De vraag van deze week - waarvoor dank!- komt van lezeres Arjanne Aleman. Zij vroeg zich het volgende af:

"Je hoort regelmatig dat een asielaanvraag afgewezen wordt omdat de desbetreffende persoon niet kan bewijzen dat hij of zij gemarteld is, danwel homoseksueel of politiek vluchteling. Ik vraag me af wat dan als bewijs telt. De littekens op je lijf duidelijk niet, dus wat is dan wel goed genoeg bewijs?"  

Professor  lijkt de aangewezen man om deze lezersvraag te beantwoorden. Dat doet hij op , het blog van de vakgroep Migratierecht aan de VU.

Hoe gaat de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) in zulke gevallen te werk?

‘De IND houdt de stellingen van de asielzoeker over zijn vervolging en bedreigingen voor waar als ze die Daartoe is onder meer vereist dat wat de asielzoeker vertelt ook bij doorvragen consistent is, en dat dit strookt met wat bekend is over het land van herkomst.’ 

En wat als de asielzoeker daar niet in slaagt?

‘De asielzoeker kan ook proberen zijn asielrelaas met bewijsmiddelen nader te onderbouwen. Dat bewijs kan van alles zijn – getuigenverklaringen, een arrestatiebevel, een taalanalyse waaruit blijkt dat hij uit een bepaald gebied komt.’

Maar hoe wordt dan bepaald wanneer iets precies ‘geldig bewijs’ is?

‘Over waarde en het belang van die bewijsmiddelen bestaan allerlei afspraken. Zo moeten volgens het Nederlandse recht getuigenverklaringen afkomstig zijn uit ‘objectieve en verifieerbare bron.’ Een briefje waarin de broer van de asielzoeker schrijft dat de asielzoeker echt bedreigd is door de politie komt weinig bewijskracht toe.’

Maar geldt bijvoorbeeld een medisch bewijs van marteling niet als voldoende bewijs?

‘De IND gaat ervan uit dat aan een litteken niet te zien is hoe het is veroorzaakt. Daarom laat zij zelf geen onderzoek doen naar littekens. De asielzoeker kan wel zelf een expertisecentrum inschakelen (het iMMO, instituut voor Mensenrechten en Medisch Onderzoek). De bevindingen daarvan zijn niet doorslaggevend, maar de IND moet er wel rekening mee houden. Als uit dat onderzoek naar voren komt dat de littekens waarschijnlijk veroorzaakt zijn door marteling, moet de IND bezien of die littekens het asielrelaas ondersteunen. Maar als uit het onderzoek blijkt dat het litteken ook door iets anders dan marteling kan zijn veroorzaakt, mag de IND het onderzoek negeren.’ 

Is deze omgang met medisch bewijs van marteling in overeenstemming met internationaal recht?

‘Volgens organisaties als Amnesty International en Vluchtelingenwerk stelt de IND zich niet actief genoeg op. Deze organisaties beroepen zich onder meer op een uitspraak van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM). Het ging in die zaak om een asielzoeker die stelde dat een litteken door marteling was veroorzaakt. Dit werd door een verklaring van een arts bevestigd. Het EHRM stelde dat de arts in kwestie weliswaar geen specialist was in het herkennen van sporen van marteling, maar dat dit bewijs wel maakte dat het aan de staat was om die verklaring te weerleggen. En als de staat dat niet deed, moest van de juistheid van de stellingen van de asielzoeker worden uitgegaan.’

Heeft die uitspraak al gevolgen gehad voor asielzaken in Nederland?

‘Nog niet. Een uitspraak waarin de Nederlandse omgang met medisch bewijs strijdig bleek met het mensenrechtenverdrag heeft het EHRM tot op heden niet gedaan.’

En als iemand aangeeft niet gemarteld maar wel een politiek vluchteling te zijn, die in eigen land voor zijn leven moet vrezen, hoe bewijs je dat?

‘Er zijn dan verschillende bewijsmiddelen denkbaar. Een lidmaatschapskaart van een vakbond, een foto waarop de asielzoeker bij een demonstratie te zien is, of berichten van de asielzoeker op internet. Maar hoe toon je seksuele gerichtheid aan? Dat is een stuk lastiger.’ 

