De Westelijke Jordaanoever wordt in moordend tempo het nieuwe Gaza, zag ik ter plekke

Rinke Verkerk
Correspondent Omstanders
In de stad Jenin, in het noorden van de Westelijke Jordaanoever, zijn huizen met bulldozers van het Israëlische leger vernield. De beelden bij dit verhaal zijn gemaakt door de Palestijnse fotograaf Mojahid Nwahda, die met Rinke meereisde.

Israël jaagt tienduizenden Palestijnen op de Westelijke Jordaanoever op met bulldozers, bommen en schietpartijen. Op papier is dit een gerichte operatie om terrorisme te bestrijden, maar in de praktijk is geen enkele Palestijnse burger veilig voor dit systematische, massale geweld.

In Jenin, in het noorden van de Westelijke Jordaanoever, zijn winkels en werkplaatsen gesloten. De wegen zijn vernield, gevels zijn van gebouwen afgereten. Aan de sporen van rupsbanden zie ik hoe een van de bulldozers waarmee deze vernieling is aangericht de stoep op is gereden om de pui van een speelgoedwinkel te rammen.

Terwijl ik met mijn auto over kuilen en brokstukken asfalt stuiter, passeer ik een paar van die reusachtige bulldozers. De motoren ronken stationair. Israëlische soldaten doen zo te zien een dutje achter het stuur. Achter hen ligt zo’n halve kilometer uitgekrabd beton in de berm. Aloëveraplanten, koolzaad en kleine palmbomen liggen geknakt onder het puin.

Sommige Palestijnse straten hebben Hebreeuwse straatnamen gekregen. Op witte, gelamineerde A4’tjes, die op opvallend ongeschonden paaltjes zijn gespijkerd.

Op een kruispunt in de stad Jenin zijn bordjes neergezet met een Hebreeuwse straatnaam: ‘Paardenplein’.

Het is uitgestorven in de straten van wat anderhalve maand geleden nog een bruisende stad was. De 70.000 inwoners van Jenin houden zich al weken schuil voor de grootste Israëlische militaire operatie op de Westelijke Jordaanoever in 22 jaar: operatie Iron Wall.

Het is dinsdagochtend, 4 maart 2025. Terwijl Israël de Gazastrook opnieuw hermetisch afsluit voor hulpgoederen en de wapenstilstand tussen Hamas en Israël op klappen staat, zijn maar weinig ogen gericht op het geweld dat over de Palestijnse burgers op de Westelijke Jordaanoever wordt uitgestort.

Palestijnen worden massaal verdreven

Dat geweld bereikte de afgelopen twee maanden een ongeëvenaard hoogtepunt met operatie Iron Wall, waarvoor eerder dit jaar het startschot klonk in Jenin. Hoewel Iron Wall op papier een gerichte operatie tegen Palestijnse militanten is, op Palestijns grondgebied, zie ik dat het in de praktijk neerkomt op systematisch, massaal geweld tegen Palestijnse burgers.

De gevolgen zijn desastreus: Vier zijn veranderd in verlaten spooksteden. Israël is al begonnen met het leegvegen van een Op de Westoever zijn dit jaar inmiddels onder wie

Gewonden en zieken hebben nauwelijks toegang tot zorg – ook ziekenhuizen, en artsen zijn namelijk een systematisch doelwit van het leger. Militaire aanvallen gaan in deze operatie hand in hand met aanvallen door gewapende kolonisten, die mensen uit de kleinere dorpen verjagen en hun landbouwgrond inpikken.

Hoewel het leger op de Westelijke Jordaanoever vaker bulldozers dan bommen gebruikt, is het resultaat hetzelfde: hele wijken verdwijnen van de kaart en dodelijk geweld tegen Palestijnse burgers blijft onbestraft.

De schaal waarop Israël dit geweld pleegt, is kleiner dan in Gaza. Toch voltrekt het zich in zo’n moordend tempo dat ik het Palestijnse gebied op de Westelijke Jordaanoever binnen vijf dagen en nachten onherstelbaar zie veranderen.

Bulldozers, bombardementen en schietpartijen

Operatie Iron Wall begon op 21 januari 2025 – slechts 48 uur nadat de inmiddels geklapte wapenstilstand in Gaza inging. Inwoners van Jenin vertellen hoe zij werden opgeschrikt door een luchtbombardement. Daarna volgde het geronk van naderende tanks. In de uren die volgden, viel het Israëlische leger de stad en het aangrenzende permanente vluchtelingenkamp binnen.

