Frances McDormand als Olive en Richard Jenkins als Henry. Beeld: HBO

Bestaat er zoiets als een goed slecht huwelijk? Sinds ik de HBO-miniserie Olive Kitteridge zag, vermoed ik van wel. De vier uur durende verfilming van de gelijknamige verhalenroman van Elizabeth Strout begint grimmig. In een roestbruin, kalend bos zit een grijze vrouw op een deken, klaar om zichzelf met een revolver uit haar lijden te verlossen. Uit een radio naast haar klinkt een merkwaardig opgewekt trompetconcert.

De vrouw op de deken is Olive Kitteridge (met iedere vezel belichaamd door Frances McDormand (1957) is een Amerikaans film- en toneelactrice. Voor haar rol in de film Fargo, geregisseerd door haar echtgenoot Joel Coen, kreeg ze een Oscar. Daarnaast vielen haar nog meer dan dertig filmprijzen ten deel. Voordat we zullen weten of ze de trekker overhaalt, springt de eerste aflevering vijfentwintig jaar terug in de tijd. Olive is wiskundelerares. Ze woont in een huis aan een gure baai in New England met puberzoon Chris en man Henry Richard Jenkins (1947) is een Amerikaans acteur. Hij werd in 2009 genomineerd voor een Academy Award voor zijn hoofdrol in The Visitor. Van 2001 tot en met 2005 speelde hij Nathaniel Fisher in negentien afleveringen van Six Feet Under. Hij is een apotheker en een beetje een zachtgekookt ei.

Het is Valentijnsdag en Henry zit aan tafel met een hartvormige doos bonbons en een kaart. Olive zet koffie. ‘Happy Valentine’s Day, Ollie,’ zegt hij, terwijl hij de cadeaus naar haar toeschuift, maar zijn vrouw keurt hem geen blik waardig en draait geïrriteerd de radio zachter, waaruit datzelfde opgewekte trompetconcert klinkt. Het is een passende introductie van hun huwelijk.

Gefilterd door de dood

Ja, Olive is nogal bot. Ze houdt niet van geslijm. Kinderen zijn bang voor haar. Volwassenen trouwens ook. Wie Olive in het dorp passeert, loopt kans om op een gratis oordeel getrakteerd te worden. Tegen haar eigen zoon is ze even streng als tegen haar leerlingen. Ze is zich terdege bewust van haar stugge karakter. Depressie zit in de familie, verkondigt ze droog, niets aan te doen; haar vader pleegde zelfmoord. Die erfenis draagt ze met een zekere waardigheid, een mild martelaarschap.

Depressie zit in de familie, niets aan te doen

Dat Henry verliefd wordt op zijn muizige apothekersassistente (Zoe Kazan) ergert Olive, maar ze staat zich niet toe om het slachtoffer uit te hangen. Zelf doet ze het immers met een alcoholistische dichter, een rasmelancholicus net als zij. In korte, effectieve intermezzo’s wordt duidelijk dat het om een zielsverwant gaat. Als de dichter zich tegen een boom te pletter rijdt, verdiept Olives bitterheid.

De dood klotst als het koude zeewater van de baai tegen alles in het leven van deze hoofdpersoon aan. De hele serie wordt erdoor gefilterd. Maar regisseur Lisa Cholodenko (1964) is een Amerikaanse regisseur. Eerder maakte ze de films High Art, Laurel Canyon en The Kids Are All Right.

heeft een sfeer weten te creëren waarin de sluier van depressie steeds even wordt doorprikt door humor, schoonheid, liefde.

Dat zit ’m al in de intro, waarin het poedersuiker sneeuwt – mooi en triest. En in Henry en zijn assistente, die soms bijna overdreven onschuldig en komisch zijn. In een typerende scène geeft hij de assistente een jong katje cadeau. ‘Oh, his little heart is beating so fast!’ roept ze met een verrukte piepstem, terwijl ze het beest tegen zich aandrukt. Precies in die woorden ligt ondertussen het noodlot besloten.

De bitterzoetheid zelve

Maar de serie wordt gedragen door Frances McDormand. Ze is de bitterzoetheid zelve. Haar opgetrokken wenkbrauwen, haar verbeten mond, ze straalt een rustige verongelijktheid uit, maar blijft steeds aangenaam om naar te kijken. Olive Kitteridge behoort tot het wonderlijke slag van personages dat je liefhebt in hun onhebbelijkheid. Ze gedraagt zich buitensporig vaak als een bitch, maar McDormand krijgt het met een feilloos gevoel voor humor voor elkaar om door die hardheid pijn en kwetsbaarheid te laten schemeren.