Hoe gaat Nederland daar dan mee om?

‘Dat wordt behandeld als een gewone geloofwaardigheidskwestie. De IND beoordeelt dus vooral of consistent is wat de asielzoeker over zijn seksuele gerichtheid stelt. De asielzoeker die zegt homoseksueel te zijn, wordt tijdens het asielgehoor dus uitgebreid ondervraagd over hoe hij die homoseksualiteit invult en over eventuele mishandelingen of bedreigingen die hij vanwege die gerichtheid heeft ondervonden.’

Lukt het om in zo’n gesprek de grenzen van privacy en eerbaarheid in acht te nemen? 

‘Weliswaar worden ‘in beginsel’ geen expliciete vragen over het seksleven van de asielzoeker gesteld, de asielzoeker wordt wel gevraagd naar zijn seksuele ‘gedrag’, en hoe hij zich bewust is geworden van zijn gerichtheid. Ook kan een asielzoeker zich door schaamte belemmerd voelen om ten overstaan van een IND-ambtenaar en een tolk zijn seksuele doen en laten op tafel te leggen.’

Hoe bepaal je als ambtenaar of iemands verhaal over seksuele gerichtheid geloofwaardig en consistent is?

‘Het geloofwaardigheidsoordeel steunt op opvattingen over wat normaal (of te verwachten) gedrag is. Dat is soms problematisch. Zo werd de seksuele gerichtheid van een man uit Sierra Leone ongeloofwaardig geacht omdat hij geen blijk had gegeven van ‘worsteling met zijn geaardheid’.

Waarom geloven we die mensen niet gewoon op hun woord, zoals in sommige landen het geval is?

‘Als de enkele stelling voldoende is om als homoseksueel aangemerkt te worden, zou tegenwoordig elke Irakees die zegt dat hij homoseksueel is in Nederland asiel moeten krijgen. De vervolging van homoseksualiteit in Irak is door Nederland immers als zo ernstig aangemerkt, dat elke homoseksuele asielzoeker uit dat land een verblijfsvergunning moet krijgen. De meeste lidstaten eisen daarom meer.’

Hoe kan iemands bewering dan worden bewezen?

‘Dat varieert van algemene vragen om de gestelde homoseksualiteit te verifiëren, tot psychiatrisch onderzoek (in Duitsland). Zeer omstreden is de tot voor kort in Tsjechië en in Slowakije soms nog steeds toegepaste ‘fallometrische methode’, die neerkomt op meting van fysieke reacties op pornografie.’ 

Het verschilt dus nogal per land. Hoe wordt ervoor gezorgd dat de mensenrechten van een asielzoeker overal in Europa worden gerespecteerd?

‘Omdat het Unierecht beoogt het asielrecht te harmoniseren, kan een nationale rechter daarover vragen stellen aan het Hof van Justitie in Luxemburg. Dat heeft de Nederlandse Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State dit voorjaar ook gedaan. De Afdeling vraagt het Hof van Justitie welke grenzen het Unierecht, en dan vooral het recht op privacy en het verbod op onmenselijke en vernederende behandeling, aan het onderzoek naar de seksuele gerichtheid stelt, en of daar andere normen gelden dan bij de beoordeling van een gestelde geloofs- of politieke overtuiging. De uitspraak van het Hof valt in de tweede helft van 2014 te verwachten.’ 

De volgende lezersvraag aan zal gaan over echtgenoten die samen in een asielprocedure zitten. Hoe vaak komt het voor dat asielzoekers van elkaar worden gescheiden door een procedure?

Dit waren de eerste vragen:

  Vraag 1 Karen Geertsema legt uit wat de rol van een rechter in een asielprocedure precies is. Wat is de rol van de rechter?

  Vraag 2 Professor Pieter Boeles legt uit hoe groot de invloed van Europees recht op nationaal vreemdelingenrecht is. Hoe Europees is ons asielrecht eigenlijk?