From the series of photos “Dear Future, Gone Fishing,” a possible future of the world we live in. Photo by Imke Ligthart

In Groot-Brittannië ontstond in 2009 een kleine rel over een televisiespotje. Het ministerie van Energie & Klimaat had een pr-bureau in de arm genomen om mensen aan te moedigen thuis energie te besparen. In het spotje leest een vader zijn dochter een angstaanjagend sprookje voor - een sprookje over een wereld die ontregeld raakt door klimaatverandering. We zien huilende konijntjes in verzengende hitte, verschrikkelijke stormen en overstromingen, een verdrinkende puppy.

YouTube
De campagne van de Britse overheid: ‘Act on CO2.’

‘Is er een happy end?’ informeert het meisje angstig als haar vader is uitgelezen. Dat is aan ons, zegt de voice-over tegen de kijkers thuis. Want wie energie bespaart, helpt een noodlottig einde van de beschaving afwenden.

Al snel bleek dat die boodschap kijkers in het verkeerde keelgat schoot. Het regende klachten bij de Britse reclamecodecommissie. Kijkers vonden het spotje te angstaanjagend, De stelling dat klimaatverandering zou leiden tot frequentere en intensere overstromingen, hittegolven en stormen had voorzichtiger geformuleerd moeten worden, oordeelde de reclamecodecommissie uiteindelijk. en The Guardian deed verslag van de klachten en de afhandeling daarvan. ‘te politiek.’ Bovendien: welke vader zou zijn kind zo’n gruwelijk verhaal voorlezen?

De oud-campaigner van Greenpeace en de Amerikaanse Rainforest Foundation George Marshall werkte 25 jaar voor de milieubeweging, zo meldt zijn website. Hij staat bekend als een vooraanstaand expert op het gebied van klimaatcommunicatie. Zo adviseert hij de regering van Wales, waar hij woont, over het milieubeleid. Hij is een van de oprichters van het Climate Outreach Information Network, een denktank over klimaatcommunicatie. bespreekt de episode in zijn eerder dit jaar verschenen boek Je leest alles over het boek (en het bronmateriaal) op climateconviction.org. Don’t Even Think About It: Why Our Brains Are Wired to Ignore Climate Change. De overheid had kunnen weten dat deze campagne als een boomerang terug zou komen, schrijft Marshall. Zo ongeveer alles wat bekend is over effectieve communicatie werd genegeerd.

‘Als mensen zich bedreigd of geïsoleerd voelen, kunnen ze een reeks strategieën toepassen om hun interne angst te temperen,’ schrijft Marshall. Ze kunnen het probleem ontkennen, de dreiging bagatelliseren, vervallen in fatalisme, of in woede richting de boodschapper. Dat gebeurde allemaal, stelt Marshall.

Ed Gillespie, de directeur van een reclamebureau dat de Britse overheid eerder had geadviseerd om over het klimaat juist Het rapport van Futerra Sustainability Communications over visionaire klimaatcommunicatie is het lezen waard. ‘We must build a visual and compelling vision of low carbon heaven,’ is een van de adviezen. visionaire verhalen te vertellen, noemde de campagne ‘utter rubbish,’ ‘ongeveer even nuttig als een marsepeinen dildo.’

Waarom negeren we het klimaatprobleem?

Marshall was 25 jaar lang actief in de milieubeweging en een van de oprichters van het Hier de website van het Climate Outreach & Information Network. Climate Outreach Information Network, een denktank over klimaatcommunicatie. Don’t Even Think About It is het resultaat van zijn jarenlange zoektocht naar het antwoord op de vraag: hoe is het mogelijk dat we klimaatverandering negeren, zelfs als we ons ervan bewust zijn dat we het negeren?

