Illustratie: Wouter Tulp (voor De Correspondent)

Op internet geldt de wet van Godwin. Die wet stelt dat de waarschijnlijkheid dat er een vergelijking met nazi’s of Hitler wordt gemaakt 1 nadert, naarmate een discussie op internet vordert. Naarmate een discussie over onderwijs vordert, nadert de waarschijnlijkheid dat iemand begint over het Finse onderwijsmodel, ook 1.

De Godfin.

De oorzaak? Finland doet het altijd zeer goed in het grote PISA staat voor Programme for International Student Assessment, oftewel: een onderzoeksprogramma voor het meten van leerprestaties. een driejaarlijks internationaal vergelijkend onderzoek dat vijftienjarigen toetst op drie vaardigheden: lezen, wiskunde en natuurwetenschappen. Vorige week publiceerde De Organisation for Economic Co-operation and Development (OECD) is een internationale organisatie die zich ten doel stelt de economische vooruitgang en samenwerking te bevorderen. Lees het hele rapport hier. het laatste PISA-rapport. Shanghai (In China doen alleen leerlingen uit Shanghai mee) scoort het best op alle drie de vaardigheden, gevolgd door een aantal Oost-Aziatische landen.

En hoewel Finland in alle drie de ranglijsten iets zakt (op wiskunde van 6 naar 12, op natuurwetenschappen van 2 naar 6 en op lezen van 3 naar 6), is het land nog altijd het beste jongetje van de Europese klas. Het land moet op wiskundig vlak Nederland, Zwitserland en Liechtenstein voor laten gaan, maar scoort op lezen en natuurwetenschappen het beste van Europa. Ook de komende drie jaar is Finland dus, zoals altijd, het rolmodel in het onderwijs en zal in in alle discussie - op internet, in de krant en in de politiek - wederom niet ontkomen aan de Godfin.

PISA is geen heilige graal

Maar er is ook een ander, minder florissant beeld te schetsen van het Finse onderwijs. Hoewel het beeld bestaat dat PISA de kwaliteit van onderwijssystemen wereldwijd meet, worden leerlingen in het onderzoek slechts op drie vaardigheden getoetst: lezen, wiskunde en natuurwetenschappen. En dat terwijl een leerling in 4 vwo minimaal twaalf vakken volgt. Vakken als geschiedenis, aardrijkskunde, Frans en Duits worden niet getoetst. Dat is ook vrijwel onmogelijk, want Willem van Oranje is voor Spaanse leerlingen net zo belangrijk als El Cid voor Nederlandse. 

Wat PISA ons dus kan zeggen over het Finse onderwijs, is niet meer dan dat Finse leerlingen het goed doen op drie vaardigheden

Wat PISA ons dus kan zeggen over het Finse onderwijs, is niet meer dan dat Finse leerlingen het goed doen op drie vaardigheden. In ieder geval één van die vaardigheden wordt bovendien niet alleen op school aangeleerd. Want hoe graag ik mijn leerlingen ook wil leren lezen, de leerling die van kind af aan thuis is voorgelezen, alles van Roald Dahl heeft gelezen en af en toe een krantenberichtje onder zijn neus gedrukt krijgt door zijn vader of moeder, scoort beter op leesvaardigheidstoetsen dan de leerling die zijn jeugd achter de Playstation heeft doorgebracht. Vooral veel allochtone leerlingen in 5 havo hebben moeite met het vak Nederlands, terwijl zij vanaf de bassischool hetzelfde onderwijs hebben gehad als hun klasgenoten.

Hebben we er nog een beetje zin in?

Hoewel er op PISA veel aan te merken valt, is Finland toch
het lichtend voorbeeld voor zowel ranglijstfanaten als vrije-onderwijsgeesten. Steevast worden de goede PISA-resultaten gekoppeld aan het feit dat alle leraren in Finland universitair geschoold zijn, aan het vertrouwen dat de Finse docent zou genieten, aan de weinige toetsen die leerlingen krijgen, aan het ontbreken van een eindexamen of aan de hoge status van de leraar aldaar. Een meer voor de hand liggende verklaring, namelijk dat in het Finse onderwijs de nadruk ligt op de drie getoetste vaardigheden bijvoorbeeld (Finse leerlingen hebben al natuur- en scheikunde vanaf groep-8-leeftijd), wordt meestal niet gegeven.

