Geweld tegen hulpverleners: een aanhoudend probleem waar vaak, en vooral rond de jaarwisseling, veelvuldig aandacht aan besteed wordt. Ook vlak voor afgelopen jaarwisseling was het weer raak. En vanuit de politiek wordt vrijwel jaarlijks voor meer aandacht voor dit probleem gepleit.

Dit vertaalt zich in de roep om een hardere juridische aanpak van mensen die zich schuldig maken aan geweld tegen politie-, ambulance- of brandweermedewerkers. Het beeld bestaat dat de hoeveelheid en de ernst van het geweld tegen hulpverleners toeneemt. Zo meldde BNR in ‘Agressie tegen tweederde hulpverleners, maar weinig aangiften’ dat het aantal incidenten de laatste twee jaar verdrievoudigd is. Ook andere maken melding van het onderzoek waaruit dit naar voren kwam. Klopt dit wel?

Wat is geweld en hoe wordt het gemeten?

Sinds 2007 laat de overheid jaarlijks in kaart brengen hoe het gesteld is met het geweld tegen hulpverleners in Nederland. Gegevens hierover worden gebundeld door het expertisecentrum Veilige Publieke Taak (eVPT). Dit centrum verzamelt data van alle werknemers in een publieke functie en deelt jaarlijks de van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties met een breed publiek.

Alle vormen van agressie en intimidatie worden daarin meegenomen, van verbale agressie tot fysiek geweld. In de rapporten worden niet alleen hulpdiensten politie-, brandweer- en ambulancemedewerkers gepeild, maar alle personen in een publieke taak, dus ook conducteurs, leraren, ggz-medewerkers en medewerkers van gemeenten en provincies. Uit de laatste monitor blijkt dat in 2013 zo’n één op de drie werknemers met een publieke taak te maken kreeg met agressie of geweld.

Is er dan inderdaad sprake van een stijging? Uit de cijfers van de Monitor Veilige Publieke Taak blijkt dit niet. Sterker nog, de monitor constateert over de afgelopen jaren een lichte afname. Over het algemeen is er sprake van een stabiel beeld, zoals ook uit onderstaande grafiek valt op te maken.

Bron: Monitor Veilige Publieke Taak 2014

Bron: Monitor Veilige Publieke Taak 2014

In de bijlage van de monitor worden de cijfers helemaal uitgesplitst per sector. Zo kunnen we zien of bij specifieke diensten, zoals bij de ambulancedienst of de brandweer, de trend hetzelfde is. Dit levert de volgende grafieken op:

Bron: Monitor Veilige Publieke Taak 2014

Bron: Monitor Veilige Publieke Taak 2014

Ook deze grafieken laten geen expliciete stijging zien.

Een belangrijk nadeel van de cijfers is wel dat deze gebaseerd zijn op een beperkt aantal respondenten. Voor het jaar 2008 zijn bijvoorbeeld maar negen medewerkers van de ambulancedienst ondervraagd. Hierdoor maakt de grafiek soms rare sprongen, vooral bij vormen van agressie en geweld die relatief weinig voorkomen, zoals seksuele intimidatie.

Nog een nadeel: bij andere beroepsgroepen is het aantal respondenten veel hoger. Leraren, verplegers en welzijnsmedewerkers zijn veel sterker vertegenwoordigd. De gemiddelde cijfers uit de eerste grafiek zeggen dus weinig over de specifieke situatie van hulpverleners.

Wat laten de cijfers van het Korps Nationale Politie zien?

Dan zijn de cijfers van het Korps Nationale Politie wellicht beter. De politie registreert incidenten tegen politieagenten, ambulancemedewerkers en brandweerlieden. Ook het aantal aangiftes wordt bijgehouden. In de onderstaande grafiek zie je de resultaten.

Bron: Korps Nationale Politie

Bron: Korps Nationale Politie

Anders dan in de grafieken van de Monitor Veilige Publieke Taak,, zien we hier wel een lichte stijging. Vooral de stijging tussen 2011 en 2012 is opvallend. Dit kan inderdaad op een stijging van het aantal incidenten wijzen. Wat mogelijk ook mee kan spelen: 2011 is het jaar waarin SIRE (Stichting Ideële Reclame) een grootschalige bewustwordingscampagne lanceerde over geweld tegen hulpverleners.

YouTube

De campagne van SIRE.