Marshall laat overtuigend zien dat het invloedrijkste narratief over klimaatverandering een non-narratief is: collectieve stilte

Bij die vraag kun je natuurlijk direct een kanttekening plaatsen. Veel mensen negeren het probleem niet, of niet altijd. Maar Marshall laat overtuigend zien dat het invloedrijkste narratief over klimaatverandering een non-narratief is: collectieve stilte. Als opiniepeilers mensen vragen of ze zich zorgen maken over het klimaatprobleem, zeggen Deze peiling laat zien dat mensen in de meeste landen op aarde (maar niet overal) klimaatverandering als bedreiging zien, als daarnaar wordt gevraagd. veel Zeven op de tien Nederlanders maakt zich zorgen over het klimaat, blijkt uit deze peiling. mensen braaf ‘ja.’ Klimaatverandering staat altijd laag op het lijstje van taken dat de Amerikaanse bevolking belangrijk acht voor de president. Dat blijkt uit dit onderzoek van het Amerikaanse PEW Research Center. Maar als ze de vraag open stellen – waarover maak je je zorgen? – wordt de opwarming van de aarde maar Marshall baseert zich hier onder meer op deze poll van Gallup, waaruit blijkt dat Amerikanen zich weinig zorgen maken over klimaatverandering. zelden genoemd, aldus Marshall. ‘De meeste mensen hebben klimaatverandering nooit besproken met iemand buiten hun nabije familie,’ Marshall benoemt de collectieve stilte ook in dit verhaal in The Guardian. schrijft Marshall, die zich hierbij vooral baseert op Amerikaans onderzoek. Dit onderzoek toont hoe Amerikanen communiceren over klimaatverandering: één derde heeft het nooit met familie en vrienden over klimaatverandering, twee op de drie Amerikanen zegt dat ze zelden of nooit over klimaatverandering praten. ‘Eén derde kan zich niet herinneren het er ooit met iemand over te hebben gehad.’

Marshall probeert te begrijpen hoe dat komt. Zijn uitgangspunt is helder: klimaatverandering is niet alleen moeilijk aan te pakken, het is moeilijk om er helder over na te denken. Onze psyche heeft er De geïnterviewde psychologen bevestigen één voor één dat onze psyche totaal niet gemaakt is om adequaat te reageren op de opwarming van de aarde. ‘Je kunt bijna geen probleem ontwerpen dat slechter past bij onze onderliggende psychologie,’ zegt de een. ‘Een psycholoog zou moeite hebben een beter scenario voor verlamming te bedenken,’ zegt de ander. Als we dat probleem weten te kraken, kunnen we misschien wat effectiever in actie komen. Marshall spreekt met psychologen, onderzoekers, activisten, hij gaat kijken bij Shell en in gebieden die zijn getroffen door extreem weer. Het levert fascinerende inzichten op. Marshall beschrijft bijvoorbeeld hoe de slachtoffers van orkaan Sandy niets liever willen dan terugkeren naar de normaliteit van voor de ramp. Zelfs als normaal betekent: een fossiele economie die de kans op een volgende natuurramp Mensen die door een natuurramp zijn getroffen, hebben een ‘vals gevoel van hun eigen onkwetsbaarheid,’ blijkt uit onderzoek waar Marshall naar verwijst (Keane J 2013. Unconscious obstacles to caring for the planet, facing up to human nature. In Weintrobe S. (ed), 2012, Engaging with Climate Change – Psychoanalytic and Interdisciplinary Perspectives, Routledge, UK.)

Een probleem voor onze psyche

In een van de vele scènes in het boek praat Marshall in een luidruchtig New Yorks café met de wereldberoemde psycholoog en Kahneman won de Nobelprijs voor de Economie in 2002 samen met de Amerikaanse econoom Vernon Smith. ‘De twee zijn uitverkoren wegens hun werk op het gebied van de psychologische en experimentele economische wetenschap,’ schreef de Volkskrant destijds. ‘De 68-jarige Kahneman, die behalve de Amerikaanse ook de Israëlische nationaliteit bezit, heeft volgens de academie gezorgd voor integratie van inzichten uit psychologisch onderzoek in de economische wetenschap. Smith (75) wordt gelauwerd voor zijn experimenten bij empirische economische analyse.’ Daniel Kahneman, die ondertussen een kom tomatensoep weglepelt. Bij iedere hap pepert Kahneman het Marshall verder in: we gaan dit probleem niet oplossen.

