Oorlog, natuurrampen, kindermisbruik – in het Jeugdjournaal is geen enkel onderwerp taboe

Sanne Blauw
Correspondent Ouderschap

Moet je kinderen beschermen tegen heftig nieuws? Het Jeugdjournaal houdt zich al meer dan veertig jaar bezig met die vraag. De makers gaan geen onderwerp uit de weg, maar hóé ze verhalen brengen verschilt wel degelijk van het ‘GMJ’, het Grote-Mensen-Journaal.

‘Wij zijn geen kinderprogramma’, zegt Sonja Verbaarschott, chef van het Jeugdjournaal. ‘We zijn een nieuwsprogramma voor kinderen.’

Ze staat op de redactievloer in Hilversum, waar mensen binnendruppelen voor de redactievergadering die zo meteen begint. Even verderop zitten de collega’s van het ‘GMJ’, het Grote-Mensen-Journaal, achter hun beeldschermen.

Als een onderwerp op het achtuurjournaal kan, wil Verbaarschott maar zeggen, dan kan het op het Jeugdjournaal. Ook als het gaat om heftige dingen zoals oorlog, natuurrampen of kindermisbruik.

‘Kinderen hebben recht op nieuws’, zegt Verbaarschott. ‘Maar nieuws is ook gewoon shit, dat kun je niet met een roze deken bedekken. We gaan niet zeggen dat de wereld niet in brand staat als de wereld in brand staat.’

Youtube plaatst cookies bij het bekijken van deze video Bekijk video op Youtube
NOS Jeugdjournaal: ‘Buurt Nieuwegein geschrokken van steekpartij’

Beschermen of blootstellen?

Boven het raam hangen uitgeprinte foto’s van kinderen. Het zijn de redactieleden toen ze zelf de leeftijd hadden van de ‘doelgroepers’: kinderen van 9 tot 12 jaar oud. ‘Dat is het eerste wat je moet doen als je hier komt werken’, zegt Verbaarschott. ‘Een foto aanleveren.’

De meeste redactieleden zijn opgegroeid met het Jeugdjournaal, Er is sinds de eerste aflevering op 5 januari 1981 veel veranderd. Inmiddels trekt het programma gemiddeld En naast een avonduitzending zijn er nu ook een ochtenduitzending, een podcast, een YouTube-serie en een eigen app. Ook is het programma inmiddels actief op TikTok en Instagram.

Maar er is één constante: de makers van het Jeugdjournaal houden zich al generaties bezig met de vraag in hoeverre ze kinderen moeten beschermen. Daarom ben ik hier vandaag op de redactie, want de vraag of je kinderen moet blootstellen aan de heftigheid van de wereld speelt breder in de maatschappij en is de kernvraag van mijn correspondentschap.

Aan de ene kant is de samenleving kinderen steeds meer gaan beschermen – van overbeschermende ‘helikopterouders’ tot Aan de andere kant worden kinderen meer dan vroeger blootgesteld aan narigheid via sociale media. De vraag of kinderen op dat vlak niet méér beschermd moeten worden beheerst het publieke debat, zeker sinds Jonathan Haidts boek

Hoe zit dat met heftig nieuws? Moet je kinderen daartegen beschermen of ze juist laten zien wat er speelt? Het Jeugdjournaal voert dagelijks de balanceeract uit tussen die twee uitersten. Om te zien hoe de medewerkers die keuzes maken, liep ik een dag mee bij het Jeugdjournaal – van redactievergadering tot uitzending. Daar zag ik: wil je echt recht doen aan kinderen, dan moet je keihard werken.

‘Drie verhalen zijn al in de maak’, zegt Jochem Nuhn om half elf bij de opening van de redactievergadering. Hij is vandaag de eindredacteur van de avonduitzending, die om zeven uur begint.

‘Annabelle is naar de die hebben aangekondigd dat ze naar Japan en de VS gaan. Die zijn megagroot bij onze doelgroep. Martin is bij de kick-off van de Koningsspelen, daar gaan alle scholieren sporten in opdracht van de koning. En Joanke is naar het pandajong in Rhenen, dat vandaag voor het eerst naar buiten mag.’

‘Nog even over dat poepen’, zegt Selina Vink, die de reacties op de Jeugdjournaal-app in de gaten houdt.

