Heineken reclame, in de vorm van een gigantische fles, vlak voor de Heineken bierbrouwerij in Bujumbura, Burundi. Foto: Martin Roemers / Hollandse Hoogte

Wie wil weten hoe een hedendaagse dictatuur eruitziet, moet een ochtend mee op ‘gemeenschapswerken’ met de Burundese president Pierre Nkurunziza. Op zaterdagmorgen spoort hij zijn landgenoten aan schooltjes te bouwen, bomen te planten en de wegen schoon te maken met als doel de natie op te stuwen in de vaart der volkeren. Winkels gaan dicht en wegen worden afgezet, zodat niemand in de verleiding komt iets anders te gaan doen.

Ook Nkurunziza steekt de handen uit de mouwen. Deze ochtend geeft hij het goede voorbeeld in het plaatsje Kagwema, een uurtje rijden vanaf de hoofdstad Bujumbura. Onderweg komt het presidentiële konvooi langs een groot billboard met reclame voor Heineken, het grootste en invloedrijkste bedrijf van het land. ‘Wij zijn in 172 landen aanwezig en hebben nog steeds dorst,’ staat er in het Frans.

In Kagwema heeft de president een zogenoemd vredesdorp gebouwd voor ontheemde slachtoffers van de burgeroorlog die het Centraal-Afrikaanse bergstaatje tussen 1993 en 2005 Net als in Rwanda bestaat de bevolking van ruim tien miljoen inwoners voor 85 procent uit Hutu’s en 15 procent uit Tutsi’s en net als in het buurland vonden in het verleden etnische slachtpartijen plaats, waarvan er twee zijn bestempeld als volkenmoord: in 1972 op de Hutu’s en in 1993 op de Tutsi’s. Veel bakstenen huisjes in het dorp zijn nooit bewoond geweest en staan op instorten, maar dat lijkt de president niet te deren. Die staat klaar in een glimmend trainingspak, op rubberen kaplaarzen en met een ploeg in de hand: hij gaat fruitbomen planten. Fotografen en een camerateam van de nationale televisie staan gereed om de ijver van de president vast te leggen, terwijl soldaten het terrein bewaken met kalasjnikovs. Vol overtuiging woelt de president door de aarde, waarna een eerste medewerker een stekje plant en een tweede met gieter het karwei afrondt.

Enkele tientallen bomen later gebaart de presidentiële woordvoerder Willy Nyamitwe dat het mooi is geweest. In het stadje Gasenyi, even verderop, moet vandaag nog een voetbalstadion verrijzen. Nyamitwes gloednieuwe bolide sluit aan in de presidentiële colonne van zigzaggende terreinwagens die zich een weg banen over de hobbels en door de kuilen van de onverharde Route Nationale 5.

De list van de president

Het is dan december 2012, tweeënhalf jaar voordat Nkurunziza’s tweede en – volgens de grondwet – laatste termijn als president afloopt. Nyamitwe, die een flitsende zonnebril draagt en schoenen van krokodillenleer, vertelt echter dat er al een list klaarligt. In 2005 werd Nkurunziza namelijk niet rechtstreeks door het volk verkozen, maar – zo schreef In 2000 werd het vredesakkoord van Arusha getekend, genoemd naar de Tanzaniaanse stad waar de onderhandelingen tussen de strijdende partijen in de burgeroorlog plaatsvonden. Daarmee kwam er geen direct einde aan de gewelddadigheden. De parlementsverkiezingen van 2005 worden doorgaans als de beëindiging van de oorlog beschouwd. destijds voor – door een meerderheid van het parlement. Daarom ‘telt’ het eerste mandaat volgens Nyamitwe niet en mag de president zich nogmaals kandidaat stellen. ‘Maar dat moet je niet opschrijven.’

Aldus geschiedde. De president probeerde in de aanloop naar de verkiezingen nog wel de grondwet te wijzigen, maar kreeg onvoldoende steun in het parlement, waarna het Constitutioneel Hof hem uiteindelijk toestemming gaf zich opnieuw kandidaat te stellen. Volgens de Franse krant Lees hier het stuk in L’Humanité. L’Humanité zou de voorzitter van dat hof zijn omgekocht met een smak aandelen in het brouwbedrijf Brarudi, een joint venture tussen de Nederlandse bierbrouwer Heineken en de Burundese staat.

