We zouden niet de eersten zijn. Aan het begin van de twintigste eeuw was er al een werknemer die door de technologie overbodig werd gemaakt: een werknemer waar in het Engeland van 1901 nog 3,25 miljoen arbeidsplaatsen voor waren, en twintig jaar later nog maar twee miljoen. Door de opkomst van de verbrandingsmotor werd zijn loon steeds lager, totdat hij zijn voedsel niet meer kon terugverdienen.
 
Ik heb het over het paard.

Met de razendsnelle opmars van rijdende, lezende en pratende superrobots moeten ook wij vrezen voor onze baan. ‘Machinerie is een dief die duizenden berooft,’ schreef William Leadbeater, een Engelse handwerker al in 1830. ‘We zullen er nog wel achter komen dat het ons land zal vernietigen.’

‘Machinerie is een dief die duizenden berooft’

Het is begonnen op ons salarisstrookje. In de Verenigde Staten is het loon van de modale kostwinnaar sinds 1969 met 28 procent gedaald. In Nederland stokt de loongroei sinds begin jaren negentig. De belangrijkste verklaring: onze arbeid wordt steeds minder schaars. De opmars van technologie zorgt ervoor dat we moeten concurreren met miljarden werknemers over de hele wereld - en met de machines zelf. 

Inmiddels groeit de ongelijkheid in meer dan 80 procent van alle landen. Wat de Amerikaanse Droom betreft: de ongelijkheid in de VS dan in het Rome van de tweede eeuw na Christus (dat was een op slavernij gebaseerde economie). Ook in Nederland groeit de kloof tussen top en onderkant - zo is de onderste 10 procent er met maar liefst 30 procent op achteruit gegaan in de afgelopen dertig jaar. De grote bedrijven zwemmen in het geld, maar hun winsten druppelen niet langer naar beneden. 

De groeiende kloof tussen arm en rijk suggereert dat alleen laagopgeleiden bang hoeven te zijn. En dus zeggen we: meer geld naar onderwijs. Leve de kenniseconomie! Toch moeten ook hoogopgeleiden vrezen voor hun baan. Bedenk: William Leadbeater was een goed opgeleide handwerker toen hij zijn baan aan een machine verloor. Het punt is niet dat hij geen onderwijs had genoten, het punt is dat zijn vaardigheden ineens overbodig waren geworden. 

Welkom, in de race tegen de machine.

De chip en de doos

In het voorjaar van 1965 kreeg Gordon Moore, een computertechnicus bij IBM, een telefoontje van Electronics Magazine. Voor de 35ste verjaardag van het blad werd hij gevraagd om zijn licht te laten schijnen over de toekomst van de chip. De beste prototypes hadden in dat jaar nog maar 30 transistors – de elementaire bouwstenen van iedere computer. Transistors waren groot, computers waren traag.

Moore begon wat cijfers te verzamelen. Al snel ontdekte hij dat sinds 1959 het aantal transistors op een chip ieder jaar was verdubbeld. De vraag drong zich op: wat als deze trend zich voortzet? Met een schok realiseerde Moore zich dat het er maar liefst 60.000 zouden zijn, in 1975. Dan zou het niet lang meer duren of computers konden beter rekenen dan de slimste wiskundigen van alle universiteiten

Het was maar een gok, wist Moore. Maar veertig jaar later bood Intel 10.000 dollar aan degene die nog een kopie van het originele Electronics Magazine op zolder had liggen. De gok was de geschiedenis ingegaan als wet – de Wet van Moore om precies te ‘Een paar keer heb ik gedacht dat we het einde van de lijn hadden bereikt,’ vertelde de bedenker in 2005. ‘Dat de boel zou vertragen.’ 

Maar nee. Voor hoe lang nog weet niemand, maar tot op de dag van vandaag raast de Wet van Moore voort. 

 

Beeld: Momkai.

Beeld: Momkai.

De chip was de eerste van twee grote versnellingen in de race met de machine. 

Enter: de doos.

Zoals de transistor de standaardeenheid van informatie werd, zo werd de container de standaardeenheid van Een rechthoekige, stalen doos klinkt niet als een revolutionaire uitvinding, maar bedenk: voor de komst van de container werd alle waar afzonderlijk op een schip, trein of vrachtwagen geladen. Dat kon dagen in beslag nemen.
 