Niet alleen is onderwijs meer dan de drie door PISA getoetste vaardigheden, onderwijs is ook meer dan het curriculum. Ik wil graag dat mijn leerlingen het verschil tussen hun en hen kennen (of, lager ingezet: tussen hun en zij), maar het is toch niet de bedoeling dat ze angstdromen hebben over de beknopte bijzin.

Minder bekend is dat het PISA-onderzoek zich ook richt op het welbevinden van leerlingen op school. Weggestopt op pagina 21 van het PISA-rapport vinden we de volgende grafiek, die laat zien welk percentage leerlingen in een land aangeeft blij te zijn op school. 

    

Finland scoort ver onder het gemiddelde van landen die meedoen aan het PISA-onderzoek en houdt slechts vier landen onder zich. Dat is geen incident. Ook in Lees het gehele rapport hier. het rapport ‘Social determinants of health and well-being among young people’,  onderdeel van de studie ‘Health behaviour in school-aged children (HBSC)’, uitgevoerd in opdracht van de World Health Organization, geven weinig Finse leerlingen aan school (heel) leuk te vinden.

     

Het is gemakkelijk om die grafiek te verklaren aan de hand van culturele verschillen: Finnen zijn nu eenmaal depressiever van aard en dat zal wel komen doordat het in Finland in de winter maar nauwelijks licht is. Maar van die vermeende depressieve volksaard van de Finnen blijkt in ieder geval uit de statistieken niets. In hetzelfde HBSC-onderzoek geven Finse jongeren van vijftien jaar (de leeftijd waarop kinderen deelnemen aan het PISA-onderzoek) namelijk aan juist  Zie bladzijde 73 van dit rapport. heel tevreden te zijn met hun leven. Finse vijftienjarigen scoren ver boven het gemiddelde en alleen hun Nederlandse en Vlaamse leeftijdsgenoten geven aan tevredener te zijn. En ook Finse volwassenen behoren tot Zie ook deze index. de gelukkigsten ter wereld.  De Finse vijftienjarigen lijken dus gelukkig óndanks hun school, niet dankzij hun school.

Opvallend is ook de plek van Estland en Polen in bovenstaande grafiek. Beide landen doen het in het vorige week gepubliceerde PISA-onderzoek erg goed. Ten opzichte van 2009 verbetert Estland zich op alle drie de getoetste vaardigheden en het land behoort nu tot de Europese top. Ook in Polen liggen alle drie de scores een stuk hoger dan drie jaar geleden en ook dat land bevindt zich nu in de hoogste Europese regionen. De twee landen bungelen tevens onderaan wanneer het gaat om schoolgeluk. Wederom niet alleen in het PISA-, maar ook in het HBSC-onderzoek.

Vertrouwen? Meten is weten!

Jaap Dronkers, onderwijssocioloog met een eredoctoraat aan de Universiteit van Turku (Finland), liet onlangs in het Volkskrant-artikel Lees het artikel hier terug. ‘In Finland is onderwijs gebaseerd op vertrouwen’ optekenen dat juist het meten-is-weten-adagium verankerd zit in het Finse onderwijs en dat het land daarin op China lijkt. Dat komt doordat het Finse onderwijs doordrenkt is met toelatingstoetsen, meent Dronkers.

Om Dronkers’ redenering te begrijpen, is het van belang eerst iets over het Finse onderwijsmodel te weten. Het Finse onderwijs kent middle schools, highschools (vergelijkbaar met de bovenbouw van ons vwo) en beroepsonderwijs. Van 7 tot ongeveer 16 jaar gaat iedere leerling naar de middle school en zitten leerlingen van alle niveaus door elkaar. Natuurlijk krijgen leerlingen die moeite hebben met school bijles en kunnen excellerende leerlingen af en toe vooruit werken, maar het programma is verder voor iedereen gelijk.

Na het laatste jaar van de middle school worden de doeners gescheiden van de denkers. Om toegelaten te worden tot een vervolgopleiding (een highschool of een beroepsopleiding), moeten je cijfers voldoende zijn en moet je een toelatingstoets maken voor de opleiding van je keuze. Vooral op de populaire beroepsopleidingen (kapper, verzorger, marketing) is maar beperkt plek en die opleidingen kunnen de meest geschikte leerlingen dus selecteren. Voor de goede leerlingen is er niets aan de hand: zij weten zich verzekerd van een plekje op de highschool. Maar de mindere leergoden moeten alles op alles zetten om te voldoen aan de eisen van de vervolgopleiding en beter te scoren dan hun klasgenoten. 