En zo werd Nkurunziza, nadat hij vorig voorjaar tijdens een reis naar het buitenland een poging tot een militaire coup ternauwernood doorstond, afgelopen zomer herkozen in verkiezingen waaraan de oppositie weigerde deel te nemen. Niet alleen met dank aan Heineken, maar ook met ontwikkelingsgeld uit Nederland, dat twee miljoen euro neertelde voor de organisatie van de verkiezingen.

De bloedige strijd die volgde

Sindsdien glijdt Burundi af naar een burgeroorlog. Volgens de Internationale Federatie voor de Mensenrechten vielen er al zevenhonderd doden en worden zo’n achthonderd mensen vermist. En maken de politie en het leger, die zijn getraind met De kritische journalist Bob Rugurika, die naar het buitenland is gevlucht, uitte scherpe kritiek op deze trainingen. ‘Het is onvoorstelbaar. We hebben het hier over agenten die met scherp schieten op ongewapende tegenstanders,’ zei hij. ‘Misschien leren de Nederlanders hun goed te richten. We vinden het des te kwalijker omdat de trainingen de politie een legitimiteit geven die ze niet verdienen.’
Het ministerie van Buitenlandse Zaken: ‘Het hervormen van zowel politie en leger in een land als Burundi is een proces van lange adem. Velen van hen hebben nauwelijks scholing, een traumatisch verleden en lopen rond met wapens en in uniform. Juist daarom zijn opleiding en training zo belangrijk. Het vergt een grote inspanning van een reeks jaren voordat die in den brede zijn gerealiseerd.’
zich volgens Lees hier wat Human Rights Watch over Burundi schrijft. Human Rights Watch schuldig aan moordpartijen, ontvoering, marteling en willekeurige arrestaties.

‘Nu vinden de schendingen onder de radar plaats, doordat de veiligheidsdiensten in het geheim mensen afvoeren en weigeren daarover verantwoording af te leggen’

Behalve de ordediensten van de staat zijn er ook aan de regering gelieerde milities actief. Nogmaals Human Rights Watch: ‘Terwijl de hoofdstad Bujumbura afdaalt naar nieuwe niveaus van wetteloosheid, nemen de mensenrechtenschendingen andere vormen aan. Nu vinden de schendingen onder de radar plaats, doordat de veiligheidsdiensten in het geheim mensen afvoeren en weigeren daarover verantwoording af te leggen.’

Niet gek dus dat buitenlandse donoren, goed voor ongeveer de helft van de inkomsten van Burundi, de geldkraan dichtdraaien. Zo besloten Nederland, dat jaarlijks ongeveer veertig miljoen voor Burundi reserveerde, en de Europese Unie, dat tussen 2014 en 2020 bijna een half miljard begroot had, het grootste deel van hun hulp op te schorten.

En kwam Burundi economisch in een vrije val terecht. De economie kromp vorig jaar volgens het Internationaal Monetair Fonds met meer dan 7 procent en de staatsbegroting zou met ongeveer een kwart zijn Lees hier meer over de vrije val van Burundi (in het Frans). afgenomen. 

Tappen bij de melkkoe

De nationale belastingdienst heeft daarom de opdracht gekregen meer ijver aan de dag te leggen, wat volgens diverse bronnen ter plaatse een behoorlijk succes is. De voornaamste inkomstenbron is daarbij wat oud-Financiënminister Charles Nihangaza ‘onze melkkoe’ noemde: bierbrouwer Brarudi. Een dochteronderneming van Heineken - dat 59,3 procent van het kapitaal bezit- en de Burundese staat - dat de overige aandelen in handen heeft en bestuurders levert.

Volgens verschillende bronnen wordt het dochterbedrijf van Heineken door de belastingdienst onder druk gezet om – meer nog dan voorheen – voorschotten te geven op dividend- en accijnsuitkeringen. ‘Er is een constante druk en Brarudi gaat daarin mee,’ zegt Faustin Ndikumana, een lokale corruptiebestrijder die zich zegt te baseren op interne bronnen. Heineken wenst niet op deze kwestie in te gaan.