Gisteren had het Jeugdjournaal een item over influencer Rhodé Kok, die op TikTok had verteld dat ze altijd moest poepen in de supermarkt. Een deskundige van de Maag Lever Darm Stichting had uitgelegd dat stress ervoor kan zorgen dat je naar de wc moet. ‘Ik lees dus heel veel comments van kinderen die dat ook hebben bij het verstoppertje spelen’, zegt Vink.

‘Ja, dat is een leuk onderwerp!’ zegt Nikki Kuiper, die vandaag de filmpjes voor sociale media maakt. Ze loopt weg met twee duimen omhoog.

Tot zover vooral ‘doelgroepverhalen’, maar er is mogelijk ook heftig nieuws vandaag. ‘Het lijkt erop dat er afspraken komen in Gaza’, zegt Nuhn. ‘Als dat gebeurt, is het breaking news. is vanaf zes uur beschikbaar. We beslissen straks wat we doen.’

‘Wij denken na over de kwetsbaarheid van kinderen’, zegt Nuhn na afloop van de redactievergadering. Hij heeft in zijn vijfentwintig jaar bij het Jeugdjournaal veel heftige onderwerpen voor zijn kiezen gehad: corona, Anne Faber, Gaza.

Kinderen zijn emotioneel nog in ontwikkeling en kunnen daardoor Ze krijgen dan bijvoorbeeld buikpijn of nachtmerries. Sommige jeugdjournaals in het buitenland, kiezen er dan ook voor om negatief nieuws te vermijden en vooral te praten over ‘kinderdingen’.

Maar het Nederlandse Jeugdjournaal wil het echte nieuws brengen. ‘Nieuws zelf is nooit te heftig, het is meer de manier waarop we het vertellen’, zegt Nuhn. ‘We laten heftige elementen weg, maar proberen wel duidelijk te maken dát iets heftig is.’

In het geval van Gaza laat het Jeugdjournaal bijvoorbeeld geen dode mensen zien, maar wel een vrouw die huilt om haar omgekomen familieleden. In het geval van het worden geen details gedeeld van wat er precies met haar gebeurd is, maar wordt wel gezegd dat ze

Youtube plaatst cookies bij het bekijken van deze video Bekijk video op Youtube
NOS Jeugdjournaal: ‘Dit moet je weten over de ruzie tussen Israël en Palestijnen’

Het weglaten van heftige details is niet de enige manier waarop het Jeugdjournaal kinderen in bescherming neemt. Communicatiewetenschapper Mariska Kleemans bekeek met haar studenten 408 Jeugdjournaal-uitzendingen uit de periode van 2000 tot 2016. Ze wilde erachter komen

Een belangrijke trooststrategie, zag Kleemans, is de ‘sandwichformule’: voor of na een heftig item komt iets geks of positiefs. Een item over een pandajong, de Bankzitters of poepen is niet alleen leuk op zich, het kan de boel ook verzachten. Dat wordt op de redactie van het Jeugdjournaal ook wel ‘de mix’ genoemd. ‘We brengen nooit alleen maar kommer en kwel’, zegt Nuhn.

Nog zo’n trooststrategie: het delen van een lichtpuntje. In een experiment onderzocht Kleemans

Ze maakte twee items over de tsunami in Japan. Het ene was constructief – het benadrukte bijvoorbeeld dat er mensen gered werden – het andere niet: de zoektocht naar slachtoffers ging moeizaam. De kinderen die naar het constructieve item keken werden nog steeds verdrietig van het nieuws, maar een stuk minder dan de groep die het andere item te zien kreeg.

Hakt een nieuwsbericht er alsnog hard in bij een kind? Bij heftige items deelt het Jeugdjournaal standaard een filmpje over wat je moet doen als je je zorgen maakt over het nieuws.

Youtube plaatst cookies bij het bekijken van deze video Bekijk video op Youtube
NOS Jeugdjournaal: ‘Maak je je zorgen over het nieuws?’

Aan de lunchtafel zit Egbert Ulijn met een kom soep. Hij heeft de ochtenduitzending gepresenteerd, een online uitzending Daarna is hij meteen doorgegaan naar Beeld & Geluid, waar hij met een bovenbouwklas de aflevering heeft teruggekeken.

