Muziek geeft mensen die alles kwijt zijn weer iets terug van zichzelf, zag deze jazzbassist

Met zijn project Sounds of Change reisde jazzbassist Lucas Dols (1980) naar vluchtelingenkampen en verwoeste steden. Daar zag hij dat mensen die alles kwijt zijn, opnieuw perspectief en hoop kunnen vinden met muziek als hulpmiddel. Het biedt, voor even, een veilige plek.
Lucas Dols (1980) is geschoold in de jazz, als bassist. Hij maakte snel carrière, maar iets bleef aan hem vreten: ‘Is dit nou wat ik me voorstelde van een leven in de muziek? Had ik niet beter dokter kunnen worden en voor Artsen zonder Grenzen kunnen gaan werken?’
Vijf jaar geleden startte hij Sounds of Change. Hij begon muziek in te zetten als hulpmiddel in de conflictgebieden van de wereld, met name in het Midden-Oosten. Met een grote koffer vol speelgoedinstrumenten reisde hij af naar vluchtelingenkampen, verwoeste steden, overal waar vluchtelingen lijden onder armoede, verscheurdheid en trauma’s. Met muziek als een middel om perspectief op een toekomst te houden, en daarmee iets van hoop te geven.
Het magische van muziek is dat het zich afspeelt voorbij de taal. Het dient vaak als iets waar (te) grote ervaringen onderdak vinden. Emoties die te pijnlijk of te complex zijn om onder woorden te brengen, kunnen toch geuit worden. Dat is heilzaam en troostrijk, en zorgt opnieuw voor verbinding.
Mensen die letterlijk alles kwijt zijn, vinden in de improvisaties van Sounds of Change voor het eerst weer iets terug wat helemaal van henzelf is. Zoals het in de geloofsbrief heet: ‘Als alles al gezegd is, of als er juist niks gezegd kan worden, omdat het te moeilijk is om te spreken, dan is er altijd nog de muziek.’
Sounds of Change leidt ter plekke mensen op die muziek kunnen gebruiken als veilige ruimte. Want dat zijn de absolute voorwaarden: veiligheid, vrijheid.
Afgelopen weekend was het vijfjarige jubileumfeest van Sounds of Change, in Amsterdam. Joris Postema heeft een korte film over de organisatie gemaakt, die bij deze gelegenheid werd gepresenteerd.
Overigens heeft Lucas Dols zijn actieradius de laatste tijd noodgedwongen (vanwege corona) verplaatst naar het internet. Hij is met zijn muziek een rol gaan spelen voor Oekraïense psychologen en wil proberen hen direct in contact te brengen met de mensen die gevlucht zijn en hulp nodig hebben. Daar ligt een plan voor klaar.
Ik heb met hem afgesproken vlak bij zijn huis in Hilversum. We lopen de Bussummerheide op, waar hij dagelijks komt. Een wandeling met onverwachte elementen, als in een improvisatie.
‘Ik loop hier elke dag een à twee uur. Ofwel voor mijzelf, of voor mijn kind, of voor alle zakelijke telefoontjes. Vorige week belde ik met een bedrijf over een workshop, en intussen zag ik twee herten op twee meter afstand voor me lopen. Erg grappig!’
Jij houdt juist erg van het Midden-Oosten, toch?
‘Ja, dat heb ik ontwikkeld in de laatste tien jaar. Vooral het contrast is fijn. Deze week komen vier vrienden uit Jordanië over voor ons vijfjarig bestaan. Wat zullen zij ervan vinden om hier over de heide te lopen met mij? Daar zijn zulke andere geuren, andere klanken. Het Midden-Oosten is een bepaalde manier van leven die ik hier niet ken. Het gaat over in het moment zijn. Vriendschappen zijn er intenser. Als je ergens weggaat zeggen ze altijd: “Hoezo ga je al weg? Blijf nog langer.” Ze willen het liefst dat je blijft slapen.’
Is de gastvrijheid zo groot?
