‘Het voelt wel een beetje raar dit,’ zegt Erik de Jong (55), beter bekend als Spinvis. Hij is net aangekomen in de studio aan de Maas in Rotterdam en zit op de bank naast Ronell Plasschaert (23) - artiestennaam Ronnie Flex. Die hangt wat loom onderuitgezakt, knikt slaperig – het was laat vannacht - en lacht. ‘Ja, best wel.’

De twee popartiesten ontmoeten elkaar vandaag voor het eerst. Spinvis, grijze krullen, stijlvol in pak, die begin 2007 de Popprijs kreeg – dé prijs voor popmuzikanten in Nederland. En de ruim drie decennia jongere Ronnie Flex, gladgeschoren en van top tot teen gehuld in gemakkelijk zittende sportkleding, die de Popprijs eerder dit jaar won met hiphopcollectief

Ronnie Flex. Foto: Daniel Cohen (voor De Correspondent)
Ronnie Flex. Foto: Daniel Cohen (voor De Correspondent)

Het zijn artiesten van verschillende generaties, artiesten die in andere werelden leven. Spinvis die op zijn veertigste zijn eerste demo naar een platenmaatschappij stuurde – hij kreeg direct een contract en lovende kritieken – en zijn artistieke carrière begon met eindeloos zoeken en experimenteren met apparatuur in de studio. Een eenling, een verfijnde muzikale verteller die boeit met geluidscollages, bizarre beelden, muzikale taal en zijn karakteristieke, verhalende stem.

Ronnie Flex brak op zijn beurt door als onderdeel van hiphopcrew Nouveau Riche, met rapper Mr. Polska en producer Boaz van de Beatz, met wie hij als feestende tiener een geluid creëerde dat urban muziek in Nederland zou domineren: razend elektronisch maar ook melodieus, gevoelig en absurdistisch. Hij is bij de massa op dit moment vooral bekend door hits als en (‘Nou, ik heb 1, 2, 3, 4 pillen gebruikt’), waarvoor hij samenwerkte met rapper Lil’ Kleine en producer Jack $hirak.

Spinvis. Foto: Daniel Cohen (voor De Correspondent)
Spinvis. Foto: Daniel Cohen (voor De Correspondent)

Waarom de twee bij elkaar zijn? Ronnie Flex, in 2015 de Nederlandse artiest op Spotify, putte voor zijn oeuvre volop inspiratie uit de muziek van Spinvis. De jonge superster uit Capelle aan den IJssel, bekend om zijn onthechte, flink met audiosoftware bewerkte zang en zijn gouden gevoel voor melodieën, noemt de dertig jaar oudere muzikant uit Nieuwegein zijn favoriete zanger. Zo tweette hij eerder dit jaar naar een fan: ‘Spinvis is where I got my whole style from!’

Het solo-oeuvre van Ronnie Flex is subtieler, melodieuzer en experimenteler dan zijn recente megahits met Lil’ Kleine. Zijn debuut uit 2014, is een vaak weemoedig album waarop Ronnie Flex met elektronisch bewerkte stem op prachtige synthesizerlijnen zingt over meisjes en de nacht en die bekende popthema’s als eigenzinnige, soms raadselachtige verteller tegemoet

Eenmaal in gesprek domineren de overeenkomsten tussen de twee popartiesten. Hun liefde voor bevreemdende beeldtaal en de nieuwste studiotechnologie. Het ‘gezeik’ dat ze beiden kregen nadat ze de Popprijs wonnen. Hun voorkeur het liefst diep in de nacht te creëren. Een tweegesprek tussen twee generaties over roes en creativiteit, rap en poëzie, omgaan met hitsucces en verwachtingen van fans en de kans dat ze in de toekomst samen de studio induiken.

 Ronnie Flex en Spinvis. Foto: Daniel Cohen (voor De Correspondent)
Ronnie Flex en Spinvis. Foto: Daniel Cohen (voor De Correspondent)

Wat de twee bindt

Voor Spinvis was het een verrassend statement dat Ronnie Flex hem zijn inspirator noemde, vertelt hij op de bank in de Rotterdamse studio. ‘Zijn muziek zat niet in mijn landschap. Ik begreep dat hij door mijn muziek beïnvloed was maar vroeg me af wat de verbindende factoren waren. Ik kon me er niet zoveel bij voorstellen.’