Voor de crisis was Brarudi goed voor ongeveer 30 procent van de totale belastinginkomsten van het land en voor 10 procent van het nationale inkomen. Nu is het belang van de brouwer gezien de krimpende economie en het wegvallen van de ontwikkelingsgelden nog verder toegenomen. ‘De bieromzet is weliswaar ook gedaald en daarmee de belastinginkomsten, maar minder sterk dan de overige staatsinkomsten. In tijden van crisis blijven mensen bier drinken,’ zegt een Burundikenner die dicht op het vuur zit.

De dubieuze rol van Heineken

Heineken bevindt zich in een lastig parket. Het bedrijf zit niet alleen in een partnerschap met een controversiële regering, maar is ook een spil in het functioneren daarvan. Met de belastinginkomsten van Brarudi betaalt de staat de ambtenaren, zo heeft de huidige minister van Financiën Tabu Abdallah Manirakiza persoonlijk bevestigd. Dat is dus inclusief de salarissen van de politie en het leger, die verantwoordelijk zijn voor grootschalige wandaden tegen de burgerbevolking.

Volgens de principes van het Lees hier die principes van de Verenigde Naties terug. Global Compact van de Verenigde Naties, tien richtlijnen waaraan bedrijven zich wereldwijd zouden moeten houden en die Heineken in 2006 ondertekende, maakt de brouwer zich zodoende waarschijnlijk schuldig aan zwijgende medeplichtigheid bij de mensenrechtenschendingen van het regime.

Heineken domineert er al meer dan een halve eeuw de economie en het land zwalkt van de ene crisis naar de andere en is inmiddels het op een na armste land ter wereld

En het is niet voor het eerst dat Heineken zich in Burundi voor een dergelijk dilemma gesteld ziet. In 1996 vond een staatsgreep plaats die een einde maakte aan het broze vredesproces dat destijds in gang was gezet. Pierre Buyoya werd de nieuwe president, een recidivist die in 1987 ook al eens een coup pleegde. Omringende landen besloten tot handelssancties, die Heineken in het openbaar zei te respecteren. Maar in het geheim omzeilde het bedrijf de boycot via een ingenieuze sluiproute, zo erkende de voormalige directeur Afrika van Heineken, Jean-Louis Homé, in zijn memoires Lees hier meer over Jean-Louis Homés boek. Le businessman et le conflit des grands lacs (2006).

Toch vindt de onderneming dat ze zich niet hoeft te bemoeien met de manier waarop autoriteiten belastinggeld uitgeven. Dat doen ze niet in Nederland, en dus evenmin in Burundi.

Bovendien: ‘Dankzij Heineken functioneert het beetje staat dat er nog is,’ zei Ton Dietz, de directeur van het Afrika Studie Centrum in Leiden eind vorig jaar in de Volkskrant over de situatie in Burundi. ‘Als Heineken vertrekt kun je er de donder op zeggen dat het weer een zetje in de richting van genocide is.’ De aanwezigheid van een grote multinational leidt tot stabiliteit en verdere bedrijvigheid, is een ander argument dat in vergelijkbare discussies vaak klinkt.

In Burundi lijken deze overwegingen echter weinig steekhoudend. Heineken domineert er al meer dan een halve eeuw de economie en het land is daar weinig mee opgeschoten. Het zwalkt van de ene crisis naar de andere en is inmiddels het op een na armste land ter wereld.

De verantwoordelijkheid van de brouwer

Hoewel je Heineken uiteraard niet direct verantwoordelijk kunt stellen voor alle armoede en instabiliteit in het geplaagde land, is het waarschijnlijk dat de brouwer eerder schade aanricht dan een positieve bijdrage levert. Tot een florerend bedrijfsleven heeft de aanwezigheid van Heineken in elk geval nooit geleid.

Wel is de bierbrouwer er dankzij gewiekste reclamecampagnes in geslaagd een fles bier tot statussymbool te verheffen. Het bedrijf heeft ertoe bijgedragen dat Burundezen gemiddeld 17 procent van hun besteedbaar inkomen aan alcohol en sigaretten uitgeven en slechts 1 procent aan onderwijs en Deze cijfers komen van de African Development Bank. In Burundi wordt nauwelijks gerookt. Het grootste deel van deze uitgaven is voor bier bestemd.