‘Dat kan ik af en toe zelfs beklemmend vinden vanuit mijn Nederlandse achtergrond; ik wil zelf kunnen kiezen wanneer ik wegga. Maar vanuit liefde breng je daar altijd zoveel mogelijk tijd met elkaar door. Het gaat over de kwaliteit van contact maken, en niet eventjes een uurtje koffie drinken. Een repetitie met mijn band Dyar, dat zijn drie Syrische muzikanten, begint altijd met koffie en koekjes. Bij alle bandjes waar ik vroeger in speelde gold: oké jongens, we hebben een uur, laten we snel beginnen!’
Tijd. Wij hebben geen tijd meer.
‘Tijd is daar anders. Het heeft soms iets frustrerends. Iedereen gaat ervan uit dat iedereen te laat komt, dus waarom zou je zelf op tijd zijn? Iedereen komt te laat. Vervolgens begin je eerst met social talk en daarna ga je eens wat werken. In de praktijk kan je op een dag vrij weinig doen. Dat is ook mooi. Wij zijn zo gericht op efficiency. Waarom zou je niet meer ruimte inbouwen voor echt contact maken en luisteren naar elkaar?’
‘En het is meer dan dat. Wat ik daar interessant vind zijn de tradities waaraan vastgehouden wordt. Ik mis dat hier soms. Ik vind mezelf best anarchistisch. Ik houd niet van opgelegde tradities, ik ben er altijd mee bezig om dingen op mijn eigen manier te doen. Maar wel tot aan de grens waarop ik denk: had ik maar wat meer tradities! Of konden we maar meer dingen vieren. In mijn familie hebben we vrij weinig tradities. Aan de ene kant fijn omdat het vrijheid geeft; aan de andere kant mis ik het erg.’
Je vindt het daar?
‘Daar bevraag ik het: doe je dit omdat je het zelf wilt? Of omdat het moet van je familie of van de samenleving? En wat ik mooi vind aan meerdere landen in het Midden-Oosten is dat ze veel overeenkomsten hebben, meer dan wij in Europa. Jonge mensen, vrienden van mij, luisteren naar de muziek van Fairuz, de Libanese zangeres. En dat doen hun ouders ook; alle generaties luisteren nog steeds naar die muziek. Afgezien van een heleboel andere dingen natuurlijk. Maar Fairuz verbindt mensen.’
‘En hetzelfde geldt voor het eten. Ze eten allemaal hummus en falafel; misschien in Egypte andere falafel dan in Libanon, maar het is falafel. Ze hebben allemaal za’atar, dat ze over het eten doen. De taal komt erg overeen. Er zijn veel dingen die verbinden. Ik denk dat wij dat in Europa weinig hebben. Ik kan geen Europese artiest noemen naar wie iedereen in de verschillende generaties luistert.’
We staan aan de rand van de heide, roerloos landschap. Vrede.
‘Dit brengt rust. Vertrouwen. Ik heb gewerkt in Rwanda en Tanzania; soms verbeeld ik me dat hier ineens een giraffe in de verte voorbijloopt. Ik zou er niet raar van opkijken!’
Ik zeg het ook omdat jij je in coronatijd bezig bent gaan houden met Oekraïense vluchtelingen. Wat doe je precies?
‘In 2015 en 2016 ben ik twee keer in Oekraïne geweest. Toen was de oorlog al begonnen, in 2014, met de pro-Russische separatisten in het oosten van het land. Dat leverde veel vluchtelingen en problemen op. Op uitnodiging van de Nederlandse zangeres Maryana Golovchenko en de universiteit van Kyiv heb ik workshops gegeven aan psychologen. Want zij hadden toen al door dat ze bij kinderen die moesten vluchten dingen tegenkwamen waarbij de taal tekortschoot; met woorden konden ze niet altijd komen waar ze wilden komen. Ze vroegen mij: kan je laten zien wat je met muziek kan doen in het contact maken met kinderen? Wezen, dakloze kinderen.’
