Het Land van Ooit, de Efteling of Kamp Vught. Dat waren op mijn Bossche basisschool zo’n beetje de opties voor een klassenuitje. Vught maakte indruk. De barakken waarin joden, homo’s, zigeuners en gehandicapten als vee bovenop elkaar hadden gelegen. De marmeren sectietafel van de kamparts, waarvan een klasgenootje zwoer dat hij er opgedroogd bloed op zag liggen. De verhalen van mensen die door honger en mishandeling dood op de grond neer waren gevallen. De ovens in het crematorium. De vrouw van de rondleiding die ons vertelde dat je het verbrande vlees tot kilometers verderop kon ruiken. Daarna kregen we ranja en een Milky Way.

Boyd van Dijk (1987), een historicus uit Breda, debuteerde onlangs met zijn boek Leven naast het kamp: Vught en de Vughtenaren. Hij onderzocht daarvoor de ambigue rol die de inwoners van Vught speelden in de twee jaar dat het kamp in hun dorp in gebruik was. Daarmee belicht hij een oorlogservaring die tot nog toe maar weinig beschreven werd: die van de omstander.

Van Dijk sprak voor zijn boek uitvoerig met betrokkenen en dook in archieven en strafdossiers uit die tijd om een beeld te kunnen schetsen van Vught voor, en tijdens de Tweede Wereldoorlog. In Leven naast het kamp brengt hij verslag uit van de ervaringen van allerlei Vughtenaren die zich geconfronteerd zagen met zieke nazi-praktijken in hun directe omgeving.

Van de burgemeester die moest kiezen: aftreden of aanblijven en de regels van de SS volgen. En van burgers die onder dwang huisvesting boden aan de massaal toegestroomde Duitse officieren. Ook gaat Van Dijk in op de beslissingen die binnen het politiekorps en door de in het kamp werkzame Nederlanders werden genomen. Alle ervaringen schreef hij koel en zakelijk op, wat de wreedheid van de praktijken voelbaar maakt.

Met name de passages waarin hij vertelt over het schrikbewind van de kampcommandanten zijn luguber. Zo vertelt hij over een nacht waarin een Duitse commandant in Vught 74 ‘opstandige’ vrouwen opsloot in een badkamer van 9 vierkante meter. ‘Hoogstpersoonlijk heeft hij staan duwen om de cel vol te krijgen met de angstige menigte vrouwen. Van de 74 gevangenen lagen er de volgende ochtend tien dood op de vloer van de cel.’

De jongen die zichzelf aansluit bij de SS is niet gelijk een collaborateur, de agent die een jood laat ontsnappen niet gelijk een verzetsheld

Van Dijk is steeds gedetailleerd, waardoor hij later meerdere verhaallijnen met elkaar kan vervlechten. Het levert een boek op zonder oordeel. Een boek dat de jongen die zichzelf uit pure wanhoop aansluit bij de SS niet gelijk een collaborateur maakt, en de agent die een jood laat ontsnappen niet gelijk een verzetsheld.

Dat wat Van Dijk zo gefascineerd heeft, het grijze gebied tussen schuld en onschuld, tussen deelnemen en wegkijken, komt terug in het verhaal van de Vughtse korpschef van de politie: Offermans. Een opstandige man die weinig op had met hiërarchie en het blind volgen van regels. Toch werkte hij nauw samen met de Duitsers en hield hij er toezicht op dat elke jood op transport, die bestemd was voor het kamp, daar ook daadwerkelijk terecht kwam. Vughtenaren die hem daarbij in de weg stonden of hun afschuw lieten blijken, konden afgeblaft worden. Toch was het diezelfde Offermans die voor gevangenen post en pakketjes het kamp in en uit smokkelde. Zijn verhaal bewijst: er is niet zoiets als één moraal, ook niet in oorlogstijd.

was het meest dodelijke concentratiekamp van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. 31.000 mensen zaten er vast, 735 vonden er de dood. Het was een gevangenen- en doorvoerkamp, dus het gemiddeld aantal sterfgevallen lag er lager dan in veel Duitse kampen. Maar daarmee was het lot van de Vughtse gevangenen geenszins humaner. Marteling was aan de orde van de dag. De honden van de kampleiding werden getreiterd en daarna opgefokt om joden te bijten. Alle gevangen droegen verplicht klompen zonder sokken, waardoor een scherpe pin de hele dag in hun voeten sneed. Veel gevangenen overleefden Vught, maar werden afgevoerd naar andere kampen en daar alsnog vermoord. Op 5 juni 1943 werd aangekondigd dat alle kinderen uit het kamp weg moesten. In de twee dagen daarna werden in totaal tussen de nul en zestien jaar afgevoerd van Vught naar Westerbork en Sobibór. Daar werden ze direct vergast.

Leven naast het kamp is bij tijd en wijle onbevredigend. De hoofdpersonages nemen soms beslissingen om redenen die niet goed te volgen zijn. Maar precies daarmee vat Van Dijk de innerlijke strijd die de Vughtenaren zelf gevoeld moeten hebben. 

Ik voel me na het lezen weer dat meisje van tien met die Milky Way, dat zich opeens ten volle beseft wat zich daar achter dat prikkeldraad heeft voltrokken. Eén verschil met toen: door de beschrijving van Van Dijk begrijp ik nu bijna waarom.

  Leven naast het kamp Het boek Leven naast het Kamp van Boyd van Dijk is hier als papieren boek en als e-boek te vinden. Op de site vind je ook meer informatie over de auteur en een leesfragment. Bezoek hier de site van Leven naast het kamp