Als het Eurovisiesongfestival één ding niet is, dan is het wel onbesproken. Daarbij lijkt het vooral over de vorm te gaan en zelden over de inhoud. En daar is niet iedereen blij mee. Een freakshow noemen het door gemiddeld 100 miljoen (en vorig jaar 200 miljoen) mensen bekeken programma, op temperatuur gebracht door slappe choreografie en een potpourri van foute muzikale keuzes.

Vroeger was het beter. Natuurlijk. Niet alleen was het voor de artiesten een eer om hun land te vertegenwoordigen, een deelname betekende ook een stevig duwtje in de rug voor hun internationale carrière. Zo staken Domenico Modugno, ABBA, Johnny Logan, Cliff Richard en Céline Dion dankzij het Eurovisiesongfestival allemaal een stevige voet tussen de deur naar internationaal succes.

Die deur viel echter langzaam in het slot. Tijdens de jaren tachtig en negentig veranderde het Europese politieke en geografische landschap zo drastisch dat het aantal deelnemers bijna verdubbelde. De kaarten werden opnieuw geschud, de stemmen strategisch onder elkaar verdeeld en de interesse en geloofwaardigheid gehalveerd. De usual suspects Ierland (7 keer winst), Groot-Brittannië (5 keer winst) en Frankrijk (5 keer winst) bleken slechte verliezers: de muziekwedstrijd was voortaan ‘kitch.’

Ook dit jaar kunnen de sceptici hun klaagzang weer afsteken. Na de bebaarde travestiet Conchita Wurst, die Oostenrijk vorig jaar met een baanbrekende winst bezorgde, is het de beurt aan de Finse punkband Pertti Kurikan Nimipäivat (PKN) om met hun 85 seconden durende ‘Aina mun pitää’ het verdere verval van het televisiemonument te illustreren.

Maar over welk verval hebben we het eigenlijk?

YouTube
Pertti Kurikan Nimipäivat, met ‘Aina mun pitää.’

‘Dit is geen muziek’

Want parallel met de verzuchtingen dat het succes en de kwaliteit van het Songfestival tanende zijn, neemt de populariteit van het gebeuren een hoge vlucht. Elk jaar zakken duizenden homo’s, lesbiennes en transgenders af naar het gastland om daar de campy hoogmis van het jaar te vieren.

Als iedereen er zo over denkt, belooft dat weinig goeds voor Finland

PKN is echter allesbehalve camp. Wat het wel is?

‘Dit is geen muziek. Dit is lawaai met een goed achtergrondverhaal,’ een platform voor Eurovisiesongfanaten, over de Finse inzending. Een interessante opmerking als je naar de onderliggende prioriteiten kijkt: eerst de muziek, dan het verhaal.

Als iedereen er zo over denkt, belooft dat weinig goeds voor Finland. En dat zou niet de eerste keer zijn. Finland eindigde al negen keer op de laatste plaats, waarvan drie keer zonder één punt

Terwijl dat achtergrondverhaal zo belangrijk is. PKN bestaat namelijk uit vier mannen met een verstandelijke beperking – Pertti Kurikka, Kari Aalto, Sami Helle en Toni Välitalo - die snoeiharde en koppige punkmuziek maken over de ongemakken van hun dagelijkse leven. Toen ik even terug over de vier bijzondere veertigers zag, was ik dan ook danig in de war. Wat moeten we hier nu weer mee?

Waar het Finland om te doen is (het verhaal!)

Precies die vraag zetten Finland en PKN op de Europese agenda door aan het Songfestival deel te nemen. Hoe dat klinkt? Hun song ‘Aina mun pitää’ - vrij vertaald ‘Altijd moet ik’ – gaat in ieder geval de betutteling voorbij. Met energieke en krachtige akkoorden is punkmuziek de manier bij uitstek om hun frustraties kwijt te raken. Dat ontdekten ze toen ze elkaar in 2004 leerden kennen tijdens een muziekworkshop.