  1. Klimaatverandering is niet saillant genoeg: het heeft te weinig eigenschappen die het in aanmerking laten komen voor onmiddellijke actie. Het is - of lijkt - abstract, ver weg, onzichtbaar en betwist, zegt Kahneman.
  2. Mensen moeten kosten op de korte termijn accepteren om zich te borgen tegen veel hogere, maar onzekere toekomstige verliezen. Daar zijn mensen van nature Dat blijkt uit een beroemd experiment van Kahneman zelf, dat ook wordt besproken door Marshall. Stel dat je 900 euro krijgt aangeboden. Ben je bereid om een kans van 90 procent te accepteren om er 1000 euro van te maken, als je 10 procent kans hebt het hele bedrag te verliezen? De meerderheid van de mensen zegt nee: we gokken niet graag met zo’n mooi bedrag. Maar als je het omdraait, en het gaat hier om een verlies van 900 euro, ben je dan bereid een kans van 10 procent te accepteren om de hele schuld kwijtgescholden te krijgen, als je tegelijkertijd een kans van 90 procent hebt om het verlies te laten oplopen tot 1000 euro? Een grote meerderheid van de mensen neemt dit tweede bod aan, terwijl aan de kansen niets is veranderd. Kennelijk zijn we sneller bereid te gokken als het om een verlies gaat.
  3. Omdat er ook mensen zijn die het klimaatprobleem ontkennen, en omdat wetenschappers zich vaak voorzichtig uitdrukken, lijkt informatie over het klimaatprobleem onzeker en omstreden. Daardoor hebben mensen die zich er niet in verdiepen de indruk dat het in wezen nog alle kanten op kan gaan.

‘Het komt erop neer,’ zegt Kahneman, ‘dat ik extreem sceptisch ben over ons vermogen om met klimaatverandering om ‘Om mensen te mobiliseren, moet het een emotioneel vraagstuk worden,’ vervolgt Kahneman. ‘Het moet zowel onmiddellijkheid als saillantie hebben. Een afstandelijk, abstract en omstreden bedreiging heeft simpelweg niet de karakteristieken om de publieke opinie serieus te mobiliseren.’

Marshall bespreekt veel psychologische theorieën die Kahnemans scepsis ondersteunen. In korte, geanimeerde hoofdstukken laat hij bijvoorbeeld zien hoe ons brein altijd bewijs verzamelt om te ondersteunen wat we toch al geloofden Op Wikipedia lees je meer over de confirmation bias. (confirmation bias), hoe we onwelgevallige informatie omvormen totdat die past in onze bestaande denkkaders In dit onderzoek lees je meer over de biased assimiation. (biased assimilation), en hoe we altijd denken dat wij zelf minder gevaar lopen dan andere mensen Op Wikipedia lees je wat de optimism bias precies inhoudt. (optimism bias). Bovendien: hoe meer mensen in onze omgeving klimaatverandering niet als urgente dreiging zien, hoe minder wij zelf geneigd zijn dat te doen Hier meer over het omstandereffect: hoe groter de groep omstanders, hoe kleiner de kans dat iemand ingrijpt. (het omstandereffect).

Het zijn allemaal mechanismen die eraan bijdragen dat de meerderheid niet in actie komt. Toch is Marshall het uiteindelijk Marshall stelt het contrast met Kahneman zelf zo scherp in dit opiniestuk in The Guardian. niet met Kahneman eens. Is klimaatverandering werkelijk abstract en ver weg, is het werkelijk omstreden, zoals de tomatensoep-etende psycholoog had gezegd? Of hebben we besloten het zo te zien, zodat we het roer nog even niet om hoeven te gooien?

