Woensdag Lees hier de brief van Plasterk. verklaarde minister Ronald Plasterk (Binnenlandse Zaken, PvdA) dat hij niet wilde onthullen hoeveel personen en organisaties door de Algemene Inlichtingendienst en Veiligheidsdienst (AIVD) zijn afgeluisterd en bij hoeveel operaties de afluisterbevoegdheid is ingezet. De Commissie van Toezicht betreffende de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (CTIVD) Lees hier het rapport van de CTIVD. had deze getallen namelijk opgenomen in een nieuw rapport over de AIVD, maar Plasterk besloot om deze getallen onleesbaar te maken met een zwart balkje in de definitieve versie van het rapport. De verklaring: de cijfers zouden te veel inzicht geven in de werkwijze van de AIVD. Een merkwaardig besluit.

Volgens mij zijn de tapstatistieken van de AIVD geen staatsgeheim en kan het vrijgeven daarvan geen gevaar opleveren voor de nationale veiligheid of werkwijze van de dienst. Dat blijkt ook uit een eerder rapport van de CTIVD van 13 juni 2012. Daarin staat dat in 2009 het totale aantal taps wel openbaar is gemaakt. Toen Door het openbaar worden hiervan kreeg de AIVD diverse verzoeken voor inzage in de tapstatistieken van andere jaren. Dit werd door de AIVD steeds geweigerd omdat dit zicht zou bieden op de werkwijze van de AIVD. En nu mag ook de CTIVD niet de gegevens openbaren. er door de AIVD 1.078 taps geplaatst en 53 door de MIVD.

Volgens de CTIVD zal de vrijgave van deze tapgegevens er niet toe leiden dat een persoon of organisatie zijn gedrag aanpast

De CTIVD oordeelde in 2012 dat zo’n overzicht van de tapstatistieken niet als staatsgeheim Lees hier het rapport uit 2012 kan worden Aangezien enkel inzage werd gevraagd in de totale hoeveelheid taps zal het voor een derde niet inzichtelijk zijn door welke factoren deze hoeveelheid wordt beïnvloed of op welke wijze het totale aantal taps is belegd binnen de AIVD. De nationale veiligheid wordt alleen geschaad als personen of organisaties die de AIVD onderzoekt, door kennisneming van de werkwijze van de dienst, het gedrag hierop kunnen aanpassen waardoor de AIVD minder goed in staat is om zijn taak te vervullen. Volgens de CTIVD zal de vrijgave van deze tapgegevens er niet toe leiden dat een persoon of organisatie zijn gedrag aanpast. Van een aanmerkelijke kans op schade aan de nationale veiligheid zal hier dus geen sprake zijn, aldus de Verder vond de CTIVD dat een technische tap geen bron is zoals bedoeld in de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten en dat het staatsgeheime karakter van de werkwijze geen permanent karakter kent. Het toepassen van een bijzondere bevoegdheid door de AIVD kent slechts een staatsgeheim karakter als die informatie relevant is voor enig lopend onderzoek van de AIVD of indien hieruit het technische kennisniveau van de AIVD blijkt

Een raadsel

Een terechte conclusie. Cijfers over taps bieden absoluut geen inzicht in de zogeheten Zoals: gebruikersgegevens, bijvoorbeeld naam, adres, woonplaats, nummer; of gegevens over de verbinding zelf, zoals de starttijd, eindtijd, locatiegegevens, of abonnementgegevens. van de gebruiker of de personen en organisaties waarmee de gebruiker contact heeft. Vrijgave van dergelijke gegevens zou inderdaad kunnen leiden tot inzicht in de werkwijze en schadelijk kunnen zijn voor de nationale veiligheid. Maar daar is bij het vrijgeven van jaarlijkse tapstatistieken geen sprake van.

In een reactie op het rapport maakte toenmalig minister Liesbeth Spies (Binnenlandse Zaken, CDA) niet expliciet bezwaar tegen het argument dat een jaarlijks overzicht van de tapstatistieken niet als staatsgeheime informatie kan worden aangemerkt. Hieruit kon worden afgeleid dat de minister blijkbaar akkoord ging met deze aanbevelingen of althans stilzwijgend overnam.

