In Die column is hier terug te lezen. een column in mijn tuin schreef leerling Tessa Sparreboom (17) onlangs over haar profielkeuze:

‘Cultuur & Maatschappij werd ook bij mij in de klas als pretpakket bestempeld. Een voldoende voor geschiedenis had je immers al wanneer je de toetsstof de avond van tevoren twee keer doornam. Voor de talen moest je domweg wat woordjes uit je hoofd leren, iets wat iedereen kon. Maar bij de bètavakken en economie moest je daadwerkelijk een beetje gaan nadenken. Er werd gezegd dat wie neigde naar een CM-profiel, maar beter van gymnasium naar het atheneum kon verkassen, om daar alsnog voor het Economie & Maatschappij-profiel te kiezen.’

Tessa koos voor een combinatieprofiel CM-EM, ‘ik moest mezelf maar een beetje uitdagen.’ Het leverde haar veel stress en magere vijfjes op. Achteraf bezien had zij veel liever voor een cultuurprofiel gekozen, zonder economie en met een eenvoudigere vorm van wiskunde.

Dat zij dat niet deed, kwam door het slechte imago van het CM-profiel. Een pretpakket, dat niet gekozen wordt door leerlingen met een talenknobbel, maar door leerlingen die de andere profielen niet aankunnen. En daarom kiezen steeds minder leerlingen voor het profiel. In dit stuk. Ik schreef daarover:

‘Een combinatieprofiel natuur (N&G én N&T) is volgens veel leerlingen het ‘hoogst haalbare’ gevolgd door Natuur&Techniek, en dan Natuur&Gezondheid. Het economieprofiel wordt gekozen door leerlingen die veel geld willen verdienen, leerlingen die niet goed genoeg zijn in wiskunde voor een natuurprofiel, of leerlingen die eigenlijk Cultuur&Maatschappij willen doen maar dat profiel niet prestigieus genoeg vinden.’

Is de CM’er een zwakke leerling, de EM’er is iemand (veelal een jongen) die ook zijn eigen schoolleven volgens economische principes leidt: met zo min mogelijk inspanning, zo’n goed mogelijk resultaat. De NG-leerling is een nerd zonder autisme. De NT-leerling is een nerd mét autisme.

De vraag is: kloppen die stereotypen? Is het C&M-profiel vaak een negatieve keuze, spannen leerlingen met een economieprofiel zich minimaal in en zijn leerlingen die hoge cijfers halen oververtegenwoordigd in het natuurprofiel?

Die vraag probeer ik te beantwoorden aan de hand van twee datasets.

Wie volgt welk profiel?

Allereerst vroeg ik de derdeklasrapporten op van leerlingen van mijn school die een reguliere schoolloopbaan hebben en die nu in de bovenbouw van het vwo zitten. Zodoende kon ik hun cijferlijst koppelen aan het profiel dat zij later kozen. Ik wilde weten of het klopt dat leerlingen die over de gehele breedte goed scoren voor een natuurprofiel kiezen, en of zwakkere leerlingen eerder geneigd zijn voor het CM-profiel te kiezen.

Daarnaast heb ik gegevens gebruikt uit de COOL-onderzoeken van 2008 en 2011. In het onderzoek van 2008 is een grote groep derdeklassers getoetst op begrijpend lezen, woordenschat, spelling, wiskunde en Engels. Een deel van die leerlingen deed ook mee aan het onderzoek van 2011, toen zij in hun examenjaar zaten. Op basis van die lijst kon ik zien voor welk profiel de leerlingen uit 2008 hebben gekozen, om zo wederom een koppeling te kunnen maken tussen prestatie in de derde klas en de keuze voor een profiel.

Nu, dat wordt reuzeleuk.

En, kloppen de stereotypen?

Koppelen we de cijferlijsten van derdeklassers op mijn school aan het profiel dat zij aan het eind van het jaar hebben gekozen, dan levert dat de volgende tabel op:

Waarvoor dank aan Jos van der Geest van het Erasmus MC. Het beeld is duidelijk: leerlingen op mijn school die over de gehele linie goed scoren, kiezen voor een techniekprofiel of een dubbelprofiel natuur. Het verschil in cijfers is het grootst bij wiskunde: NT’ers scoren daar bijna twee volle punten (!) hoger dan leerlingen met een CM-profiel. Cultuurleerlingen scoren wel iets hoger op Frans en Duits dan natuurleerlingen, maar dit verschil is veel kleiner dan dat bij wiskunde. Bovendien scoren leerlingen die het dubbelprofiel NG/NT hebben gekozen iets beter op Duits dan leerlingen met slechts CM.

De ene leerling die gemiddeld een 7,6 stond aan het eind van de derde klas en tóch voor CM koos, haalt het gemiddelde eigenhandig flink omhoog. Bedankt, Nadia

Opvallend is ook dat leerlingen die voor een economieprofiel kiezen in de derde klas lager scoren op economie dan leerlingen die voor NT kiezen, een profiel zonder economie.

Maar het gaat hier om de leerlingenpopulatie van één school, een school die zich profileert als bètaschool. Zesentachtig leerlingen volgen een NG/NT-profiel, en slechts twaalf leerlingen van de 303 vwo-bovenbouwleerlingen op mijn school hebben überhaupt voor een CM-profiel gekozen. De ene leerling die gemiddeld een 7,6 stond aan het eind van de derde klas en tóch voor CM koos, haalt het gemiddelde eigenhandig flink omhoog en verprutst daarmee deels mijn hypothese.

Bedankt, Nadia.