Een doos hoeft maar één keer te worden in- en uitgepakt: op de plaats van vertrek en op de plaats van bestemming. In april 1956 vertrok het eerste containerschip van New York naar Houston (Texas). De 58 stalen dozen werden in slechts een paar uur uitgeladen; een dag later was het schip weer volgeladen op de terugweg. Voor de uitvinding van de stalen doos lagen schepen vier tot zes dagen in de haven: maar liefst 50 procent van hun tijd. Even later was dat nog maar 10 procent.

Goedkope arbeid was nog nooit zo toegankelijk geweest

Met de opmars van de begon de wereld razendsnel te krimpen. Kapitaalstromen versnelden zich, op zoek naar goedkope arbeid. Goederen en diensten vlogen sneller en sneller de wereld over. Toen in 1976 Mao Zedong het loodje legde, duurde het niet lang of nog eens 1 miljard Chinezen bekeerden zich tot het kapitalisme.

Goedkope arbeid was nog nooit zo toegankelijk geweest.

Loonslaaf wordt robot 

De chip en de doos doen wat lange tijd voor onmogelijk werd gehouden. Economen zagen het al bijna als een natuurwet: de verhouding tussen kapitaal en arbeid leek   Jarenlang moesten eerstejaars economiestudenten in hun hoofd stampen dat twee derde van het nationale inkomen naar de salarissen van werknemers ging, en een derde naar de bezitters van het kapitaal (in de vorm van winst, dividend en rente).

Maar nu niet meer. In de jaren tachtig begon er al iets te schuiven en inmiddels gaat nog maar 58 procent van de welvaart in rijke landen op aan lonen. Het lijkt een kleine daling, maar het is een

Er zijn verschillende factoren in het spel. Globalisering, de afnemende macht van vakbonden, de groei van de financiële industrie en lagere belastingen voor rijken en bedrijven. Maar bovenal: de opmars van Neem alleen al de iPhone. Het is een wonder van techniek, ondenkbaar zonder de chip en de doos. De iPhone is opgebouwd uit onderdelen uit de VS, Italië, Taiwan en Japan, wordt in elkaar geschroefd in China en gaat vervolgens de hele wereld over. Het laatste model is sneller dan een militaire supercomputer eind jaren negentig. 

 

Stap 5. Illustratie: Lennart Verhoeff (voor De Correspondent)

Stap 5. Illustratie: Lennart Verhoeff (voor De Correspondent)

Maar wie profiteert? Innovatie in Silicon Valley betekent massaontslag elders. Denk alleen al aan webshops als Amazon en Zalando: met de opkomst van online winkelen zijn miljoenen banen in de detailhandel vernietigd. Toegeven, het zou kunnen dat juist globalisering de opmars van technologie even heeft geremd. Onze kleren worden nu immers niet door stalen robotarmen of hyperintelligente cyborgs vervaardigd, maar door kleine kinderhandjes in Vietnam en De grote technologische dromen van de twintigste eeuw zijn nooit uitgekomen. ‘We wilden vliegende auto’s, maar in plaats daarvan kregen we 140 tekens,’ schampert Peter Thiel, de oprichter van PayPal.

Eind jaren tachtig had Kodak 145.000 man op de loonlijst. Onlangs ging het failliet, terwijl Instagram (met 13 werknemers) voor 1 miljard werd verkocht

Toch moeten nu zelfs de loonslaven van Foxconn, het Chinese bedrijf dat onze telefoons in elkaar schroeft, vrezen voor hun baan. CEO Terry Gou maakte onlangs bekend 1 miljoen robots in dienst te willen nemen. Volgens de Internationale Federatie van Robotica is China hard op weg het grootste robotland ter wereld te

Of neem deze cijfers: vijftig jaar geleden hadden de vier grootste Amerikaanse bedrijven gemiddeld 430.000 werknemers in dienst. Nu is dat nog maar een kwart, terwijl ze twee keer zoveel waard zijn. Eind jaren tachtig had Kodak – de uitvinder van de digitale camera – 145.000 man op de loonlijst. Onlangs vroeg het zijn faillissement aan, terwijl Instagram (met 13 werknemers) voor 1 miljard aan Facebook werd verkocht. Bij beursgang had Facebook slechts 2.000 man in dienst, maar met 100 miljard dollar was het twee keer zoveel waard als de oude gigant General Motors (meer dan 200.000 banen wereldwijd). 

Het is een harde waarheid, maar om rijk te worden heb je steeds minder mensen nodig.

