Een ruime meerderheid van de Nederlanders is boos op de Nederlandse politiek. En niet zomaar boos, men ‘walgt’ ervan. Het was nieuws dat afgelopen september bijna terloops voorbij ging. Dagblad Trouw, dat de opdracht tot electoraal onderzoek gaf, kopte ‘Boos volk wil sterke een aantal kranten nam het over, een enkele columnist wijdde er een stukje aan. Op uitnodiging van Trouw discussieerden een paar politici nog met elkaar en dat leidde tot weinig hoopgevende uitspraken als ‘wij moeten inspelen op de emoties’ en ‘we hebben een koersvaste leider nodig.’

En dat was het. 

Onderzoek als dit verdient altijd enige relativering: de onderzoeksvraag kan het antwoord hebben bepaald of de respondenten kunnen minder representatief zijn geweest. Bovendien horen democratische politiek en onvrede bij elkaar zoals een dictatuur en zwijgend volk: mopperen op politieke leiders is een geneugte van vrijheid. 

Maar alle relativeringen ten spijt: woede in deze aantallen en mate gemeten, is onthutsend. Walging als de overtreffende trap van woede, betekent dat men de Nederlandse politiek weerzinwekkend vindt, er een grote afkeer van heeft. Het is giftige, zich naar binnen kerende woede, die – zoals uit datzelfde onderzoek blijkt – ook het verlangen naar autoritarisme aanwakkert.   

Aan zo’n verziekte verhouding tussen politici en kiezers helpt geen ‘eerlijk verhaal’ of belofte van dappere daadkracht meer. Dat vergt introspectie en radicale heroverweging van het politieke bestel. David Van Reybrouck onder andere op dit platform het ene na het andere voorstel om tot een gelijkwaardig gesprek tussen politici en burgers te komen: de ‘deliberatieve democratie’. In de Nederlandse politiek vinden zijn pleidooien voor democratisering weinig gehoor. Het besef dat populariteit een heel schaars goed is, leidt tot verlamming en tot meer van hetzelfde: onderlinge wedijver in oprechte bedoelingen, ook al wordt iedereen er in de ogen van kiezers alleen maar minder eerlijk op. 

Democratische politiek en onvrede horen bij elkaar zoals een dictatuur en zwijgend volk: mopperen op politieke leiders is een geneugte van vrijheid

Het grootste probleem bij onderzoeken naar kiezersemoties is dat ze meestal passeren als het weerbericht: morgen regen, opklaringen blijven uit. De verlamming van politici vindt zijn gelijke in de passieve walging van burgers. Meestal stil thuis voor de buis en soms in (anonieme) scheldkanonnades op het internet die even plat als zinloos zijn. 

Ondertussen lijkt er weinig te veranderen. 

Er is een pertinent verschil tussen walging en woede. Walging leidt tot afkeer en passiviteit. Woede kan verandering brengen, als het wordt omgezet in protest. 

Als het afgelopen jaar de verhouding tussen politici en burgers een nieuw dieptepunt vond in een onderzochte meerderheid die zich walgend afkeert, dan zijn er misschien ook een paar lichtpuntjes. 

Beginnend als een protest tegen Zwarte Piet, herleeft voor het eerst in decennia het debat over racisme, zozeer dat ook politici worden gedwongen te articuleren waar zij de grens trekken in een beschaafde omgang met elkaar. Het afluisterdrama van de NSA geeft elan aan een privacybeweging die partijpolitieke belangen overstijgt. Publieke desinteresse in het gedrag van de staat, gevoed met slogans als ‘als je niks gedaan hebt, heb je niks te verbergen,’ maakt langzaam plaats voor de behoefte aan kritische controle. 

Het zijn maar kleine voortekenen en misschien zelfs dat niet eens. Allicht speelt wishful thinking mij parten: het verlangen om de walging en de verlamming te overstijgen. Maar verandering van het politieke bestel – werkelijke democratisering – begint zelden tot nooit in de parlementaire bastions. De onderlinge naijver hindert samenwerking, zeker als de strijd om het afbrokkelende vertrouwen harder wordt. Het zijn helaas niet politici die het tij doen keren, dat zijn boze, protesterende burgers.
 
Ik wens u (en mij) vruchtbare woede toe in 2014.