Olives nukkigheid heeft bovendien ook wel iets bewonderenswaardigs. Ze heeft zich losgemaakt van het verlangen aardig gevonden te worden. Bijna, dan. Veelzeggend is het moment waarop haar zoon trouwt en ze in een zelfgemaakte bloemenjurk een dutje doet om de drukte te ontlopen. Een klein kind ziet haar liggen, schrikt, en vraagt: ‘Are you a witch?’ Olive grijnst tevreden. Een heks zijn is zo erg niet. Even later hoort ze op de gang echter haar kersverse schoondochter haar zelfgemaakte jurk bespotten en zien we haar zwaar gekrenkt.

De ambivalentie en gelaagdheid resulteren in een portret waarin depressie alles kleurt, maar nooit regeert. De serie weerspiegelt Olives verhoogde bewustheid van de sterfelijkheid van dingen – de hond wordt herhaaldelijk bijna aangereden, het katje overleeft het ook niet, er storten mensen van kliffen, er duiken oude bekenden en vreemden op met shotguns en jachtgeweren – maar de titelheld wanhoopt haast nergens. Het is alsof ze haar donkere gemoed ondergaat als een fact of life. Iets waaraan niets gedaan kan worden. En waaraan ook niets hoeft te worden gedaan.

Liefde en geluk

Voor psychiatrie en farmaceutica heeft Olive dan ook geen goed woord over. Pillen vindt ze niet nodig en over de psychotherapie van haar volwassen zoon Chris kan ze enkel laatdunkend doen. ‘You had a perfectly happy childhood,’ herhaalt ze steeds. In flashbacks zien we haar inderdaad ook zeer liefdevol met de jonge Chris – hij ligt in bed met koorts, ijlend, zij dept zijn voorhoofd, fluistert geruststellend.

Overigens wordt snel duidelijk dat Olive beter omgaat met rampspoed dan met geluk. Als Henry door ziekte in bed belandt, kan haar liefde plotseling vrijelijk stromen. Behalve ergernis en stroefheid blijken er een sterke vanzelfsprekendheid en wederzijdse waarderingen tussen hen te bestaan, die eerder al af en toe de kop opstaken in blikken, glimlachjes, inside jokes.

Met zwaarmoedigheid kan en moet doorgeleefd worden

Die vele kleine momenten maken deel uit van hun harmonieuze ongeluk. Olive koestert haar depressie als de grondtoon van een evenwichtig, droevig, mooi en grappig bestaan.

Ik moest denken aan het boek Darian Leader, Het nieuwe zwart. Het nieuwe zwart van de Britse psychoanalyticus Darian Leader. Daarin betoogde hij een paar jaar geleden dat depressie vaak verkeerd geïnterpreteerd wordt door medici en dat de oorzaak ervan niet alleen gezocht moet worden in een ontregelde breinchemie. Rouw en melancholie vormen de oorsprong van veel depressie, vindt Leader, en ze zijn onlosmakelijk met het leven verbonden. Erkenning en acceptatie van die gevoelens noemt hij van grote waarde. Met zwaarmoedigheid kan en moet doorgeleefd worden. ‘Average people are happy,’ klaagt Olive, ‘happy, happy, happy.’

Cholodenko’s serie is geenszins een pamflet; ze wil geen sluitende statements maken over depressie. Wel eert ze met het prachtig droevige Olive Kitteridge die onalledaagse levenshouding waarin depressief een soort geuzennaam is.

Olive Kitteridge is on demand te zien op HBO.

YouTube

Maken apparaten ons beter of banger? Het oeuvre van de Canadese regisseur David Cronenberg gaat over de versmelting van mens en technologie. Moeten we bang zijn voor apparaten in en op ons lichaam? Of betekent het juist vooruitgang? Vandaag komt zijn nieuwste film Maps to the Stars uit. Met een uiterst actueel thema: zelfverbetering kan ook te ver gaan en zelfdestructief worden. Lees hier het verhaal terug Euthanasie vanwege anorexia, mag dat? In 2013 kregen 42 psychiatrische patiënten euthanasie. Dat waren er driemaal zoveel als het jaar daarvoor. Toch bestaat er nog veel onduidelijkheid onder psychiaters. Journalistiek onderzoek door Lisa Koetsenruijter, Rianne Lachmeijer en Regina Rijpkema wijst uit dat slechts de helft van de 14 instellingen waarmee ze spraken over een protocol beschikt. ‘Het is maar net welke arts je treft.’ Lees het verhaal hier terug