Gestreste ouders hebben geen advies nodig, maar vragen
Een op de drie ouders maakt zich zorgen over zijn of haar kind, en de meerderheid van deze groep kan daarmee niet terecht bij vrienden of familie. De Oudertelefoon springt in dat gat en hoopt zo te voorkomen dat zorgen veranderen in problemen.
‘Ik weet niet of ik voor mijn kinderen kan blijven zorgen. Ik ga hier zelf aan onderdoor.’
Pas na veertig minuten chatten komt het hoge woord bij deze moeder eruit. Aan de andere kant van de lijn zit orthopedagoog Lydia Warners, die haar probeert te helpen. Ze zit met haar telefoon in de hand in een comfortabele stoel in haar eigen woonkamer. Hier draait ze elke week een dienst voor De Oudertelefoon, een anonieme hulplijn voor ouders en opvoeders die het even niet meer weten met hun kind.
Op werkdagen kunnen ouders telefonisch of via de chat terecht bij vrijwilligers, die door hun beroep ervaring hebben met opvoedproblemen. De moeder met wie Warners nu in gesprek is, heeft onlangs de relatie met de vader van haar kinderen verbroken. Haar peuterdochter gedraagt zich nu lastig en ze wil weten hoe ze hiermee om moet gaan. Warners heeft haar al een aantal vragen gesteld, voordat de moeder schrijft dat ze eraan onderdoor gaat.
Warners’ vinger zweeft even boven de telefoon, dan typt ze: ‘Wat ontzettend naar om te lezen. Je hebt een beslissing genomen die voor jou goed lijkt, maar waar de rest van het gezin het moeilijk mee heeft. Klopt dat? En wat doet dat met jou?’
Ouders onder druk: van zorgen over de opvoeding tot parental burnout
Nederlandse ouders staan onder druk. Ongeveer een derde van hen maakt zich zorgen over de opvoeding of ontwikkeling van zijn of haar kind –* dat zijn ruim een miljoen mensen. Voor sommigen is het ouderschap zo zwaar dat ze een parental burnout krijgen: ze raken emotioneel uitgeput van het opvoeden.
Kinderen opvoeden is nou eenmaal lastig, zou je zeggen, dat is van alle tijden. Maar hoogleraar Pedagogiek Maartje Luijk wijst op een schadelijke combinatie van perfectionisme en individualisme bij het ouderschap anno nu. ‘Je moet het alleen doen en je moet het perfect doen.’
De meerderheid van die groep ouders met zorgen krijgt dan ook geen hulp vanuit hun omgeving. Sommigen zullen dat niet willen, maar er zijn ook ouders die geen hulp durven te vragen of die simpelweg het sociale netwerk niet hebben.*
Ouders stappen tegenwoordig sneller naar de professionele hulpverlening,* zegt Luijk. ‘Ze belanden eerder in de formele jeugdhulp met milde problemen: uitdagingen die onderdeel zijn van de normale ontwikkeling. Dat is problematisch in een jeugdzorglandschap dat al zwaar overbelast is.’
De Oudertelefoon probeert dat sinds 2020 voor te zijn door ‘een luisterend oor’ te bieden aan ouders. Hun werk geeft een inkijkje in de problemen van bezorgde ouders en in hoe ze geholpen kunnen worden.
‘Wat zou je zeggen als een vriendin naar je toe kwam met dit probleem?’
Eerder op de ochtend, nog voordat de gescheiden moeder het bericht stuurt, vertelt Warners over de problemen die ze zoal tegenkomt. Zo was er een moeder die belde over haar kleuter die ineens niet meer wilde slapen ’s avonds. ‘Een “huis-tuin-en-keukenprobleem”’, zegt Warners. ‘Dat bedoel ik niet oneerbiedig, voor ouders kan het echt verschrikkelijk zijn.’
De gesprekken kunnen over van alles gaan, vertelt ze, en over kinderen van alle leeftijden. Ze somt allerlei voorbeelden op: een pleegkind dat alle aandacht opeist, een conflict over de voogdij, een zoon die alleen maar aan het gamen is.
Dat ouders geen hulp uit hun omgeving krijgen, herkent Warners uit de telefoongesprekken die ze voert. ‘Ik vraag vaak: “Wat zou je zeggen als een vriendin naar je toe kwam met dit probleem?” Laatst antwoordde iemand: “Dat weet ik niet, want ik heb geen vrienden.”’
Er zijn ook ouders die wel een sociaal netwerk hebben, maar zich schamen voor de problemen in hun gezin. De Oudertelefoon spreekt ouders met jonge kinderen die zich mislukt voelen als ze niet alle ballen in de lucht kunnen houden en ouders met pubers die met taboe-onderwerpen komen. ‘Dan gaat het over drugs, gokken, seks. Dingen waarvan ouders het heel moeilijk vinden om het er met iemand anders over te hebben.’