In aanloop naar dit gesprek, verdiepte Spinvis zich meer in de muziek van Ronnie Flex. ‘Ik zie nu wel overeenkomsten. Ik hoorde een soort - en dat vond ik heel fijn - een soort eenzame man.’
Ronnie Flex: ‘Ja, zeker.’
Spinvis: ‘Hij maakt mooi droevige mineurmuziek. Met weltschmerz, dat vind ik mooi. Hoewel we andere invloeden hebben, zit dat ook in mijn muziek.’

‘Wat is ‘begrijpen’? Wij doen als muzikanten de ene helft en de luisteraar doet de andere helft’

Waarom kon je jezelf in eerste instantie niet voorstellen dat er verbindende factoren waren tussen zijn muziek en de jouwe?
Spinvis: ‘Ik kende alleen ‘Drank & Drugs,’ waardoor mijn indruk anders was dan toen ik verder ging luisteren.’
Ronnie Flex: ‘Als je zelf poëzie maakt en er komt iemand op je pad waar alleen kids van 13 tot 16 naar luisteren, dan snap ik wel dat het lastig is dat gelijk serieus te nemen.’
Spinvis: ‘Ik nam je wel serieus, maar vroeg me af waar onze verbinding zat. Dat weet ik nu. Veel Nederlandstalige pop is voortgekomen uit de kleinkunst, het theaterlied, Annie M.G. Schmidt, die traditie. Dat zijn liedjes waarmee je iets bedoelt. Bij Ronnie en mij gaat het veel meer om de vorm en om de poëzie, om klank en binnenrijm en datgene wat achter de woorden zit. Het gaat bij ons meer om hoe je het zegt, dan wat je zegt.’
Ronnie Flex: ‘Je kunt iets op verschillende manieren uitleggen in een tekst, het hoeft niet recht door zee te zijn. Ik snap dat mensen niet altijd begrijpen wat ik bedoel, maar weet het zelf wel altijd.’
Spinvis: ‘En wat is begrijpen? In hoeverre moet je het ‘begrijpen’? Wanneer je iets voelt bij een tekst of melodie, dan is dat begrijpen. Wij doen als muzikanten de ene helft en de luisteraar doet de andere helft. En ik vind het in vorm en taal heel mooi wat je maakt, ondanks mijn eerdere vooroordeel.’

Ronnie Flex en Spinvis. Foto: Daniel Cohen (voor De Correspondent)
Ronnie Flex en Spinvis. Foto: Daniel Cohen (voor De Correspondent)

Hoe de twee elkaar inspireren

De melodieën van Ronnie Flex trekken internationaal de aandacht. Hij speelde mee op een hit van Ariana Grande en vertelt dat hij melodielijnen bedenkt voor Diplo, producer voor onder meer Madonna en Justin Bieber. In Nederland is hij al jaren publieksfavoriet. Zijn ‘Zusje’ was volgens een trendrapport van Google in 2014 al de meest gestreamde clip van een Nederlandse popartiest op YouTube.

YouTube
Beluister hier ‘Zusje’ van Ronnie Flex.

Ronnie Flex maakt muziek sinds zijn pubertijd. Zijn vader liet hem raps van Jay Z horen, toen hij op school les kreeg in metaforen. Zijn moeder draaide in de auto de r&b van zijn idool die een flinke stempel drukte op zijn muziek. Maar het was de muziek van Spinvis die sturend was bij het creëren van zijn eigen muzikale universum.

Ronnie Flex: ‘Mijn stiefvader speelde de albums van Spinvis vaak onderweg naar vakantie. Het ging voorbij alle grenzen. Als je, zoals in ‘Smalfilm,’ zingt over een oude man die een muis doormidden knipt en hem weer aan elkaar naait: ik had als kleine jongen nog nooit zoiets gehoord. In mijn hoofd was dat een complete film.’
Spinvis: ‘Dat is wel te gek, hoor. Er zit nu iemand te luisteren naar jouw muziek die weer beelden in zijn hoofd krijgt, en zo geef je het door. Je maakt me wel onnoemelijk trots, hoor. Ik zat ook maar aan de keukentafel iets te bedenken.’
Ronnie Flex: ‘Het is een inspiratie geweest voor de rest van mijn leven; een bewijs dat er geen grenzen zijn aan muziek en aan wat je verzint.’
Spinvis: ‘Dat is bijzonder. Ik vind het mooi en ontroerend dat je dat door kan geven. Goede kunst wil je niet imiteren maar maakt je wereld wel groter. Het maakt dingen voor je duidelijk. De ramen kunnen open.’

