‘Kun je deze even voor me vasthouden?’ Zó graag. Want zodra ik ja zeg, ligt er in mijn handen een ijzig blikje Tropico, blauw met een dreigend vrolijke papegaai die ‘Coco!’ roept erop. Niemand weet waarom. Het aluminium is zo koud dat mijn vingers lam worden.

‘Oh nee, wacht even.’ Hij neemt het blik weer in, zet het terug in de koeling waar we voor staan. ‘Deze dan.’ Blikje Fanta. Hij hurkt, op zoek naar een volgende drank. Intussen houd ik met mijn been de deur van de koeling open. Had-ie gevraagd. De eigenaar van de avondwinkel probeert vanaf zijn kruk te zien wat we aan het doen zijn. Ik weet het zelf niet precies. 

De man die blikjes pakt en terugzet, vraagt of ik nu een anderhalveliterfles cola voor hem wil vasthouden. Ik druk het plastic tegen mijn borst, buig langzaam mijn hoofd in een poging de fles ook aan te raken met mijn wang, maar schrik van de kassaman die zijn keel schraapt. Betrapt. De man naast me neemt de fles van me over, lacht veelbetekenend, heft verontschuldigend een hand op naar de eigenaar en loopt richting kassa.

Een zwaarbevochten avondwinkel

Mijn thuisstad is een hoofdstad, maar een metropool is ze niet. Er was wel een kroeg die zo heette en waar ik voor het eerst dronken werd. Ik was dertien, we vierden de uitvaart van mijn opa. Omdat de stad geen wereldstad is, zijn alle inwoners aangewezen op slechts één zwaarbevochten (want: veel katholieken) avondwinkel. We zijn er nog niet overigens: op zondag moet de avondwinkel om 18:00 uur dicht.

Maar op zaterdag. Op zaterdag is het feest tot twee uur ’s nachts. Een baken van tl-licht, waar je niet vreemd wordt aangekeken als je een glazen pot goulash, een bevroren casinobrood en een zak confetti op de toonbank legt – waarschijnlijk omdat het assortiment daar grotendeels uit bestaat.

Vannacht wordt er voornamelijk frisdrank verkocht, uit een van de meterslange koelingen langs de wand. Lang vanuit de airco bestudeerde, zorgvuldig uit de koeling genomen frisdrank.

Ik zweette een aantal keer mijn silhouet, die nacht. Steeds schoof ik op, tot er op het matras geen ruimte meer was om nog een nieuwe afdruk te maken. Mijn voeten gleden in slippers en ik trok de voordeur, ook die was opgezwollen in de hitte, met te veel geluid achter me dicht.

In de nachtwinkel is het druk. Alle drie de koelingen zijn bezet. Voor de eerste gaat een wiel La vache qui rit’tjes van hand tot hand. Een vrouw met krullen vraagt haar vriendin of ze zeker weet dat ze deze wil. Of, vraagt ze, en bukt traag richting een bakje kipkerriesalade, liever deze? De vriendin moet het bakje even goed vasthouden voor ze een beslissing kan nemen.

Wolkjes

Voor de tweede koeling stond ik zo-even nog een fles cola te liefkozen. De man voor de derde koeling, wapperend met een katoenen zakdoek, heeft het opgegeven smoesjes te verzinnen. Hij trekt de deur open, spreidt zijn armen en zucht zo diep dat hij wolkjes blaast. De eigenaar probeert hem te wenken, lachend, hoofdschuddend. Hij steekt een vinger op. Nog héél even.

Nu staan we allemaal in de rij. Ik met twee blikjes Tropico, de vrouw achter me toch met de kaasjes, de man met de zakdoek vooralsnog met niks, misschien komt hij alleen peuken halen.

Als ik bijna vooraan sta, schiet me nog een boodschap te binnen. Ik por de man met de zakdoek, ook hij lijkt opeens wat vergeten te zijn. Hij knipoogt. We lopen met iets te snelle, iets te kleine pasjes, schouders hoog, hoofd laag, nog even terug naar het begin van de winkel. Hij trekt de deur van de koeling open. Een flesje Orangina. 

‘Kun je deze even voor me vasthouden?’

Meer lezen of luisteren?

Op de kermis spelen volwassenen nog (en dat zouden meer mensen moeten doen) Joris Luyendijk gaat met correspondent Vooroordelen Vera Mulder mee naar de kermis en laat zien wat je mist als je de hele dag alleen maar achter je bureau zit. Luister hier naar de podcast