke ploeg wilde Liverpool er wat aan doen. ‘Een van Jürgens sterke punten’, zegt Grønnemark, ‘is dat hij anderen laat doen wat hij zelf niet kan of weet.’

Wat Grønnemark precies doet met de spelers, of in welke scènes we zijn hand goed kunnen terugzien, dat wil en hij niet zeggen. Wat hij wel wil zeggen, en benadrukken, is dat hij niet alleen focust op lange inworpen, ook al staat hij daarom het meest bekend.

Zo werkte Grønnemark met succes met Kian Hansen van FC Midtjylland en met van de Deense club AC Horsens, spelers die van inworpen gevaarlijke voorzetten maken. Door Grønnemarks werk verbeterde de afstand van hun inworpen, maar ook de precisie en de baan van de inworp – hoe vlakker, hoe lastiger te verdedigen.

‘Maar bij Liverpool focussen we op lange inworpen’, zegt Grønnemark. ‘We trainen er wel op, want als je een inworp rond de eigen zestien hebt, is het handig als je de bal ver weg kunt gooien. Joe Gomez heeft nu 37,20 meter als record. Maar de focus zit juist in korte inworpen, en in de positionering van spelers, zodat we balbezit houden.’ Daarom zijn Liverpools inworpen ook niet allemaal snel: ‘Het is soms wachten totdat de juiste ruimte ontstaat.’

Het doel is vooral om balbezit te houden ‘onder druk’ – simpel gezegd: bij inworpen waarbij alle spelers gedekt zijn door de tegenstander. (‘De definitie is een beetje subjectief.’) Waar de bal vorig seizoen in dit soort situaties de helft van de keren verloren ging, haalt Liverpool nu een gemiddelde van rond de 75 procent balbezit na een inworp. ‘In een paar wedstrijden haalden ze zelfs bijna 100 procent’, zegt Grønnemark. Bij welke wedstrijden wil hij niet zeggen.

Hij zegt dat hij de spelers van Liverpool heeft getraind in achttien ‘gereedschappen’ om een inworp te nemen. Inworpen zijn géén ingestudeerde choreografieën, benadrukt hij. Het is niet alsof de spelers in elke situatie precies weten hoe ze moeten gooien en lopen. ‘Dat kan niet: je speelt niet tegen pylonnen.’

‘Het is meer een filosofie. Zie het als schaken: je moet weten hoe je koningin, het paard, en de toren kunt gebruiken. Magnus Carlsen [de wereldkampioen schaken, MdH] leert ook niet alle patronen uit zijn hoofd. Hij herkent wel situaties, waarbinnen hij kan

Achter elke inworp van Liverpool, of bijna elke inworp – ‘soms gaat er weleens wat mis, of zakt de concentratie’ – zit nu een gedachte, zegt hij desgevraagd. ‘Als je het weet, dan kun je dat zien.’

De kritiek was nuttig, de lof wat minder

De van Liverpools samenwerking met Grønnemark had een kortstondige mediagekte tot gevolg. De meeste aandacht trok een item op televisie waarin Andy Gray, de Engelse evenknie van Wim Kieft en René van der Gijp, de keuze van Liverpool

Pijnlijk voor Grønnemark? Integendeel, niets daarvan. ‘Het was fantastisch, fan-tas-tisch. Omdat het nog meer mensen op mijn werk attent maakte, maar vooral omdat de reacties positief waren. 99 procent van de reacties die ik las, kwamen erop neer dat ze Gray dom vonden.’

‘Mensen hebben sterk de neiging om iets dat ze niet kennen, of vreemd vinden, belachelijk te maken’

Grønnemark: ‘Mensen hebben sterk de neiging om iets dat ze niet kennen, of vreemd vinden, belachelijk te maken. Bij een gebrek aan kennis is lachen de simpelste optie. Zeldzamer, en zinvoller, is om te denken: wat is dit eigenlijk? Waarom doen ze dit zo? Je moet nieuwsgierig zijn.’

Hij moet dit nu zelf in de praktijk brengen. Grønnemark is door zijn succes een soort magneet geworden voor mensen met vreemde plannen die nu iets van hem willen. Jarenlang was hij de outsider die het voetbal in wilde, nu is hij opeens de insider-met-status. ‘Recent kreeg ik een mailtje van iemand die iets met meteorologie en voetbal wilde. Klinkt gek, maar mensen dachten jaren geleden ook dat ik gek was.’

Kritiek was en is er, maar de positieve reacties overheersen. Maar in die positieve reacties zitten soms denkfouten die hem een beetje storen. Zo leest hij vaak dat het zo goed is dat clubs als Liverpool zelfs aan ‘de kleinste details’ werken – details zoals inworpen dus. Hij snapt dat journalisten dit schrijven, maar hij wil het graag gezegd hebben: ingooien zijn geen detail.

‘Het is juist groot. Van alle inworpen, verdedigend en aanvallend, maken we video’s. Dat zijn dus beelden van de inworp en de acties die erop volgen. Die video’s duren elk zo’n 5 à 10 minuten. Opgeteld komt dat neer op 12 á 15 minuten. Een zesde van een wedstrijd: dat noem ik geen klein ding. Dat is een serieus ding.’

Meer lezen?

Maak kennis met de voetballer die een bal ‘van hier naar Londen’ kan gooien In december 2016 schreef ik over Mikkel Mena Qvist, een verdienstelijk voetballer, die opeens werd gescout door AC Horsens, een club uit de Deense hoogste divisie. Horsens was met name geïnteresseerd in Qvists speciale wapen: een enorm harde, precieze, en verre inworp, die in essentie neerkwam op een perfect gerichte corner. Lees het stuk hier terug