Innovatie is de oplossing voor alles, volgens dit kabinet. Waarom dan zo veel bezuinigen op onderwijs en wetenschap?
‘Innovatie’: het kabinet-Schoof kan er geen genoeg van krijgen. In het regeerprogramma duikt de term maar liefst 85 keer op. ‘Toekomstbestendig bouwen’, ‘duurzaam bodem- en waterbeheer’, ‘kunstmatige intelligentie in de zorg’: de regering ziet innovatie als hét wondermiddel.
Je zou zeggen dat het kabinet daarom ook veel waarde hecht aan dat wat innovatie (mede) mogelijk maakt: hoger onderwijs en onderzoek, oftewel de basis voor creativiteit, kritisch denken, kennisontwikkeling en verantwoord ondernemen. En dat het daarom ook flink wil investeren hierin, want zoals we kunnen lezen op pagina 75: ‘Kennis en innovatie zijn de motor van onze samenleving, dragen bij aan onze brede welvaart en concurrentiepositie en helpen om de juiste vragen te blijven stellen.’
Maar wie even doorbladert tot de paragraaf ‘Zorgvuldige aanpak bezuinigingen’ op bladzijde 80, ziet juist dat er moet worden ingeleverd op precies die twee pijlers; en niet zo’n beetje ook. Hoe oprecht zijn de ambities van de regering eigenlijk?
Minder startersbeurzen, minder internationale studenten, meer geld voor kabinet-Schoof
Het kabinet gaat vanaf volgend jaar 1 miljard euro per jaar bezuinigen op hoger onderwijs en wetenschap: 4 miljard in totaal dus.* Om dat even in context te plaatsen: de sector die innovatie aandrijft, de ruggengraat van onze kenniseconomie, is de enige van de zestien ‘beleidsterreinen’ die structureel veel moet inleveren.
Wat deze plannen nog treuriger maakt: Nederland investeert nu 2,3 procent van het bruto binnenlands product in onderzoek en ontwikkeling, terwijl de meeste Europese landen rond de 3 procent zitten.* En straks, met de bezuinigingen van 4 miljard in totaal, is dat percentage dus nog lager.
Laten we even inzoomen op die 4 miljard: waar moet het geld vandaan komen? Het Fonds voor Onderzoek en Wetenschap wordt jaarlijks voor zo’n 157 miljoen gekort.* Die bezuiniging heeft onder meer effect op de startersbeurzen van jonge onderzoekers die uit dat fonds gefinancierd worden, en waarmee het kabinet naar verwachting 175 miljoen per jaar extra bespaart.
Ook moeten er bijna 34.000 Europese internationale studenten* minder naar Nederland komen, wat 293 miljoen moet opleveren. Vooral voor universiteiten zoals die in Maastricht is dit een klap, want die ontvangen relatief meer studenten van net over de grens.*
Minder geld voor onderwijs en wetenschap betekent op de lange termijn minder kennis en uitvindingen
En hier stoppen de bezuinigingen niet. Universiteiten zullen het steeds moeilijker krijgen om onderzoek te bekostigen, vooral bij projecten die veel tijd nodig hebben – en onderzoek is nou eenmaal tijdrovend. De recent opgestarte projecten vanuit startersbeurzen worden ook afgeblazen, waardoor deze projecten nooit de kans krijgen om de tot dan toe behaalde onderzoeksresultaten te laten zien, of überhaupt hun belang aan te tonen.
Ben je er nog?
Meer stress, meer onzekerheid, minder toekomstperspectief
‘Bezuinigen’ is maar een woord, maar de impact reikt veel verder dan taal. Het betekent dat er minder mensen opgeleid kunnen worden in cruciale sectoren zoals medicijnontwikkeling, kunstmatige intelligentie en de energietransitie – precies op die plekken waar het kabinet tegelijkertijd wél meer mensen wil hebben.
Onderzoeksbeurzen drogen op, wat zorgt voor meer concurrentie tussen studenten en wetenschappers. Meer stress, meer onzekerheid, minder toekomstperspectief. Onderzoek gefinancierd krijgen was al lastig, en dat wordt alleen maar moeilijker. Ondertussen glijdt kennisland Nederland langzaam naar beneden.
Meer innovatie? Minder geld voor onderwijs en wetenschap betekent op de lange termijn minder kennis en uitvindingen. Dit zorgt weer voor minder nieuwe producten en markten, waardoor Nederland minder geld verdient en zijn vestigingsklimaat voor bedrijven minder aantrekkelijk wordt.
En terwijl dit nieuwe kabinet pleit voor minder Europese internationale studenten, wil het wel dat universiteiten zich ‘meer profileren en meer samenwerken’,* zowel in Nederland als over de grens. Wat je daarvoor nodig hebt? Juist: internationale studenten. Bovendien is het maar de vraag in hoeverre het kabinet überhaupt studenten buiten de grenzen kan houden.*
Op universiteiten zullen de bezuinigingen waarschijnlijk ook ondersteunende functies treffen, zoals studiebegeleiders en psychologen. Dit komt op een bijzonder ongunstig moment, gezien de prestatiedruk onder studenten.
Nog een probleem: de plannen van het nieuwe kabinet wakkeren ongelijkheid verder aan. De nieuwe langstudeerboete moet het kabinet jaarlijks 282 miljoen opleveren. En die boete raakt vooral studenten voor wie studeren niet vanzelfsprekend is, bijvoorbeeld door een beperking of iets anders wat extra begeleiding en aandacht vraagt; ondersteuning waarop ook nog eens wordt bezuinigd. Het gevolg is waarschijnlijk dat studenten naast hun studie minder nevenactiviteiten zullen gaan doen, terwijl die juist goed zijn voor iemands ontwikkeling. Bovendien verhoogt de langstudeerboete de prestatiedruk nog verder.*
Overigens worden niet alleen studenten getroffen. Ook jonge wetenschappers, vooral die zonder vast contract, zullen meer moeite hebben om onderzoek gefinancierd te krijgen. Het verlies van talent en potentiële innovaties is een enorm risico.
Innovatie met de handrem erop is geen vooruitgang
Bezuinigingen hoeven natuurlijk niet altijd slecht te zijn; ze kunnen er bijvoorbeeld voor zorgen dat stroperige procedures efficiënter worden ingericht. Maar dit is niet de eerste keer: bezuinigingen in de academische wereld zijn schering en inslag. Al jaren zijn de investeringen in onderwijs gestagneerd.* En in het regeerprogramma ontbreken concrete plannen om de academische sector te helpen om de klappen op te vangen. Het is dus niet zo gek dat studenten en wetenschappers al maanden de straat opgaan om te protesteren.*
Innovatie met de handrem erop is geen vooruitgang. Sterker nog, voor kennisontwikkeling en vernieuwende wetenschap is steun van de overheid juist essentieel. Grote innovatieve projecten en ontdekkingen, zoals de Nederlandse Deltawerken, zijn mogelijk gemaakt door overheidssubsidies.
Maar ook minder bekende, baanbrekende of unieke uitvindingen beginnen bij onderwijs en wetenschap. Een solide en stabiel onderwijssysteem is cruciaal voor het ontwikkelen van kennis en vaardigheden die helpen bij een gezond leven, werk en persoonlijke groei. Dit leidt tot meer banen, een sterke economie en welvaart voor heel Nederland.*
Waarom staat er in het regeerprogramma dus niet gewoon: ‘We bezuinigen op kennis, innovatie en de toekomst van Nederland’? Dat is in ieder geval een boodschap die dichter bij de waarheid ligt.