De houding van Plasterk en de AIVD anno 2014 is daarom opmerkelijk. Daarbij komt dat in de directe buurlanden van Nederland, België (lees hier hoe het in In België zijn er twee inlichtingen- en veiligheidsdiensten. De Veiligheid van de Staat (Belgische AIVD) valt onder de minister van Justitie. Soms opereert de dienst ook onder het gezag van de minister van Binnenlandse zaken. De Algemene Dienst inlichting en veiligheid van de Krijgsmacht (Belgische MIVD) is de militaire inlichtingendienst en valt onder de bevoegdheid van de minister van Defensie. Het Vast Comité van Toezicht op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten (Vast Comité I) is een permanent en onafhankelijk controleorgaan belast met de controle op de activiteiten en de werking van beide diensten. De controle slaat in beginsel zowel op de rechtmatigheid (de controle op de naleving van de ter zake geldende wet- en regelgeving) en de doelmatigheid (de controle op de efficiëntie van de inlichtingendiensten), als op de coördinatie (de onderlinge afstemming van de werking van de betrokken diensten). Het Vast Comité I doet jaarlijks verslag aan de Senaat, de Kamer van Volksvertegenwoordigers alsook aan de bevoegde ministers. Dit activiteitenverslag bevat algemene conclusies over het afgelopen kalenderjaar en voorstellen voor een betere werking van de betrokken diensten. In dit verslag besteedt het Vast Comité I in het bijzonder aandacht aan de specifieke en uitzonderlijke inlichtingenmethoden zoals taps. Daarnaast moet het Vast Comité I de Senaat om de zes maanden rapporteren over de toepassing van de bijzondere inlichtingenmethoden zoals taps. In deze toezichtverslagen kan met dan ook gewoon algemene gegevens aantreffen inzake tapstatistieken.

In het laatste jaarverslag over 2012 wordt uitvoerig stilgestaan bij ‘de uitzonderlijke methoden’. Daarbij worden cijfermatige gegevens versterkt over bijvoorbeeld het betreden van en observeren in niet publiek toegankelijke plaatsen met of zonder een technisch middel; Betreden en doorzoeken van niet publiek toegankelijke plaatsen met of zonder een technisch middel; Oprichten en gebruiken van een fictieve rechtspersoon; Openmaken en kennisnemen van al dan niet aan een postoperator toevertrouwde post; Verzamelen van gegevens betreffende bankrekeningen en bankverrichtingen; Binnendringen in een informaticasysteem en het afluisteren, kennisnemen en opnemen van communicaties. Deze cijfers worden vergeleken met die van 2011. Verder wordt nauwkeurig aangegeven waarom men die uitzonderlijke methoden heeft ingezet, namelijk de inwendige veiligheid van de Staat en het voortbestaan van de democratische en grondwettelijke orde; de uitwendige veiligheid van de Staat en de internationale betrekkingen en de vrijwaring van de essentiële elementen van het wetenschappelijk of economisch potentieel. Verder wordt de aard van de dreiging geschetst zoals terrorisme (en radicaliseringsprocessen), spionage, extremisme, proliferatie, inmenging en criminele organisaties. In België gaat men dus veel verder dan het simpelweg verstrekken van tapstatistieken en dit wordt blijkbaar, in tegenstelling tot de AIVD, niet beschouwd als gevaar voor de nationale veiligheid, bescherming van bronnen en modus operandi.
Zie:
http://www.comiteri.be/images/pdf/Jaarverslagen/Activiteitenverslag%202012_NL.pdf
gaat) en Duitsland (lees hier hoe het in Dit land kent een drietal inlichtingen- en veiligheidsdiensten, de Binnenlandse Veiligheidsdienst (BFZ), de Buitenlandse Inlichtingendienst (BND) en de Militaire Inlichtingendienst (MAD). Met die drie diensten werken AIVD en MIVD al decennia nauw samen. De Duitse diensten worden onderworpen aan een stevige parlementaire controle. Zo bestaat er een G-10 commissie die o.a. het afluisteren van burgers controleert. Jaarlijks worden er rapporten aan de Duitse Bondsdag uitgebracht waarin wordt beschreven tegen hoeveel personen, entiteiten, enz. bijzondere inlichtingenmiddelen zijn ingezet en welke reden men daarvoor had. In het meeste recente rapport van 19 december 2013 aan het Duitse parlement met als titel Bericht gemäß § 14 Absatz 1 Satz 2 des Gesetzes zur Beschränkung des Brief-, Post- und Fernmeldegeheimnisses (Artikel 10-Gesetz – G 10) über die Durchführung sowie Art und Umfang der Maßnahmen nach den §§ 3, 5, 7a und 8 dieses Gesetzes (Berichtszeitraum 1. Januar bis 31. Dezember 2012) wordt op blz. 5-6 uitvoerig stilgestaan bij de inzet van bijzondere maatregelen door de drie diensten, statistieken daarvoor weergegeven en reden aangevoerd waarom die diensten deze maatregelen zoals telefoontaps mochten inzetten.
Maar niet alleen de G-10 commissie brengt verslag uit met gegevens over de inzet van bijzondere inlichtingenmiddelen zoals taps. Ook het Duitse ministerie van Justitie brengt jaarlijks een grondig jaarverslag uit inzake Telekommunikationsüberwachung. In hun laatste jaarverslag 2012 van 24 oktober 2013 wordt zeer gedetailleerd beschreven hoeveel personen er zijn afgeluisterd, of het vast of mobiel telefoonverkeer, fax of telexverkeer of internet betrof en waarom deze personen werd afgeluisterd, variërend van volkerenmoord, drugssmokkel, terrorisme, enz. Het Duitse ministerie van justitie gaat zelfs nog een stap verder en geeft niet alleen de totale statistieken vrij maar splitst die ook nog eens naar de 17 verschillende ‘länder’. In een separaat statistisch overzicht wordt zelfs aangegeven hoe lang de personen zijn afgeluisterd en opnieuw wordt dat uitgesplitst naar de verschillende ‘länder’.
Bronnen:
http://dip21.bundestag.de/dip21/btd/18/002/1800218.pdf

