‘Alles van waarde is weerloos,’ Lucebert. Wie zijn licht opsteekt in flexwerkend Nederland, komt al snel tot deze conclusie.

Volgens een oud gezegde adelt arbeid. Betaald werk, aldus dit spreekwoord, is dé manier om een zeker bestaan op te bouwen; om vooruit te komen in deze wereld. In de praktijk blijkt dat in veel sectoren sinds een aantal jaar een andere ontwikkeling in gang gezet is.

Met de crisis als gelegenheidsargument wordt de waarde van arbeid steeds vaker door bepaald en steeds minder door opgebouwde arbeidsrechten en dichtgetimmerde cao’s.

Bouwvakkers, schoonmakers, journalisten en pompbedienden. Tot in het aan toe zien we hoe arbeid voor velen niet langer adelt, maar een bron van onzekerheid en frustratie blijkt. Niet zelden is zelfstandigheid een ander woord voor verborgen of gedeeltelijke werkloosheid.

Nog maar 40 procent van de bouwvakkers werkt in dienstverband. Maar liefst 80 procent van de pakketbezorgers bij PostNL is tegenwoordig kleine zelfstandige. Er zijn intussen ruim 800.000 tegenover 7 miljoen werknemers in loondienst. Daar komen per jaar zo’n 50.000 zzp’ers bij. Tel daar nog eens de duizenden uitzendkrachten en de vele werknemers die na drie tijdelijke contracten ergens anders opnieuw moeten beginnen bij op en het plaatje is compleet: de Nederlandse arbeidsmarkt flexibiliseert in hoog tempo.

De eerste golf zzp’ers, in de jaren negentig, maakte zich vrij van hun werkgever. In de afgelopen crisisjaren ontdekten werkgevers hoe ze zich door zzp-constructies van hun personeel in loondienst konden vrijmaken.

Het gevolg van deze ontwikkeling: het ondernemersrisico verschuift van de werkgever naar de werknemer. Heeft een bouwvakker te kampen met slecht weer? Dan blijft hij onbetaald thuis zitten. Aan de andere kant: neemt het aantal bestelde pakjes toe? Dan stijgt de omzet van de pakketbezorger.

Dat levert soms schrijnende verhalen op, zoals te lezen op en Maar is dat het hele verhaal? Wegen de voordelen van zelfstandig ondernemen uiteindelijk niet op tegen de nadelen?

Op zoek naar een antwoord op die vragen, stak ik de afgelopen weken mijn licht op bij de pakketbezorgers van PostNL.

Pakketbezorger Appie, zzp’er tegen wil en dank Appie is mijn eigen pakketbezorger. Door een grappig misverstand leerden we elkaar kennen. Hij bracht mij op het spoor van de onvrede in zijn beroepsgroep. Lees hier over mijn ontmoeting met pakketbezorger Appie, waar dit verhaal mee begon

‘Allochtonen zijn fantastische ondernemers’

Laurens Tuinhout, als directeur Sourcing & Sustainability bij PostNL verantwoordelijk voor de inkoop van arbeid op de afdeling Pakketten, deed medio 2012 in een toespraak voor studenten zijn filosofie uit de doeken. Hij ziet zzp’ers als ideale werknemers omdat ze niet langer de rechten hebben die de oude garde in vaste dienst erop nahoudt. ‘Ze zien direct de relatie tussen het werk uit hun handen en het geld dat ze ermee verdienen.’ Dat klopt: waar een pakketbezorger in vaste dienst zo’n vijftien pakketten per uur bezorgt, levert een zzp-bezorger er algauw zo’n twintig af.

Vimeo
Bekijk hier de toespraak van Laurens Tuinhout, voor een groep studenten. Vooral de eerste vijf minuten zijn interessant.