Soldaten en scherpschutters verspreidden zich razendsnel door de wijken en vielen het Al-Amal-ziekenhuis binnen. Zeker drie artsen en twee ziekenhuismedewerkers raakten gewond. Ambulances werden doorzocht, artsen bedreigd. De aanval legde

Quadcopters en drones cirkelden ondertussen boven Jenin. Uit de drones klonken verwarrende bevelen. ‘Soms kregen we het bevel dat we binnen moesten blijven. Soms dat we moesten vertrekken. We wisten niet wat we moesten doen’, vertellen getuigen. Anderen herinneren zich het bevel om hun huizen tussen negen uur ’s ochtends en vijf uur ’s middags te verlaten, omdat deze met de grond gelijk zou worden gemaakt.

Heba Salem (37), een moeder van acht kinderen, vertelt dat ze op weg was naar haar huis in Jenin toen de eerste bommen vielen. Ze kon alleen nog maar aan haar kinderen denken, daar, zonder haar, en zette het op een rennen. Vier dagen hield het leger hen vervolgens vast in hun eigen huis, met enkel het eten dat nog op voorraad was en een kapotte watertank. Om hen heen klonken onophoudelijk bombardementen en schietpartijen. Heba zag soldaten huizen binnenvallen, mensen oppakken en hele woonblokken in brand steken.

Heba Salem (37) met haar acht kinderen en een buurmeisje.

Het leger dwong gezinnen in Heba’s wijk twee aan twee te vertrekken. Toen Heba aan de beurt was, moest ze met haar acht kinderen – tussen de twee en veertien jaar – straten over die werden beschoten door quadcopters. Soldaten en tanks waren overal; scherpschutters hielden de Palestijnen vanuit hun schuilplaats in de gaten. ‘Ik hield mijn kinderen dicht tegen me aan, in de hoop dat ze ons dan zouden sparen. We zijn gaan lopen met enkel de kleding die we droegen.’

Sindsdien komt Heba’s oudste dochter niet meer uit haar woorden – ze krijgt haar zinnen niet af. Haar jongere kinderen plassen weer in hun broek. Ze hebben te weinig eten. Niemand gaat meer naar school. Twee dagen voor ik haar spreek, ging Heba voor het eerst poolshoogte nemen bij haar huis. Het was onherkenbaar verwoest.

Heba’s huis is een van de vele woningen die het Israëlische leger in Jenin heeft vernield. Niets is gespaard, zie ik, terwijl ik op 4 maart rondloop door de ravage. Voorgevels zijn van huizen gerukt door bulldozers, interieurs zijn verbrand. In de muren zitten kogelgaten zo groot als mijn handpalm. Op de wanden van gevandaliseerde huiskamers zijn Hebreeuwse teksten gespoten.

Sinds ze uit haar huis werd verdreven, verblijft Heba met haar gezin in het dorp Burqin, naast Jenin.

Straffeloos doden

In het oosten van de stad zitten bewoners die ochtend onthutst tegen een muur aan het begin van de Imseeh-laan. Met zijn zoontje Mohammad op de arm vertelt Hani Dawahde (37) hoe ze vanmorgen werden opgeschrikt door spervuur. Toen het voorbij was, ging hij buiten kijken. Hij zag de schoonzoon van zijn buren liggen. Doodgebloed, op straat.

Het slachtoffer is Jihad Alaouna (24). Zijn zwager Ala Sharad (27) vertelt hoe Jihad een paar uur eerder naar zijn auto liep. Toen hij wilde instappen, schoot een Israëlische scherpschutter hem in zijn been. Terwijl Jihad om hulp schreeuwde, werd hij beschoten met volautomatische machinegeweren.

Ala Sharad (27), zwager van Jihad Alaouna (24).

Ala moest hem onder spervuur een steeg in slepen. Toen hij Jihad wilde helpen met zijn verwondingen, werd Ala opgepakt door militairen, geboeid met tiewraps en zeker twee uur verhoord, samen met andere mannen uit de buurt. In die tijd is Jihad doodgebloed – de soldaten hielpen hem niet.

De broek die Ala draagt, is besmeurd met bloedvlekken en er loopt een sleepspoor naar de steeg naast het huis. Over de plek waar Jihad stierf, ligt een kleed dat niet groot genoeg is om de bloedvlek te bedekken. Over een blauwe bank hangt zijn spijkerbroek. Er plakken stukken van zijn kapotgeschoten lichaam aan de stof. Jihads zoon Jahd (2) en zijn dochter Sisi (3) drentelen om de broek heen. Zijn acht maanden zwangere vrouw zit op een stoel tussen familieleden en staart in het niets.

Dan: tumult. De ambulance met het lichaam van Jihad is terug. Gewikkeld in de Palestijnse vlag wordt hij van de brancard op een draagbaar gelegd.