Marshalls analyse: de gangbare verhalen over de opwarming van de aarde stellen ons in staat passief te blijven. Terwijl de Op deze website lees je meer over de consensus. consensus onder wetenschappers 97 procent van de klimaatwetenschappers onderschrijft de consensus dat mensen klimaatverandering veroorzaken. extreem hoog is en de effecten nu al optreden, van het ‘World’s Oceans Face Worst Coral Die-Off in History, Scientists Warn.’ afsterven van koralen tot het ‘Antarctic Glacier Melt ‘Unstoppable’ Sea-Level Threat.’ smelten van landijs. De opwarming van de aarde is zo’n veelzijdig fenomeen dat we er Bijvoorbeeld door het te begrijpen als toekomstig probleem, of als fenomeen waar we niets aan kunnen doen, of als kans om een rechtvaardiger economie dichterbij te brengen. betekenis aan kunnen geven, schrijft Marshall. Daarom zijn de manieren waarop we over het probleem praten cruciaal, ‘en met name de verhalen die we eromheen bouwen.’

Waarom angstaanjagende verhalen zo slecht werken

Die stelling wordt ondersteund door de Noorse psycholoog Per Espen Stoknes, auteur van het eveneens interessante boek: What We Think About When We Try Not To Think About Global Warming: Toward a New Psychology of Climate Action. De benadering van Stoknes lijkt aanvankelijk op die van Marshall, maar Stoknes gaat uiteindelijk veel verder: zo wijdt hij het laatste deel van zijn boek aan een verkenning van de ethiek en de esthetiek van een ‘With the frantic tilts and sways of global weirding at hand, we will be forced and humbled into rethinking humanity’s relationship with more-than-human nature and with the wild air itself,’ schrijft Stoknes. In het laatste deel van zijn boek onderzoekt hij onze verhouding met de lucht (‘we’ve grown oblivious to the air’), hij bespreekt het rouwproces en de diepe droefheid die gepaard gaat met klimaatverandering en de vernietiging van de natuurlijke wereld, en hij bespreekt wat de ‘eco-pscychologie’ ons kan leren over de symptomen van klimaatverandering, onze relatie met de natuur en een overgang van een modernistische naar een ecologische houding. Uiteindelijk predikt Stoknes een soort filosofie van ‘levende lucht’, niet direct wat je verwacht in een boek dat aanvankelijk vooral gaat over klimaatpsychologie en effectieve communicatie. Marshall blijft veel dichter bij zijn onderwerp en heeft een typerende, geestige Britse stijl, met woordgrapjes en al. Zowel Marshall als Stoknes vindt dat we moeten zoeken naar verhalen die beter aansluiten op onze ‘onderliggende psychologie,’ zodat we niet langer voor klimaatverandering weglopen, maar gaan handelen.

Stoknes stelt dat met name ‘het verhaal van Is er leven na het apocaholisme? de apocalyps van de klimaathel’ heeft bijgedragen aan de huidige patstelling. Dit verhaal is zo In deel twee van mijn serie over doemdenken in het klimaatdebat onderzocht ik de oorsprong van het apocalyptische gedachtegoed. archetypisch en eenvoudig te interpreteren dat het ‘ Uit dit onderzoek naar 350 artikelen in zes landen is gebleken dat 80 procent een naderende ramp beschreef. universeel en fundamentalistisch’ is geworden, schrijft Stoknes, en het proces van maatschappelijke transformatie heeft gehinderd. Dat verklaren de auteurs als volgt:

Hier zit nog iets fundamentelers onder - iets waar Sigmund Freud wel raad mee had Freud maakte onderscheid tussen Eros (levenskracht en liefde) en Thanathos (de doodswens en het plezier van vernietiging), twee tegengestelde instincten in een continue strijd, de een werkend voor beschaving, de ander voor destructie. ‘De evolutie van de beschaving kan beschreven worden als strijd voor leven van de menselijke soort.’ Iedereen wil gerustgesteld worden dat Eros van de dood zal winnen, analyseerde Freud, maar dat kon hij niet beloven. Hij zag ons vermogen tot vernietiging wel als een bron van onrust en angst. ‘Men have gained control over the forces of nature to such an extent that with their help they would have no difficulty in exterminating one another to the last man. They know this, and hence comes a large part of their current unrest, their unhappiness and their mood of anxiety.’ Bewust of onbewust appelleren de verhalen over het naderende einde van de menselijke beschaving – of zelfs ons uitsterven – aan de dood. Denk maar aan de beelden die bij klimaatverandering horen: krakend droge aarde, mislukte oogsten, bosbranden, overstromingen. Allemaal omstandigheden waarin wij het niet uithouden.

