Ferney Caicedo glibbert over het bospad terwijl hij een van de paarden omhoog leidt. De regen van afgelopen nacht heeft de beboste helling haast onbegaanbaar gemaakt. Met vier anderen zijn we in het tropisch regenwoud in het uiterste noordwesten van Colombia. De luchtvochtigheid is hier hoog. Onder het petje van de getrainde boswachter komen continu zweetdruppels vandaan.

Voor Caicedo is dit bekend terrein. Op een heldere dag kun je vanaf de bergtop die we beklimmen de Caraïbische Zee zien liggen, vertelt hij. Aan de andere kant ligt de grens met Panama, verscholen in de ondoordringbare jungle van

Caicedo en zijn collega’s vormen een team van bosbeschermers in dienst van de lokale organisatie van Gehuld in fluorescerende oranje veiligheidshesjes en bewapend met machetes en GPS-apparaten trekken ze elke dag door het bos om ontbossing te voorkomen.

Sommige van de bomen die Caicedo moet beschermen reiken tot wel 35 meter hoog. ‘Het hout van zo’n boom levert op de markt veel geld op,’ vertelt hij. Maar de gemeenschap woont te afgelegen om daar rendabel aan te

Foto: Bart Crezee

Foto: Bart Crezee

Dus ging het regenwoud sinds jaar en dag in vlammen op om ruimte te maken voor nieuwe landbouwgrond. Gemiddeld met zo’n 200 hectare per jaar. Met name grootgrondbezitters van buiten de gemeenschap probeerden zo meer waardevolle land in bezit te krijgen.

Dit terwijl Cocomasur een manier heeft gevonden om te verdienen aan het eigen bos. Door de illegale ontbossing te bestrijden, weet de gemeenschap heel veel CO2-uitstoot te voorkomen. En dat is geld waard in de vorm van CO2-rechten, die banken, energiebedrijven of bijvoorbeeld luchtvaartmaatschappijen kunnen opkopen om hun ecologische voetafdruk te verminderen. Dit is mogelijk onder een internationaal handelsmechanisme genaamd REDD,

De Chocó-Darién Conservation Corridor, zoals het REDD-project van de gemeenschap heet, is het eerste gecertificeerde REDD-project in Colombia. In 2012 was het tevens het eerste werkende REDD-project op gemeenschapsland ter wereld.

Die gemeenschapsgrond is belangrijk, vertelt Brodie Ferguson mij via Skype. Ferguson is een Amerikaans antropoloog die het dorp hielp met het opzetten van dit REDD-project. Hij legt uit hoe Afro-Colombiaanse gemeenschappen volgens de Colombiaanse grondwet recht hebben op collectief eigendom over de grond die zij traditioneel bewonen. ‘Hierdoor kon Cocomasur gezamenlijk besluiten over het gebruik van hun land. Hun cultuur en hun identiteit als gemeenschap zijn direct verbonden met het land waarop zij wonen.’

Op de witte T-shirts die Caicedo en zijn team onder hun hesjes dragen wordt dit nog eens onderstreept. ‘Voor de redding van onze culturele identiteit, en het ordelijk beheer van staat er in grote letters opgedrukt.

Hoe deze gemeenschap het heft in eigen hand nam...

Vanaf eind jaren tachtig tot begin deze eeuw werd dit gebied gekenmerkt De Afro-Colombianen werden uit elkaar gedreven en van hun land gezet door extreem-rechtse paramilitairen, betaald door grootgrondbezitters uit steden als Medellín of Bogotá. Die konden zo voor een prikkie enorme lappen grond opkopen om vee op te laten grazen, ten koste van het regenwoud dat moest wijken. Nog altijd passeer je eerst de uitgestrekte veehouderijen van deze landeigenaren wanneer je naar deze Colombiaanse uithoek afreist.

Nog altijd passeer je eerst de uitgestrekte veehouderijen van deze landeigenaren wanneer je naar deze Colombiaanse uithoek afreist

Ook Everildys Córdoba vluchtte met haar kinderen voor het geweld en keerde pas in 2010 terug naar het dorp. Daar zette de charismatische Colombiaanse zich in om de verscheurde gemeenschap van Cocomasur weer op te bouwen. Córdoba - zwart haar, donkere fonkelende ogen - is een natuurlijk leider die op straat continu aangesproken wordt.