Elke maand vindt er zo’n ‘masterclass’ plaats, waar redacteuren van het Jeugdjournaal met kinderen uit de doelgroep praten over het programma. Al zijn de medewerkers aan de jonge kant – Egbert is bijvoorbeeld 27 jaar oud – ze moeten moeite blijven doen om zich te verplaatsen in de bovenbouwers die naar hun programma kijken.

‘Toen doodging, was dat voor ónze generatie groot nieuws’, zegt Ulijn. ‘Maar aan de kijkers van het Jeugdjournaal moet je wel even uitleggen

Het helpt ook dat hij regelmatig kinderen moet interviewen, zegt Ulijn. Dat is anders dan het interviewen van volwassenen: ‘Een kind blijft dat zijn of haar hele leven onthouden, dus dat wil je laten shinen.’

Hij wijst naar de muur, waaraan een A4’tje hangt met tien tips voor het interviewen van kinderen. Tip 2: ‘Laat vraagstelling aansluiten bij de belevingswereld van het kind.’ Tip 9: ‘Vertel aan het einde: niet alle antwoorden van alle kinderen passen in de uitzending.’

‘Maar we proberen toch wel alle kinderen te laten zien’, glimlacht Ulijn. ‘Al zeggen ze alleen maar: “Ja, leuk.”’

Achraf El Hajouti zit achter zijn computer, met één voet op een voetbal. ‘Die heb ik altijd bij me’, zegt hij. Vandaag schrijft El Hajouti de ‘kortjes’: de korte items met binnen- en buitenlands nieuws. Hij is net bezig met een tekst over de blauwe bessen van Albert Heijn, die mogelijk besmet zijn met hepatitis A.

El Hajouti modereert ook de comments in de Jeugdjournaal-app. Van die functie wordt veel gebruikgemaakt: in de maand januari lieten gebruikers ruim 72.000 reacties achter. Die worden stuk voor stuk bekeken voordat ze zichtbaar worden. ‘We letten erop dat kinderen niet schelden, nepdingen zeggen of persoonlijke gegevens delen.’

Hij scrolt door de lijst van comments die nog bekeken moeten worden. ‘Muziek is gay’, onder een item over muziekscholen. ‘Op je moeder’, op de vraag waar kinderen aandrang krijgen om te poepen. Hij weigert ze allebei. ‘Bij twijfel gaat het weg’, zegt El Hajouti.

El Hajouti en zijn collega’s modereren ook de reacties op YouTube, TikTok en Instagram. ‘Daar is het erger, want daar zitten ook volwassenen.’ Op TikTok kun je trefwoorden kiezen waarop comments worden gefilterd en tegengehouden. El Hajouti laat de lange lijst zien: ‘kkr’, een gorilla-emoji.

Youtube plaatst cookies bij het bekijken van deze video Bekijk video op Youtube
NOS Jeugdjournaal: ‘Hoe gaat het Jeugdjournaal om met haatreacties’

Het Jeugdjournaal is groot op sociale media: op YouTube is het met ruim 865.000 gebruikers het grootste nieuwskanaal van Nederland, op Instagram heeft het programma 530.000 volgers en op TikTok 495.000.

Ook in de tv-uitzending zijn sociale media aanwezig: in de rubriek ‘Check Dit Dan’ deelt de presentator dagelijks leuke berichten van anderen. Daar krijgen ze regelmatig kritiek op van ouders, vertelt chef Sonja Verbaarschott. ‘“Mijn kinderen mogen niet op sociale media”, zeggen ze dan, “maar jullie zitten er wel op en hebben het er de hele tijd over in de uitzending.”’

Verbaarschott vindt het een ‘duivels dilemma’: ‘Er is natuurlijk steeds meer kritiek op sociale media, over de verslavende werking en de narigheid die kinderen daar te zien krijgen. Tegelijkertijd zitten er heel veel kinderen op en wij willen zijn waar onze doelgroep is. Wij hebben de publieke taak om kinderen te informeren, dus moeten we daar zijn waar ze hun informatie vandaan halen.’

Ook is het een belangrijke plek om erachter te komen wat er onder de doelgroep speelt. ‘Na het begin van de oorlog in Oekraïne kregen we in onze dm’s vaak de vraag of Rusland kernbommen zou gaan gebruiken; daar maakten kinderen zich zorgen over’, vertelt Verbaarschott.

