Het is vrijdagochtend, kwart over negen, en Marga Bernard (62) belt aan bij haar eerste cliënt van vandaag. Mevrouw is 87 en woont al ruim een halve eeuw in dit appartement op tweehoog in Amsterdam-Zuid. Ze kreeg er twee kinderen en verloor er een man. Kunstenaar was hij, hij overleed jong; zij was ontwerper. Ze woont op zichzelf, maar sinds ze dementie heeft, redt ze het niet meer in haar eentje. Haar dochters mantelzorgen, eens per week komt er iemand aquarelleren en daarnaast komt er thuiszorg, zeven dagen per week, twee keer per dag.

Geen gehoor. 

‘Ze ligt nog in bed, denk ik’, zegt Marga, die een zwarte haarband in haar blonde haar draagt en een open, vrolijk gezicht heeft. ‘Dat gebeurt steeds vaker de laatste tijd. Snap ik ook wel, ze zit zo veel alleen, op een gegeven moment kom je dan je bed niet meer uit.’ Ze belt nog eens aan, tovert dan een sleutel tevoorschijn, opent de deur. 

De trap naar de tweede verdieping is smal en steil. Het huis ademt verleden: linoleum op de vloeren, prachtige, enigszins verschoten wandkleden aan de muren, in de woonkamer een piano, een hoge kast met kunstboeken, een bureautje met daarop een opengeslagen agenda. Marga: ‘Hier zit ze vaak, te bladeren.’

Marga komt hier vier dagen in de week. De zorg voor mevrouw deelt ze met drie andere thuiszorgmedewerkers – ‘Verzorgenden Individuele Gezondheidszorg niveau 2 of 3’, om precies te zijn. Zij maken het ontbijt en avondeten voor mevrouw, geven haar medicijnen voor onder meer haar trombose, verschonen haar bed, doen de vaat. Ze helpen haar met douchen – al wil ze dat de laatste tijd niet zo graag meer, het water bevalt haar niet, iets wat je vaker ziet, zegt Marga, bij mensen met dementie. 

Verzorgenden maken het ontbijt en avondeten, geven medicijnen, verschonen het bed, doen de vaat, helpen met douchen

Nog een trap op. In de badkamer op de derde verdieping staat een emaillen bad op pootjes, het is te hoog geworden om erin te klimmen. In de slaapkamer piept een smal hoofd met zilvergrijs haar boven het dekbed uit. 

‘Goedemorgen!’ zegt Marga opgewekt: ‘Het is vrijdag. Marga-dag. Ik heb croissantjes voor je meegenomen.’ 

‘O?’ zegt haar cliënt verbaasd: ‘Lekker.’ 

‘Hee, je hebt een blauwe plek op je arm, die is nieuw.’ Dan: ‘Zal ik voor je zingen?’ Marga zet een Franse chanson in, doet er een dansje bij. Haar cliënt kijkt geamuseerd toe. 

‘Ik doe de gordijnen vast voor je open, kom je zo naar beneden? Je vais faire le petit déjeuner.’ 

Bij het verlaten van de slaapkamer controleert Marga de voorraad incontinentiezeiltjes en -pads in de kledingkast en wijst naar het bed. ‘Dat is te laag, ze stoot er steeds haar schenen tegen. Eigenlijk zou het op klossen moeten, maar die vindt ze lelijk. Zíjn ze ook, maar blauwe benen zijn ook niet alles.’ 

Mensen met dementie hebben tijd nodig

Voor ze veertien jaar geleden de thuiszorg in rolde, werkte Marga voor een biologische tuinder; daarvoor was ze manager van het Ricciotti ensemble, een straatorkest, en trad ze op als zangeres. Als verzorgende komt ze vooral bij mensen met dementie; ze is zzp’er en werkt Haar bevoegdheid haalde ze op haar 58ste – nu mag ze ook verpleegkundige handelingen uitvoeren, zoals, in dit geval, het toedienen van medicatie.

Haar ochtenddienst duurt anderhalf uur – korter kan niet, mensen met dementie hebben de tijd nodig, en recht op hun traagheid bovendien. Boodschappen heeft ze al gedaan, gisteren; zonde om dat van de tijd met haar cliënt af te laten gaan. 

Marga zet thee, kookt een ei, legt croissantjes op de al gedekte tafel. ‘Ik heb ook een avondmaaltijd voor haar gehaald, en kroepoek, want daar houdt ze van, kwam ik laatst achter. De soep van gister heeft ze niet opgegeten, haar toetje wel. Als je zo oud bent moet je vooral eten wat je lekker vindt, vind ik.’ Ze doet de bonnetjes van de boodschappen in een blikje, haalt er wat kleingeld uit. 

Mevrouw komt naar beneden. Een prachtige, lange, zwarte rok heeft ze aan. Smalle schoudertjes en een gebogen rug in een donkerblauwe trui, een zijden sjaaltje om haar nek, zwarte klittenbandsneakers aan haar voeten. Hoe klein je wordt, vanaf een bepaalde leeftijd – hoe ineengedoken. Voor de spiegel borstelt ze haar haren, dan neemt ze plaats aan tafel. Marga gaat naast haar zitten en neemt ook een croissant – ‘dat is gezelliger. Ja, mooi is-ie hè?’ Ze steekt haar arm uit zodat haar cliënt haar nieuwe armband kan bewonderen. Mevrouw heeft, zegt Marga, ‘een erg goed gevoel voor esthetiek’. 