YouTube
Beluister hier ‘Smalfilm’ van Spinvis.

Ronnie, je bent met afstand de populairste Nederlandse popzanger van het moment. Wat is het in de zang van Spinvis dat je aanspreekt?
Ronnie Flex: ‘Hij heeft een mooie, rustige stem die heel dichtbij klinkt. Als je het met oordoppen luistert, kun je er helemaal in opgaan.’
Spinvis: ‘Ik heb zóveel gezeik over mijn stem gehad, jongen, echt niet normaal.’
Ronnie Flex: ‘Ja? Ik hoor wel dat je geen Marvin Gaye bent, maar daar kan ik me juist mee identificeren. Ik kan helemaal niet goed zingen, maar ben van een nieuwe generatie. Wij hebben autotune. Ik denk dat ik meer gezeik over mijn stem heb gekregen dan jij.’
Spinvis: ‘Nee, nee. Nooit. Ik zeg altijd: wat je hoort, is iemand die weet dat hij niet kan zingen maar het toch gewoon doet omdat hij het moet doen. Het is jouw lichaam. Het is jouw stem.’
Ronnie Flex: ‘Zo zie ik het ook. Mijn lichaam, mijn gevoel. Oké, ik heb niet de stem van Justin Timberlake, maar moet ik daarom niet zingen? Ben ik slecht omdat ik autotune gebruik en daardoor wel goed klink?’
Spinvis: ‘Ik gebruik autotune in ‘Astronaut.’ Ik gebruik alles wat ik kan. Er is een school onder producers die beweert dat je alleen analoge apparatuur moet gebruiken en op tape moet opnemen; dat zou eerlijker zijn. The Beatles namen zo op, ja. Maar er wás toen niets anders. Ik ben geen purist. Bij jou werkt autotune heel prettig. Je zang wordt mooi exact en dat streelt mijn oor.’

YouTube
Beluister hier ‘Astronaut’ van Spinvis.

Hoe ontstaan jouw nummers, Spinvis?
Spinvis: ‘Het begint vaak met akkoorden, iets van een melodie en een beat. Wat ik meteen ga doen, is opnemen. Dan heb ik nog geen woorden, maar mijn telefoon zit er vol mee, een soort neptaal, als een kindje dat nog geen Engels kan. Wanneer ik het dan terugluister, zitten in die mummeltaal altijd al woorden waar ik iets mee kan, dan is het al muziek.’
Ronnie Flex: ‘Grappig, dat doen we wel hetzelfde. Volgens mij doen alle rappers dat zo.’
Spinvis: ‘Het gaat om de vorm, niet zoals bij kleinkunstmuziek om tekst waar een piano bij gezocht wordt. Het begint met geluid.’
Ronnie Flex: ‘In een track als hoor ik kinderen zingen, strijkers…’
Spinvis: ‘Ik werk gewoon thuis, doe tussendoor boodschappen met de kinderen, het loopt allemaal door elkaar heen. Als er honden blaffen en het zit in de opname, zouden andere producers de opname willen overdoen, maar ik vind het te gek: laat maar zitten, dat is het lot.’

Ronnie Flex: ‘Precies, het is een sfeer. In ‘Drank & Drugs’ hoor je mijn telefoon afgaan.’
Spinvis: ‘Nu het technisch mogelijk is alles zelf op te nemen, wordt de muziek ook een dagboek. De blaffende hond bedenk je niet, die gebeurt gewoon. Je registreert de dagen van je leven alsof je foto’s maakt.’

De balans tussen succes en experiment

Ronnie, je scoorde een nummer-één-hit met Lil’ Kleine met het nummer ‘Drank & Drugs,’ dat je zelf een simpel stampnummer noemde. Dat nummer staat vrij ver af van je meer experimentele solo-oeuvre.