https://www.bundesjustizamt.de/DE/SharedDocs/Publikationen/Justizstatistik/Uebersicht_TKUE_2012.pdf;jsessionid=BF20DA73904A972BE2BBC9F0C284475C.1_cid377?__blob=publicationFile&v=3

https://www.bundesjustizamt.de/DE/SharedDocs/Publikationen/Justizstatistik/Uebersicht_Verkehrsdaten_2012.pdf;jsessionid=BF20DA73904A972BE2BBC9F0C284475C.1_cid377?__blob=publicationFile&v=2
gaat), de tapstatistieken elk jaar wél worden gepubliceerd en op internet geplaatst.

Het is op zijn zachtst gezegd bizar te noemen dat in de inlichtingen- en veiligheidsdiensten in die buurlanden waar Nederland al decennia nauw mee samenwerkt, de vrijgave van jaarlijkse tapstatistieken doodnormaal is en die niet worden beschouwd als een gevaar voor de nationale veiligheid of ter bescherming van bronnen en werkwijzen.

Het blijft mij een volstrekt raadsel waarom Plasterk en de AIVD zo moeilijk doen. Want waarom werden de gegevens over 2009 wel vrijgeven en waarom gold toen het argument van bescherming van de werkwijze van de AIVD niet? Het is eigenaardig dat Plasterk anno 2014 zo hardnekkig weigert om de aanbevelingen van de CTIVD, nota bene onderschreven door zijn eigen voorganger Spies, op te volgen. De eerste Tweede Kamervragen zijn intussen al aangekondigd.

Tot slot, komt het nieuwe CTIVD-rapport op een pikant moment. Want aanstaande donderdag eist actualiteitenprogramma Reporter Radio voor de rechter in Den Haag dat de inlichtingendienst AIVD de tapstatistieken sinds 2002 openbaart. Ik ben benieuwd hoe dit afloopt en wat het oordeel van de rechter zal zijn.

Vergeet de politiestaat. Welkom in de belastingstaat De Belastingdienst is de grootste informatiefabriek van Nederland. Het is niet overdreven om te stellen dat het bijna alles weet over iedere Nederlandse belastingbetaler. En hij mag die informatie ook nog vijf tot zeven jaar bewaren. Topjuristen luiden de noodklok. Lees het verhaal hier terug

Facebook
Twitter
LinkedIn
Whatsapp
E-mail