In 1976 publiceerde de Engelse denker het boek Keywords: A Vocabulary of Culture and Society. Daarin analyseerde hij hoe de betekenis van een aantal maatschappelijke sleutelwoorden, zoals culture, alienation en creativity, door de geschiedenis heen van betekenis waren veranderd, en wat dat vertelde over maatschappelijke en politieke

Met het oog op de naderende veertigste verjaardag van wat inmiddels een standaardwerk mag heten, heeft een aantal Amerikaanse academici de opgericht. Over anderhalf jaar zullen de deelnemers een reeks essays publiceren over sleutelwoorden van de digitale tijd. Deze zomer worden eerste versies ervan gepubliceerd: de (draft)essays over democracy, digital, gaming en geek staan bijvoorbeeld al online.

Een van de komt van Nicholas John, een socioloog aan de Hebrew University of Jerusalem. Zijn bijdrage gaat over sharing, uiteraard een digitaal sleutelwoord pur sang. Eerder schreef Jaap Tielbeke een over de ‘deeleconomie,’ een veelgebruikte term waarvan je je af kan vragen of deze recht doet aan het fenomeen dat het omschrijft.

Veel van de (online) platformen die zich onder deze noemer scharen faciliteren bijvoorbeeld niet echt het ‘delen’ van producten of diensten, maar eerder de verkoop of verhuur ervan. Niet alleen bedrijven die zich bedreigd voelen door marktverstorende, deeleconomische initiatieven hebben daarom kritiek op de deeleconomie. Er zijn ook critici die menen dat het begrip ‘delen’ hier wordt aangewend om puur winstbejag te verbloemen, en die de hypocrisie daarvan hekelen.

Wat betekent delen?

Het interessante aan Johns essay is dat hij die discussie, over of iets wel of niet de naam ‘delen’ verdient, links laat liggen. In plaats daarvan richt hij zich op de historische ontwikkeling van de term. Hij deed onderzoek naar het gebruik van het woord door sociale netwerksites en ontdekte dat het tussen 1999 en 2010 van een specifieke betekenis een algemene betekenis kreeg. Activiteiten die voorheen allemaal een eigen naam hadden – zoals posting, sending en updating – werden vanaf 2005 allemaal sharing genoemd.

En waar het werkwoord in het begin nog werd gecombineerd met een object (share your photos of share your thoughts, bijvoorbeeld), kwam het later steeds vaker alleen te staan. Een simpel ‘Share!’ volstond: gebruikers begrepen inmiddels dat ‘delen’ was wat ze doen moesten, en hoefden niet meer uitgelegd te krijgen wát ze dan moesten delen. (Namelijk alles).

In de zestiende eeuw was ‘delen’ distributief (iets verdelen). Pas een eeuw geleden werd het ook communicatief

John gaat terug naar de zestiende eeuw om uit te leggen dat sharing van oorsprong ‘verdelen’ betekent: een kind dat haar koekje deelt met een ander kind, verdeelt dat koekje in twee. ‘Delen’ was dus distributief. Pas een eeuw geleden werd het ook communicatief: een manier van praten die zich kenmerkt door ‘openheid en eerlijkheid, en waar ook zulke waarden als vertrouwen, wederkerigheid, gelijkheid en intimiteit bij horen.’

Deze communicatieve betekenis kreeg het woord overigens dankzij de Oxford Group, een christelijke beweging van het begin van de twintigste eeuw, waar onder meer Alcoholics Anonymous uit voort is gekomen. Voor de Oxford Group was sharing ‘het in het openbaar opbiechten van je zonden’ – met vergeving als uiteindelijke doel.

De belofte van delen

In de digitale wereld wordt sharing zowel in de communicatieve als in de distributieve zin gebruikt; de sharing economy is een voorbeeld van dat laatste. Als metafoor vertegenwoordigt sharing belangrijke waarden. Wanneer we onze digitale interacties sharing noemen, schrijft John, dan geven we uitdrukking aan ‘de beloftes van de technologieën van onze generatie, net zoals de telegraaf, de radio en de televisie hun eigen beloftes hadden.’ De belofte van sharing – en dus van het internet – is er enerzijds een van eerlijke, open en intieme communicatie tussen individuen; anderzijds is het de belofte van een eerlijkere manier van produceren en consumeren, en een einde aan verspilling.

De conclusie van Johns stuk – dat sharing de belofte van een betere samenleving in zich heeft, maar dat we ons altijd bewust moeten blijven van de politiek-economische structuren waarbinnen dat delen plaatsvindt, voelt een beetje onaf, of in elk geval weinig spannend. Ik ben dan ook benieuwd of hij deze in een latere versie zal aanscherpen – de eerste versies die nu online staan worden in elk geval nog herschreven. De definitieve essays worden in 2016 gepubliceerd.

Hoe dan ook is Johns toegankelijke uiteenzetting van de historische ontwikkeling van dit fundamentele woord – voor ons online bestaan althans – sowieso de moeite waard. Ik blijf de workshop zeker volgen, en raad iedereen die graag wat langer stil wil staan bij termen als cloud, algorithm en forum aan hetzelfde te doen.

Lees ook: De deeleconomie is booming. Maar wat is het? De ‘deeleconomie’ is aan een opmars bezig. Initiatieven als Airbnb, Snappcar en Thuisafgehaald maken het mogelijk je kamer, je auto of je kookkunsten online te ‘delen’ met anderen. Het woord suggereert een grote mate van altruïsme. Maar is er wel sprake van delen? Een explainer over dit controversiële containerbegrip, door gastauteur Jaap Tielbeke. Lees de explainer van Jaap Tielbeke hier

Life is a pitch Wat vroeger praten of presenteren heette, heet nu: pitchen. Ooit voorbehouden aan verkopers en reclamemakers, maar inmiddels ook gemeengoed onder kunstenaars, schrijvers, zzp’ers, ambtenaren en zelfs parlementariërs. Zoals een coach personal branding het formuleerde: ‘Life is a pitch.’ Maar verwordt zo niet alles tot een simplistisch verkooppraatje? Een analyse. Lees mijn analyse van sleutelwoord ‘pitch’ hier

Digital Keywords Workshop Het essay van Nicholas John, en een hele reeks andere essays, is te lezen op de website van de Digital Keywords Workshop. Lezers worden uitgenodigd om feedback te geven. Digital Keywords: A Scholarly Workshop at the University of Tulsa

Keywords: A Vocabulary of Culture and Society Het boek van Raymond Williams is op meerdere plekken online te vinden. Bijvoorbeeld hier. Lees ‘Keywords’ hier