Ronnie Flex: ‘Ik doe dingen die echt voor de massa zijn, maar ik hou ook erg van experimenteren. Dat mis ik in de Nederlandse rapmuziek: de meeste rappers willen gewoon een beat om op te rappen. Ik zoek de grenzen op. Maar ik wil ook zo bekend mogelijk worden, dat is mijn doel. Ik vind het moeilijk om de balans te vinden tussen doen wat je wilt en doen wat de mensen willen wat je doet.’
Spinvis: ‘Die mensen willen ook dat je dieper gaat. Een artiest als [de populaire rapper] Kendrick Lamar had anders ook niet gemaakt wat hij heeft gemaakt.’
Ronnie Flex: ‘Zeker. Maar Nederland is een klein land, in Amerika is een veel grotere doelgroep van mensen die hun brein willen laten voeden. Hier is het er wel maar moeten ze het ook maar van je accepteren. Ik denk dat Typhoon veel respect afdwingt op dat vlak.’
Spinvis: ‘Maar dat is heel andere muziek.’
Ronnie Flex: ‘Ja, ik weet het niet. Soms ben ik bang dat als ik ga doen wat ik wil en echt experimenteel ga zijn, dat het dan fout gaat. Dat ik minder luisteraars krijg en dat de tienermeisjes me achterlaten en ik geen baan meer heb.’
Spinvis lacht. ‘Dat is een reële angst. Ik merk dat ik op mijn 55ste steeds meer wel dat experimentele doe, dat ik meer verinnerlijk en op zoek ga naar waar het nou eigenlijk om te doen was ooit. Ik denk dat het een waardevoller pad is.’
Ronnie Flex: ‘Ja, hè. Uiteindelijk moet je wel doen wat je zelf wilt.’
Spinvis: ‘Ik denk dat die meisjes van 16 ook willen dat je dat doet. Als ik een meisje van 16 was, zou ik denken: die jongen doet wat hij wil, hij is vrij, dat is wel even wat cooler dan iemand die alleen maar succes heeft.’

‘David Bowie had ook aan de ene kant superhits maar hij maakte ook heel weirde dingen. Dat is juist de vrijheid die je hebt. Het hoeft elkaar niet uit te sluiten’

De manager van Ronnie Flex, Axel Linger, vertelt dat hij met zijn artiest in de auto zat toen hij hoorde dat ‘Drank & Drugs’ op nummer één stond. ‘Ronnie sliep en ik maakte hem wakker. En het eerste wat hij zei, was: ik ben heel de dag in studio’s, ik slaap daar en denk dat ik toffe muziek aan het maken ben, en dan maak ik een liedje in 20 minuten en dan is dat ineens een hit.’

Spinvis: ‘Maar dat is popmuziek! Het leuke aan wat we doen is dat we met één been in de amusementsindustrie staan en met één been in de kunst. David Bowie had ook aan de ene kant superhits maar hij maakte ook heel weirde dingen. Dat is juist de vrijheid die je hebt. Het hoeft elkaar niet uit te sluiten.’

Ronnie Flex en Spinvis. Foto: Daniel Cohen (voor De Correspondent)
Ronnie Flex en Spinvis. Foto: Daniel Cohen (voor De Correspondent)

De kracht van hiphop

Spinvis vindt hiphop al een tijd een interessante muziekstroming, vertelt hij. Hij kent de grote namen uit de geschiedenis van Nederlandstalige rap: Osdorp Posse (‘inspirerend hoe ze Nederlandse spreektaal gebruiken’), Extince, Brainpower, De Jeugd van Tegenwoordig (‘dat is Dada, dat absurde was lang weg in de Nederlandstalige muziek’). Hij werkt op dit moment aan materiaal met rapper Freez, die Spinvis in zijn woonplaats Nieuwegein leerde kennen. ‘Hij stuurt me raps op en daar mag ik muziek bij verzinnen.’

YouTube
Beluister hier muziek van Freez.

Ronnie Flex: ‘Hij rapt alles a capella?’
Spinvis: ‘Ja, het is heel rare muziek, haha.’
Ronnie Flex: ‘Ik kan me er niets bij voorstellen.’