‘In februari, toen de oorlog verderging, ben ik gaan vragen: hoe gaat het met jullie, is er iets wat ik kan doen? Een aantal psychologen zei: nu hebben we te maken met acuut trauma. Wat doe je met iemand die nu in oorlog zit? Of die vandaag een bombardement heeft meegemaakt? Of een soldaat die nu uit de oorlog terugkomt, of erin moet?’
Zij hadden als psychologen een gevoel van onmacht?
‘Misschien krijg je in je opleiding een blokje over trauma. Nu is er opeens zo veel aan de hand. Die vraag kwam toen bij ons: kunnen jullie iets voor ons betekenen? Ik ben geen trauma-expert, maar ik ken wel mensen zoals Sander van Goor, uit mijn team, die muziektherapeut is en veel met vluchtelingenkinderen werkt in Nederland. Hij is ook expert op het gebied van trauma. Anne van den Ouwelant is een van dé experts in Nederland, heeft een eigen bedrijf, Trauma Company. Zij geeft trainingen aan de IND, de politie, de brandweer.’
‘Met zijn drieën hebben we een team opgericht: Trauma Support Ukraine. Drie dagen nadat ik de hulpvraag kreeg van de psychologen zijn we begonnen met webinars voor mensen in Oekraïne. Op 4 maart begonnen we, toen waren er al 150 deelnemers. Ze wilden allemaal weten: wat moeten we doen, kunnen we iets doen? We zijn begonnen met de basis: hoe herken je trauma? Hoe kan je met behulp van lichamelijke oefeningen, ademhalingsoefeningen, mensen helpen om stress te ontladen, te stabiliseren?’
Daar zette jij toen ook al meteen muziek in?
‘Vanaf het begin hadden we bij elke webinar een onderdeel muziek. Beginnen en eindigen met een liedje. Muziekoefeningen, samen luisteren. Juist even geen woorden gebruiken. Sinds 4 maart geven we elke week een webinar, nu nog steeds. Er is een groep docenten aan toegevoegd; de mailinglist bestaat uit 350 man.’
‘We hebben specialisten uit Duitsland die ons ondersteunen. Ulrike Held, bijvoorbeeld, is gespecialiseerd in seksueel geweld, dat helaas ook aan de orde is in oorlog. Een ander gaat over rouw: hoe ga je om met verlies? Dus die kunnen we erbij vragen. Maar muziek is altijd een onderdeel geweest, door te spelen of te luisteren, of oefeningen. In juli hebben we een concert gedaan, ter afsluiting van de eerste periode voor de zomerbreak, met Maryana Golovchenko. We deden de liedjes die Sander tijdens de webinars heeft ingestudeerd. Ik denk dat hij nu tien Oekraïense liedjes kan spelen op zijn gitaar. Hij heeft ze fonetisch uitgeschreven zodat hij ze kan zingen. Van die revolutionaire liedjes!’
Wat doet dat met de mensen, zo’n concert online?
‘Daar hebben we achteraf op gereflecteerd. Moet je je voorstellen dat het andersom is. Dat wij uit Nederland vluchten naar Moldavië, ik noem maar wat. En dat mensen in Moldavië, Nederlandse liedjes voor ons gaan zingen, dat is waanzinnig. Liedjes die jij zo goed kent. Dat is best emotioneel. Ze waren er echt door geraakt, inclusief wijzelf.’
Misschien is dat wat nodig is: emotioneel raken?
‘Het is onderdeel van een veilige ruimte creëren, denk ik. Je laat zien: ik heb mijn best gedaan om me te verdiepen in jou. Opdat je een relatie krijgt. Dat je je best doet om iets van de ander te leren kennen. Los van wat ik op het nieuws zie.’
Je investeert?
‘Dat is belangrijk. En soms heb je niet meer nodig dan die muziek. Het is het taalloze, waarin mensen zelf kunnen kiezen: ik luister, of ik ga meezingen, of ik ga dansen. Of je doet je ogen dicht.’
