Als de Immigratie- en Naturalisatiedienst beslist dat iemand terecht asiel heeft aangevraagd, krijgt diegene een (tijdelijke) verblijfsvergunning. En heet diegene geen ‘asielzoeker’ maar ‘vergunninghouder.’ Een vergunninghouder heeft recht op woonruimte en (zolang die geen werk heeft) een bijstandsuitkering. Eindelijk kan diegene dan beginnen aan zijn integratie: van het vaak massale asielzoekerscentrum zonder privacy naar een eigen plek tussen de Nederlanders.

De praktijk is helaas weerbarstig. Het huisvesten van vergunninghouders is een taak van gemeenten, die het doorgaans uitbesteden aan woningcorporaties. Die wijzen de vergunninghouders een sociale huurwoning toe. Er zijn alleen te weinig woningen, waardoor gemeenten niet in staat zijn de vergunninghouders snel van een woonruimte te voorzien.

Een paar gemeenten liggen op , maar Almere bijvoorbeeld, moet in de eerste helft van 2016 in totaal nog 413 vergunninghouders plaatsen. In januari kregen er slechts twintig een woning. Amsterdam zou, om aan de doelstelling te kunnen voldoen, de afgelopen maand 313 asielzoekers een plek moeten geven en wist er 135 te plaatsen. Leeuwarden moet er gemiddeld 24 per maand huisvesten maar kwam in januari niet verder dan zes.

Dit heeft ingrijpende gevolgen. Het dat er op dit moment niet minder dan 15.450 vergunninghouders in asielzoekerscentra zitten. Bijna één derde van alle plekken in de centra wordt daarmee bezet gehouden door mensen die daar helemaal niet zouden moeten verblijven. Maar als er buiten het asielzoekerscentrum geen woonruimte is, is het asielzoekerscentrum de enige oplossing.

Het versneld plaatsen van vergunninghouders ligt bovendien politiek gevoelig. Hebben vergunninghouders voorrang op mensen die hier geboren zijn? Woonminister Stef Blok (VVD) wil af van de wettelijke verplichting om vergunninghouders met voorrang een sociale huurwoning toe te wijzen en wil die verantwoordelijkheid bij gemeenten leggen.

Het is een van de gekmakende paradoxen van de vluchtelingencrisis:

  • Om draagvlak voor opvang te behouden, is het wenselijk de inkomende stroom vluchtelingen zo snel mogelijk onderdak te bieden.
  • Om dat te realiseren, moeten vergunninghouders snel doorstromen naar een eigen woning, zodat de asielzoekerscentra en opvanglocaties kunnen worden gebruikt zoals ze zijn bedoeld.
  • Maar: woonruimte voor nieuwkomers ten koste laten gaan van onze eigen woningzoekenden, ligt gevoelig vanwege datzelfde maatschappelijke draagvlak.
  • De consequentie daarvan is dat er meer grootschalige azc’s moeten worden gebouwd. En laat daar nou net weinig draagvlak voor zijn.

Dan nu het goede nieuws: er is een oplossing voorhanden om de flessenhals van het Nederlands asielbeleid te ontstoppen.

Vluchtelingen in het tentenkamp Heumensoord, een tijdelijke opvang van het COA in Nijmegen. Foto: Robin Utrecht / HH
Vluchtelingen in het tentenkamp Heumensoord, een tijdelijke opvang van het COA in Nijmegen. Foto: Robin Utrecht / HH

De uitweg uit de paradox

Eind november zijn gemeenten en politiek tot een gekomen. In dat akkoord staan plannen om de huisvesting van vergunninghouders te vergemakkelijken. Naast sociale huurwoningen kunnen ook omgebouwde kantoorpanden of containerwoningen in aanmerking komen als (tijdelijke) woonruimte.

Het Rijk maakt het bovendien mogelijk dat woningcorporaties verhuur en beperkte verbouw- en onderhoudswerkzaamheden verrichten in gebouwen van anderen voor de huisvesting van vergunninghouders. En daar staat geld tegenover. Het bedrag dat corporaties in het geval van verbouw mogen investeren, is 10.000 euro per vergunninghouder. Ook is er een subsidieregeling van 6.250 euro per gehuisveste vergunninghouder voor een nieuw gerealiseerde woonruimte.