Maar waarom zou je op PKN stemmen? Ze zitten niet op pity votes te wachten en ook muzikaal zullen de Finnen geen groot publiek aanspreken. Niet omdat ze geen goede muziek maken, wel omdat die voor een nichepubliek is. Dat heeft echter ook Lordi – Finlands enige winst - niet weerhouden om in 2006 met ‘Hard Rock Hallelujah’ te winnen.

YouTube
Lordi, met ‘Hard Rock Hallelujah.’

Klopt het dan wel om te stellen dat het festival om de muziek draait? Het sociale aspect lijkt juist belangrijker. Dat blijkt als je naar de ontstaansgeschiedenis kijkt. De wilde Europa na de Tweede Wereldoorlog meer saamhorigheidsgevoel geven. Daarvoor riepen ze een muziekwedstrijd in het leven waar verschillende Europese culturen elkaar konden ontmoeten en beïnvloeden.

PKN en het herwonnen elan

Vorig jaar slaagde het Songfestival met vlag en wimpel in die missie. Europa is nog altijd verscheurd, niet zoals tijdens de beginjaren van het evenement, maar er zijn nog altijd mensen die niet erkend, onderdrukt of gediscrimineerd worden. En dat werd tijdens de 59ste editie knap aangekaart.

De Oostenrijkse inzending, Conchita Wurst, toonde immers dat een mooi opgemaakte vrouw met een baard – in tegenstelling tot wat Rusland en enkele Oost-Europese landen beweerden - niet grappig, vreemd of pervers is. Terwijl Wurst alle camp-elementen mee had, koos ze voor een traditionele, quasi-intieme performance om het hart van televisiekijkend Europa te stelen. Door camp te versmelten met traditie won solidariteit en saamhorigheid het van de xenofobie.

De evolutie van inhoud naar vorm die zich enkele decennia geleden voltrok, lijkt hiermee over zijn hoogtepunt heen. Eindelijk kan het terug over de onderliggende boodschap gaan: over de grenzen heen kijken en samen aan een beter, mooier en leefbaarder Europa werken. De deelname van PKN past perfect in dit herwonnen elan.

Het zijn namelijk de achtergrondverhalen die ons interesseren. Muziek is enkel het medium. In het geval van PKN zelfs een heel sterk medium, want binnenkort zal heel Europa van hun frustraties en ongemakken op de hoogte zijn. Hun korte maar krachtige klaagzang valt alvast in de smaak bij de bookmakers.

Nu bij de rest van Europa nog.

Waarom Kurt Cobain de laatste echte rockster was Toen Kurt Cobain eenentwintig jaar geleden dood werd teruggevonden, was de wereld in shock. De stem van een generatie had zichzelf gewelddadig het zwijgen opgelegd. Maar wie nam eigenlijk het stokje over? Gastcorrespondent Johannes de Breuker zocht het uit. Lees het stuk hier terug Let maar op: de volgende hiphopsensatie komt van Schiermonnikoog Er was een tijd dat rappers elkaars rivalen waren. Dat gaat er nu anders aan toe: vorige week trokken twintig Nederlandse rappers naar het rustieke Schiermonnikoog om samen muziek te maken en op te nemen. Gastcorrespondent Thomas Heerma van Voss ging met hen mee en kwam terug met deze prachtige reportage. Lees het verhaal hier terug Met dank aan de techniek krijg je twee bluesartiesten voor de prijs van één Toen The Guardian in 2010 stelde dat de muziek van bluesicoon Robert Johnson al meer dan zeventig jaar te snel wordt afgespeeld, stonden muziekliefhebbers met de handen in het haar. Hebben wij al die tijd een vervalsing verafgood? De vraag confronteert ons met de techniek, ons luistergedrag en met de tijdgeest. Een gastbijdrage van Johannes de Breuker. Lees het verhaal hier terug