Afgelopen dinsdag schreef Femke Halsema over de oorlog in Syrië en het cynisme dat de situatie in haar aanwakkerde. Het geweld, de uitzichtloosheid, de complexiteit van al die strijdende partijen, de grote afstand waarvandaan wij het allemaal aanschouwen: het is moeilijk daar niet moedeloos van te worden. vraagt ze zich hardop in de laatste alinea af, om daar vervolgens op te antwoorden: ‘Laten we eens beginnen met nieuwe belangstelling, met betrokkenheid, en misschien zelfs enig inlevingsvermogen.’

Ze had de dop nog niet op haar digitale pen geschroefd of ze mailde mij: ‘Nee, dit wil ik niet publiceren, ik schrijf een nieuwe column.’ In getiteld ‘Eigenlijk weet ik het niet’, neemt ze afstand van haar eerdere boodschap: ‘Te stichtend, te overzichtelijk ook,’ vond ze bij nader inzien haar oproep, ‘alsof er een remedie is tegen moedeloosheid, door gewoon niet moedeloos te zijn. Alsof cynisme zich laat bestraffen, door een paar goed geformuleerde zinnen.’

Over dat dilemma schreef ook Joris Luyendijk al is zijn conclusie wel wat radicaler - of zo je wil: verstrekkender - dan die van Halsema. Kort samengevat stelt Luyendijk dat aan de ene kant bewustzijn creëeren om daarmee betrokkenheid aan te wakkeren, zoals geëngageerde journalisten en kunstenaars met hun schrijfseltjes en werkjes pogen te doen, prachtig is. Want, zo zegt de ene stem in zijn hoofd: ‘Begint een betere wereld niet met bewustwording? [...] Wie weet, ergens in de wereld wordt iemand precies daar geraakt waar het nodig is, en zet die persoon weer iets in gang.’

Maar de andere stem in zijn hoofd zegt precies het omgekeerde: ‘bewustzijn creëren’ is niet zozeer te stichtelijk en te gemakkelijk, zoals Halsema ervoer, maar nog erger: het werkt averechts, aldus Luyendijk. Want bewustzijn kweken voor al die ellende - kijk eens mensen, wat is het erg in Syrië hè, nou, gelukkig zijn we ons er na dit stukje of door dit kunstwerk weer even bewust van, dan kunnen we nu aan de borrel - werkt al gauw als het perfecte excuus om niks te doen.

Bewustzijn kweken, parafraseer ik Luyendijk, is eigenlijk een manier van de elite om - al borrelend bij een geëngageerd stukje kunst, of al twitterend over een lekker betrokken column - tegen zichzelf te zeggen: aan ons ligt het in ieder geval niet. Want wij zijn ons ‘bewust’. Een gedachte die uitmondt in de conclusie dat je daarmee aan je plicht voldaan hebt. Of zoals Luyendijk het zegt: de wereld verbeteren door ‘bewustzijn’ te kweken en ‘betrokkenheid!’ te roepen is de snooze-button van daadwerkelijke betrokkenheid (met nadruk op: dáád.)

Precies dit dilemma fascineert, verwart en pijnigt mij al zolang ik in de journalistiek zit - vanaf mijn negentiende dus, vermoedelijk de leeftijd waarop je sowieso dit dilemma begint te ervaren. Sindsdien stuiter ik om de zoveel tijd langs de gedachten die Halsema en Luyendijk omschrijven. Eerst: ja, bewustzijn creëren, betrokkenheid bewerkstelligen! Dát is waarom ik de journalistiek in ben gegaan, dát is waarom ik doe wat ik doe! Dan: maar wat doe ik eigenlijk? Stukkies schrijven? Wat helpt dat? Wat doet dat? Tussendoor: ja maar, schrijven, ideeën verspreiden, dat is óók wat doen! Dat is mijn bijdrage aan de wereld! En daarna: tja, lekker makkelijk, lekker meta, lekker betrokken achter je macbookje. Columnpje af, borreltje drinken. En zo weer terug, en zo verder. Ad infinitum.

Ik ben in deze eindeloze cirkelredenering in mijzelf nooit een steek opgeschoten, behalve dan dat mij langzaam begint te dagen waarom het een cirkel is: al die gedachten kloppen. Bewustzijn helpt, bewustzijn helpt niets, bewustzijn zet aan tot handelen, bewustzijn doodt het handelen. Allemaal tegelijk.

Helpt het als we ons bewust zijn van de ramp op de Fillipijnen en een bedragje storten op giro 555? Ja. Kopen we daarmee onze gemoedsrust af? Ook.

Helpt het als we ons bewust zijn van de ramp op de Fillipijnen en een bedragje storten op giro 555? Ja. Kopen we daarmee onze gemoedsrust af? Ook. Is het beter dan niks doen? Zeker. Is het de makkelijkste manier om niet méér te hoeven doen? Yep. Is het fantastisch dat we in een tijd leven waarin het überhaupt mogelijk is mensen aan de andere kant van de wereld te helpen? Absoluut. Is het treurig dat de bereidheid daartoe in deze tijd ook altijd gepaard moet gaan met een spelshow en verzamelen op Facebook? Nou en of. Doen we het dus eigenlijk wel voor die slachtoffers? Jawel. Of doen we het voor onszelf? Net zo goed.

Uit dit dilemma geraken lijkt mij onmogelijk, maar wat me er wel beter mee leerde leven was een speech van de Amerikaanse schrijver David Foster Wallace. Die speech leerde mij namelijk dat er, naast het bewustzijn van de grote boze buitenwereld - die aanmoedigt en moedeloos tegelijk maakt -, ook nog een ander soort bewustzijn is, die meer te maken heeft met het kleine, alledaagse leven om je heen.

Die speech begint met de briljante anekdote van twee vissen die al zwemmend een andere vis tegenkomen, die hen vraagt: "Morning boys, how is the water?" De twee vissen zwemmen onverstoord verder, totdat de ene vis de andere aankijkt en zegt: "What the hell is water?"

Op zo’n beetje dezelfde manier gaan wij, mensen, door het alledaagse leven: ons niet bewust van de meeste dingen die ons de hele dag omringen. Daardoor, zegt Wallace, is de neiging heel sterk om jezelf als middelpunt van de wereld te ervaren. Jij bent waar het om draait, de rest is ruis. Of je nu in de file staat of in de rij bij de kassa: een sta-in-de-weg.

Maar, zegt Wallace, die fabrieksinstelling van je geest is geen gegeven: je hebt altijd de keuze om de wereld anders te ervaren dan je op de automatische piloot zou doen. Je hoeft niet, zoals je geneigd bent te doen, de vrouw voor je bij de kassa automatisch vervelend en dom te vinden omdat ze haar pinpas niet bij zich heeft en daardoor *zucht* de rij ophoudt; nee, je kunt ook het bewustzijn in jezelf oproepen dat die vrouw misschien al wel drie nachten niet heeft geslapen omdat haar man ernstig ziek is en daarom wat klunzig en vergeetachtig is vandaag.

Dat type bewustzijn, dat kleine, dagelijkse bewust-zijn van en inleven in de anderen om je heen: dát helpt altijd. En daar hoef je niet eens iets groots of heldhaftigs voor te doen.

YouTube

Dont just take my word for it. Beluister vooral de hele speech This is Water van David Foster Wallace.