Om twee over zeven fluit een van de bouwvakkers ons wakker. Carnaval Festival. Ons appartementencomplex wordt gerenoveerd.

De twaalfhonderd bewoners van ons pand die thuis opgesloten zitten ten spijt, er wordt elke dag, de hele dag, gesloopt en geslepen. En gefloten dus. Ik weet niet of ik dat vrolijk of wreed vind en of dat op dit punt nog iets uitmaakt.

De onderlinge verdraagzaamheid tussen bewoners en bouwvakkers is gelukkig gegroeid sinds we drie maanden geleden aan elkaar werden overgeleverd. Mijn buurman, zijn gele rookhanden tot een toeter gevouwen, riep eerst ‘Schande... Schán-de!’ naar de jongens die elke morgen met een sloophamer de gevel en zijn ziel uitholden, maar is daarmee gestopt. Op hun beurt draaien de bouwvakkers geen speedcore meer.

Kussen onder mijn arm, nog even slapen

En er is nog iets wat verbroedert: gezamenlijk aftellen tot de bouwvak.

Ook mijn verzet brak. Eerst was er die ochtend dat m’n lief en ik, oordoppen in, koptelefoon eroverheen, ónder de topper van de boxspring zijn gaan liggen.

De ochtend daarna liep ik met mijn kussen onder de arm naar mijn ouderlijk huis, om daar nog even te slapen. Ik had de nacht doorgewerkt (dan trilt de keukentafel niet). Halverwege de tocht realiseerde ik me dat ik een telefonisch interview had gepland op dit potsierlijke tijdstip.

Een vinger in mijn linkeroor tegen de herrie, schreeuwend in de telefoon, ontspanden plots mijn schouders

Daar zat ik, bellend in de berm langs de provinciale weg, mijn kussen onder mijn shirt gestoken zodat het de met McFlurry-bekers opgeluisterde grond niet zou raken. Daar, op mijn hurken, een vinger in mijn linkeroor tegen de herrie van voorbijrazende vrachtwagens, schreeuwend in de telefoon, ontspanden plots mijn schouders. Ik begon te neuriën.

Wat de renovatie opleverde

Toch heeft de verbouwing ook iets opgeleverd. Een nieuwe traditie. Eén uur per dag is het stil op de binnenplaats. Lunchtijd. Rond kwart voor twaalf beginnen er deuren open te gaan op de galerij. Dan komen ze een voor een naar buiten, eerst de looprekken over de drempel, dan zijzelf. Acht vrouwen, hun handen om de balustrade geslagen, kijken vervolgens toe hoe de laatste bouwvakker naar de keet om de hoek vertrekt en schuifelen dan naar beneden om elkaar te ontmoeten.

Dit is hun uur. Ze zijn tussen de tachtig en de honderd jaar oud, hebben hun families al maanden niet geknuffeld. Sindsdien proosten en meieren ze met elkaar aan de grote ronde tafel op de binnenplaats. Steeds netjes een rollator ertussen.

Er zit een vrouw bij die elke dag haar kilopot eigen-merk-chocopasta meeneemt. Een wier haar zo mooi is opgestoken dat ze al uit bed heeft moeten zijn nog voor de buurman ‘Schande!’ heeft kunnen roepen. Zij heeft altijd druiven en kleine pakjes Dubbelfrisss voor iedereen.

Er is er een die op elke vraag reageert met: ‘Ja, dat vinden ze leuk hè, de kinderen?’ Nooit vraagt iemand haar welke kinderen. En dan is er de oudste, dat weet ik omdat ze dat vaak zegt, die altijd zo tevreden haar bril zit te poetsen met een puntje van haar blouse dat ik vermoed dat de opticien haar extra grote glazen heeft gegund.

De achterkleinkinderen via de computer

Vandaag, in het stille uur, zit ik met mijn laptop op de binnenplaats.

‘Pakje drinken iemand – we moeten goed drinken hè, met dit weer’

Dubbelfrisss ontfermt zich er over haar zusters. Iemand zonnebrand? Ze gaat zo boodschappen doen, iemand wat van de winkel? Pakje drinken iemand – we moeten goed drinken hè, met dit weer. Maar meer nog dan aan hydrateren, herinnert Dubbelfrisss haar oudste vriendin graag aan wat anders.

Als Grote Bril beschrijft hoe ze bijna uitgleed in de badkamer, zegt Dubbelfrisss: ‘Dat moet je niet meer doen hoor, nu.’

Als Grote Bril vraagt wie er nog wat leuks gaat doen dit weekend, zegt Dubbelfrisss: ‘Ik niet, maar als jij de kans krijgt, gewoon nog lekker doen.’

Als Grote Bril vertelt hoe haar artrose opspeelt, zegt Dubbelfrisss: ‘Dat had mijn vader ook ja, tegen het einde.’

Grote Bril vertelt over haar achterkleinkinderen, die ze vanochtend via de computer heeft gesproken. Ze verstond er niets van, dus het was niet heel anders dan anders. Ze tikt op het gehoorapparaat achter haar oor.

Onopvallend contact maken kan niet in tijden van corona

Mijn opa kreeg ook een gehoorapparaat, zo tegen het einde. Hij ging ermee naar de Jumbo en werd daar na jaren van serene stilte herenigd met het geluid van in elkaar kletsende winkelwagentjes, kassabliepjes en kinderen die geen surprise-ei mogen. Thuis deed hij het apparaat uit en nooit meer terug in.

Dubbelfrisss betoogt intussen hoe belangrijk het is dat Grote Bril haar achterkleinkinderen ziet, nu het nog kan. Ik wil naar Grote Bril knipogen, maar ze kijkt me niet aan. Onopvallend contact maken is een uitdaging in tijden van corona. Ik kan haar niet aantikken, dus ik roepfluister. ‘Mevrouw. Me-vrouw.’ Geen reactie.

Zal ik zo’n druif naar haar gooien? Grote Bril blijft strak naar Dubbelfrisss kijken, uitdrukkingloos, zelfs als Dubbelfrisss oppert ‘dat ze misschien wat op papier kan zetten’.

Dan draait Grote Bril zich naar mij, yes. Ik begin lachend te mompelen. ‘Wacht even’, zegt Grote Bril met een opgestoken wijsvinger, en ze zet haar gehoorapparaat weer aan.

Lees verder:

Beeld uit de serie Foley Objects van Finse kunstenares Jonna Kina. Voor deze serie fotografeerde Kina alledaagse dingen die gebruikt worden om geluidseffecten voor films te maken. Op deze foto zien we een casettebandje, met de tape er uit getrokken. Het onderschrift is: leaves of grass Beeld uit de serie Foley Objects van Finse kunstenares Jonna Kina. Voor deze serie fotografeerde Kina alledaagse dingen die gebruikt worden om geluidseffecten voor films te maken. Op deze foto zien we een casettebandje, met de tape er uit getrokken. Het onderschrift is: leaves of grass De moderne mens komt met oordoppen – en wordt langzaam overgevoelig voor geluid van de ander Van kantoortuinen tot treincoupés, de mens met de koptelefoon neemt de publieke ruimte over. Noisecancelling belooft rust, focus en efficiëntie, maar levert ons collectief een grotere prikkelbaarheid op. (Dit artikel is ook te beluisteren.) Lees het artikel van Nina en Zeno hier