‘De factor arbeid is altijd en overal zo’n 60 procent van de kosten,’ zegt de manager stellig in zijn toespraak. Maar zijn bedrijf heeft dé oplossing gevonden om deze kosten te drukken. Het toverwoord? Uitbesteden. Je koopt de arbeid die nodig is pakketten bezorgd te krijgen gewoon in. ‘Sinds die tijd rijden er bussen in alle kleuren van de regenboog rond. Net als de kleuren van de bezorgers overigens.’

Hij schuwt de grote woorden niet: ‘De term ‘never waste a crisis’ is hier begonnen, bij de veerkracht van onze organisatie.’ Terwijl de postafdeling met grote krimp te maken had, waren de pakketten de afgelopen jaren met lagere kosten en hogere opbrengsten.

‘De term ‘never waste a crisis’ is hier begonnen, bij de veerkracht van onze organisatie’

De volgens Tuinhout veelal ongeschoolde allochtonen die in eigen busjes hun routes reden, bleken voor zijn organisatie de gedroomde werknemers. Werknemers die je ‘ondernemers’ noemt, namelijk. En die je dus niet langer als werknemers hoeft te behandelen. Hij glundert als hij de voordelen op een rij zet: ‘Allochtonen zijn niet georganiseerd, hebben geen spreekbuis, maar het zijn wel geweldige ondernemers.’

Met andere woorden: er zijn geen vakbonden, geen cao’s en je kunt ze betalen per succesvolle stop. Is er even minder werk of moeten ze uren wachten op het depot, dan hoef je niemand door te betalen. ‘Zeker, je moet hard werken. Maar dan kun je wel 3.600 à 4.000 euro per maand verdienen.’ Hij zoekt voor zijn arbeidspopulatie jonge mensen in de kracht van hun leven, die hij ook niet voor de rest van hun leven onder contract hoeft te houden. ‘Misschien moeten we er met elkaar aan wennen dat je dit werk zo’n vijf à tien jaar doet en daarna een andere uitdaging zoekt.’

Om rond te komen leveren bezorgers zes dagen per week zwaar lichamelijk werk, op dagen van soms wel 11 à 12 uur. En dan moeten ze van dit inkomen nog van alles betalen. Van verzekeringspremies en belastingen tot hun eigen bus en PostNL-bedrijfskleding. Netto komen de meeste bezorgers net boven bijstandsniveau uit, zo beweren de bezorgers zelf.

Wie het laatst lacht...

‘Toen we het verhaal van Laurens Tuinhout tegenkwamen op internet, hebben we het filmpje nog vaak lachend teruggekeken,’ vertelt Danny Verhulsdonk (31) uit Zaandam. Hij was een zelfstandige met personeel (zmp’er) die met zijn broertje en een Turkse collega drie routes in Amsterdam-Osdorp en Badhoevedorp reed. Tegenwoordig bemant hij met drie andere voormalige pakketbezorgers een klein kantoor in de buurt van Schiphol. Hij komt tegenwoordig fulltime op voor zijn collega’s, die zich verenigd hebben in Subcopartners, een belangenvereniging van flexwerkers in de pakkettenbranche. ‘Hoe bedoel je, wij kunnen ons niet organiseren?’

Verhulsdonks verhaal vormde de basis voor ‘We werden verplicht nieuwe witte busjes te kopen en die in te richten volgens hun richtlijnen. Die busjes kosten zo’n 30.000 euro per stuk. Dat was slim van PostNL, want je doet er zeker 4 à 5 jaar over om zo’n busje terug te betalen. Zo waren ze verzekerd van onze diensten en loyaliteit.’

Er knapte iets toen Verhulsdonk juni vorig jaar te horen kreeg dat hij in één klap van 1,32 euro naar 0,86 euro per stop werd teruggezet. ‘Het was, zoals altijd met tariefbesprekingen, slikken of stikken. Natuurlijk moest ik drie bussen van samen één ton afbetalen en kon ik niet zomaar zonder inkomen komen te zitten. Maar voor mij was dit de druppel. Ik vroeg de inkoper op de man af of er nog onderhandelingsruimte was. ‘Je hebt het niet van mij, maar dit is het, Danny. Hier moet je het mee doen,’ zei hij. Toen wist ik genoeg.’

