In Alton, een klein plaatsje aan de Mississippi, niet ver van St. Louis, ligt het graf van Elijah

Elijah Parish Lovejoy. Foto: Wikimedia Commons
Elijah Parish Lovejoy. Foto: Wikimedia Commons

Lovejoy verhuisde op zijn 25ste naar St. Louis, Missouri, een plek waar destijds vaak gewelddadige rassenrellen plaatsvonden. Missouri was een slavenstaat, omringd door staten waarin de slavernij was afgeschaft. Veel van Lovejoys tijdgenoten waren ofwel voorstanders van de slavernij, of wilden er geleidelijk een eind aan maken. Maar het liefst vermeden ze het onderwerp ‘ras’ geheel. Politici en hoofdredacteuren verboden journalisten zelfs over de slavernij te schrijven, uit angst voor ongeregeldheden.

Lovejoy trok zich er niets van aan.

Want in St. Louis zag hij geweld tegen zwarten zoals hij het nog nooit had gezien. Toen een zwarte man levend in brand was gestoken door een bende witte mannen, begon Lovejoy in felle artikelen de slavernij te veroordelen. Zijn stukken trokken een breed publiek, onder wie racistische bendes uit St. Louis.

Nadat die boze menigtes herhaaldelijk Lovejoys drukpers sloopten en dreigden hem te vermoorden, vluchtte Lovejoy in 1836 naar Alton, Illinois, aan de overkant van de rivier. Lovejoy bleef daar artikelen publiceren waarin hij opriep de slavernij per direct af te schaffen. Keer op keer werd zijn werkruimte gesloopt en verdwenen zijn persen.

Op 7 november 1837 nam Lovejoy zijn vierde drukpers in ontvangst, die hij uit voorzorg verstopte in een pakhuis. De bendes kwamen erachter en staken het gebouw in brand. Lovejoy werd doodgeschoten toen hij aan de vlammen probeerde te ontkomen. De boze witte mannen stapten over zijn doorzeefde lichaam heen om bij de pers te komen, die ze kort en klein sloegen en voor een laatste keer in de rivier gooiden.

Een boze menigte steekt het Gilman & Gofrey-warenhuis in brand. Beeld: Internet Archive Book Images
Een boze menigte steekt het Gilman & Gofrey-warenhuis in brand. Beeld: Internet Archive Book Images

Eerder dat jaar vermoedde Elijah Lovejoy al dat hij zou worden vermoord. Vlak voor zijn dood schreef hij: ‘Als de wetten van mijn land niet in staat zijn mij te beschermen, doe ik een beroep op God. Vrolijk leg ik mijn zaak in Zijn handen. Ik mag misschien sterven op mijn post, maar ik kan deze niet verlaten.’

Die woorden staan op het monument voor Lovejoy in Alton, op de top van een heuvel van waaraf je uitkijkt over het stadje. Alton vormt een rode draad door Lovejoys nalatenschap. In de stad debatteerde Abraham Lincoln over de slavernij, geïnspireerd door Lovejoy. Alton is de geboorteplaats van James Earl Ray, die later Martin Luther King Jr. vermoordde. En Alton was een van de belangrijkste plaatsen voor een stad in een regio die niet alleen verscheurd werd door de strijd tussen wit en zwart, maar ook door de strijd tussen witten onderling; de ene groep vóór burgerrechten voor zwarten, de andere fel tegen.

Die rassenverdeeldheid is nog altijd niet verdwenen - niet in Alton, niet even verderop in St. Louis, niet in de rest van het land. Er loopt een rechte lijn tussen de tijden waarin wij leven en de rassencrisis waar Amerika al eeuwen mee kampt, in een voortdurende spanning die af en toe tot uitbarsting komt. Zeker nu, op het moment dat dit land een nieuwe president kiest. Zeker nu Ku Klux Klan definitief heeft gezegd Donald Trump te

Foto: PhotoQuest / Getty Images
Foto: PhotoQuest / Getty Images

De bendes van nu

In 2014 zag ik in Ferguson hoe zwaarbewapende politieagenten traangas gebruikten tegen zwarte actievoerders die tegen politiegeweld demonstreerden. En in 2016 zag ik bij een campagnebijeenkomst van Trump in St. Louis hoe witte Trumpaanhangers op de vuist gingen met grotendeels niet-witte tegenstanders, tot bloedens toe.

‘Omdat ik God vrees, ben ik niet bang voor al mijn tegenstanders in deze stad’

Dat was ook de dag dat ik een groep mensen zag in een boze volksmenigte - een groep van mensen die weliswaar keurig in de rij stonden, maar die allerlei racistische taal uitkraamden zodra ze werden tegengesproken door tegenstanders van Trump.