Terwijl mevrouw haar eitje eet, gaat Marga naar boven om het bed te verschonen. Daarna neemt ze weer plaats aan tafel om in een grote, witte multomap de zorg te registreren – paraafje hier, paraafje daar, ouderwets met pen en papier, nog niet op een tablet, al zal dat niet lang meer duren.

Het medische en niet-medische lopen door elkaar 

Zo ziet de zorg die Marga verleent eruit: geroutineerd, gezellig, warm. Het medische (de medicijnen) en het niet-medische (opstaan, eten) lopen door elkaar heen. Pillen én croissantjes. Boodschappen doen én blauwe plekken signaleren. Een bed verschonen én vragen of haar cliënt vanochtend piano wil spelen, of liever een filmpje kijkt. 

‘Filmpje’.

‘Dat dacht ik al.’

Op haar telefoon zoekt Marga optredens op van Jacques Brèl en Charles Aznavour – ‘gelukkig heb ik internet op mijn telefoon, veel mensen waar ik kom hebben geen wifi’. Ze schenkt nog wat thee in, merkt op dat de boom voor het raam nog maar een paar blaadjes aan zijn takken heeft, corrigeert de spelling op het briefje naast de vaas met bloemen, die haar cliënt daarnet ‘hortenkia’s’ noemde: ‘Het zijn hortensia’s, niet hortencia’s. Mooi zijn ze nog hè?’ 

Mevrouw is zwijgzaam, veegt de croissantkruimels van haar schoot, wiegt mee op de maat van de muziek, neuriet af en toe. 

Thuiszorg wordt complexer nu mensen langer thuis blijven wonen

Dit werk, zegt Marga, ‘moet je doen met empathie, inlevingsvermogen en humor; vooral moet je meebewegen met je cliënt. Zij houdt van Franse chansons, en die ken ik toevallig ook allemaal. Je moet een beetje op zoek naar een ingang. Bij een andere mevrouw die ik verzorgde was het nagels lakken. Nou, toen nam ik tien verschillende kleuren lak mee.’

De cliënt van vanochtend is toevallig geen lastige klant, hooguit wat stilletjes. Maar soms komt ze ook bij zorgweigeraars over de vloer, en dan volgt een lange zit van vertrouwen winnen, niet opgeven, en je het hoofd niet op hol laten brengen.

Ze heeft de gevallen complexer zien worden, in de veertien jaar dat ze dit werk doet. Cliënten met dementie hebben daarnaast vaak ook andere psychische problemen; mensen blijven langer thuis wonen en verpleeghuizen  

Dat vergt veel, ook van de kinderen. Het is niet altijd eenvoudig te zorgen voor iemand die eerst zo lang voor jou heeft gezorgd: ‘Ik zie veel frustratie bij de kinderen van mijn cliënten. Zij behandelen hun ouders nog echt als ouders, terwijl ze dat eigenlijk al niet meer zijn. Dan proberen ze het gesprek en de discussie aan te gaan.’ Maar de dementie heeft hun karakters veranderd, heeft bovendien patiënten van hen gemaakt. ‘Als thuisverzorgende kun je daar beter tegen.’

Cliënten met dementie hebben vaak ook andere psychische problemen; mensen blijven langer thuis wonen en verpleeghuizen kennen lange wachtlijsten

Zorgen doe je met je hart, zegt ze, terwijl ze zich klaarmaakt om te gaan: ‘dat is het mooie eraan. Maar je moet je hart niet verliezen – aan sommige mensen raak je te gehecht.’ De cliënt waar ze nu naartoe gaat is er zo een, een dame voor wie ze twee jaar heeft gezorgd. ‘Die verhuist vandaag naar een verpleegtehuis en ja, dat vind ik toch wel moeilijk.’ Al is het misschien wel beter dan het alternatief – alleen thuis zitten, al die lange uren tussen het vertrek van de ochtend thuiszorg en het arriveren van de avond.

Mevrouw heeft haar croissantje op, haar eitje ook, het bed is schoon, de tafel afgeruimd, en Marga moet naar haar volgende cliënt. ‘Vanavond komt mijn collega, en morgen eet je bij je dochter’, zegt ze. ‘Staat allemaal in de agenda. Ik ben er zondagochtend weer, dan zal ik croissantjes meenemen. À bientôt!’ 

Haar cliënt zwijgt – en steekt een hand op.

Dit is de eerste aflevering van De zorgzamen, een rubriek waarin ik elke twee weken meeloop met iemand die zorgt.

Lees ook:

Waarom zorgen voor je gezin óók werken is (en niet iets wat je van je werk houdt) Wie deze lockdown thuisonderwijs en zorg moet leveren heeft algauw het gevoel niet aan werken toe te komen. Maar zorgen voor je gezin is geen afleiding; het is óók werk. Lees mijn essay terug