Sinds kort maak ik een ochtendwandeling naar een stuk bos bij mij in de buurt. Ik hang mijn verrekijker om mijn nek, loop onder het spoor door, de snelweg over, een ander spoor over en dan ik ben er. In Amelisweerd.

De eerste ochtend zag ik een reiger vliegen naar een plek hoog in de bomen. Toen ik door mijn verrekijker keek, zag ik er nog een, en nog een, en nog een. Ze zaten verspreid over pruikachtige nesten hoog in de bomen. Af en aan vlogen ze met takjes in hun snavel, die ze vervolgens ergens in de pruik verborgen.

Ik moest op een van die wandelingen terugdenken aan het boek van de Amerikaanse kunstenaar en schrijver Jenny Odell. Ik las het twee jaar geleden toen ik een stuk van het Pieterpad liep. Het boek hielp me toen om anders te kijken naar de natuur. Met aandacht.

How to do nothing - Resisting the attention economy (vertaald door Menno Grootveld als is een pleidooi voor niksen. Niksen in de zin dat het niets oplevert, niet efficiënt is, niet geoptimaliseerd kan worden. Nutteloos in economische zin.

Het boek gaat, zoals Odell op haar website schrijft, ‘over het recht op niksdoen in het tijdperk van alles’.

Niksen loopt gevaar

Odell beschrijft hoe ze graag naar de rozentuin bij haar in de buurt gaat. Gewoon, om even te zitten. Ze ziet anderen ronddwalen, aan de rozen ruiken, of als vrijwilliger de tuin bijhouden. Deze rozentuin is, economisch gezien, weinig waard. Je hoeft er geen entree te betalen, er zijn geen winkeltjes waar je spullen kunt kopen, er wordt geen reclame gemaakt.

Dit soort plekken loopt dan ook gevaar. De rozentuin van Odell werd in de jaren zeventig bijna platgewalst voor de bouw van appartementen. En de snelweg waar ik overheen kom als ik naar het bos loop, moet verbreed worden als het ligt aan demissionair minister Cora van Nieuwenhuizen van Infrastructuur en Waterstaat (VVD). Dat zal ten koste gaan van bomen die hier soms al tweehonderd jaar staan.

Er wordt aan alle kanten aan je getrokken: er zijn mailtjes om te beantwoorden, kilo’s om eraf te trainen, spullen om te kopen

Maar deze plekken zijn juist belangrijk voor het nietsdoen waar Odell voor pleit. Kijk maar naar haar gedrag in de rozentuin, of dat van mij in Amelisweerd. We zijn niet productief bezig, leveren niemand geld op. Toch zijn deze plekken voor bezoekers van waarde. Je kunt er dagdromen, je kinderen over vogels leren, een rondje lopen, thermoskoffie drinken met een goede vriend. En dan hebben we het nog niet eens over de niet-menselijke bezoekers gehad, die hier eten, slapen, broeden.

Maar net zoals deze plekken gevaarlopen, loopt het nietsdoen gevaar. Er wordt aan alle kanten aan je getrokken: er zijn mailtjes om te beantwoorden, kilo’s om eraf te trainen, spullen om te kopen. Dit is de ‘aandachtseconomie’ waar Odell het over heeft in haar ondertitel.

Ik weet zelf hoe moeilijk het is om je daaraan te onttrekken. Een paar maanden had ik het doel om tienduizend stappen per dag te lopen, om zo meer buiten te komen en te ontspannen in deze thuiswerktijden. Ik haalde mijn doel wel, maar deed dat zonder uitzondering bellend of podcast luisterend. Kon ik dat ook weer van mijn lijstje afstrepen. Intussen keek ik naar beneden, nooit omhoog.

Daarom dus die ochtendwandeling, waarop ik geen oortjes in doe en die verrekijker ervoor zorgt dat ik goed om me heen kijk.  

Je aandacht verplaatsen

In 2008 maakten werknemers van accountancykantoor Deloitte iets vreemds mee. Een nieuwe werknemer zat aan een leeg bureau voor zich uit te staren. Als iemand vroeg waar ze mee bezig was, antwoordde ze dat ze ‘denkwerk deed’ of ‘aan haar scriptie werkte’. Een andere dag bracht ze door in de lift, telkens op en neer. ‘Het helpt me om de dingen vanuit een ander perspectief te zien’, vertelde ze aan een collega. E-mails werden met hoge prioriteit heen en weer gestuurd, wat was deze vrouw aan het doen?

Zonder dat ze het doorhadden, waren de werknemers van Deloitte onderdeel van het performancekunstwerk The Trainee. De vrouw bleek de Finse kunstenaar Pilvi Takala, die erom bekendstaat sociale normen aan de kaak te stellen in haar werk.

Kunstenaars spelen een belangrijke rol in Odells boek. In een gesprek met journalist noemt ze hen ‘orchestrators of attention’, mensen die onze aandacht dirigeren. Soms laten ze, zoals Takala, de absurditeit van ons bestaan zien. Niemand kijkt ervan op als je even op Facebook zit op je werk. Maar niks doen? Ongehoord.

Soms helpen kunstwerken je juist om aandacht te geven aan wat er altijd al was, maar wat je niet zag of hoorde omdat je te druk was met iets anders. Zo beschrijft Odell Applause Encouraged van de Amerikaanse kunstenaar Scott Polach. Polach zette een rij stoeltjes neer op een klif die op de zee uitkeek, afgezet met een rood touw. Drie kwartier voor zonsondergang mochten bezoekers plaatsnemen. Ze keken naar de zonsondergang en na afloop applaudiseerden ze.

