Elke twee weken beantwoordt de vakgroep Migratierecht van de Vrije Universiteit te Amsterdam een van De Correspondent. Deze week is dat een vraag die meerdere lezers bezig bleek te houden.

In het debat over het Nederlandse asielbeleid stellen bewindslieden en politici regelmatig dat dit beleid de instroom van asielzoekers kan beïnvloeden. Is er bewijs dat het soepeler of juist strenger maken van het asielbeleid invloed heeft op de asielinstroom? 

Het antwoord komt van die aan de VU asielprocedures in verschillende Europese landen onderzoekt.

Eerst: hoe groot is de asielinstroom?

'Dat laat deze grafiek mooi zien. In Nederland is de instroom van asielzoekers in de laatste tien jaar vrij stabiel, tussen de  

 

Asielinstroom in de periode 1993 t/m 2012. Bron: IND (Immigratie- en Naturalisatie Dienst)

Asielinstroom in de periode 1993 t/m 2012. Bron: IND (Immigratie- en Naturalisatie Dienst)

Is dat veel?

In de periode 2010 tot 2012 nam Nederland tussen de 3,9 en 5 procent van het totale aantal asielverzoeken in de gehele Europese Unie voor zijn rekening. Of dat veel is, hangt van je interpretatie af. Tegenover 1.300 Nederlanders stond in 2012 één toegelaten asielzoeker. Duitsland had één asielzoeker per 1.054 inwoners te verwerken, Zweden maar liefst één asielzoeker per 217 inwoners.

We zien twee pieken in de jaren negentig. Hoezo?

'De pieken en dalen in deze grafiek volgen over het algemeen vrij nauwgezet de aanwezigheid van brandhaarden in Europa. Begin jaren negentig waren dat vluchtelingen uit voormalig Joegoslavië, later waren dat de Kosovaren. Na 2013 zul je ook een toename zien, die kan worden verklaard door de toegenomen stroom Syriërs.’

En de strenge wet uit 2000?

‘Ik denk niet dat de de toestroom asielzoekers heeft doen dalen. De wet is niet per se strenger dan het beleid dat we ervoor hadden. De daling heeft eerder te maken met het feit dat Nederland sinds die tijd nauwelijks meer landen in zijn geheel bestempelt als onveilig, zoals daarvoor wel het geval was. En met het feit dat er nog wel conflicten zijn, maar dat die relatief verder bij ons vandaan plaatsvinden. Niet zo dichtbij als de Balkan.’ 

Heeft streng of soepel asielbeleid dan wel invloed op deze cijfers?

‘De Nijmeegse wetenschapper Carolus Grütters heeft dat onderzocht. In zijn artikel heeft hij de instroom van asielzoekers uit Afghanistan, Irak en Somalië vergeleken met het Nederlandse asielbeleid voor die landen. Dan moet je denken aan de invoering en afschaffing voor speciaal Hij concludeert dat de feitelijke invloed van specifieke beleidsmaatsregelen voor deze landen van herkomst slechts minimaal is. Het bestaan van ‘aanzuigende werking’ is volgens hem niet aangetoond.’

Waarom is dat relevant? 

‘Vaak wordt gesteld dat voor asielzoekers gunstige maatregelen of omstandigheden kunnen leiden tot een hogere instroom van asielzoekers in Nederland. Denk aan beleid dat een asielvergunnning toekent aan bepaalde groepen het verlenen van toegang tot of toegang tot de arbeidsmarkt. Dat kun je dus niet zeggen.’

Wanneer wordt die ‘aanzuigende werking’ dan als argument gebruikt om asielbeleid aan te scherpen?

‘Neem het zogenoemde ‘categoriale beschermingsbeleid’. Asielzoekers hoeven, als ze uit een ‘categorisch beschermd’ land komen, niet meer aan te tonen dat zij, in geval van terugzending, individueel gevaar zouden lopen. Dat je uit een bepaald land komt [zoals lange tijd Somalië, KS] is dan al voldoende om een vergunning te krijgen. Op 19 november 2013 nam de Eerste Kamer een wetsvoorstel aan waardoor de mogelijkheid om één land te beschermen binnenkort wordt geschrapt. In de toelichting bij dit wetsvoorstel staat dat het kabinet-Balkenende IV al meende dat het voeren van een categoriaal beschermingsbeleid - gelet op het ‘risico’ van aanzuigende werking - niet langer verantwoord was.’

Maar die ‘aanzuigende werking’ is nog nooit aangetoond dus?

‘Die is nooit overtuigend aangetoond. Maar om dit écht vast te kunnen stellen moet je kijken naar de redenen waarom asielzoekers een bepaald land uitzoeken. Uit buitenlands onderzoek blijkt dat niet iedereen die zijn land ontvlucht zelf bepaalt naar welk land hij afreist om daar vervolgens asiel aan te vragen. Veel asielzoekers reizen met behulp van een die een grote stem heeft in de keuze van het land van bestemming. weten zelfs niet eens naar welk land de mensensmokkelaar hen zal brengen en komen daar pas op de plaats van bestemming achter. De keuzevrijheid van asielzoekers voor het land van bestemming wordt beperkt door geografie, financiële middelen, beschikbare reisroutes, visaopties en de netwerken en de routes die door mensensmokkelaars worden gebruikt.’ 

Ons asielbeleid - streng of juist soepel - speelt dus geen enkele rol?

‘Het bestaan van ‘aanzuigende werking’ is nooit bevestigd, maar kan ook niet worden uitgesloten. De strekking van het meeste onderzoek hiernaar is dat het asielbeleid in het bestemmingsland slechts een kleine of zelfs een verwaarloosbare rol speelt bij de keuze van een asielzoeker. Asielzoekers blijken vaak niets of weinig te weten over het asielbeleid en de sociale voorzieningen in het land van bestemming. Het beeld van een calculerende asielzoeker die heel bewust kiest voor het land met het gunstigste asielbeleid of de beste voorzieningen, klopt in elk geval niet.’