Spinvis: ‘Ik vind hiphop steeds boeiender worden. In het begin was rap heel metrisch op de maat maar Snoop Dogg en anderen gingen daar meer elastiek van maken. Nu loopt het soms zo uit de maat dat je denkt: waar zijn we? Ik vind dat interessant om te horen. Er gebeurt veel in dat veld van de popmuziek, er worden nieuwe dingen uitgevonden, terwijl rock en zo, dat staat allemaal wel stil.’
Ronnie Flex: ‘Dat klopt wel, dat het elastiek is geworden. Rap is nu in een fase waarin echt alles kan.’
Spinvis: ‘Het is jazz.’
Ronnie Flex: ‘Het is steeds meer zo geworden, dat alles kan. Het maakt nu niet meer uit waar je vandaan komt, wie je bent, of je gay bent of geen gay bent, of je één been hebt of één arm; het maakt niet uit, je kunt gewoon tof zijn.’

Maar wordt het wel serieus genomen?

Rap is ook een genre dat zich al lang met moeite de traditionele popindustrie invecht. Ronnie is al tijden de popster van zijn generatie, maar bereikte zijn publiek lang alleen via internet. Toen New Wave dit jaar de Popprijs won op popconferentie Noorderslag, was er vooral aandacht voor de negatieve kritiek en stroomde de zaal leeg.

Spinvis: ‘Toen ik de Popprijs won, waren er ook veel haters. Je komt hier alleen als je je eigen pad volgt. En dan moet je niet naar anderen luisteren.’
Ronnie Flex: ‘Iets van jezelf maken met muziek, is al zo’n lange weg. Voordat ik deze Popprijs won, ben ik al zo vaak uitgelachen. Ik heb veel prijzen gewonnen afgelopen jaar en echt overal kwam kritiek op. We staan aan het begin van een nieuwe tijd: hiphop wordt groter, en niet iedereen is het daarmee eens.’
Spinvis: ‘Ja, dat kan natuurlijk ook.’
Ronnie Flex: ‘Het is een langzame cultuurshock.’
Spinvis: ‘Ik vond het wel leuk dat gezeur over de Popprijs en ‘Drank & Drugs’ en dat het helemaal niks was en oppervlakkig. Het is een beetje de punk van nu. In mijn tijd liepen jongens rond met hakenkruizen op hun shirt, dat was ook alleen maar voor de vorm. Het is een soort van verzet, elke generatie moet dat opnieuw doen.’

‘In mijn tijd liepen jongens rond met hakenkruizen op hun shirt, dat was ook alleen maar voor de vorm’

De manager breekt in. ‘Ronnie, je single staat op nummer één.’

Het nummer ‘Niet omdat het moet’ met Lil’ Kleine en producer Jack $hirak – het team achter ‘Drank & Drugs’ – is op nummer één binnengekomen in de de lijst die wordt samengesteld op basis van downloads, streams en fysieke verkoop. Ook álle andere nummers van het debuutalbum WOP! van Lil’ Kleine – waarop Ronnie Flex veelvuldig te horen is – hebben de lijst gehaald.

‘Sick,’ zegt Ronnie Flex.
‘Zo,’ zegt Spinvis.

YouTube
Beluister hier ‘Niet omdat het moet’ van Ronnie Flex.

De teksten en de toekomst

Spinvis en Ronnie Flex vinden elkaar in melancholie en melodie, in fantasie en poëzie, in absurdisme en technologie, maar ze bevinden zich in zeer andere fases van hun leven en loopbaan. Terwijl Spinvis in zijn thuisstudio schrijft aan theaterteksten en verder afdwaalt in zijn binnenwereld, droomt Ronnie Flex van het immense internationale succes van danceproducers en dj’s.

Ronnie Flex. Foto: Daniel Cohen (voor De Correspondent)
Ronnie Flex. Foto: Daniel Cohen (voor De Correspondent)