Of neem het muziekstuk van de Amerikaanse componist John Cage dat Odell bezocht. Zijn bekendste stuk is 4’33”, waarin een pianist 4 minuten en 33 seconden geen toets aanraakt, en ook dit stuk was experimenteel: ‘Drie vocalisten maakten vreemde en spookachtige geluiden, terwijl iemand voor een microfoon de kaarten schudde en een ander het publiek in liep om iemand een cadeautje te geven – dit maakte allemaal op een of andere manier deel uit van de partituur.’

Na het concert begonnen Odell allerlei geluiden op te vallen. ‘Ik liep uit het gebouw (...) en hoorde ieder geluid met een nieuwe helderheid – de auto’s, de voetstappen, de wind, de elektrische bussen.’ De klanken waren er altijd al geweest, maar nu ze er aandacht voor had, ging er een wereld voor haar open.

Je aandacht verdiepen

Ook natuur speelt een belangrijke rol in Odells boek. Zelf is ze fervent vogelaar. ‘Vogels kijken is het tegenovergestelde van iets online opzoeken’, schrijft ze. Je moet gewoon opletten, en hopen dat ze zich laten zien.

Toen Odell begon met vogelen, ging ze eerst simpelweg vaker vogelgeluid opmerken. Daarna, een voor een, begon ze de geluiden te onderscheiden en te leren bij welke vogel ze hoorden. Nu, als ze de rozentuin inwandelt, begroet ze de vogels in haar hoofd alsof het mensen zijn. ‘Hé, raaf, roodborstje, zanggors, mees, putter, towie, havik, boomklever…’

‘Vogels kijken is het tegenovergestelde van iets online opzoeken’

Zagen we eerder dat kunstenaars kunnen helpen om je aandacht te verplaatsen, het voorbeeld van het vogelen laat zien dat als je iets met aandacht bekijkt, je band met datgene zich verder verdiept. Van aandacht komt aandacht. Op die manier wortel je je op de plek waar je bent, je voelt je verbonden met je omgeving.

Odell pleit voor ‘bioregionalisme’. Die houding ‘heeft niet alleen te maken met een bewustzijn van de vele levensvormen van iedere plek, maar ook met het besef hoe die met elkaar verbonden zijn, en met ons mensen.’ Inclusief jezelf, dus.

(Als iemand aan Peter Berg, de grondlegger van het bioregionalisme, vroeg waar hij vandaan kwam, antwoordde hij: ‘Ik kom van de samenvloeiing van de Sacramento River en de San Joaquin River en de San Francisco Bay, van de Shasta-bioregio, van de North Pacific Rim van het Pacific Basin van de Planeet Aarde.’)

Odells pleidooi raakt me, omdat ik zelf jarenlang als een soort nomade leefde. Ik huurde tijdelijke woningen in Amsterdam, zat vaak tussen andermans meubelen en kende mijn buren niet bij naam. Met mijn Onefit-abonnement kon ik overal sporten en ik kon mijn Swapfiets zo weer inruilen als hij kapot was. Ik was nergens aan gebonden.

Jarenlang gaf me dat een onrustig gevoel, al kon ik mijn vinger daar toen niet helemaal op leggen. Pas nu ik langzamerhand aan het wortelen ben in Utrecht, merk ik wat ik heb gemist. Ik heb voor het eerst sinds mijn studententijd mijn muren geschilderd, ik ken de namen van mijn buren, ik weet dat er staartmezen voor mijn balkon nestelen. Voor het eerst in tijden heb ik echt aandacht voor de plek waar ik woon.

Niksen als activisme

De vraag dringt zich op: is niksen niet alleen weggelegd voor mensen die daar geld en tijd voor hebben? Het is bijvoorbeeld een luxe dat ik ruimte heb voor een ochtendwandeling. Ik heb geen kinderen, hoef me niet te haasten naar een baan in de zorg of naar mijn klas.

Odell is de eerste om te erkennen dat niet iedereen kan niksen. Ze heeft het over de steeds kwetsbaarder economische situatie van werknemers, over studenten die nachten doorhalen uit angst om niet mee te komen straks.

Is niksen niet alleen weggelegd voor mensen die daar geld en tijd voor hebben?

Maar als je de marge wel hebt, is het des te belangrijker dat je hem gebruikt. Want je aandacht verschuiven, zoals Odell haar niksen bedoelt, is niet alleen waardevol voor jezelf maar ook voor je omgeving.

Toen haar rozentuin gevaar liep in de jaren zeventig, verenigden buurtbewoners zich om zich ertegen te verzetten. En nu een deel van Amelisweerd opgepeuzeld dreigt te worden door de A27, stappen omwonenden naar de rechter. In een aflevering van het televisieprogramma zie je hoe ze zich door dikke ordners materiaal – het resultaat van tien jaar overheidswerk – heen werken. ‘Het is David tegen Goliath’, merkt een van de leden van Kerngroep Ring Utrecht op. ‘En David is heel klein, hoor.’

Zo leidt niets – het genieten van iets wat economisch gezien weinig waard is – toch weer tot iets – het willen beschermen van datgene. Odell noemt How to do nothing dan ook een ‘activistisch boek vermomd als zelfhulpboek’.

Wie een klassiek zelfhulpboek verwacht, grijpt mis. Hier vind je geen lifehacks, maar iets ongrijpbaarders. Odell noemt het zelf ‘oddly shaped’, het heeft een vreemde vorm. Deze aanbeveling doet dan ook geen recht aan wat het boek is, daar moet je het voor lezen. Mij hielp het in ieder geval om te snappen waarom ik snakte naar die ochtendwandelingen, en hoe niksen een vorm van activisme kan zijn.

Op de hoogte blijven van mijn artikelen? Als correspondent Ontcijferen onderzoek ik de getallenwereld. In mijn nieuwsbrief houd ik je op de hoogte van wat ik schrijf, hoor en lees.  Schrijf je in voor mijn nieuwsbrief