Het magische van muziek is dat emoties gemengd zijn, denk ik. Rationeel als wij proberen te zijn, scheiden wij de dingen. Het is of goed, vrolijk, mooi, zacht, óf hard en wreed. Maar het loopt allemaal dwars door elkaar heen, wat je in muziek sterk kunt ervaren.
‘Dat denk ik ook. En wij werken bij Sounds of Change veel met geïmproviseerde muziek. Hoe kan je emotie in klank overbrengen? Dat is wat Sander doet. Hij vraagt niet: “Hoe voel je je?” maar “Speels eens wat er in je omgaat.” Of: “Laat eens een liedje horen om duidelijk te maken hoe het nu met je gaat.” In plaats van woorden vraag je om een klank. Op die manier zoek je verbinding.’
Zo maak je iets vrij?
‘Mensen zeggen weleens dat muziek grenzeloos is, of universeel. Maar ik kan ook voorbeelden geven van muziek die juist niet bevrijdend is. Het kan ook beklemmend zijn, dus het bevrijdende zit ’m in de manier van werken. Dat proberen wij te omarmen. Het gaat niet om muziek op zichzelf, maar om een bepaalde manier van werken die zo veel ruimte kan geven, of vrijheid aan de ander. Ritme is een voorbeeld. Een sterk ritme kan een muur creëren tussen mensen die het snappen en degenen die het niet snappen. Of er meer tijd voor nodig hebben.’
‘Tomas Serrien, Belgisch filosoof, heeft een boek geschreven, Klank, over de vraag wat muziek is. Hij begint bij harmonie, melodie en ritme; hij eindigt met de omschrijving: “Klank die gemaakt is met de intentie om uit te voeren voor anderen.” Daar hoeft helemaal geen ritme in te zitten, of melodie en harmonie. Dat is eigenlijk wat we met Sounds of Change laten doen. Het kan ruimte geven als je dingen loslaat.’
Je bent ook bezig om therapeuten die gevlucht zijn in contact te brengen met mensen die hulp nodig hebben?
‘Dat is een logische stap in een samenleving: maak een directe verbinding tussen professionals en mensen die hulp nodig hebben. Een van de psychologen die ik in 2015 heb opgeleid is naar Nederland gekomen met haar twee zoontjes. Ze vertelde dat ze psycholoog is en denkt veel te kunnen doen voor mensen hier, maar haar diploma is niet geaccrediteerd. Ze mag niet werken. Dat is raar. Daar had het wel gekund, hier niet. Niet binnen ons systeem.’
De regels!
‘Dat is logisch, want je moet het zorgstelsel beschermen en kwaliteit waarborgen. In Nederland ga je met een mentaal probleem naar een huisarts; die verwijst je naar een psycholoog door. In dit geval zou een Nederlandse psycholoog via een Oekraïense tolk met jou in gesprek gaan. Je kan die stappen overslaan als je een directe verbinding kunt bouwen tussen Oekraïense psychologen en mensen uit dat land.’
Lukt dat? Of stuit je op de bureaucratie?
‘Je stuit zeker op de bureaucratie van de overheid. Maar het plan ligt er. Deze zomer is er een motie aangenomen die wij hebben aangevraagd via een aantal organisaties. We zijn nu in gesprek met Justitie en Veiligheid over de mogelijkheden om dat te kunnen gaan doen. Mensen focussen op een langetermijnoplossing, waar ik een voorstander van ben. Alleen: er moet ook op de korte termijn iets gebeuren. En dat is morgen beginnen, liefst vandaag nog. Tegelijkertijd kan je aan de langetermijnoplossing werken.’
‘Maar hoe eerder je begint met wat wij noemen “mental health and psychosocial support” (het gaat dus niet over traumabehandeling, maar wel over de interventies op het gebied van stress en verbinding), hoe beter je groter trauma kunt voorkomen. Wij willen nu aan de slag. Je wilt meteen reageren als je ziet dat er iets aan de hand is. Als ons land morgen wordt aangevallen door een ander land, ga je niet eindeloos discussiëren over wat er moet gebeuren. Iemand maakt keuzes en daar moeten we allemaal achter staan.’