En met dank aan Heineken kon dictator Pierre Buyoya in het zadel blijven, net als Pierre Nkurunziza nu. Het huidige staatshoofd werd in 2014 nog met alle egards ontvangen op de grootste Nederlandse Heinekenbrouwerij in Zoeterwoude.

Is er voor de brouwer dus wel sprake van een dilemma? Zou het bedrijf, dat in Afrika per verkocht biertje bijna de helft meer winst boekt dan het wereldwijde gemiddelde en in Burundi volgens een ingewijde een van zijn hoogste winstmarges haalt, vertrekken als het beseft dat aanwezigheid negatieve gevolgen heeft voor de economie of de maatschappij? Beslissingen uit het verleden wijzen niet in die richting.

En wat vindt Heineken?

Voor publicatie werd Heineken gevraagd eventuele feitelijke onjuistheden in dit verhaal te corrigeren. Ook werd gevraagd of Heineken overweegt de lokale activiteiten (tijdelijk) te staken. En wat de onderneming die zelf vaak de nadruk legt op het belang van ethisch ondernemerschap, ervan vindt in een partnerschap te zitten met een regering die zich schuldig maakt aan grove mensenrechtenschendingen. En maakt het zich geen zorgen over de bestemming van belastinggeld?

‘We hebben goede hoop dat de problemen in Burundi kunnen worden opgelost’

De vragen bleven onbeantwoord. Wel stuurde Heineken een verklaring waarin het stelt dat het een ‘verontrustende tijd’ is in Burundi. ‘Op dit moment is onze prioriteit de veiligheid van onze mensen. Het bedrijf lijdt onder de onrust en onzekerheid, maar dat is van ondergeschikt belang in tijden als deze.’

De brouwer claimt indirect 50.000 banen te ondersteunen en wijst erop dat ‘het volk van Burundi’ de investeringen van Heineken nodig heeft ‘als het wil ontsnappen aan de valkuil van het zogenaamde armoedeconflict. De keuze om een land te verlaten mag alleen het laatste redmiddel zijn. We hebben goede hoop dat de problemen in Burundi kunnen worden opgelost.’

Meer over de rol van de bierbrouwer in Afrika lees je in het boek Lees hier meer over Heineken in Afrika. Heineken in Afrika, waarvoor ik tweemaal Burundi bezocht met reiskostenvergoeding van het Lees hier meer over dat fonds. Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten.

Verder praten over Heineken in Afrika? Op maandag 11 juli om 20:00 uur organiseert Pakhuis De Zwijger een discussieavond rondom het boek Heineken in Afrika. Onder anderen Eric Smaling (Tweede Kamer, SP), Irene Visser (Netherlands Africa Business Council), Alphonse Muambi (consultant, Congo-expert) en ik zullen het hebben over zakendoen in conflictgebied, ethisch ondernemerschap en hulp en handel. Columnist Bas Heijne levert ook een bijdrage. Hier lees je meer over de avond

Correctie 7-7-2016: Een eerdere versie vermeldde de naam van de presidentiële woordvoerder als Willy Nyawitme. Dit is incorrect en aangepast naar Willy Nyamitwe​​.

Lees ook:

Waarom de trein die Oost-Afrika ontwikkeling moest brengen nooit aankwam Een van Afrika’s belangrijkste spoorlijnen is verwaarloosd en bemoeilijkt zo de ontwikkeling van de regio. Met geld van ontwikkelingsbanken, waaronder 20 miljoen van het Nederlandse FMO, zou investeringsfonds Qalaa daar wat aan doen. Met Patrick Mayoyo en George Turner zocht ik uit hoe het kan dat de lijn nog steeds zo slecht is. Lees het verhaal van Berber Verpoest hier terug Intussen in Afrika: Hoe de oorlog tegen terreur nieuwe terroristen kweekt Wat is toch de aantrekkingskracht van terreurgroepen op jonge mannen? En wat is daaraan te doen? Vier journalisten in vier Afrikaanse landen spraken met strijders en deserteurs, spijtoptanten en politici. Op zoek naar een aanpak die wél werkt. Lees het verhaal van Evelyn Groenink hier terug

Facebook
Twitter
LinkedIn
Whatsapp
E-mail