Of eigenlijk: bekeek Amber Walraven van de Radboud Universiteit Nijmegen. Daarom bekeek ik ook De datasets zijn hier terug te vinden. de data van het COOL-onderzoek uit 2008 en achterhaalde de profielkeuze van de Het aantal leerlingen dat aan beide onderzoeken heeft meegedaan verschilt per onderdeel.

Bij CM: 72 leerlingen begrijpend lezen, 65 leerlingen woordenschat, 65 leerlingen spelling, 76 leerlingen wiskunde, 48 leerlingen Engels.

Bij EM: 215 leerlingen begrijpend lezen, 199 leerlingen woordenschat, 195 leerlingen spelling, 213 leerlingen wiskunde, 134 leerlingen Engels.

Bij NG: 165 leerlingen begrijpend lezen, 147 leerlingen woordenschat, 141 leerlingen spelling, 155 leerlingen wiskunde, 90 leerlingen Engels.

Bij NT: 124 leerlingen begrijpend lezen, 114 leerlingen woordenschat, 112 leerlingen spelling, 115 leerlingen wiskunde, 73 leerlingen Engels.
door middel van het COOL-onderzoek uit 2011. Moderne vreemde talen en de vakken geschiedenis, aardrijkskunde en economie zijn niet meegenomen in dit onderzoek, en dus valt er alleen iets te zeggen over de De kernvakken zijn de vakken Nederlands, Engels en wiskunde. Voor deze vakken mag een leerling op zijn eindexamenlijst niet lager dan een 5 staan, en hij mag maar voor één van deze vakken een onvoldoende staan. Nederlands, wiskunde en Engels. Ook was het niet mogelijk te achterhalen wat de resultaten waren van leerlingen die een combinatieprofiel hebben gekozen, omdat de CM/EM’ers en NG/NT’ers op één hoop zijn gegooid.

Enfin. De koppeling levert de volgende resultaten op:

De resultaten op begrijpend lezen, woordenschat, spelling en Engels ontlopen elkaar niet zoveel, net zomin als de cijfers voor de vakken Nederlands en Engels elkaar ontliepen in het onderzoek op mijn eigen school. Het cijfer voor wiskunde discrimineert wederom veel meer; wie goed is in wiskunde, kiest voor NT. Ook scoren de NT’ers beter op de IQ-test dan hun medeleerlingen die voor andere profielen kozen.

Hoe scoren leerlingen drie jaar later?

Hoe scoren leerlingen drie jaar later op hun eindexamen? Een derde tabel:

Het beeld is vertrouwd. De NT’ers scoren een stuk hoger dan het soepie. Het gemiddelde eindexamencijfer van de groep lag in 2014 een half punt hoger dan dat van leerlingen uit andere profielen. Zij scoren veel beter op de bètavakken, en lopen net als in de derde klas niet of nauwelijks achter bij de talen.

Dat beeld wordt bevestigd door de cijfers die leerlingen halen voor hun keuzevakken. Niet alleen kiezen NT’ers vaker voor een alfavak dan alfa’s voor een bètavak, ook maken zij die examens beter dan de maatschappijleerlingen die die vakken in hun profiel hebben. De NT’ers maken het eindexamen aardrijkskunde, geschiedenis en economie een stuk beter de leerlingen die deze vakken in hun pakket hebben.

Dat lijkt logisch, want zij hebben immers voor het vak gekozen buiten hun profiel om en dat zouden zij niet gedaan hebben als ze met pijn en moeite tot een 5,5 op het eindrapport in de derde klas waren gekomen.

Maar die redenering werkt maar één kant op.

De 28 cultuurleerlingen en 247 economieleerlingen die het eindexamen natuurkunde maakten, haalden gemiddeld een 5,9. De 91 CM-leerlingen die voor wiskunde B kozen, werden daar voor beloond met een 5,6, tegenover de 6,9 die NT-leerlingen voor datzelfde examen haalden. De 7,3 die CM-leerlingen gemiddeld haalden voor het eindexamen scheikunde is vertekend: slechts drie leerlingen durfden het aan dat examen te maken.

Doen bèta’s het dus beter op school?

Ja, leerlingen die voor een Natuur&Techniek-profiel kozen, scoorden in de derde klas gemiddeld beter dan leerlingen die voor een ander profiel kozen, blijkt zowel uit het onderzoek op mijn eigen school als uit het COOL-onderzoek. Vooral bij wiskunde lopen de verschillen erg uiteen. Ook op het eindexamen scoorden zij in 2014 beter, én zij scoren beter op aardrijkskunde, geschiedenis en wiskunde dan leerlingen die deze vakken in hun profiel hebben.

Tegelijkertijd geldt: Natuur&Gezondheid-leerlingen scoren helemaal niet zoveel beter dan maatschappijleerlingen.

Wie slim gevonden wil worden, kiest voor Natuur&Gezondheid. Wie slim is, kiest voor Natuur&Techniek.

Hoe taal en cultuur van de middelbare school verdwenen Steeds minder middelbareschoolleerlingen kiezen voor taal en cultuur. Dat is het gevolg van een krachtige lobby door de overheid en het bedrijfsleven: bèta's vinden sneller een baan en kunnen bovendien prima geesteswetenschappen studeren. Eén probleem: zijn er straks nog wel banen voor al die bèta's? Lees het verhaal hier terug Waarom hoef je geen eindexamen Frans te doen om het te studeren? Als je geneeskunde wilt studeren moet je een bètaprofiel gedaan hebben, maar als je Duits wilt studeren hoef je geen Duits gevolgd te hebben op de middelbare school. Waarom eigenlijk? En verklaart dit waarom het Cultuur&Maatschappij-profiel uitsterft? Lees het stuk hier