‘En wij zijn nu de regio! Al die politici hadden het altijd over “opvang in de regio”, in het Midden-Oosten, over Syrische en Afghaanse vluchtelingen. Nu zijn wij de regio, en wat gaan we dan doen? En als je dan verwijst naar de mental health and psychosocial support-conferentie die Sigrid Kaag heeft georganiseerd in 2019: dat ging hierover. Er moet geld beschikbaar zijn voor opvang in de regio. Maak het maar waar. Hoe gaan we het dan nu doen? Daar is ons plan op gebaseerd. Het is niet de core business van wat Sounds of Change normaal doet. Maar we maken ons er zorgen over en maken ons er graag hard voor.’
Is dit allemaal vrijwilligerswerk, die webinars bijvoorbeeld?
‘Nee, dat vond ik ook het mooie. Meteen in de beginfase was er een ngo, Medair, die het belangrijk vond wat wij deden. Zij hebben het onmiddellijk financieel mogelijk gemaakt. Daar ben ik heel blij mee. Er is een enorme behoefte aan kennis, zowel in Oekraïne als in Nederland. Veel mensen hebben snel hulp nodig. Medair heeft ons ondersteund met geld uit acties als Giro555.’
Je werkt met Sounds of Change al vijf jaar in de brandhaarden van het Midden-Oosten. Heeft het jou veranderd, dit werk?
‘Ja, ik denk het wel. Het heeft mij veel meer inzicht gegeven in de kracht van muziek. Wat mijn missie is, het grote geloof waar het ooit uit is ontstaan. Maar dat was eerst een gevoel. Ik de afgelopen vijf jaar heb ik steeds meer praktijkvoorbeelden gezien, dat het echt gebeurt. Ik gebruik vaak een quote: “Music changes the world because it changes people.” Dat is eigenlijk een quote van Bono. Ik dacht: nee, het gebeurt al!’
‘Het uitgangspunt was altijd de kracht van muziek, en dat heb ik nu op verschillende manieren kunnen ervaren, meer dan als een idee. En er zijn meer dingen veranderd in die vijf jaar. Ik heb leiding gegeven, wat ik nooit gedaan had. Ik heb mijn hele leven in bandjes gespeeld. Dat is iets anders dan een organisatie leiden. Fondsenwerving, trainingen aansturen, dingen bedenken, beleidsplannen schrijven. Verantwoordelijkheid dragen, dat heeft het mij zeker ook gebracht.’
‘En vanaf het begin heb ik de intentie gehad om impact te maken. Maar hoe doe je dat? Hoe kunnen we de olievlek zo groot mogelijk maken? Dit weekend deden we een academy voor elf professionals die al in Nederland werken. Muziekleraren, muziektherapeuten. Wij beginnen altijd eerst met muziek ervaren. Wat kan muziek voor jou betekenen? Mensen ontdekken een structuur en wat onze methodologie erachter is. Mijn natuurlijke werkwijze is een methode die voor veel mensen interessant is.’
‘Ik geloof echt in mijn missie, dat het veel kan betekenen. Niet alleen in de muziek, maar überhaupt voor mensen die met creatieve processen bezig zijn. Als je onze werkwijze bekijkt en je haalt de muziek eruit, dan houd je iets over waar het eigenlijk om gaat: veilige ruimte, verbinding, mensen de ruimte geven om zelf na te denken en controle te hebben over iets in hun leven. Dat vind ik mooi. En dat is nog meer de missie dan dat het over muziek gaat. Muziek is het middel.’
Kun je voorbeelden geven?