Leren voor de volgende toets

Niet vertrouwen, maar competitie lijkt dus de basis van de Finse middle school. Ik ben daar geen tegenstander van. In mijn lessen gebruik ik geregeld competitieve elementen. Soms scheid ik de jongens van de meisjes, zet ik ze met hun gezichten naar elkaar toe en geef ik een proeftoets. ‘Eens zien of meisjes inderdaad beter zijn in taal.’ En opeens gaan die jongens links achterin, die eigenlijk te slim zijn om havo te doen en daarom een schoolleven lang achterover hangen, aan het werk. Ik trakteer 3 gymnasium op Snickers als de klas gemiddeld beter scoort dan de andere derde klassen. Lukt dat niet? Dan trakteren de leerlingen mij op een broodje kroket.

Ik vind het belangrijk dat de competitieve elementen in mijn lessen iets ludieks hebben. Leerlingen moeten willen winnen, maar het moet ook niet erg zijn om te verliezen. De competitie in mijn klas is bovendien altijd incidenteel. In Finland ligt dat anders. Het systeem lijkt er daar voor te zorgen dat leerlingen, moeten presteren. 

Veel leerlingen staren zich blind op de volgende toets en verliezen uit het oog waarvoor ze eigenlijk op school zitten

Ook van die prestatiedruk zie ik dagelijks de gevolgen. Leerlingen die 3 vwo gehaald hebben met keihard leren, lopen in 4 vwo vast wanneer het niet meer in de eerste plaats gaat om kennis, maar om de toepassing van die kennis. Veel leerlingen staren zich blind op de volgende toets en verliezen uit het oog waarvoor ze eigenlijk op school zitten. Vorig jaar ging ik met de leerlingen uit 4 vwo en hun docent maatschappijleer naar de Tweede Kamer. Op de publieke tribune vroeg een leerling me of ze misschien iets eerder weg mocht.

‘Ik heb morgen een toets.’
‘Waarover?’
‘De Nederlandse politiek.’

Aan het eind van het jaar zat ik met leerling en ouders om tafel. De stress was haar te veel geworden. Het is daarom misschien niet zo verwonderlijk dat veel Finse vijftienjarigen aangeven onder druk te staan door schoolwerk, zoals uit onderstaande grafiek uit het HSBC-onderzoek blijkt.

   

Het beeld is wederom duidelijk. 67 procent van de vijftienjarige Finse meisjes en 54 procent van de jongens in het HBSC-onderzoek geeft aan zich onder druk gezet te voelen door schoolwerk. Percentages die veel hoger liggen dan het Europees gemiddelde (46 procent en 37 procent). Alleen Turkse, Spaanse en Portugese leerlingen ervaren meer druk.

Leerzame speeltuin

Natuurlijk is het geen optie om dan maar helemaal niet meer te toetsen. Vertel ik 5 havo morgen dat ze de rest van het jaar geen toetsen meer hebben, dan heeft overmorgen niemand z’n boek mee en vraagt een leerling aan het eind van het jaar waar het eindexamen eigenlijk over gaat.

Het beste onderwijssysteem is niet het systeem waarin leerlingen slechts uitblinken in lezen, wiskunde en natuurwetenschappen. Evenmin is het beste onderwijssysteem een systeem waarin leerlingen alleen maar hoeven te doen wat zij leuk vinden. Het beste onderwijssysteem weet die twee te combineren.

Er is een land dat het overigens al jaren goed doet in het PISA-onderzoek. Een land dat beter rekent dan de Finnen en dat op natuurwetenschap en lezen al jaren tot de Europese top behoort. Niet alleen scoren de leerlingen er goed op cognitieve vaardigheden, ook geven zij aan gelukkig te zijn op school. Zij ervaren minder druk dan hun Finse leeftijdsgenoten, maar hun school is ook geen speeltuin. Misschien is dat het land dat het best weet te combineren.

Dat land is Nederland. 

  Hoe is het om op een Finse school te zitten? Eerder had ik een Skype-gesprek met Anna (16), een Nederlands meisje dat al vijf jaar in Finland naar school gaat. Ik vroeg haar hoe zij het Finse onderwijs ervaart. Lees hier mijn Skype-gesprek met Anna terug.