Automatisering van kenniswerk 

‘De mensheid zal een ras van machineverzorgers worden,’ voorspelde Isaac Asimov, de grote science-fictionschrijver, al in 1964. Maar het is nog erger: door de razendsnelle opmars van robots worden nu talloze banen bedreigd – zelfs die van hoogopgeleiden. ‘Terwijl de technologie voortraast, blijven steeds meer mensen achter,’ concluderen twee onderzoekers van het prestigieuze

Ik moet toegeven: al tweehonderd jaar maken arbeiders zich zorgen over de opmars van technologie. Economen verzekeren hen al tweehonderd jaar dat er vanzelf weer nieuwe banen komen. Zo is het altijd gegaan. 

Neem de landbouw. In 1800 was 90 procent van alle Amerikanen boer, in 1900 was dat nog maar 41 procent en in 2000 slechts 2 procent. Het heeft niet tot massawerkloosheid geleid. De econoom John Maynard Keynes schreef al in de jaren dertig van de vorige eeuw over een ‘nieuwe ziekte’ waar we nog veel over zouden horen: ‘technologische werkloosheid.’ Maar toen hij stierf, in 1946, was er nog geen vuiltje aan

Maar nu lijkt de geschiedenis een afslag te nemen die we niet voor mogelijk hadden gehouden. De hele twintigste eeuw gingen de groei van productiviteit en werkgelegenheid gelijk op. Tot het jaar 2000, toen de ‘De Grote Ontkoppeling’ begon - zoals de MIT-onderzoekers Erik Brynjolfsson en Andrew McAfee het noemen. ‘Het is de grote paradox van onze tijd,’ vertelt Brynjolfsson aan  ‘De productiviteit is hoger dan ooit, de innovatie is nog nooit zo snel gegaan, maar toch dalen de modale inkomens en hebben we minder banen.’

 

Bron: Erik Brynjolfsson/Andrew McAfee. Beeld: Momkai.

Bron: Erik Brynjolfsson/Andrew McAfee. Beeld: Momkai.

In Nederland worden de scherpe kantjes van de chip en de doos nog afgeschaafd door de verzorgingsstaat. Wie zijn baan verliest aan een robot of een Aziaat kan tenminste nog rekenen op een redelijke uitkering. Maar toch: ook in Nederland zijn opleidingsverschillen een enorme motor van ongelijkheid geworden. ‘In de komende jaren zal technologie ons naar een bijna arbeidsloze samenleving brengen,’ schreef Jeremy Rifkin in zijn klassieker The End of Work (1995). Profetisch is een groot woord, maar lees even mee: ‘Terwijl een kleine elite van managers en kenniswerkers de vruchten zal plukken van een hightech wereldeconomie, zal de middenklasse blijven krimpen en zal de werkplaats steeds gestrester worden.’

‘In de komende jaren zal technologie ons naar een bijna arbeidsloze samenleving brengen’

Een diploma biedt straks geen garantie meer op een baan. Terwijl machines slimmer, sneller en goedkoper worden, verstomt het riedeltje van ‘de kenniseconomie.’ Het invloedrijke adviesbureau McKinsey rapporteert dat er heel wat ‘automatisering van kenniswerk’ zit

Toen mensen er nog toe deden

En het gaat harder dan we denken. Keer op keer blijken chips dingen te kunnen die we een paar jaar eerder nog voor niet voor mogelijk hadden gehouden. In 2004 schreven twee prominente economen een hoofdstuk met de veelzeggende titel ‘Waarom mensen er nog toe doen’. Hun stelling: autorijden kan nooit geautomatiseerd worden. Maar zes jaar later was het al zo ver. Inmiddels hebben de robotauto’s van Google meer dan 700.000 kilometer afgelegd, zonder brokken te maken. Althans, de enige keer dat het misging had een mens het stuur overgenomen. Nissan en General Motors willen de eerste robotauto’s al aan het einde van dit decennium op de markt 

 

Stap 4. Illustratie: Lennart Verhoeff (voor De Correspondent)

Stap 4. Illustratie: Lennart Verhoeff (voor De Correspondent)

Een pakketje bestellen en bezorgen kan straks volledig automatisch – van de robots in het magazijn tot de zelfrijdende bezorgservice. Toen Amazon ontdekte dat magazijnmedewerkers 70 procent van hun tijd aan het lopen waren (meer dan 15 kilometer per dag), besloot het al een leger van robots aan te stellen. Machines kunnen ook werk aan klanten zelf uitbesteden - denk aan de zelfscan bij de supermarkt, of de keuzemenu’s van helpdesks. Volgens Albert Heijn zullen caissières over vijf jaar nog maar een paar kassa’s bedienen. Computers worden steeds beter in het herkennen van spraak en het ontcijferen van handschriften. Ze schrijven verslagen van sportwedstrijden die niet van ‘echt’ te onderscheiden zijn en er zijn al robotarmen die worden op

En niet te vergeten: robots worden niet ziek, hoeven geen vakantiegeld, gaan niet op zwangerschapsverlof en klagen nooit.
 