Uit het verleden kennen we voorbeelden van een verband tussen media-aandacht en de registratie van een bepaald type Bij een toename aan media-aandacht (en bewustwording) voor een bepaald misdrijf, neemt de aangiftebereidheid en de kwaliteit van registratie van dit misdrijf toe. Dat kan een deel van de toename in 2012 verklaren.

Waarom komt dan die verdrievoudiging vandaan?

Waar komen de berichten van die verdrievoudiging dan vandaan? Deze zijn gebaseerd op een onderzoek uitgevoerd door Daaruit zou blijken dat het aantal geweldsdelicten tegenover hulpverleners in 2013 verdrievoudigd is ten opzichte van 2005 en 2006. Ook kwam naar voren dat 27 procent van de hulpverleners geen aangifte durft te doen, vooral uit angst voor represailles.

Deze resultaten zijn gebaseerd op een vrijwillige enquête, die door de stichting Hulp voor Hulpverleners via sociale media werd verspreid. Of de groep deelnemers aan de enquête daarmee representatief is, is moeilijk vast te stellen. De vragenlijst werd door 2.551 hulpverleners ingevuld. Hiervan is 54 procent werkzaam bij de ambulance, politie of de brandweer.

De conclusie dat er in 2013 ten opzichte van 2005 en 2006 een verdrievoudiging heeft plaatsgevonden van het aantal geweldsdelicten jegens hulpverleners, werd gebaseerd op antwoorden op de volgende vraag:

‘In welke jaren bent u geconfronteerd geweest met geweld?’

Het antwoordmodel geeft respondenten de mogelijkheid om tot 2004 per jaar in te vullen of en hoe vaak ze geconfronteerd werden met geweld. Er werd dus een zwaar beroep gedaan op het geheugen van de respondenten. Het is niet onwaarschijnlijk dat bijvoorbeeld slachtoffers van verbaal geweld zich incidenten uit het recente verleden beter kunnen herinneren dan scheldpartijen die plaatsvonden in 2005 of 2006. Dit maakt de constatering dat er sprake is van een verdrievoudiging van geweldsincidenten over deze periode zeer twijfelachtig, omdat de trend wordt afgeleid uit een eenmalig onderzoek.

De tweede alarmerende conclusie uit het onderzoek is dat 27 procent van de slachtoffers van agressie of geweld geen aangifte doet uit angst voor represailles van de daders. Hier is in het onderzoek echter geen vraag over gesteld. Deze uitkomst is gebaseerd op een toelichting die respondenten konden geven bij de vraag of en waarom er wel of geen aangifte is gedaan op het moment dat ze slachtoffer werden van geweld. Omdat deze toelichting van de respondenten niet openbaar is gemaakt, valt het getal niet te controleren.

Geen onderscheid tussen geweld van collega’s en derden

48 procent van alle agressie en geweld waar de respondenten slachtoffer van zijn geworden, bestaat uit verbale agressie. Bij de bespreking van de resultaten van het onderzoek, wordt het volgende opgemerkt: ‘Uit de toelichting kan overigens worden opgemaakt dat het treiteren en/of pesten overwegend van de eigen collega’s komt en niet van derden.’

‘Uit de toelichting kan overigens worden opgemaakt dat het treiteren en/of pesten overwegend van de eigen collega’s komt en niet van derden.’

Hier staat verder geen percentage bij, waardoor het niet duidelijk is welk aandeel van de 48 procent verbale agressie verklaard wordt door pesterijen van collega’s. Maar het zet de op het eerste gezicht schokkende mededeling dat 27 procent van de hulpverleners geen aangifte van agressie durft te doen uit angst voor represailles van de daders, wel in een net iets ander daglicht. Het gaat in veel gevallen namelijk niet om represailles van ‘klanten’ of omstanders, maar om represailles uit de collegiale sfeer, zo kunnen we uit het onderzoek afleiden.

Hulp voor Hulpverleners en SIRE ging het om de boodschap

Het doel van Hulp voor Hulpverleners was om aandacht te vragen voor het blijvende geweld tegenover hulpverleners: een nobel streven, waarin de stichting uitstekend geslaagd is. Toch is het opmerkelijk dat zoveel media juist met dit onderzoek aan de haal zijn gegaan en dat ook in de Tweede Kamer De overheid en politie publiceren tenslotte zelf cijfers van geweld. Cijfers die beter zijn onderbouwd en waaruit een veel genuanceerder beeld naar voren komt.

