Eigenlijk wilde hij blijven zitten, maar Rabo-bestuurder moest opdonderen. De lokale Rabobanken kwamen in opstand. Zijn rol in de LIBOR-affaire, als verantwoordelijk bestuurder, werd alsnog bestraft. sloeg terug.

Rabobank is anders dan andere banken, zo wil de bank ons graag laten geloven. Een halfjaar geleden kwam de Rabo met een nieuwe reclamecampagne. Een olijke Humberto Tan wandelt door het pittoreske Duitse dorpje ‘Wat doe ik hier?’, vraagt Tan aan de Rabodame aan zijn zijde. Een boer met eend onder de armen, gevolgd door een waggelende gans, lopen langs (want zo gaat dat in Flammersfeld). En terwijl op de achtergrond een traktor over de akkers rijdt, doet een Rabodame de ontstaansgeschiedenis van de coöperatieve bank uit de doeken. Van hoe Friedrich Raiffeisen, de burgemeester van Flammersfeld, in 1864 bedacht dat de arme boerenstand zichzelf moest kunnen helpen. 

Het was een pijnlijke reclame. Pijnlijk, omdat de Rabo al lang niet meer de vriendelijke coöperatieve bank is van weleer. Rabobank deed de afgelopen decennia net zo goed mee aan de financiële schandalen die de crisis veroorzaakten. Rabo is de bank van FGH, de grootste Nederlandse geldschieter van commercieel vastgoed; van Interpolis en Achmea, die klanten opzadelde met waardeloze woekerpolissen; ze is de grootste verstrekker van Nederlandse hypotheken, waarvan ruim één derde staat, en last but not least, ze is de bank van

Raiffeissen zou zich omdraaien in zijn graf bij de aanblik van zoveel financiële ondeugdelijkheid.

In één van de negentiende-eeuwse instructiebrochures ter oprichting van een coöperatieve bank stond het doel van de ‘volksbank’ duidelijk beschreven: ‘De kleine industrieelen en de neringdoenden’ moesten zonder eigen banken ‘dikwijls hun toevlucht nemen tot woekeraars’, aldus de auteurs. ‘Een rente van 10 à 12 procent is in deze kringen niets ongewoons.’ Door samenwerking konden de kleine ondernemers zich bevrijden van deze woekeraars en over hun eigen lot beslissen.

Raifeissen zou zich omdraaien in zijn graf bij zoveel financiële ondeugdelijkheid

Het idealisme dat de honderden oprichters van de Rabobank in de negentiende eeuw tot samenwerking dreef is vandaag de dag moeilijk voor te stellen. Onder het kopje ‘bestuur’ stelt de brochure bijvoorbeeld dat ‘vaste bezoldiging [voor het bestuur] is uitgesloten omdat het niet den bedoeling moet zijn er baantjes van te maken.’

Wat zouden deze auteurs vinden van de vertrekpremie van 5,5 miljoen euro die Sipko Schat kan krijgen?

Nee, die Rabobank is dood en zal – helaas - ook niet meer wederopstaan. Toch blijft de logica van de coöperatie ijzersterk. Het idee dat het klantenbestand tegelijkertijd eigenaar is van de bank maakt dat bancaire dienstbaarheid in de genen van de coöperatie zit. Hoe de coöperatieve vorm echter in de eenentwintigste eeuw, met veel minder gemeenschapszin, moet werken, is nog een open vraag.

Eigenlijk worstelt de Rabobank al decennia met die vraag. Elk decennium weer is er binnen de bank discussie over de coöperatieve structuur. Moet de autonomie van de lokale banken niet ingeperkt worden, moet de Rabobank niet ook naar de beurs, moet de bank niet ook meedoen met de grote jongens? Eigenlijk werd vaak gekozen voor beide: de coöperatie moest groter, meer leden, meer betrokkenheid, maar ook de bank moest groter en internationaler. Een divisie in Londen, verzekeren, projectontwikkelen.

Sipko Schat was in menig opzicht een representant van die groot-groter-grootstvleugel van de Rabobank. Het was Schat die in de jaren negentig bijvoorbeeld de ‘technolease’ bedacht, een ingenieuze constructie waarbij Philips haar patenten verkocht en terughuurde om een belastingvoordeel te behalen. Jammer voor de staat, mooi voor de Rabo en Philips. Kortom, prachtig financieel ingenieurschap. Wat zou Raiffeisen ervan gevonden hebben?

Dat Schat er onder druk van de leden is een belangrijke overwinning voor de coöperatie. En het laat zien dat de coöperatieve structuur werkt. De vraag blijft echter nog steeds onopgelost: wat is de Rabo en wat moet de Rabo worden? De bank verkeert al tijden in een identiteitscrisis en staat nu op een kruispunt.

Meer Raiffeissen, minder Schat lijkt mij een goed devies.