Jihad wordt door zijn geliefden naar een Er komt geen onderzoek naar de toedracht van zijn dood. Geen rapport, Jihad is een van de inmiddels 95 Palestijnen die dit jaar op de Westelijke Jordaanoever door Israël zijn gedood.

Wat heeft Israël te zoeken op de Westelijke Jordaanoever?

De Israëlische premier Benjamin Netanyahu kondigde Iron Wall begin dit jaar aan

Dit verraste de Palestijnse Autoriteit (PA), vertelt PA-gouverneur Abdullah Kmeil me. De PA, die het gezag voert over de gebieden die Israël nu binnenvalt, had nota bene in de weken ervoor zélf de aanval geopend op gewapende Palestijnse verzetsstrijders. Onder de naam had de Palestijnse Autoriteit deze strijders opgejaagd en gearresteerd, hun wapens vernietigd en hun operatiecentra onklaar gemaakt.

Op 9 januari concludeerde de PA dat het gewapende verzet zo goed als onschadelijk was gemaakt. Palestijnse journalisten en bewoners uit Tulkarm en Jenin bevestigen dat. ‘Waarom moest Israël dan nog zo gewelddadig ingrijpen?’ vraagt gouverneur Kmeil.

Abdullah Kmeil, gouverneur van Tulkarm.

Palestijnen zijn ervan overtuigd dat er een andere reden schuilgaat achter operatie Iron Wall. ‘Israël wil ons verdrijven, en de Westelijke Jordaanoever innemen’, zeggen Palestijnse journalisten en bewoners uit Jenin, Hebron, Ramallah en Tulkarm tegen me. Ze zijn bang dat Israël hen uiteindelijk wil samendrijven in een paar toch al overbevolkte steden, waar Israël hen volledig kan controleren.

Dit gebeurt nu al in de zuidelijke stad Hebron, waar de bewegingsvrijheid van Palestijnen extreem wordt ingeperkt door middel van Israëlische surveillancesystemen, segregatiewetten, gewapende kolonisten en

Een escalatie van jarenlang Israëlisch geweld

Israël zegt dus dat Iron Wall nodig is om aanslagen, zoals de Hamas-aanval vanuit Gaza op 7 oktober 2023, te voorkomen. Maar Israël laat met deze militaire operatie een praktijk escaleren die is terug te voeren tot ver vóór 7 oktober. De afgelopen vijftien jaar vernietigde Israël namelijk al meer dan

Onder Netanyahu kwam deze praktijk in een stroomversnelling. In 2020 won hij de parlementsverkiezingen met

In maart 2023 Daarop namen de en de uitbreidingen van Israëlische nederzettingen een vlucht.

In het jaar daarop, in juli 2024, oordeelde het Internationaal Gerechtshof dat de Israëlische bezetting van de Westelijke Jordaanoever zo snel mogelijk

Maar Israël deed juist het tegenovergestelde: het voerde de geweldscampagne op. Met als (voorlopige) climax operatie Iron Wall.

Geen kans op terugkeer

Alleen al in de eerste twee maanden van Iron Wall vernielde het Israëlische leger

Geen enkele bewoner krijgt daar van tevoren een persoonlijk bericht over; het leger verspreidt online een satellietfoto van het gebied. De huizen die vernield worden, zijn daarop met rode stipjes gemarkeerd. Palestijnen moeten iedere ochtend koortsachtig verschillende websites doorzoeken om te zien of hun woning aan de beurt is.

Op 5 maart ben ik getuige van de vernieling van zeventien huizenblokken, in het permanente kamp Nour Shams, naast de stad Tulkarm. Bewoners hebben drie uur de tijd om hun spullen op te halen.

Mensen klauteren over betonbewapening, afgebroken muren, gescheurde gordijnen, de inhoud van een onder het puin bedolven kledingkast. Ze kunnen alleen wat plastic tasjes dragen, wat pakken luiers, pannen, matrassen. Een magnetron, met z’n tweeën nog net een koelkast. Om half vier ’s middags wordt iedereen opgeschrikt door geweerschoten. Zo laten Israëlische militairen weten dat de tijd om spullen op te halen voorbij is.

Hoewel het voedseltekort groot is, is het simpelweg onmogelijk om al het eten dat nog in het kamp ligt te dragen. In een vernielde groentewinkel in Nour Shams zie ik de aubergines nog vers in de schappen liggen, bedolven onder het stof.

In het permanente kamp Nour Shams, naast de stad Tulkarm, zoekt een bewoner tussen het puin naar wat er is overgebleven van zijn huis en spullen. Hij vindt alleen een knuffel.