‘We leiden tegenwoordig ook in Nederland mensen op in onze werkwijze. Professionals of mensen die met een specifieke doelgroep werken, zoals op een azc. Afgelopen weekend kwam een meisje binnen dat zei: “Ik ben een beetje ziek, ik voel me niet lekker, ik ben niet gelukkig de laatste maanden.” Bij de check-out op zondag zei ze: “Ik heb dit weekend ervaren wat muziek kan doen met mensen. Ik voel me nu verbonden met jullie. Ik ben blij, ik heb een andere energie, ik ga naar huis met veel meer positiviteit dan ik de vorige maanden had.”’
‘Een van de eerste dingen dateert alweer van tien jaar geleden. De eerste keer dat ik in Jordanië in een vluchtelingenkamp werkte, het grootste vluchtelingenkamp daar. Toen waren daar 140.000 mensen, geen stromend water, geen elektriciteit, niet genoeg tenten, niet genoeg eten, 40 graden. Ik werkte met een groep kinderen, en zag dat er een meisje in de hoek zat dat helemaal geen contact maakte. Ze keek door je heen. Fysiek zat ze vast.’
Opgesloten in zichzelf?
‘Ja. En door elke dag terug te komen, een uur muziek te maken, herkenbare dingen te doen, een veilige ruimte te creëren, dat zorgde ervoor dat zij steeds dichterbij kwam, fysiek; en aan het einde van de week staat ze voor me te springen en te zingen. Je zag hoe zij zich elke dag een beetje meer opende. En mee ging doen met de rest.’
Alsof je iemand tot leven wekt?
‘Ja. En een ander voorbeeld, ook in Jordanië, van een volwassene die we gingen opleiden. Er was een meisje uit Syrië dat op jonge leeftijd ernstige dingen had meegemaakt. Daar was een oorlog overheen gekomen. Een soort dubbel trauma. Gestapeld verschrikkelijke dingen meegemaakt in haar leven. Zij wilde het verhaal van haar jeugd vertellen. En niet zomaar: “Ik wil het zingen voor jullie.” Dat was onderdeel van een songwritersweek, met vluchtelingen uit Jemen, Syrië, Palestina, allemaal door elkaar. Zij had dit nog nooit aan iemand verteld. “Maar ik ga het wel zingen, want ik durf het niet te vertellen.” Daar heb ik geen woorden voor.’
‘Aan het einde van de week was er een jongen die wilde rappen over zijn net overleden moeder. Hetzelfde verhaal. Na die week van liedjes schrijven, diepe liedjes, vroeg ik: wat willen jullie ermee gaan doen? “Nou, dit willen we wel gaan uitvoeren!” Een concert! Vijftig mensen uitgenodigd, concert gegeven. Mensen voelen de vrijheid, binnen de veilige ruimte die wij creëren, om hun verhaal te vertellen. Ze hebben de opening gevonden, niet met woorden, maar in de muziek. Ook muziek is een veilige ruimte.’
Het is vorm. Iets wat houvast biedt.
‘Het is een andere vorm van expressie, waar je wel over gaat nadenken.’
Vergelijkbaar met jouw behoefte aan traditie of rituelen. Ook een vorm om te complexe ervaringen in onder te brengen.
‘En dan ben ik dus van de nieuwe tradities. Met een liedje bouw je een nieuwe traditie, een nieuwe manier van met elkaar omgaan. De trainingen van Sounds of Change hebben een duidelijke opbouw. Mensen weten dat we altijd beginnen met een check-in; we eindigen altijd met een check-out. De stappen daartussen kennen we ook ongeveer. Zo bouw je ook een traditie met elkaar. We beginnen niet voordat we elkaars stem hebben gehoord. Voelen hoe het gaat met iedereen. En met muziek creëer je iets tastbaars wat mensen mee kunnen nemen. Het kan reizen, je kan erop terugvallen.’