Janis Dickinson, professor in de neurowetenschap aan de Cornell Universiteit, bevestigt in het boek van Marshall dat we op klimaatverandering lijken te reageren als op doodsangst: met Mensen die geconfronteerd worden met de dood zullen de dreiging direct ‘rationaliseren’, vaak door hun persoonlijke risico of de nabijheid daarvan te ontkennen, schrijft Marshall, een beetje zoals rokers zullen zeggen: ‘Het duurt nog lang [voordat ik hier ziek van word, JM], dus ik neem het er nog even van.’ ontkenning, of het ver in de toekomst plaatsen van de effecten. Uit de Meer over terror management theory op Wikipedia. ‘terror management theory’ waar een attente lezer mij op wees, Hier vind je een voorbeeld van een studie waaruit blijkt dat mensen meer neigen naar conservatisme als ze worden geconfronteerd met hun eigen sterfelijkheid. blijkt Uit dit meta-onderzoek blijkt dat doodsangst een goede voorspeller van politiek conservatisme is. dat mensen die aan de dood worden herinnerd meer steun betuigen aan de (politieke) status quo en Hier lees je meer over de psychologische processen die kunnen leiden tot conservatisme. conservatisme.

De gangbare voorstellingen van klimaatverandering leiden dus tot verstarring. Bovendien versterken ze de bestaande polarisatie over het klimaat. Marshall noemt Lees hier de achterliggende studie: ‘The nature of death and the death of nature: The impact of mortality salience on environmental concern.’ een onderzoek waaruit blijkt dat mensen die zich al zorgen maken over het milieu zich meer zorgen gaan maken als ze worden geconfronteerd met beelden van de dood. Terwijl mensen die zich geen zorgen maakten over het milieu, zich nog minder zorgen gaan maken als ze zulke beelden te Het cruciale punt hier is of mensen al onderdeel zijn van een sociale groep die waarde ontleent aan milieubewustzijn, of niet. Wie al eigenwaarde ontleent aan zijn duurzame bewustzijn of gedrag, zal daar meer energie in steken na confrontaties met de eigen sterfelijkheid, blijkt uit de studie die hier in de kantlijn is genoemd (‘The nature of death and the death of nature: The impact of mortality salience on environmental concern.’). Wie zijn eigenwaarde op andere zaken baseert – geld of materiële welvaart bijvoorbeeld – zal daar juist extra energie in steken bij de confrontatie met de eigen sterfelijkheid. Dit is consistent met de ‘terror management theory’ van Becker, die voorspelt dat mensen, als ze geconfronteerd worden met hun dood, extra energie gaan steken in hun sociale groep en het prestige daarvan, wat hij wel het ‘onsterfelijkheidsproject’ noemt. Vrij vertaald: de confrontatie met de dood leidt ertoe dat we extra investeren in de waarden en de levensstijl die we toch al belangrijk vonden. Dat leidt ertoe dat een deel van de bevolking zich extra duurzaam zal gaan gedragen als ze de angstaanjagende berichtgeving over klimaatverandering onder ogen komen, en een ander deel juist niet.

Kortom: de associatie van klimaatverandering met een naderend ‘einde van de beschaving’ of met onze eigen dood leidt tot ontkenning, stagnatie en bekrachtiging van de status quo en van Wie meer wil lezen over de polarisatie rond het onderwerp zal dit boek misschien interessant vinden. verdeeldheid. Veel van de ‘urgentie’ die klimaatactivisten uitdragen, werkt averechts.

Hoe moet het dan wel?

In het laatste hoofdstuk van zijn boek komt Marshall met tientallen suggesties die volgens hem zouden kunnen bijdragen aan een breder gedeeld besef van de ernst van klimaatverandering - en ons vermogen daar iets aan te doen.