Caissières, slagers, bakkers, apothekers, vertalers, chauffeurs, architecten, bouwvakkers, journalisten, accountants, chirurgen, barmannen, administratiemedewerkers - allemaal moeten ze vrezen voor hun baan. Onderzoekers van de Universiteit van Oxford schatten dat maar liefst 47 procent van alle (Amerikaanse) banen een groot risico loopt om te worden ingepikt door Niet over honderd, maar binnen twintig jaar al. Als eerste is het transport, de bouw, de administratie en de verkoop aan de beurt. Dan volgen banen in het management, de wetenschap, de techniek en de kunsten. 

‘Het enige verschil tussen enthousiastelingen en sceptici is het tijdsframe,’ schrijft professor Gary Marcus The New Yorker. ‘Over een eeuw maakt het niemand uit hoe lang het precies duurde, alleen wat er gebeurde.’ 

Onderzoekers van de Universiteit van Oxford schatten dat maar liefst 47 procent van alle banen een groot risico loopt om te worden ingepikt door machines

Martin Ford, een ondernemer in Silicon Valley, schat dat 40 procent van alle banen nu al kan worden uitbesteed aan computers. Hij schetst een nachtmerriescenario waarin tegen het einde van de eeuw de werkloosheid is opgelopen tot 75 procent. Ik denk dat het waarschijnlijker is dat steeds meer mensen een slecht betaalde rotbaan zullen hebben. De Engelse denker Guy Standing ziet de opkomst van een nieuwe gevaarlijke klasse: het ‘precariaat’– de groeiende meute met lage lonen, met tijdelijke contracten en zonder politieke stem.
 
En ja, de werknemers van Google worden goed verzorgd, met een luxe ontbijt, zalige massages en gratis bier. Maar wie bij Google wil werken moet heel veel geluk hebben. Economen spreken van ‘arbeidsmarktpolarisatie’: de groeiende kloof tussen lousy jobs en lovely jobs. In deze ‘Zandloper-economie’ doe je het heel goed, of heel slecht. De middenklasse kwijnt langzaam weg. Van de banen die tijdens de crisis verloren gingen in de VS, was 60 procent modaal betaald. Van de banen die er sindsdien zijn bijgekomen is 73 procent laagbetaald.

De crisis versterkt een trend die al sinds de eeuwwisseling speelt. 

 

Stap 3. Illustratie: Lennart Verhoeff (voor De Correspondent)

Stap 3. Illustratie: Lennart Verhoeff (voor De Correspondent)

De dirty secrets van de economie

Wat kunnen we eraan doen? 

Tyler Cowen, een van de meest invloedrijke economen van dit moment, zegt het antwoord te weten: niet zoveel. De ongelijkheid zal nog verder toenemen. Wie niet snel iets leert dat machines niet (zullen) kunnen, zal straks aan de zijlijn staan. Of, om een bekende mop onder economen te citeren: voor een beetje fabriek heb je straks twee werknemers nodig, een mens en een hond. De mens geeft de hond te eten, en de hond houdt de mens weg bij de machines.
 
Cowen ziet een gouden toekomst voor de marketingsector. ‘Grootverdieners verwennen, in zo ongeveer ieder aspect van hun bestaan, zal een grote banenmotor worden in de toekomst,’ schrijft hij in zijn recent verschenen boek Average Is Over. We kunnen erop rekenen dat rijken en hoogopgeleiden nog meer naar elkaar zullen toetrekken - terwijl dorpen en steden in de periferie zullen verpauperen. We zien het nu al in Europa: een Spaanse techneut kan beter aan de slag gaan in Eindhoven dan in Madrid, evenals Griekse ingenieurs nu naar Stuttgart en München trekken. 

‘Een veel groter deel van Mediterraans Europa zal er straks uitzien als Sicilië,’ schrijft Cowen. ‘Het zal nog afhankelijker zijn van toerisme, gepensioneerden en overheidstransfers.’ Tot zover de Europese droom. De interne markt van kenniswerkers moest rijkdom en diversiteit brengen, maar lijkt de tegenstellingen tussen het centrum en de periferie slechts te versterken. 

