Ze heeft een van de gipsplaten uit het systeemplafond gehaald en die vervangen door een poster van een Oostenrijks landschap. Berg met besneeuwde top, weide, beekje, edelweiss. Het doemt voor je op wanneer ze de tandartsstoel laat kantelen. 

Het is die attentie die ervoor zorgde dat ik dol werd op mijn tandarts. In gedachten zag ik haar al staan bij de fotobalie van de Hema, wachtend op de posterversie van de panoramafoto die ze op vakantie had gemaakt. Ze nam hem onder haar arm geklemd mee naar de praktijk, waar ze op een ladder klom – haar voet schoot even van een trede, de ladder wiebelde een beetje – en het ding, met haar tong in haar mondhoek, tevreden in het plafond duwde. Een uitzicht om bij weg te dromen voor haar patiënten, terwijl er in hun mond gepulkt en geboord wordt.

Alleen: zodra de tandarts met de behandeling begint, schuift ze eerst de felle tandartslamp, dan haar hoofd en dan haar handen vol gereedschap in je gezichtsveld – weg lieflijke alpenweide.

Zodra ze begint te slijpen, hoor je geen Bon Jovi meer

Als ik de behandelkamer binnenloop, trekt ze altijd haar mondkapje naar beneden zodat ik zie hoe breed ze glimlacht bij haar: ‘Eva! Leuk dat je er bent!’ Erg breed. Spreek dat dan nog maar eens tegen.

Van muziek worden patiënten volgens haar ook rustig, dus in de kamer hangt ergens een radio. Waar heb ik nooit achterhaald, maar tussen de kieren tussen de plafondplaten sijpelt altijd Bon Jovi door. Zodra ze begint met slijpen hoor je niets meer.

Omstreeks het polijsten komt altijd de vraag: ‘Hoe is het bij Man bijt hond?’ De eerste keer dat ze dat vroeg, een jaar of zeven geleden, zei ik: ‘Man bijt hond?’ Ze zei: ‘Ja, je vertelde de vorige keer dat je journalist bent, toch?’ Ik zei: ‘O ja klopt, maar niet bij Man bijt hond.’ Ze zei: ‘Verhalen over mensen toch?’ Ik zei: ‘Ja.’ Ze zei: ‘Ah ja, zoiets als Man bijt hond dus.’ De keer erop vroeg ze het weer. We hadden precies hetzelfde gesprek. Ook haar conclusie bleef overeind.

Dat Man bijt hond jaren niet op tv was, deerde ons niet. Ik miste het ook. Intussen voelt het vertrouwd, onze halfjaarlijkse uitwisseling. Bij de tandarts ben ik Eva (hoewel mijn naam correct in het systeem staat), journalist van Man bijt hond, liefhebber van Bon Jovi. Ik vind het vleiend dat ze überhaupt mijn beroep heeft onthouden. Vind het een eindeloos lief idee dat ze bij elk gezicht iets probeert te onthouden – zou ze dit bij elk van haar honderden patiënten doen?

Terwijl ze met haar haak in de weer gaat, droom ik weg. Een poster die je niet kunt zien. Muziek die je niet kunt horen. Standvastigheid over dingen die niet kloppen. Een geslepen tactiek om me af te leiden? Verrek, de watten worden uit mijn wang gehaald, de stoel terug rechtop getakeld. Het is klaar, de zenuw is eruit. 

Leuk dat ik er was!