Foto’s: Eljee Bergwerff
Foto’s: Eljee Bergwerff

‘Wisten wij veel hoe je staken moet’

PostNL beschikt over een computerprogramma dat precies bepaalt hoe complex een route is en welk bedrag je per ‘succesvolle stop’ ontvangt. Hoe meer flats en hoe meer stops per meter, hoe lager de prijs. ‘Kijk,’ lacht Verhulsdonk. ‘In de eerste jaren van het flexwerken bij PostNL werd je per pakket betaald. Als je dan een bedrijf als Sony op je route had, kon je soms ineens vijftig pakketten kwijt. Dat is natuurlijk lekker verdienen.’

De logica achter de eerste kostenbesparing begrepen de bezorgers dus wel. ‘Maar elk jaar weer ging er een paar cent vanaf. En soms ineens een hele hap, zoals vorig jaar. Het argument was dat er door de toename van internetverkoop steeds meer pakketten kwamen en dat het bezorgen dus steeds sneller zou gaan. Maar vijf keer stoppen blijft vijf keer dezelfde handeling verrichten. En vijf keer hopen dat er iemand thuis is. Pas als je het pakketje hebt overhandigd, begin je geld te verdienen.’

‘In de eerste jaren van het flexwerken bij PostNL werd je per pakket betaald. Als je dan een bedrijf als Sony op je route had, kon je soms ineens vijftig pakketten kwijt. '

Toen zijn collega’s over Verhulsdonks besluit hoorden, besloten ze dat het genoeg was. Ze gingen staken. ‘Wisten wij veel hoe we dat deden. We legden gewoon ons werk neer. We reden in onze busjes vanuit Amsterdam naar het depot in Katwijk en riepen collega’s daar op hetzelfde te doen. Daarna ging het als een lopend vuurtje het land door.’

De staking werd beëindigd nadat de stakers eind juni 2013 een nacht lang met de directie onderhandelden. In de dagen ervoor werden bezorgers naar eigen zeggen bedreigd en geïntimideerd. ‘Er werd gezegd dat Zalando en Bol, twee grote klanten, hun contract zouden opzeggen als wij niet snel weer aan het werk zouden gaan.’

Na een lange nacht onderhandelen kwam er om halfnegen iemand van het bedrijf naar buiten met de boodschap dat alles gewoon bij het oude zou blijven. ‘We startten direct onze busjes om onze collega’s overal in het land op te roepen de staking door te zetten. Toen gingen ze toch maar terug naar onderhandeltafel en kwam er alsnog een akkoord. De belangrijkste pijnpunten voor ons leken van tafel. Dat was een grote overwinning, dachten we.’

Enkele maanden later stond er een heuse organisatie. ‘We deden in feite maar wat in die eerste dagen. Later bleek het akkoord dat we hadden gesloten vol haken en ogen te zitten. We wisten toen dat het professioneler moest.’ Het fundament voor Subcopartners was gelegd.

De engelen van Fledderus

Laurens Tuinhout en zijn collega’s wisten niet hoe ze het hadden. Ineens bleken hun zich wel degelijk te kunnen verenigen. Subcopartners vormt inmiddels een actieve waakhond die opkomt voor zowel individuele als collectieve belangen. ‘We zijn als broeders van elkaar,’ zegt Verhulsdonk. ‘We rijden het hele land door om onze mensen bij te staan in hun relatie tot PostNL.’

Marjan Fledderus (53) is zo iemand. Ze heeft net als haar man een eigen pakketbezorgingsbedrijfje in Hoogeveen. Op haar bus prijkt trots het logo dat ze voor haar bedrijf liet ontwerpen. Een beer (‘knuffelig én sterk’) en een dolfijn (‘die staat voor bescherming’). Niemand lijkt gemotiveerder in de strijd voor betere arbeidsvoorwaarden dan deze pittige tante. ‘Ik heb 23 beschermengelen die elke dag tegen me zeggen dat we deze strijd gaan winnen.’

