In een poging een hand vrij te maken om me te begroeten, gooit ze koffie over haar voet. Even heeft ze pijn. Zo’n pijn waarbij je je ogen dichtknijpt en lucht tussen je tanden door naar binnen zuigt. Ik belde bij haar aan, stak mijn hand uit toen ze de deur opendeed. ‘Hoi, we komen naar het huis kijken.’

‘Ja, nee, natuurlijk. Kom binnen. Ik zet even... Au.’

Ik volg haar de houten trap op. ‘Nou, dit is de woonkamer, kijk maar even rond.’ Terwijl ik het plafond bestudeer en op een muur klop in een poging over te komen als iemand met verstand van zaken, zie ik de bewoonster met een theedoek de trap afduiken. Ik sta naar de drukke weg achter het raam te kijken als ze naast me komt staan, in haar hand een natte theedoek en een lege mok. ‘Mooi he? Er is altijd iets te zien.’

‘Mooi he? Er is altijd iets te zien’

In de houten vloer van de eetkamer zitten kieren zo groot dat je er een pakje sigaretten tussen kunt stoppen. Ze zegt: ‘Dat komt doordat het echt hout is, dat moet kunnen ademen.’

Op het piepkleine balkon, dat uitkijkt op een muur en een ander balkon, droomt ze weg. ‘Ik zit hier ’s zomers met mijn krantje en een croissant. Beetje jam. Net vakantie.’

Over de scheuren in de muur grinnikt ze: ‘Dat is de charme toch? Van een oud huis.’

Met haar hand achter haar rug pulkt ze een kamer verderop een IKEA-sticker van een nachtkastje af. ‘In een authentiek huis, daar horen authentieke meubels.’

In de keuken, die zo krap is dat de koelkast in de gang staat, glimlacht ze breed en met gespreide armen vraagt ze: ‘Het heeft wel potentie, he?’

We zijn uiteindelijk toch maar verder gaan zoeken. Zonder deze bewoonster zou het nooit zo’n mooi huis geweest zijn.

Lees ook: mijn ontmoeting met Tepelhof Tepelhof vraagt de ober of hij in de gaten wil houden of zijn date niet toevallig binnenkomt. ‘Blond haar. Dun. Kun je zeggen dat ik naar de wc ben?’. Hij had een uur lang kunnen plassen, en dan nog was hij zijn date niet misgelopen. Lees hier mijn ontmoeting met Tepelhof terug

En mijn ontmoeting met Lotte Lotte blijft haar hoofd schudden. ‘Mam, ik wil daar niet heen. Niet weer. Ze hebben daar alleen maar soep en carpaccio. Niet elke keer carpaccio.’ Lees hier mijn ontmoeting met Lotte terug