Gouverneur Kmeil en bewoners die hun spullen uit Nour Shams proberen te halen, vertellen me dat verschillende generaties van een familie samenwonen in een huizenblok. Wanneer de familie uitbreidt, bouwen ze er een verdieping bij. Dit betekent dat er in één huizenblok soms wel vijftig tot honderd familieleden wonen.

Waar vinden die samen een nieuwe woonplek? Mannen gaan in de moskee slapen. Vrouwen met kinderen zoeken hun toevlucht in een van de zestien overbevolkte opvanglocaties in de regio. Sommige gezinnen kunnen terecht bij familie. Na de verwoesting van een huizenblok is de kans om ooit samen naar huis terug te keren dus ook verwoest.

Bovendien wordt de mogelijkheid om elkaar nog op te zoeken In 2023 waren er op de Westelijke Jordaanoever al 645; nu zijn het er bijna 900. Israëli’s worden doorgelaten, terwijl Palestijnen worden tegengehouden en Om de checkpoints te vermijden, verplaatsen zij zich zo min mogelijk.

Het gevolg is dat Israël, door huizen te vernielen en Palestijns grondgebied te versnipperen, ook Palestijnse gemeenschappen uiteenrukt en het sociale weefsel van de samenleving verscheurt.

Palestijnen verjagen, grondgebied innemen

De Israëlische regering vult in hoog tempo zelf de gaten die ze slaat. Telkens als het Israëlische leger Palestijnen uit hun woningen heeft verjaagd, bezetten kolonisten en militairen de huizen. Ze hernoemen straten, roven enorme lappen landbouwgrond.

De Westelijke Jordaanoever is 5.655 vierkante kilometer – iets groter dan Noord-Brabant. Alleen al in de eerste zes weken van operatie Iron Wall beroofde Israël Palestijnse boeren van landbouwgrond in het noorden van Jenin. Dat is meer dan tien keer zoveel als Israël in heel 2024 annexeerde.

Terwijl Israël Palestijnse woningen keurde de regering in één jaar bouwplannen voor Alleen al in het jaar vóór Iron Wall kwamen er bij. Ze worden, zie ik overal, gemarkeerd met wapperende Israëlische vlaggen en lichtgevende davidsterren.

Hoewel de staat geen officiële toestemming voor deze buitenposten geeft, worden ze wel beschermd door militaire posten en bewapende soldaten. Deze militairen mogen op Palestijnen schieten zodra zij hen als bedreiging ervaren.

Dertien van die illegale nederzettingen worden nu, in de context van operatie Iron Wall, gelegaliseerd door het Israëlische kabinet. ‘In plaats van ons te verstoppen en ons te verontschuldigen, hijsen we de vlag, bouwen we en koloniseren we’, Hij noemde het een belangrijke stap richting Israëlische soevereiniteit over de Westelijke Jordaanoever.

Kolonisten en militairen roven ook extra grond – ‘bufferzone’ – om de nederzettingen heen. Ze leggen illegale wegen aan en annexeren bestaande Palestijnse wegen – wat betekent dat Palestijnen ze niet meer mogen gebruiken en kolonisten wel. Hierdoor kunnen Palestijnse boeren en herders hun land en dieren soms niet meer bereiken en wordt het voor Palestijnen levensgevaarlijk om zich te verplaatsen over hun eigen grondgebied.

In combinatie met het kolonistengeweld dat vanuit de nederzettingen wordt gepleegd, maakt landroof het leven ook voor Palestijnen wier huizen (nog) niet zijn gesloopt soms zo onleefbaar

Bewoners van Nour Shams dragen zo veel mogelijk van hun spullen het permanente vluchtelingenkamp uit.

Wie stopt de bulldozers?

Terwijl alle ogen op Gaza zijn gericht, waar Israël in de eerste drie dagen na het torpederen van de wapenstilstand naar schatting zevenhonderd Palestijnen heeft gedood, grijpt het de controle op de Westelijke Jordaanoever.

Iron Wall, een militaire operatie die wordt uitgevoerd onder het mom van terrorismebestrijding, richt in de praktijk grootschalige, onherstelbare schade aan. Tienduizenden Palestijnen zijn ontheemd, hun gemeenschappen zijn uiteengereten en terugkeer naar hun huizen is onmogelijk gemaakt. ‘Ze maken van ons het volgende Gaza’, zegt Heba.

Israël eigent zich steeds meer Palestijns grondgebied toe. En hoewel dit grootschalige geweld wordt veroordeeld door het hoogste gerechtshof van de Verenigde Naties, slopen de Israëlische bulldozers vooralsnog ongestoord door.