Soms struikelt ze haast als ze zich rennend en vliegend met een pakket op de arm door de straten en portieken van Hoogeveen-Zuid beweegt. ‘Daar moet ik iets aan doen, ja. Maar er moet intussen zóveel gebeuren dat ik nauwelijks aan mijn pakjes toekom.’

De door PostNL geleverde scanner vertelt precies wanneer welk adres aan de beurt is. ‘Ik laat me door dat ding niet opjagen,’ beweert ze. Maar de werkelijkheid is anders. ‘Toen ik begon had ik veertig à vijftig pakketen op mijn route. Nu zijn het er op een doordeweekse dag algauw zo’n honderdtwintig.’ Haar verdiensten gingen omhoog, maar haar werkdagen duren nu van 8 uur ‘s ochtends tot 8 uur ‘s avonds.

‘s Ochtends vroeg rijdt ze naar het depot in Zwolle en met een volle wagen weer terug. Aan het eind van de werkdag doet ze die route nog eens, om de overgebleven pakjes en de scanner terug te brengen.

Alleen rekening houden met de grote jongens

PostNL heeft drie weken geleden aangekondigd de routes in de regio opnieuw te organiseren. ‘Het bedrijf wil voorkomen dat bezorgers uit Hoogeveen twee keer heen en weer naar Zwolle moeten. En ze willen de bezorgers in vaste dienst meer kilometers laten maken, om te voorkomen dat hun roetfilters stukgaan.’

Fledderus, oma van drie kleinkinderen, wil er niets van weten. ‘Ze stikk’n er maar in!’ roept ze verontwaardigd. ‘Als ze mij in Zwolle over een industrieterrein willen laten rijden hebben ze aan mij een heel kwaaie. Hier in de buurt ben ik net de koningin: de hele dag aan het zwaaien. Mensen kennen mij en ik ken de mensen.’

Ze overdrijft niet. En ook haar service is buitengenwoon. Als iemand het bekende ‘U was niet thuis’-briefje op de deurmat aantreft, kunnen ze haar nummer bellen. Ze wijkt dan even van haar route af om het pakketje te bezorgen. ‘Zo doe ik dat. Door mijn goede service krijgt PostNL extra klanten. Daar ben ik van overtuigd.’

‘Misschien moeten de mensen op mijn route maar een petitie voor me beginnen,’ verzucht ze bij het afscheid, nadat ze de verslaggever een dagje ‘flink heeft laten lopen.’ ‘Maar ja, voor ons zijn dát de klanten, terwijl PostNL alleen rekening houdt met grote jongens als Bol en Zalando, waarmee ze grote contracten afsluiten.’

Foto’s: Eljee Bergwerff
Foto’s: Eljee Bergwerff

Weerloos of boerenslim?

Hoe weerloos zijn pakketbezorgers eigenlijk? De opkomst van de Subcopartners, ze hebben intussen de meerderheid van alle bezorgers als lid à 10 euro per maand, laat zien dat de wal bezig is het schip te keren.

PostNL had net als veel bedrijven die hun arbeidspopulatie wilden flexibiliseren, de hoop de voordelen van flexibele werknemers te hebben zonder de nadelen ervan. Maar als je werknemers behandelt als ondernemers, behandelen ze jou op den duur als een opdrachtgever aan wie je eisen kunt stellen. Ze noemen hun eisenpakket dan ook geen aanzet tot een cao, maar een zakelijke offerte.

‘We kunnen niet iedereen individueel helpen, dus pakken we het collectief aan,’ zegt Danny Verhulsdonk. Hij praat nu niet langer als geborneerd werknemer, maar als de voorman van de pakketbezorgers. En die bezorgers zijn klaar voor fase twee van de strijd.