In vergelijking met het asielzoekerscentrum is het hebben van een eigen kamer al een enorme vooruitgang

Deze woonruimte kan ook gemeenschappelijke faciliteiten hebben, zoals een gedeelde keuken of badkamer. Misschien niet ideaal, maar het gaat hier om tijdelijke huisvesting totdat er zelfstandige woonruimte, waar ze simpelweg recht op hebben, beschikbaar komt. In vergelijking met het asielzoekerscentrum is het hebben van een eigen kamer al een enorme vooruitgang. Bilal, een Syrische asielzoeker die momenteel vijf maanden in een azc in Zaandam wacht op een beslissing over zijn aanvraag, laat desgevraagd weten: ‘Ik wil graag op een plek wonen tussen de mensen. Nu zit ik op een afgelegen plek. We kunnen niet zelf koken, moeten de badkamer en toiletten delen met dertig personen. Ik wil een beetje privacy.’

In Amsterdam-Oost wordt momenteel een kantoorpand van woningcorporatie Ymere geschikt gemaakt voor bewoning. Dit gaat ruimte bieden aan zo’n dertig vergunninghouders. De kantoorruimtes worden omgebouwd tot kamers waar maximaal twee vluchtelingen zullen worden ondergebracht. Een alleenstaande Syrische vrouw krijgt een kamer voor zichzelf.

Het feit dat deze plekken er komen, is te danken aan een paar actieve mensen uit de buurt. De vrijwilligers hebben zich gemeld bij het stadsdeel en zijn met ambtenaren op zoek gegaan naar geschikte locaties. Buurtbewoners, ondernemers en andere vrijwilligers gaan de groep ondersteunen bij de start van hun verdere integratie: van boodschappen doen, koken en de kinderen naar school brengen tot het op orde brengen van de financiële huishouding. Uiteindelijk zullen de statushouders verhuizen naar permanente woonruimte.

Vluchtelingen in het tentenkamp Heumensoord, een tijdelijke opvang van het COA in Nijmegen. Foto: Robin Utrecht / HH
Vluchtelingen in het tentenkamp Heumensoord, een tijdelijke opvang van het COA in Nijmegen. Foto: Robin Utrecht / HH

En hoe kun je hierbij helpen?

Je kunt dus eenvoudig een bescheiden bijdrage leveren door de gemeente op leegstaande kantoorpanden te wijzen die mogelijk kunnen worden Of wellicht weet u een braakliggend stuk grond waar containerwoningen kunnen worden geplaatst?

Of, als je ruim behuisd bent: neem vergunninghouders zelf in huis. Via de zogeheten ‘logeerregeling’ (maximaal 3 maanden) of het ‘zelfzorgarrangement’ (onbepaalde tijd tot zelfstandige woonruimte is gevonden) kun je een vergunninghouder onderdak bieden. Hier wordt ook een vergoeding voor gegeven van 100 euro per week voor één statushouder. VluchtelingenWerk Nederland staat positief tegenover zo’n arrangement, zolang er vooraf een goede match wordt gemaakt zodat beide partijen weten waar ze aan beginnen. Het Centraal Orgaan opvang asielzoekers heeft voor de uitstroom van vergunninghouders in het hele land regievoerders die de mogelijkheden binnen gemeenten in kaart brengen en daarbij kunnen

Zo kunnen er meerdere vliegen in één klap worden geslagen:

  • Vergunninghouders verhuizen van een azc naar de wereld daarbuiten.
  • Nieuwkomers kunnen terecht in een azc, in plaats van nood- en crisisopvang.
  • Het is goed voor het maatschappelijk draagvlak: er komt snel (kleinschalig) onderdak zonder dat het ten koste gaat van de wachtlijsten voor sociale huurwoningen.

Om een groot probleem op te lossen, hoef je niet groot te denken: ook 15.000 keer een enkele opvangplek betekent dat er 25 tot 30 grote asiellocaties beschikbaar kunnen worden gesteld voor waar ze voor bedoeld zijn.

En misschien is zo’n gedeelde keuken wel dé oplossing voor een snelle, succesvolle integratie. Want hoe integreer je sneller dan door met elkaar samen te wonen?

Correctie 26-02-2015: De passage over Stef Blok bevatte een technische fout. Die is rechtgezet.

Verder lezen?

15 vragen en antwoorden voor wie de draad kwijt is in het vluchtelingendebat Miljoenen op de vlucht? Europa wordt overspoeld? In de wirwar aan nieuwsberichten over vluchtelingen zou het goed kunnen dat je het overzicht bent kwijtgeraakt. Daarom: de antwoorden op je voor de hand liggende, moeilijke en politiek incorrecte vragen. Lees het verhaal hier terug In Senegal is het leven een jarentachtighit genaamd ‘No Future’ Voor vluchtelingen uit een oorlogsgebied is nog wel draagvlak, maar van economische migranten moet Europa doorgaans weinig hebben. Toch kwamen er ook het afgelopen jaar nog duizenden Afrikanen naar Europa toe. Waarom proberen ze het dan toch? Lees het verhaal van Fleur Launspach hier terug