Ronnie Flex: ‘Als ik de akkoorden en melodieën die ik heb goed leer mixen, kan ik makkelijk een producer zijn als Afrojack en Tiësto. Ik zou wel een foute houseproducer willen zijn.’
Spinvis: ‘Dat is ook een kunst hoor.’
Ronnie Flex: ‘Het is een grote markt. Dan kun je echt wereldwijd je ding doen. Ik heb de akkoorden en melodieën maar weet niet wat een compressor is, wat een equalizer is, al die details in de studio…’
Spinvis: ‘Ja, dat kun je allemaal leren hè.’
Ronnie Flex: ‘Maar waar begin je?’
Spinvis: ‘Met je oren, dat blijft het belangrijkste. Je moet niet te veel naar de metertjes kijken maar je oren volgen. Ik mix zelf en maak alleen maar dingen die niet kloppen. De balans niet, de equalizer niet, maar ik vind het mooi klinken. Het is leuk als je het eerst leert en het daarna niet volgens de regels doet maar op je eigen manier. Waar luister je nu veel naar?’
Ronnie Flex: ‘Op dit moment naar het van Kanye West. En veel naar Nederlandse hiphop.’
Spinvis: ‘En lees je?’
Ronnie Flex: ‘Niet echt. Vroeger wel, soms.’
Spinvis: ‘Poëzie?’
Ronnie Flex: ‘Ook niet. Dat zou misschien wel goed zijn.’
Spinvis: ‘Mij helpt het echt heel erg. Ik begin de dag met een gedicht. Dat is heel fijn. Omdat je hersens dan in de goede stand staan. Een gedicht is abstract: indrukken, beelden, woorden, klanken. Dan probeer je even in die wereld te zitten en is de dag toch goed begonnen. Je kijkt gepoëtiseerd naar het leven.’
Ronnie Flex: ‘Ja, misschien is het wel goed om te doen. Ik heb me er nooit echt in verdiept.’
Spinvis: ‘Je schrijft het!’
Ronnie Flex: ‘Maar ik zou echt niet weten: dat is goede poëzie, en dat niet.’
Spinvis: ‘Ik kan je wel wat poëzie sturen. Wat ik mooi vind.’
Ronnie Flex: ‘Ja, heel graag.’

Spinvis. Foto: Daniel Cohen (voor De Correspondent)
Spinvis. Foto: Daniel Cohen (voor De Correspondent)

Waar halen jullie de inspiratie vandaan voor jullie eigen teksten?
Spinvis: ‘Ik haal mijn taal vooral uit hoe mensen praten in de tram, de trein of op straat. Dan hoor je dat mensen nooit hun zinnen afmaken; ze zeggen heel veel ‘eh,’ en dat is allemaal muziek. Wanneer iemand even een woord zoekt of twijfelt, daar kun je in een liedje iets mee doen.’
Ronnie Flex: ‘Mijn meest creatieve nummers heb ik geschreven voor mijn eerste album en die waren allemaal gebaseerd op echte ervaringen. Een chick had me opgefokt, mijn hart gebroken, ik kon daar eindeloos over schrijven. Ik hoop ooit dat ik over andermans ervaringen kan schrijven, maar nu zijn het die van mezelf.’
Spinvis: ‘Het zijn voor mij altijd eigen ervaringen.’
Ronnie Flex: ‘In die tijd kon ik de teksten echt laten vloeien, ze kwamen links en rechts uit mijn mouw, elke dag lukte het, omdat ik de situatie beschreef waar ik in zat.’
Spinvis: ‘Maar waarom schreef je het op?’
Ronnie Flex: ‘Ik voelde me er beter bij. Ik had het gevoel dat ik aan het helen was. Het was een manier ook om met mezelf te praten en te spelen met mijn gevoel.’

‘In die tijd kon ik de teksten echt laten vloeien, ze kwamen links en rechts uit mijn mouw, elke dag lukte het, omdat ik de situatie beschreef waar ik in zat’

Jullie werken allebei het liefst diep in de nacht.
Spinvis: ‘Omdat de telefoon dan een keer stilstaat. En er staat niemand aan de deur. Het huis is stil. De straat is stil.’
Ronnie Flex: ‘Er is geen afleiding, het is gewoon nacht.’

En het liefst met een joint erbij. Tot voor kort gold dat voor jou Spinvis, en voor Ronnie nog steeds. Waar hielp of helpt die joint bij?
Ronnie Flex: ‘Ik denk niet dat het helpt. Het is een mythe dat je betere muziek gaat maken wanneer je stoned bent. Ik ben een wietroker, als ik thuis alleen aan het blowen ben dan voel ik me comfortabel. En als ik in de studio ben, is het niet heel anders. Maar als er dan mensen bij zijn die er niet horen en ik ga blowen, dan word ik juist helemaal paranoia. Dan werkt het niet.’
Spinvis: ‘Ik denk dat jij denkt dat ik denk dat jij denkt…’
Ronnie Flex: ‘Ja, precies dat.’
Spinvis: ‘Het prettige aan blowen vond ik dat ik me goed kon concentreren op de details. Je kunt rustig vier uur bezig zijn met twee maten muziek maar je verliest wel het overzicht.’
Ronnie Flex: ‘Het is zo lekker om je muziek stoned terug te luisteren. Je hoort de details ook veel meer. Elke nieuwe ervaring helpt. De eerste keren dat ik MDMA en xtc begon te gebruiken, heb ik echt heel nieuwe muziek gemaakt.’
Spinvis: ‘Ik was bang om te stoppen vanuit het idee dat ik alleen maar creatief kan zijn als ik stoned ben. Het heeft een halfjaar geduurd voordat ik besefte dat het onzin was. Het komt uit jezelf, niet uit dat ding.’