De komende weken is een nieuwe staking niet uitgesloten, fluisteren pakketbezorgers elkaar toe. Marjan Fledderus belt de ene na de andere collega, en vertelt hen de plannen niet te bespreken met collega’s die ‘in contact met PostNL staan.’

‘Eigenlijk wilde ik vandaag al staken,’ zegt Fledderus vastberaden voorin haar bus. ‘Maar Danny en zijn jongens hebben me gevraagd nog even het gesprek van volgende week met de directie af te wachten.’

Een betere prijs ritselen

Op tafel ligt een waarin onder andere een minimumvergoeding wordt bepleit van 1.150 euro per week. De bezorgers willen niet langer in flats zonder lift bezorgen en weigeren nog langer pakketten van boven de 25 kilo rond te brengen. Namens haar 1.500 leden eist Subcopartners daarnaast een vergoeding van 50 euro per week om op de bus reclame te maken voor PostNL.

‘Ons vorige akkoord was een ZWAK akkoord, gesloten door drie onderhandelaars na drie nachten zonder slaap,’ meldt Subcopartners in een brief aan haar leden. Ze menen dat ze na jaren van verslechterende werkomstandigheden recht hebben op compensatie in de vorm van een nieuw akkoord.

PostNL geeft via een woordvoerder aan op wekelijkse basis ‘constructief overleg’ te voeren met Subcopartners. Verhulsdonk bevestigt deze wekelijkse afspraak, maar geeft ook aan dat dit wat hem betreft vooral ‘praten, praten, praten’ is. ‘De gesprekken zijn na een paar maanden opgehouden constructief te zijn.’

Van het nieuwe eisenpakket zegt PostNL alleen nog maar via de krant te hebben vernomen. ‘Er zijn verbeteringen doorgevoerd, na het vorige akkoord, ten aanzien van planning, tarieven, cultuur en gedrag.’ Subcopartners laat het eisenpakket eerst door zoveel mogelijk leden ondertekenen, alvorens ze officieel in te dienen.

Ook de Subcopartners hebben die verbeteringen gezien. Verhulsdonk: ‘Bij de kerstbijeenkomst, eind vorig jaar, werd bijvoorbeeld op een positieve manier bij onze actie stilgestaan. Ze hebben geleerd dat ze niet zomaar om ons heen kunnen.’

Alles van waarde is weerloos. Zeker, die vlieger gaat in veel situaties op. Maar de situatie van deze pakketbezorgers roept eerder een ander gedicht van Lucebert in herinnering, nu ze manieren hebben gevonden om een betere prijs voor hun dienst te ritselen.

ik draai een kleine mooie ritselende revolutie af
en ik val en ik ruis en ik zing

Wat eisen de pakketbezorgers precies? In deze brief aan Herna Verhagen, voorzitter van de Raad van Bestuur bij PostNL, zetten de Subcopartners hun eisen uiteen. PostNL beweert de brief nog niet te hebben ontvangen. Exclusief op De Correspondent: het eisenpakket

Uit het fotoboek ‘Een keer per week’ van Niels Blekemolen. Voor dit project liep hij een jaar rond in verschillende verzorgings- en verpleegtehuizen. De titel slaat op de frequentie waarmee bewoners gemiddeld buitenkomen. Foto: Niels Blekemolen Uit het fotoboek ‘Een keer per week’ van Niels Blekemolen. Voor dit project liep hij een jaar rond in verschillende verzorgings- en verpleegtehuizen. De titel slaat op de frequentie waarmee bewoners gemiddeld buitenkomen. Foto: Niels Blekemolen Arbeidsongeschikt & zzp’er: hopen op geluk Twee op drie zzp'ers is niet verzekerd tegen arbeidsongeschiktheid. Niet uit onwil, maar omdat de premies niet betaalbaar zijn. En omdat opdrachtgevers doorgaans niet meer betalen dan het kale loon, zonder de extra maandelijkse lasten die zzp'ers moeten afdragen. Lees hier hoe ik zelf kennismaakte met de participatiemaatschappij van Premier Rutte