‘Omdat ik God vrees, ben ik niet bang voor al mijn tegenstanders in deze stad,’ verklaarde Elijah Lovejoy in 1837. ‘Als ik ten val kom, zal mijn graf in Alton

In oktober bracht ik een bezoek aan het monument voor Lovejoy, peinzend over deze verkiezingen. Voor Lovejoy ging de grootste dreiging niet uit van de dood, maar van de verloochening van zijn principes - van egoïstisch lijfsbehoud in een tijd waarin racistische bendes de baas waren.

Lovejoy stierf op 7 november. Hij werd geboren op 9 november. Precies tussen moord en geboorte ligt 8 november - de dag van de presidentsverkiezingen.

Het verband met Trump

Tegenwoordig staat Lovejoy bekend als een martelaar van het vrije woord. Maar zijn belangrijkste erfenis is niet dát hij durfde te spreken, maar wat hij durfde te zeggen. De pers heeft geen werkelijke macht als hij te bang is aanslagen op kwetsbare burgers te verslaan of tegen de opruiers in te gaan.

Dezer dagen hebben journalisten te maken met allerlei gevaren: dat ze hun baan verliezen in een rampzalige economie; dat ze vanwege hun kritiek geen toegang meer hebben tot de machtige elites; en boze menigtes. Weliswaar worden journalisten die over Clinton schrijven ook bekritiseerd en soms belachelijk gemaakt door haar aanhangers, maar ze krijgen niet het type racistische bedreigingen over zich heen dat uit de koker van Trumpfans komt. Bovendien moedigt Clinton haar fans niet aan tot dat soort gedrag.

Foto: Corbis via Getty Images
Foto: Corbis via Getty Images

Het afgelopen jaar hebben talloze journalisten vastgelegd hoe ze werden door Trumpaanhangers, onder wie veel en Verslaggevers kregen bewerkte foto’s van zichzelf toegestuurd, gephotoshopt in gaskamers, of met een kogelgat in hun hoofd. Dit soort bedreigingen worden openlijk toegejuicht die de pers tot zijn vijand heeft verklaard en regelmatig dreigt met rechtszaken tegen media.

Merkwaardig genoeg wordt Trump door de gevestigde media ook regelmatig op het schild gehesen – ondanks al zijn bedreigingen en zijn onophoudelijke gedemoniseer van diezelfde media. Alle kabeltv-zenders pikken een graantje mee van zijn show.

Terwijl ik dit schrijf houden de media in de VS zich bezig met een nieuw in deze bittere tijden vol geweld wordt het nieuws door zoiets gedomineerd. Dat hotel heeft bij Trump prioriteit, en dus bij veel media blijkbaar ook.

Maar bij Trumps fans heeft dat hotel níet de prioriteit. Zijn wit-racistische machtsbasis heeft andere doelen. En nu die doelen steeds duidelijker worden, moeten we ons afvragen waarom er niet meer aandacht voor is. Want ook als Trump verliest, blijft die harde kern actief.

De lijst is eindeloos

Op 14 oktober werden in Kansas drie witte terroristen gearresteerd omdat ze bezig waren een massavernietigingswapen te Daarmee wilden ze op de dag na de verkiezingen een appartementencomplex vol Somalische vluchtelingen opblazen. De mannen - aanhangers van Trump en naar eigen zeggen leden van een militie - zeiden dat het ze niks uitmaakte of er bij die aanslag kinderen zouden omkomen. Een van hen zelfs een uitspraak van de campagnemanager van Trump aan, die had verklaard dat er op de dag van de verkiezingen een ‘bloedbad’ zou

Een andere man uit Californië werd op 26 oktober gearresteerd omdat hij plannen had voor een schietpartij bij een lokale moskee. De man, Mark Feigin, is een Trumpaanhanger die eerder anti-islamtweets naar moslimactivisten als Imraan Siddiqi. Die merkte wrang op: ‘Dat is dan de eerste keer dat een van mijn Twittertrollen is gearresteerd voor terreur.’

‘Ik ga niks illegaals doen. Ik ga ze alleen een beetje zenuwachtig maken’

Door het hele land worstelen staten met de vraag hoe ze de geplande intimidatie van kiezers door Trumpaanhangers moeten aanpakken. In Colorado krijgen stembureaumedewerkers in wat ze moeten doen als er een schietpartij plaatsvindt. In Virginia gewapende Trumpfans hun kamp op pal voor het kantoor van een vrouwelijke politicus, wat doet denken aan die voorafging aan de mislukte moordaanslag op congreslid Gabby Giffords in 2011.