Niet langer wordt je leven door je geloof bepaald, maar door je opleiding

Het gebeurt ook in landen zelf: mensen met diploma’s gaan nog dichterbij andere mensen met diploma’s wonen. In de jaren zeventig was het opleidingsniveau van de slimste Amerikaanse stad 16 procentpunt hoger dan de laagstopgeleide stad. Inmiddels is die kloof twee keer zo groot. In Nederland hetzelfde verhaal: terwijl de Bijenkorf dichtgaat in het oosten van het land, gaan de prijzen in de Randstad en Eindhoven omhoog. De Raad van Maatschappelijke Ontwikkeling spreekt van een ‘nieuwe verzuiling’. Diploma’s leveren een beter rendement dan ooit – en dan vooral de diploma’s die je met machines leren omgaan. Niet langer wordt je leven door je geloof bepaald, maar door je opleiding.
 

 

Stap 2. Illustratie: Lennart Verhoeff (voor De Correspondent)

Stap 2. Illustratie: Lennart Verhoeff (voor De Correspondent)

‘Hoe moeten mannen die hun baan hebben verloren zorgen voor hun familie?’ vroegen Engelse katoenwerkers zich vertwijfeld af, ‘Sommigen zeggen: leer een ander vak. Stel dat we dat doen – wie zal dan onze gezinnen onderhouden…? En als we het geleerd hebben, hoe weten we dat we beter af zullen zijn? (…) Een nieuwe machine zal opkomen, die ook deze handel zal wegnemen.’
 
Stel dat deze katoenwerkers alsnog gelijk krijgen. Stel dat de meesten van ons gedoemd zijn de race tegen de machine, op termijn, te verliezen. 

Wat te doen? 

Het standaardantwoord luidt: nog meer aan onderwijs besteden. We moeten niet racen tegen de machine, maar mét de machine.

En inderdaad: dat zal sommigen, even, helpen. Maar lang niet iedereen.

Een tweede optie is om het advies van de Nederlandse schaakgrootmeester Jan Hein Donner op te volgen. Toen hem werd gevraagd welke strategie hij tegen een computer zou gebruiken, hoefde hij niet lang na te denken. ‘Ik zou een hamer meenemen.’

We zouden de Luddieten achterna gaan, de katoenwerkers die tweehonderd jaar geleden de oorlog verklaarden aan de weefmachines. We kunnen de technologische vooruitgang tegenhouden, zelfbesturende auto’s verbieden, machines zwaarder belasten. We kunnen in de voetsporen treden van keizer Frans II (1768-1835), die de bouw van fabrieken en spoorwegen verbood. ‘Nee, nee, ik wil er niets mee te maken hebben, anders komt er revolutie in dit land.’ Tot diep in de negentiende eeuw werden de Oostenrijkse treinen door paarden

Maar ook hier geldt: hoe lang houden we het vol? Een land dat achterop raakt in de race tegen de machine zal al snel worden weggeconcurreerd in dit tijdperk van globalisering. Voor wie vast wil houden aan de zegeningen van technologie, zit er misschien maar één ding op. 

Herverdeling. Véél herverdeling. 

Van geld (een basisinkomen), tijd (een kortere werkweek) en  - natuurlijk - Al in de negentiende eeuw schreef Oscar Wilde dat iedereen zou profiteren van intelligente machines als ze ‘het bezit van allen’ zouden zijn. ‘Het is een van de dirty secrets van de economie,’ vertelde Brynjolfsson aan The New York Times. ‘Technologische vooruitgang doet de economie groeien en creëert welvaart.  Maar er is geen economische wet die zegt dat iedereen zal profiteren.’

En mochten de baten van de race niet eerlijk verdeeld worden, dan heb ik maar één advies.

Rennen, zo hard als je kunt.

 

Stap 1. Illustratie: Lennart Verhoeff (voor De Correspondent)

Stap 1. Illustratie: Lennart Verhoeff (voor De Correspondent)

  Een basisinkomen? Een paar weken geleden schreef ik waarom een basisinkomen geen gek idee zou zijn. De opmars van robots is namelijk niet de enige reden. Lees het artikel hier

  Minder werken? Als meer werk wordt geautomatiseerd dan krijgen wij de kans om minder te werken. Het zou een oplossing zijn voor heel wat problemen, schreef ik een maand geleden. Lees het artikel hier