‘En wat onwijs helpt, dat heb ik van Sander geleerd: als je muziek maakt die er nog niet was voordat je haar hebt gemaakt (iets nieuws maken, componeren), dan geef je mensen de ruimte om helemaal hun eigen keuzes te maken. Dit zijn mijn woorden, mijn melodie, mijn ritme; ik kies hiervoor. Dat doe je met mensen die normaal niet zoveel te kiezen hebben, of nul: waar woon je, wat eet je vanavond, met wie ga je om? In de muziek krijgen ze de ruimte om alles zelf te bepalen. Dat is een hele krachtige stap voor mensen, soms.’
Iets maken is het beste antwoord op de dingen die je meemaakt. Even het heft in eigen hand nemen. Creatief worden.
‘Of creatief zijn. Zoals mijn grote held, Ken Robinson, zegt. De onderwijsexpert uit Engeland. Je moet het niet worden, we waren het al. Alleen, hoe blijf je creatief? En ik wil niet zeggen dat mensen die in een vluchtelingenkamp wonen niet creatief zijn. Het zijn mensen die bij uitstek creatief zijn. Met onwijs veel veerkracht om überhaupt te overleven. Maar soms kan je die creativiteit op een andere manier gebruiken, en het is mooi om dat te verkennen.’
Een vraag die je vast vaak krijgt en vervelend is: je gaat naar de rottigste gebieden in de wereld. Hoe overleef jij dat? Hoe houd jij je mentaal gezond?
‘Dat is een goeie vraag. Ik werk nooit meer in mijn eentje. Dat deed ik vroeger wel en vond ik heel zwaar. ’s Avonds in je eentje op je kamer zitten, terwijl je al de dingen die je meemaakt met iemand zou willen delen. Ik werk dus alleen nog met minimaal twee personen. Zodat je met elkaar de ruimte hebt om te reflecteren.’
Je hebt twee jaar geleden een zoontje gekregen. Op een of andere manier heb je het geloof in de mensheid weten te waarborgen in jezelf.
‘Tijdens corona heb ik niet één reis gemaakt. Ik heb twee jaar veel trainingen online gedaan. In Irak, Libanon, Syrië, Egypte, zelfs in Palestina en Jordanië. Best interessant om te kijken wat je ermee kunt doen. Maar het betekende ook dat het emotioneel minder zwaar was. Dat was stiekem een van de voordelen. Ik was er minder diep bij betrokken.’
Maar toch: geloof in de mensheid?
‘De eerste reis na corona was in Libanon. Voor het eerst was ik op die plek sinds ik vader was. Een plek die ik zo goed ken, ik ben er wel 25 keer geweest. Dat vond ik heftig. Vooral omdat het land, Libanon, en de stad Beiroet, niet meer hetzelfde zijn sinds ik er voor het laatst was, twee jaar geleden. Enorm achteruitgegaan, dat zie je aan alles. Armoede, frustratie, depressie, geweld.’
Had je zin om weg te rennen?
‘Ik vond het treurig om te zien. Ik kende Beiroet als een bruisende stad waar alles mogelijk is. Allemaal verschillende wijken die iets bijzonders hebben. En nu is 80 procent van de winkels dicht op de beroemdste straat, de Hamra. Failliet. Stroom uit. Donker. Snelwegen zijn niet verlicht ’s nachts, omdat ze stroom proberen te besparen.’
Het effect van de oorlog?
‘Corruptie en wanbeleid. Al jaren wordt het afval in zee gedumpt en op straat. De regering daar doet niks voor de mensen. Los daarvan is er een financiële crisis en zijn er veel sociale problemen. Er zijn veel Palestijnse vluchtelingen in Libanon. Toen kwamen er veel Syrische vluchtelingen. De Verenigde Naties zorgen best goed voor hen, althans, redelijk, want het is niet voldoende om voor iedereen te zorgen. Maar de situatie is nu zo dat de Libanezen armer zijn dan de Syrische vluchtelingen in het land. Dat is gevaarlijk. Het levert geweld op. Er zijn veel meer berovingen. Er worden meer wapens verkocht. Het is aan het veranderen, ja.’
Jij blijft gaan?