De kwaliteit van de onderzoeken lijkt ondergeschikt aan de boodschap. Een ander voorbeeld hiervan is de eerder genoemde campagne van SIRE, die in 2011 werd gelanceerd. SIRE wees erop dat 80 procent van de hulpverleners weleens met geweld te maken had. Dit bleek niet ondersteund te worden door cijfers. Toen nrc.next SIRE hiermee confronteerde, gaf campagneleider Hans Peters toe dat dit percentage ‘een interpretatie’ was. Dat het vooral diende als een manier om aandacht te genereren voor

Conclusie: nauwelijks bewijs voor toename geweld

Er is nauwelijks bewijs voor de aanname dat de hoeveelheid geweld tegen hulpverleners de afgelopen jaren enorm is toegenomen. Uit de monitors op de website van het eVPT is dit in ieder geval niet op te maken. Cijfers van de politie laten wel een stijging zien tussen 2011 en 2012, maar tonen sindsdien een vrij stabiel beeld. Het enige recente onderzoek dat wel een toename in geweldsincidenten liet zien, van de stichting Hulp voor Hulpverleners, schiet tekort in de onderbouwing.

Stellen hulpverleners zich dan aan? Zeker niet. Bij ambulancediensten geeft elk jaar zo’n 60 tot 70 procent van de medewerkers aan slachtoffer te zijn van verbaal geweld en agressie. Toch is de conclusie dat er steeds meer geweld tegen hulpverleners is - of zelfs een verdrievoudiging in twee jaar - ongefundeerd. Omdat er in één jaar wel een lichte stijging werd geconstateerd, beoordelen we de bewering als grotendeels onjuist.

(0) niet te checken, (1) volledig onjuist, (2) grotendeels onjuist, (3) deels juist, deels onjuist, (4) grotendeels juist, (5) volledig juist

(0) niet te checken, (1) volledig onjuist, (2) grotendeels onjuist, (3) deels juist, deels onjuist, (4) grotendeels juist, (5) volledig juist

Yorick Smakman en ik maken deel uit van het factcheckcollectief

Lees hieronder eerdere factchecks terug

Kabinetcheck: ‘De allerarmsten staan centraal bij ontwikkelingssamenwerking’ Het kabinet-Rutte II is intussen over de helft. En hoewel het erom spande, lijkt het kabinet in elk geval kerst 2014 te halen. Factcheckers Renée Zijlstra en Yorick Smakman lopen de belangrijkste beloftes uit het regeerakkoord na en vragen zich af: in hoeverre zijn deze ingelost? Dit keer: ‘De allerarmsten staan centraal bij ontwikkelingssamenwerking.’ Lees hier de factcheck terug Kabinetcheck: ‘Gezichtsbedekkende kleding wordt verboden’ Kabinet-Rutte II is intussen over de helft. Hoe staat het ervoor met de plannen en beloftes uit het regeerakkoord? Factcheckers Joost Vormeer en Robin Bruggeman lopen de belangrijkste beloftes na en vragen zich af: in hoeverre zijn deze ingelost? Dit keer: ‘Gezichtsbedekkende kleding wordt verboden.’ Lees hier de factcheck terug Kabinetcheck: ‘We kiezen voor een aandeel duurzame energie in 2020 van 16 procent’ Kabinet-Rutte II is intussen over de helft. Hoe staat het ervoor met de plannen en beloftes uit het regeerakkoord? Factcheckers Robin Bruggeman en Joost Vormeer lopen de belangrijkste beloftes na en vragen zich af: in hoeverre zijn deze ingelost? Dit keer: ‘We kiezen voor een aandeel duurzame energie in 2020 van 16 procent.’ Lees hier de vorige check Kabinetcheck: ‘Wij bestrijden de armoedeval’ Kabinet-Rutte II is intussen over de helft. Hoe staat het ervoor met de plannen en beloftes uit het regeerakkoord? Yorick Smakman en ik lopen de belangrijkste beloftes na en vragen zich af: in hoeverre zijn deze ingelost? Dit keer de belofte: 'Wij bestrijden de armoedeval.' Lees de vorige kabinetscheck terug Kabinetcheck: ‘Mannen en vrouwen zullen gelijker worden beloond’ Kabinet-Rutte II is intussen over de helft. Hoe staat het ervoor met de plannen en beloftes uit het regeerakkoord? Renée Zijlstra en ik lopen de belangrijkste beloftes na en vragen zich af: in hoeverre zijn ze ingelost? Dit keer: worden mannen en vrouwen al gelijker beloond? Lees hier de vorige kabinetcheck terug