Realiseer je dat klimaatverandering hier en nu speelt, schrijft Marshall bijvoorbeeld, en niet ver in Volgens president Obama moeten we nú nadenken over broeikasgassen. de toekomst. Vertel verhalen van positieve verandering, suggereert hij, ‘waarin onze aanpassing aan klimaatverandering niet alleen beschermt wat er al is, maar ook een rechtvaardigere en eerlijkere wereld helpt creëren.’

Wees bemoedigend en optimistisch, adviseert Marshall, maar houd er rekening mee dat te veel optimisme weer kan gaan rieken naar ontkenning.

Stoknes houdt een gloedvol betoog tegen narratieven die de opwarming van de aarde terugvertalen naar ‘I hate this personal responsibility approach [to ecology], where each of us is made to feel guilty personally,’ zei de Sloveense filosoof Slavoj Žižek onlangs. individuele schuld. Verantwoordelijkheid nemen voor je consumptie is zinvol, stelt Stoknes, maar alleen als dat ook leidt tot Hierover schrijft Stoknes: ‘Individual green consumerism can be helpful, but mostly as signals, reinforcing the emerging business, regulatory, and civic networks that are enacting the green shifts in society.’ Aan schuld hebben we niet veel, stelt Stoknes. ‘But there is no need to blame yourself or others for not doing enough (even when you don’t), nor to shame politicians for doing too little (even if they do much too little). Shifting the blame around never does much good; the shaming game is not where we want to be. As Paul Goodman put it: “No good has ever come from feeling guilty, neither intelligence, policy, nor compassion. The guilty do not pay attention to the object but only to themselves, and not even to their own interests, which might make sense, but to their anxieties.”' Het citaat van Paul Goodman komt uit het artikel ‘The Tragedy of the Commons’ van Gerrit Hardin. Wie een breed publiek in beweging wil krijgen over klimaatverandering, zou altijd positieve beelden moeten uitdragen, schrijft Stoknes, en mensen moeten aanspreken als burgers die collectief verandering teweeg kunnen brengen. Of dat zal werken, weten we niet zeker, erkent hij, ‘maar we weten wel zeker dat onze daden verder reiken als ze plezier en enthousiasme uitstralen, in plaats van schuld en wrok.’

De belangrijkste les: weet dat je er niet alleen voor staat

Iedereen die professioneel communiceert over klimaatverandering kan profijt hebben van Marshall en Stoknes. Maar hun boeken zijn ook interessant voor iedereen die wil begrijpen waarom het zo moeilijk is over klimaatverandering te praten. De belangrijkste les die Marshall en Stoknes daarvoor meegeven: weet dat je er niet alleen voor staat. Iedereen vindt het een lastig onderwerp. En: weet dat het uitmaakt wat je erover zegt. Wie spreekt vanuit fatalisme of angst, zal dat ook aanwakkeren. ‘Acceptatie, compassie, samenwerking en empathie zullen heel andere resultaten opleveren dan agressie, concurrentie, schuld en ontkenning,’ schrijft Marshall.

Dat we klimaatverandering grotendeels negeren, is geen inherent gegeven van onze psyche, erkent hij uiteindelijk. Want veel mensen accepteren al dat klimaatverandering een dreiging is. ‘Zij voelen zich nu geïsoleerd en hulpeloos, maar zouden snel gemobiliseerd kunnen worden als ze hun zorgen en hoop gevalideerd zien worden binnen een gemeenschap met gedeelde overtuigingen en doelen,’ concludeert Marshall. ‘We zijn in staat deze uitdaging te boven te komen als we besluitvaardig handelen. Dat weten we omdat de menselijke geschiedenis zo veel voorbeelden biedt van sociale bewegingen die schijnbaar onmogelijke obstakels hebben overwonnen.’

‘Klimaatverandering is een Stoknes deed deze uitspraak in dit lezenswaardige interview met het blad Yale Environment 360. fantastische kans om onze wereldwijde menselijkheid te laten floreren,’ aldus Stoknes. ‘We moeten het hierover hebben.’

Dit is het één na laatste verhaal in mijn serie over doemdenken in het klimaatdebat. In het slot zal ik de balans opmaken.

