Vijfentwintig jaar geleden fotografeerde Frans Lanting een spookdiertje in het regenwoud van Borneo. De foto toont de kleine primaat terwijl zijn knokige handjes en voetjes een boomstam omklemmen. Zijn grote ogen staren naar een punt rechtsachter de kijker, zijn gezichtsuitdrukking heeft iets bedremmelds, zijn houding iets krampachtigs.

Lanting vond het moeilijk, aldus het onderschrift bij de foto, om de spookdiertjes ‘geen menselijke eigenschappen toe te dichten.’

‘Spookdiertje, Borneo, 1991’ is onderdeel van Dialogues with Nature, een overzichtstentoonstelling van het werk van Frans Lanting, die deze week is geopend in het Nederlands Fotomuseum in Rotterdam. Ik verdiep me al een tijdje in manieren waarop mensen zich tot de natuur (proberen te) verhouden en ging erheen, benieuwd hoe de interactie tussen natuur en fotograaf er precies uitziet.

Een been in de kunst, het andere in de wetenschap

Lanting (1951) studeerde milieu-economie in de jaren zeventig. Nadat hij, haast als afterthought, een camera had meegenomen op reis, besloot hij zich in fotografie te verdiepen.

Het medium zou zijn carrière bepalen: al veertig jaar reist Lanting de wereld rond om natuurgebieden, bijzondere diersoorten en de vele vormen die het leven op aarde aanneemt vast te leggen, onder meer voor National Geographic. Hij geldt als een van de bekendste natuurfotografen van deze tijd en werd bekroond met Zelfs als je zijn naam niet kent, heb je waarschijnlijk weleens werk van hem gezien. Zoals het iconische beeld van twee volwassen pinguïns die een

Hij wil kijkers bewust maken van de vaak problematische manieren waarop mensen met de rest van de aarde omgaan

De tentoonstelling in Rotterdam is opgedeeld in vijf thema’s. The Magic of Reality toont de eerste foto’s die Lanting maakte van de seizoenen zoals die zich aandienden in het Kralingse Bos in Rotterdam. A World Out of Time bestaat uit Lantings documentatie van de diversiteit én bedreiging van de natuur op Madagaskar. Het ambitieuze A Journey Through Time verbeeldt het ontstaan van leven op aarde aan de hand van foto’s van natuurverschijnselen en organismen die het verloop van de evolutie laten zien. Dieren, landschappen, verrassende vormen en kleuren: voor wie daarvan houdt, stelt de tentoonstelling zeker niet teleur.

Lanting staat, zoals hij zelf zegt, met één been in de kunst en met het andere in de wetenschap. Daarnaast wil hij kijkers bewust maken van de vaak problematische manieren waarop mensen met de rest van de aarde omgaan. (Lanting is ambassadeur van het Wereld Natuur Fonds). Het tentoonstellingsonderdeel The Future of Life, met onder meer beelden van misvormde reptielen op sterk water en opgezette knaagdieren in een laboratorium, gaat dan ook expliciet over onze relatie ‘met een planeet die ingrijpend wordt beïnvloed door menselijke activiteit.’

Elephants at Twilight, Botswana, 1989 © Frans Lanting
Elephants at Twilight, Botswana, 1989 © Frans Lanting

Mijn favoriete onderdeel is Intimate Encounters: Eye to Eye, waar de foto van het spookdiertje, meer dan levensgroot, te zien is. Hier hangen portretten van dieren uit alle uithoeken van de aarde, en intiem zijn ze zeker. Zie daar twee jonge orang-oetans, in 1991 op Borneo gefotografeerd, die innig verstrengeld de camera inblikken. Het bonobovrouwtje dat, één hand op haar voorhoofd, gemoedelijk voor zich uit staart. De gazelles die, vanaf de horizon, nieuwsgierig naar de camera kijken.

Suf, dacht ik, hoelang ik dan toch weer blijf hangen bij deze beelden – beelden waarin ik meen iets te herkennen, iets menselijks, of in elk geval: iets ‘wezenlijks.’ Nieuwsgierigheid, aandachtigheid, bedachtzaamheid: haast automatisch projecteer ik het op de apen en vogels en rendieren in de tentoonstelling. Het zal met de vorm te maken hebben: dieren van zo dichtbij worden individuen die je aan lijken te kijken, wat het lastig maakt ze geen menselijke eigenschappen of gevoelens toe te dichten.