In Ohio hebben Trumpfans plannen aangekondigd om niet-witte kiezers lastig te gaan vallen, wat verboden is. ‘Ik ga op zoek naar... nou ja, ik denk dat je het etnisch profileren kunt noemen,’ verklaarde Steve Webb, een Trumpaanhanger uit Ohio. ‘Mexicanen. Syriërs. Mensen die geen Amerikaans spreken. Ik ga vlak achter ze staan. Alles binnen de wet. Ik ga kijken of ze zich verantwoordelijk gedragen. Ik ga niks illegaals doen. Ik ga ze alleen een beetje zenuwachtig

En ik kan nog wel even doorgaan met het opdissen van andere incidenten en bedreigingen. Niet dat het als een verrassing komt - de terreur van eigen bodem, in de vorm van witte racisten en andere ‘vaderlandsgezinde’ milities, heeft sinds 2008 een scherpe vlucht genomen. En sinds Trump in juni 2015 zijn campagne aftrapte zijn er talrijke aanslagen geweest op niet-witte burgers en

Foto: Universal History Archive / UIG via Getty Images
Foto: Universal History Archive / UIG via Getty Images

De rol van de media

Ondanks naar wit nationalisme en terrorisme van eigen bodem, wordt de dreiging ervan door de media grotendeels gebagatelliseerd. Sommige publicaties drukten zelfs kritiekloze portretten van kopstukken uit wit-racistische kringen af.

Bovendien: witte mannen die van plan zijn om dingen op te blazen worden in nieuwskoppen zelden ‘terroristen’ genoemd. Stel je voor dat in Kansas een groep islamitische Somaliërs van plan was geweest een appartementencomplex vol witten op te blazen - ondenkbaar dat ze geen terroristen zouden worden genoemd.

Dit heeft twee nare consequenties: ten eerste blijven veel mensen in het ongewisse over wat er aan de hand is en over het geweld van eigen bodem dat eraan dreigt te komen; ten tweede is het een bevestiging en versterking van Trumps rassenlogica.

In de jaren negentig werden witte terroristen van eigen bodem nog als zodanig aangeduid: Timothy McVeigh, die een bomaanslag pleegde in Oklahoma City; Ted Kaczynski, de ‘Unabomber’; Eric Rudolph, die een bom liet ontploffen op de Olympische Spelen in Atlanta: al deze mannen gebruikten grof geweld om een politiek statement te maken, wat exact de definitie van terrorisme is.

Maar sinds 11 september is er een zekere terughoudendheid om witte mannen als terroristen te labelen. Terreur lijkt sindsdien onlosmakelijk verbonden met de militante islam. En dat ondanks het feit dat de FBI het terrorisme van eigen bodem - met vaak zijn oorsprong in wit-racistische kringen - als een grotere bedreiging beschouwt dan terreur van buitenlandse afkomst.

En zo grijpt het witte terrorisme van tegenwoordig direct terug op het tijdperk van Lovejoy, toen witte superioriteit nog openlijk werd beleden, witte volksmenigtes die niet-witten aanvielen nooit werden gestraft en de pers te bang was om erover te schrijven. Willen we dit fenomeen bestrijden, dan moeten we het terdege onderzoeken.

Foto: Everett Collection / Hollandse hoogte
Foto: Everett Collection / Hollandse hoogte

De tirannie van de boze massa

Het is afschuwelijk om een dreiging te voelen en te weten dat veel mensen de zaak verder ophitsen door actief de man erachter te steunen. Het is nog erger als die dreiging werkelijkheid lijkt te worden, maar de zelfgenoegzaamheid blijft overheersen.

De lafhartigheid rond Trump is ongeëvenaard: in de media, in Republikeinse kringen, zelfs bij de die recent onderzoek deed naar de manier waarop Trump rechtszaken aanspant om zijn tegenstanders de mond te snoeren, maar vervolgens weigerde het onderzoek te publiceren uit angst door Trump te worden

Hoewel journalisten in de laatste maanden kritisch over Trump zijn, namen ze hem voor en tijdens de voorverkiezingen totaal niet serieus - ze vonden het wel een goede grap en ontzagen hem, wat bijdroeg aan zijn populariteit. Zijn mede-Republikeinen hebben kritiek op hem, maar blijven hem steunen.

Dit fenomeen zie je overal in de westerse wereld: witte demagogen worden populair, de elites voorspellen onterecht dat ze gaan verliezen of bagatelliseren de impact van hun verkiezingswinsten en er is een enorme toename van haatmisdrijven als de overwinning eenmaal daar is, zoals te zien was in het Verenigd Koninkrijk na de Brexit.