Laatste vraag: Ronnie, je hebt eerder aangegeven dat Spinvis de artiest in Nederland is met wie je het liefst zou willen samenwerken. Maar ook dat je er toen nog niet aan toe was. Hoe staat dat nu?
Ronnie Flex: ‘Ik voel mezelf op sommige momenten wel goed genoeg maar heb het gevoel dat ik het nog niet voldoende onder controle heb. Als ik naar jouw muziek luister, lijkt het alsof je precies wist dat je het zo ging doen. Bij mij heb ik nog te vaak het gevoel dat het allemaal door toeval komt.’
Spinvis: ‘Dat is het verschil tussen de maker en de luisteraar, bij mij is het precies hetzelfde, ik ben ook nooit waar ik zijn wil.’

En vind jij het interessant om over muzikale samenwerking verder te denken?
Spinvis: ‘Ik denk vooral aan wat ik niet wil. Zo’n als van Marco Borsato en Ali B: ik zing een refrein en jij gaat er dan doorheen rappen. Ik vind dat zo stom en lelijk.’
Ronnie Flex: ‘Ja, dan krijg je dat yo-yo-yo, handjes in de lucht. Het moet niet geforceerd zijn. Ik kan muziek maken met Anouk of een buurjongen uit Curaçao die rapt met een gebrekkig accent, maar het kan zomaar zijn dat het liedje met die buurjongen wel iets is en dat met Anouk niet.’
Spinvis: ‘Het moet vanzelf ontstaan. Ik denk dat mensen horen of iets nep is of oprecht. We zouden gewoon eens in een auto moeten stappen met opnameapparatuur en naar het strand moeten rijden, of zoiets. En dan zien we wel.’

Spinvis is de komende maanden te zien in de Mein junges Leben hat ein Eind, over componist Jan Pieterszoon Sweelinck, met het Zerafin Ensemble. Ronnie Flex staat overal en 17 juni met de drie uur durende ‘Ronnie Flex & Friends’ in Ahoy.

Ronnie Flex en Spinvis. Foto: Daniel Cohen (voor De Correspondent)
Ronnie Flex en Spinvis. Foto: Daniel Cohen (voor De Correspondent)

Alle Correspondentverhalen over hiphop in je mailbox? Binnenkort starten Vera Mulder, Saul van Stapele, Thomas Heerma van Voss en meer (gast)-correspondenten een eigen hiphopnieuwsbrief. Wil jij op de hoogte blijven van hun werk? Schrijf je hier in!

Meer muziek?

Wat de opbrengsten van ‘Drank & Drugs’ leren over de muziekindustrie van nu Wie heeft in de muziekbusiness de touwtjes in handen? Om daar achter te komen, volgde ik het geld van de monsterhit ‘Drank & Drugs’ van de rappers Lil’ Kleine en Ronnie Flex. Wat levert die hit op? En wie krijgt wat? Het onderzoek laat vooral zien: de muziekwereld kan veel transparanter. Lees het verhaal van Rufus Kain hier terug Vier hardnekkige misverstanden over hiphop waar we maar eens mee op moeten houden 2015 was een goed hiphopjaar. Reden voor de Volkskrant om daar een groot artikel aan te wijden. Vier hardnekkige clichés over hiphop vallen daarin op. Een voorzet voor een andere visie op de muziek. Lees het verhaal van Thomas Heerma van Voss hier terug Interview: Rockzangeres Anouk staat twee uur na een concert alweer de was te doen Anouk is de populairste rockzangeres van Nederland en staat al twintig jaar op het podium. In dit jubileumjaar komt ze met maar liefst twee nieuwe albums. Op 4 maart werd Queen For A Day gelanceerd. Aanleiding voor een gesprek over muziek en moederschap, angst, God en liefde. Beluister hier het interview