Maar het liefst wil ze dat kinderen naar de Jeugdjournaal-app komen – waar dagelijks zo’n 12.000 gebruikers op zitten. ‘Daar ben je koning van je eigen rijk.’ Net als de uitzending moet ook de app een plek zijn waar kinderen in aanraking komen met de echte wereld op een manier die past bij hun leeftijd.

Dus wordt ook hier gelet op de mix: na een post met heftig nieuws swipe je door naar een leuke quiz of een grappig filmpje. En in tegenstelling tot sociale media heb je de app na twintig slides ‘uit’. ‘Soms is het op’, zegt Verbaarschott. ‘Dat willen we laten zien aan kinderen.’

Youtube plaatst cookies bij het bekijken van deze video Bekijk video op Youtube
NOS Jeugdjournaal: ‘Robert-Jan maakt bommen onschadelijk’

‘Heb je je tekst al een beetje in je hoofd zitten?’ vraagt Nuhn aan Lucas van de Meerendonk, de presentator van de avonduitzending. Hij heeft zijn geruite pak al aangetrokken en eet een bord pasta achter zijn beeldscherm.

Nuhn is net bij de collega’s van de NOS langs geweest om navraag te doen over Gaza, maar het is nog steeds niet duidelijk of er vandaag een staakt-het-vuren komt. Hij heeft een redacteur vrijgespeeld om alvast een overzicht te maken van wat er sinds 7 oktober 2023 is gebeurd. ‘We zijn met een klein clubje. De ene dag doe je Gaza, de volgende dag een panda.’

El Hajouti loopt langs met zijn voetbal in zijn handen. ‘Willen we nog een kortje over de bosbranden in LA?’ Een andere redacteur stuurt Nuhn een berichtje over zijn item over de sluiting van muziekscholen. ‘Wil je mijn pareltje lezen?’ Van de Meerendonk roept van achter zijn bureau: ‘Moet er geen houdbaarheidsdatum bij die blauwe bessen?’

Tijdens het spitsuur vlak voor de uitzending zie ik dat balanceren tussen beschermen en blootstellen verdomd hard werken is.

Zowel beschermen als blootstellen is relatief gemakkelijk: óf een kind mag niks, óf het mag alles. Óf je bent de helikopterouder die je kind angstvallig bij zich houdt, óf je bent het socialemediabedrijf dat een platform maakt waar nauwelijks rekening wordt gehouden met kinderen. Voor allebei de uitersten is het niet nodig om je in het kind te verdiepen.

Maar het Jeugdjournaal kiest ervoor om kinderen serieus te nemen. Geen nieuws is te heftig voor een kind, vinden ze, maar het moet wel op een manier worden gebracht die past bij de leeftijd. En dat zit ’m in eindeloos veel kleine en grote keuzes: in de discussies bij de redactievergaderingen, in de online en offline ontmoetingen met kinderen, in de beleidsbeslissingen van de chef, in de laatste knopen die Nuhn nu doorhakt.

Wil je recht doen aan kinderen – dat laat het Jeugdjournaal wel zien – dan moet je daarvoor moeite doen, elke dag.

Youtube plaatst cookies bij het bekijken van deze video Bekijk video op Youtube
NOS Jeugdjournaal: ‘Waarom nepnieuws herkennen lastiger wordt’

‘Succes, jongen’, zegt Nuhn vanaf de regietafel in het oortje van presentator Van de Meerendonk. ‘Zet ’m op.’

‘5, 4, 3, 2, 1, start!’

Het staakt-het-vuren is er vandaag niet gekomen, dus begint Van de Meerendonk met nieuws over

Dan praat hij over het thema van de Koningsspelen, het pandajong dat na heel lang wachten naar buiten kwam en de Bankzitters die hun internationale plannen in een hangar op het vliegveld hebben aangekondigd. Hij sluit af met weerfoto’s die kinderen hebben opgestuurd.

‘Doei doei!’

De redacteuren lopen terug naar de redactie voor de vaste nazit. ‘Het was een rare dag’, zegt Nuhn. ‘Aan de ene kant is het hartstikke doelgroep, aan de andere kant hangt Gaza de hele dag boven de markt.’

‘Tsja…’ zegt redacteur Eline van Leeuwe, die de hele middag heeft gewerkt aan het overzicht van Gaza. ‘Een staakt-het-vuren was wel goed geweest voor de mix.’