Dear Future, Gone Fishing De foto’s bij dit verhaal zijn onderdeel van het project ‘Dear Future, Gone Fishing’ waarmee Imke Ligthart deze zomer afstudeerde aan de Koninklijke Academie voor Beeldende Kunsten in Den Haag. Uitgangspunt voor haar werk is haar verbazing over de logica in de wereld, over de gekte van de mens, de idioten die wij met z’n allen zijn. Haar fotografie en fantasie over de toekomst waarin alles mogelijk is gebruikt ze om grip te kunnen krijgen op de grootse complexe wereld. De foto’s die zij in dit project maakte zijn (soms ernstige, dan weer vrolijke) reacties op de doemscenario’s over de toekomst van de aarde. Zo probeert zij om te gaan met problemen die te groot zijn, te ver af staan van de wereld om haar heen, te absurd lijken om waar te zijn. Kijk hier voor meer werk van Imke Ligthart

Eerdere verhalen in deze serie:

Is er leven na het apocaholisme? Klimaatverandering wordt onze ondergang maar we hebben nog heel eventjes om onszelf te redden. Klopt dat? De komende weken ga ik aandacht besteden aan doemdenken in het klimaatdebat. Jullie tips, ideeën en irritaties zijn van harte welkom. Lees hier de aftrap van mijn serie terug Over al die keren dat de wereld niet ten einde kwam Aan alles komt een einde, beschavingen floreren en ze vergaan. Waar komt die stellige overtuiging vandaan? In deel twee van mijn serie over doemdenken in het klimaatdebat onderzoek ik de oorsprong van het apocalyptische gedachtegoed. Lees het stuk hier terug Wordt klimaatverandering het einde van de wereld? Dit zeggen de feiten Roepen we het einde van de wereld over onszelf af als we het klimaatprobleem laten voortbestaan? Ik zet de feiten op een rij in een poging een antwoord op deze grote vraag te vinden. Lees het verhaal hier.

Hebben jullie deze alternatieven voor de apocalyps al gelezen?

Het is 2075. De klimaatbeweging heeft gewonnen Hanna Bervoets is een van de avontuurlijkste schrijvers van Nederland. Daarom vroeg ik haar een toekomst te beschrijven waarin het klimaatprobleem is opgelost. Lees het verhaal hier. Mijn vader was geen oplichter Thomas Heerma van Voss is begenadigd schrijver en voorvechter van het korte verhaal. Ik vroeg hem een verhaal te schrijven vanuit het jaar 2075, als het klimaatprobleem is opgelost. Lees het verhaal hier. Ieder einde van de wereld is ook een nieuw begin Schrijver Dirk Vis is gefascineerd door het einde van de wereld. Ik vroeg hem een toekomst te beschrijven waarin het klimaatprobleem is opgelost en 'het einde’ dat velen vrezen uitblijft. Dit intieme verhaal is het resultaat. Lees het verhaal hier. Waarom ik vier schrijvers vroeg om een alternatief voor de apocalyps te schrijven Kunnen we ons een toekomst voorstellen waarin we het klimaatprobleem de baas zijn geworden? Dat vroeg ik aan vier Nederlandse schrijvers, want verbeelding kan de status quo doorbreken. Lees hier de tekst van correspondent Klimaat & Energie Jelmer Mommers

Lees ook:

Waarom we hoopgevende verhalen over een duurzame wereld nodig hebben In een lezenswaardig nieuw essay onderzoekt de Canadese schrijfster Margaret Atwood hoe het gesprek over een wereld zonder olie zich ontwikkelt. Mijn conclusie: fantasie is een cruciale voedingsstof voor de transitie naar duurzaamheid. Lees de aanbeveling hier Laten we elkaar betere verhalen vertellen over klimaat, duurzaamheid en energie De manier waarop we praten over klimaatverandering biedt onvoldoende perspectief en onvoldoende hoop. Als correspondent Klimaat & Energie wil ik het gesprek verder helpen. Denken jullie mee? Lees hier mijn openingsverhaal als correspondent Klimaat & Energie

Facebook
Twitter
LinkedIn
Whatsapp
E-mail