De verhouding tussen natuur en fotograaf

In een van de video-interviews die in de tentoonstelling te zien zijn, vertelt Lanting dat hij zich goed moet concentreren op een dier voordat hij het fotografeert. Hij stelt zich passief op, neemt de tijd en laat zijn onderwerp weten dat hij ‘geen agressieve bedoelingen’ heeft.

Het is die inleving, denk ik, die verdieping, die onderdeel is van de ‘dialoog’ uit de titel: niet het fotograferen zelf, maar dat wat eraan voorafgaat bepaalt de verhouding tussen fotograaf en natuur.

Je kan het een dialoog noemen, maar ook gewoon: heel goed kijken

Veel van de dieren die Lanting fotografeerde, met name die in de serie Intimate Encounters, kijken de camera in. Ze doen mee, al weten ze zelf niet precies waarmee. Het is duidelijk dat Lanting zich in zijn onderwerpkeuze en benadering laat leiden door wat de natuur hem ‘vertelt.’ Aan het werk is iemand die, op een bepaalde manier, de taal van de natuur spreekt, en daarop reageert met zijn camera. Je kan het een dialoog noemen, maar ook gewoon: ‘heel goed kijken.’

Voor de bezoeker is het hoe dan ook een ander verhaal. (Of in elk geval: voor ondergetekende bezoeker.) Die kijkt naar dieren die weliswaar ooit de camera in blikten, maar die de bezoeker nu toch echt niet aankijken, zelfs al lijkt het misschien van wel. Die reist vanuit een Rotterdams museum de wereld rond, maar ziet alleen wat iemand anders ooit de moeite waard vond om vast te leggen. Die wordt wellicht omvergeblazen door de diversiteit van de natuur – maar blaast niet terug. Die ziet een spookdiertje en denkt, ondanks zichzelf: ‘het zijn net mensen.’ En slaagt er dus weer niet in zich ‘buiten zichzelf’ te denken.

Daarmee is Dialogues with Nature de weergave het gesprek dat één iemand voerde met de natuur. Dat gesprek is verrassend rijk, betrokken, en soms overdonderend. Het is zeker de moeite van het bekijken waard. Maar het is ook, en dat is duidelijk, een hoogstpersoonlijk en tamelijk uniek gesprek: weinigen zullen Frans Lanting erin nadoen. Dat hoeft ook niet, om toch onder de indruk te zijn.

Frans Lanting, Dialogues with Nature De tentoonstelling Dialogues with Nature is nog tot en met 4 september te zien in het Nederlands Fotomuseum in Rotterdam. De tentoonstelling toont het werk uit de ruim veertigjarige carrière van natuurfotograaf Frans Lanting. Meer informatie vind je op de website van het museum

Meer verhalen over de verhouding tussen mens, dier en natuur:

‘Het onderscheid tussen mens, dier en ding is volstrekt kunstmatig geworden’ De grenzen tussen dieren, mensen en dingen vervagen. Hebben we dan straks relaties met tafels en gamen we met varkens? Voor onze serie over het einde van de mens als maat der dingen gingen Anoek Nuyens en ik in gesprek met vier jonge denkers over dit nieuwe, allesomvattende wereldbeeld. Lees het verslag van dit groepsgesprek hier terug Voor de wet zijn dieren hetzelfde als dingen. Blijft dat zo? In de Verenigde Staten wordt campagne gevoerd om vier chimpansees erkend te krijgen als personen, zodat ze hun gevangenschap kunnen aanvechten. Wat zegt dit over de geprivilegieerde positie van mensen? En hoe staat het met de dierenemancipatie in Nederland? Lees het essay hier terug Wat als een rivier rechten krijgt? Sinds anderhalf jaar is de Whanganui-rivier in Nieuw-Zeeland een rechtspersoon: een experiment om de relatie tussen mens en natuur opnieuw vorm te geven. Hoe werkt dit? Thijs Middeldorp reisde naar Nieuw-Zeeland en bezocht de rivier. Lees het reisverslag van Thijs hier terug Komt een boom bij de rechter De Duitse bosbeheerder Peter Wohlleben is ervan overtuigd is dat we de komende tijd radicaal anders tegen bomen gaan aankijken. Zijn boek Het verborgen leven van bomen werd een hit in Duitsland en wordt nu in 26 landen vertaald. Staan zijn boodschap en het succes ervan symbool voor een kentering in ons mens- en wereldbeeld? Lees het interview met Wohlleben hier terug