Het was allemaal te voorzien, maar nu het eenmaal zover is, is er geen duidelijk georganiseerd proces om er iets aan te doen. In plaats daarvan wachten de getroffen bevolkingsgroepen tot hun lijden een keer serieus wordt genomen. En blijven ze wachten, en wachten. Intussen consolideren de witte nationalisten hun macht, te midden van de chaos.

De tirannie van de boze massa krijgt bestaansrecht van hen die de dreiging ervan ontkennen

Ik weet niet in wat voor Amerika ik op 9 november wakker zal worden. Maar ik weet wel dat de uitkomst van de verkiezingen niet wordt bepaald op verkiezingsdag. Wat er de komende tijd met de VS gebeurt is het gevolg van een campagne die intolerantie mainstream heeft gemaakt en die nu van wit-racistisch geweld iets normaals maakt - of het tenminste bagatelliseert.

Trump heeft nooit in detail uitgelegd over welke periode hij het heeft als hij zegt dat hij ‘America Great Again’ wil maken. Veel mensen gingen ervan uit dat hij de jaren vijftig bedoelde, toen er veel banen waren voor witten en de rest maar weinig burgerrechten had.

Maar als ik het graf van Lovejoy bezoek, aan de overkant van de rivier, moet ik denken aan het leven in St. Louis in de jaren dertig van de negentiende eeuw, aan het volksgeweld dat voorafging aan de Amerikaanse Burgeroorlog, aan de manier waarop Lovejoy zijn tijdgenoten ervan probeerde te overtuigen dat niet-witten ook mensen waren en dat witte volksmenigtes een gevaarlijk probleem waren, en hoe hij zijn eigen dood zag aankomen als gevolg van deze giftige politiek. Hij leefde in een tijd waarin witte mannen straffeloos niet-witten konden aanvallen, en wie ertegenin ging te maken kreeg met verschrikkelijke consequenties.

De tirannie van de boze massa krijgt bestaansrecht van hen die de dreiging ervan ontkennen, die de doelen van de woedende volksmenigtes rationaliseren of die - zoals de elites in de jaren 1830 - de discussie over de kern ervan - de rassenverdeeldheid - willen vermijden.

Diezelfde diepe staat van ontkenning zien we nu nog altijd, meer dan 180 jaar later. We hebben de morele plicht om die ontkenning te bestrijden en vast te leggen, zoals anderen in gevaarlijke tijden ook al deden, in de hoop de bedreigingen tegen de meest kwetsbaren onschadelijk te maken.

Zoals Lovejoy ook al verklaarde: er is geen enkel excuus om je post te verlaten.

Correctie-11-2016: In een eerdere versie stond per abuis dat Lovejoy in 1846 naar Alton vluchtte, dat moet 1836 zijn en is aangepast.

Vertaling: Hans-Pieter van Stein Callenfels

Foto: Corbis via Getty Images
Foto: Corbis via Getty Images

Our fate was sealed long before November 8 (and not because the election’s rigged) I do not know what kind of America I will wake up to November 9. But I know that the future of America does not hinge on Election Day. What happens to the U.S. will be the cumulative effect of a Trump campaign that has mainstreamed bigotry and is now mainstreaming – or at least severely playing down – white supremacist violence. Lees het verhaal van Sarah hier in het Engels

Lees ook:

Maak kennis met Darren Seals. De zwarte burgerrechtenactivist die mensen wakker wilde schudden Begin deze maand werd Darren Seals (29) vermoord. De activist wilde aantonen dat organisaties en activisten ‘parasiteerden op het zwarte leed’ in Ferguson. Inderdaad is onduidelijk waar het geld dat die organisaties in naam van onder anderen Michael Brown inzamelden terechtkwam, ontdek ik voor dit portret. Lees mijn verhaal hier terug Je kunt pas een ‘echte Amerikaan’ zijn als je wit bent gemaakt Donald Trump is de eerste moderne openlijke ‘witte suprematie’-kandidaat van een van de grote partijen in de VS. Voor hem is witheid een wapen. Daarmee brengt hij Amerika terug naar de achttiende eeuw. Lees mijn essay hier terug Hoe activisten uit Ferguson Donald Trump stil kregen (en triomfeerden in de gemeenteraad) Dit verkiezingsjaar spreek ik onbekende Amerikanen die campagne voeren om hun stad of straat beter te maken. Vandaag: hoe Fergusonactivisten Donald Trump stil kregen en een overwinning vierden in de gemeenteraad. Lees Arjen van Veelens reportage hier terug