‘Ik blijf gaan, omdat er veel partnerorganisaties van ons zijn die belangrijk werk blijven doen. Zoals War Child. Die trainen wij ook daar.’
Je mag mensen niet in de steek laten?
‘Dat is precies waarom ik denk: nu moeten we juist doorgaan. Een organisatie als War Child heeft moeite met het continueren van werkzaamheden in Libanon, omdat het een oneindig conflict is. Er is geen zicht op een oplossing. En sinds de oorlog in Oekraïne hebben veel donateurs besloten om projecten rondom Oekraïne te steunen. Dat is een van de redenen waarom ik juist daar door wil blijven gaan.’
‘In de muziek weet je niet of iemand uit Libanon komt. Wel als je met iemand gaat praten. Maar in de muziek weet je dat niet. Het is zo’n mooie manier om met elkaar in interactie te zijn, voordat je weet waar iedereen vandaan komt. Of wat voor paspoort iemand in zijn zak heeft.’
Je bent opgeleid als jazzcontrabassist. Speel je nog?
‘Vorige week heb ik een Edison gewonnen! Met het album In De Regen, van Janne Schra & De Vogels. Ik ben nog redelijk actief in de muziekwereld. Tot zeven jaar geleden was ik erg actief en deed ik dit soort projecten er vrijwillig bij. Nu is het omgedraaid. Sounds of Change doe ik vier dagen per week, en ik doe wat concerten erbij. Maar dat is nog steeds een à twee keer per week spelen, ja.’
De kern van jullie werk is improviseren. Wat is het geheim van goed improviseren?
‘Niet bang zijn voor clichés. Op het conservatorium wordt er zo op gehamerd dat je het meest experimenteel moet zijn, of het meest innovatief op de jazzopleiding. Het is ook mooi om iets te herhalen wat er al was, het omarmen van clichés, want daardoor kan je veel makkelijker [muziek] maken.’
Misschien wel het omarmen, tout court?
‘Dat is een belangrijke met improvisatie. Vorige week was ik bij de uitreiking van de Edison Awards. Jan van Duikeren en Dick de Graaf zeiden in hun dankwoord allebei ongeveer hetzelfde: “Wat is jazzmuziek? Jouw antwoord op wat er gebeurt in de wereld.” En ook: “Je maakt een variatie op iets wat bestaat. Je voegt er iets aan toe.” Ik vind dat mooie omschrijvingen.’
Als het gaat om alles accepteren, dan gaat dat ook over je eigen gekte. Jij kan dat goed, denk ik, je eigen gekte exploreren, voor welke groep dan ook. Hoe geschonden de wereld ook, dat kan iets openbreken.
‘Dat is leuk. Hashem [Kabreet], lid van Sounds of Change, heeft het er altijd over dat je als creatief procesbegeleider het level van craziness laat zien. Als jij zelf niet gek durft te doen, is de kans dat mensen nog gekker gaan doen klein. Terwijl je door als rolmodel gek te doen de ruimte kunt creëren voor de anderen. En gek doen is zo aan creativiteit gerelateerd. Het durven iets nieuws te doen. Ik begin wel, en we zien wel waar we eindigen. Dat is bij uitstek iets wat in improvisatie goed kan.’
‘En ik loop inderdaad soms als een clown door zo’n vluchtelingenkamp in het Midden-Oosten. Mensen schatten mij dan in als 27 in plaats van 42. Ik zie weinig mensen van mijn leeftijd die nog steeds speels zijn.’
Als jij een kind bent, laat je zien dat het nog steeds kan, kind zijn.
‘Dat is op zich al bevrijdend. Het kind durven zijn. En dat je als begeleider een ruimte kunt creëren waarin mensen weer even kind durven te zijn. Dan is het belangrijk dat je niet uitgelachen wordt. Dat je niet hoeft te oordelen, of een foto gaat maken: “Moet je nou eens kijken!” Nee, dat is de veilige ruimte.’