Warners kijkt nergens meer van op. Nou ja, bijna nergens van. Ze vertelt over de vader die vermoedde dat zijn zoon seksueel is misbruikt. ‘Dat verhaal bleef nog wel een poosje spoken’, zegt ze, ‘ook omdat andere kinderen misschien gevaar lopen.’
Van alle kanten advies: van opvoedboeken tot influencers tot andere ouders
‘Wat denk je dat je kind je zou willen vertellen wanneer zij de woorden had?’ typt Warners aan de moeder die eraan onderdoor schrijft te gaan.
‘Gedrag is vaak een manier waarop kinderen praten’, legt Warners uit. Ze weet als orthopedagoog veel van ontwikkelingspsychologie en deelt zulke informatie om ouders te helpen hun situatie te begrijpen. ‘Een kleuter kun je bijvoorbeeld al beter in woorden uitleggen dat papa en mama gaan scheiden; bij een peuter is dat lastiger.’
Als ouder krijg je vaak van alle kanten advies: van opvoedboeken, influencers en andere ouders. ‘Mensen die het allemaal beter weten’, zegt Warners. ‘Dat is op een bepaalde manier ook isolerend, je kunt het gevoel krijgen dat je een slechte ouder bent.’
De Oudertelefoon pakt het anders aan, namelijk ‘oplossingsgericht’: Warners en haar collega’s gaan samen met de ouder op zoek naar een oplossing door vragen te stellen. Wat gaat er wel goed? Wat kun je meer doen? Is er iemand die kan helpen? De beste tips komen uit jezelf, is het idee.
Neem die moeder met de kleuter die niet wilde slapen. Na wat doorvragen bleek dat hij bijna naar de basisschool ging. ‘Een spannende tijd, dus’, zegt Warners. ‘Toen bedacht die moeder zelf dat zij hem apart ging voorlezen voor het slapengaan, zonder zijn jongere zusje. Daar was ik zelf nooit op gekomen.’
Warners vraagt ook altijd hoe het met de ouder gaat. Want soms is goed zorgen voor jezelf het beste wat je als ouder kunt doen, om het vol te kunnen houden. ‘Dan vraag ik bijvoorbeeld: Wat vind je leuk om te doen? Kun je dat vaker gaan doen?’
Bliep, bliep: de moeder heeft weer een reactie gestuurd, maar geeft geen antwoord op Warners’ vraag over wat haar dochter zou willen zeggen met haar gedrag. Ze schrijft: ‘Heb je tips hoe ik hiermee om moet gaan?’
Problemen die te groot zijn
Laatst had Warners een moeder aan de telefoon van een pasgeboren baby. ‘Toen dat gesprek vorderde, dacht ik: deze moeder heeft een postnatale depressie. Dat gaat echt mijn pet te boven, dus probeerde ik haar ervan te overtuigen naar de huisarts te gaan.’
Ouders komen soms met problemen die te groot zijn voor de ‘nuldelijnszorg’ die De Oudertelefoon biedt. Ruim een op de tien ouders heeft problemen op drie of meer gebieden, blijkt uit onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau.* Dan hebben ze naast zorgen over hun gezinssituatie bijvoorbeeld ook financiële problemen of een gebrek aan een sociaal netwerk.
Ouders naar de juiste instantie of persoon doorverwijzen, is dan het beste wat De Oudertelefoon kan doen. Dat doet Warners bijvoorbeeld ook bij gevallen van seksueel misbruik. ‘Je hebt bescheidenheid nodig’, zegt ze. ‘Je bent voor drie kwartier een medespeler, maar daarna is je rol ook weer uitgespeeld.’
Toch hopen de vrijwilligers van de hulplijn ook voor kwetsbare groepen iets te kunnen betekenen. Ze voeren op dit moment een pilot uit met gezinnen binnen de jeugdzorg, die misschien sneller kunnen stoppen met formele zorg als ze De Oudertelefoon kunnen bellen voor hulp.
Het zou helpen als iedereen wat meer vragen aan ouders zou stellen, denkt Warners. Ze wijst naar een gekleurd fietsje in de hoek van haar woonkamer. ‘Ik heb een oppaskind van 5, de zoon van een vriendin. Als ik met haar praat over waar zij tegenaan loopt bij de opvoeding, probeer ik om haar op de Oudertelefoon-manier te helpen: door vragen te stellen.’
Met de moeder in de chat komt Warners vandaag niet zo ver als ze had gehoopt: ze blijft vragen naar concrete adviezen om met het gedrag van haar kind om te gaan. Dus geeft Warners na anderhalf uur vragen stellen toch maar wat suggesties: misschien kan ze haar dochter meer controle geven – over wat ze op haar boterham wil, bijvoorbeeld – en is er een ritueel te bedenken waarmee ze met het gezin afscheid kunnen nemen van de oude situatie.
Warners sluit het gesprek met twijfel af. ‘Ik heb het gevoel dat ik er toch niet helemaal doorheen kom’, zegt ze. ‘Misschien speelt er nog iets anders. Ik hoop van harte dat ze iets aan het gesprek heeft gehad.’
De details in de voorbeelden zijn aangepast omwille van de anonimiteit.