Córdoba’s familie is altijd al de kern van de gemeenschap geweest. Haar oom was eerder dorpsleider en droeg in 2009 het idee van REDD als eerste aan. Daarna heeft Córdoba de dagelijkse leiding over het project op zich genomen.

In dit deel van Colombia een onderneming beginnen is haast onbegonnen werk. Er zijn slechts drie manieren waarop de lokale bevolking een inkomen kan winnen: houtkap, werken als dagloner op een van de grote veehouderijen of emigreren naar de stad. ‘Dat is alle drie geen duurzame optie. Bosbescherming via het REDD-programma was daarom de beste manier om te investeren in de gemeenschap,’ vertelt Córdoba.

Caicedo en zijn team doorkruisen een stuk weidegrond op weg naar hun bos. Foto: Bart Crezee

Caicedo en zijn team doorkruisen een stuk weidegrond op weg naar hun bos. Foto: Bart Crezee

...en het project tot een succes maakte

Maar iedereen van dit idee overtuigen was niet gemakkelijk. De gemeenschap van zo’n 2.600 inwoners woont verspreid over negen gehuchten en was na het geweld nog erg verscheurd. Het kostte Córdoba ruim twee jaar om alle inwoners achter het plan te krijgen. ‘Maar degenen die toen de meeste bezwaren hadden, zijn nu het enthousiastst!’ lacht ze.

Regenwoud dat twee jaar geleden nog is gekapt. Foto’s: Bart Crezee

Regenwoud dat twee jaar geleden nog is gekapt. Foto’s: Bart Crezee

Na een uitgebreid proces van voorlichting besloot de hele gemeenschap in te stemmen met het project. Alle verdere boskap voor landbouw was voortaan verboden. Alleen in speciaal aangewezen zones mag nu nog gekapt worden om huizen van te bouwen. Zo is inmiddels bijna 13,5 duizend hectare tropisch regenwoud beschermd.

De logistieke uitdagingen van het project waren legio. Om te beginnen moest het bos in kaart gebracht worden. Caicedo was een halfjaar bezig om de dikte en hoogte van bomen te meten. Vervolgens duurde het nog een halfjaar voordat deze informatie was vertaald naar concrete CO2-rechten. Maar zo weet iedereen nu wel precies hoeveel koolstof er in het bos zit opgeslagen.

In 2012 werden daarmee de eerste honderdduizend CO2-rechten op de markt aangeboden. Gedurende dertig jaar is er een verminderde uitstoot van 2,8 miljoen ton CO2 gepland, wat gelijk staat aan het van de weg halen van

Op pad tegen illegale ontbossing

Met Caicedo komen we aan bij een kale vlakte. Twee jaar geleden heeft een grootgrondbezitter van buiten de gemeenschap dit alsnog illegaal gekapt. Boomstronken liggen verspreid tussen het gras weg te rotten. Straks laat hij zijn koeien hier ook grazen.

Caicedo: ‘Deze bossen moeten we beschermen voor de CO2-rechten, maar ook om het water vast te houden en erosie te voorkomen. Daar profiteren de veehouders op de lange termijn ook weer van.’

Dit kan gevaarlijk zijn: sommige houthakkers zijn bewapend

Daarnaast helpt het project de biodiversiteit van de regio in stand te houden. Recent hebben dorpsbewoners nog een wilde tijger gespot: een teken van een

Caicedo legt uit dat wanneer ze illegale houtkappers tegenkomen, ze simpelweg het gesprek aangaan. ‘Om uit te leggen dat dat kappen verboden is in dit gebied.’ Dat kan gevaarlijk zijn: sommige houthakkers zijn bewapend. Voorheen durfde niemand de illegale houthakkers te stoppen. Maar Caicedo weet zich nu gesterkt door de hele gemeenschap die achter hem staat.

‘Maar ons doel is vooral preventief,’ zegt hij. ‘Simpelweg door elke dag in het bos te zijn.’ En dat werkt. De verdere uitbreiding van landbouwgrond is door de gemeenschap een halt toegeroepen.

Maar marketing werd de grootste uitdaging

Het beschermen van het bos is één ding, het verkopen van de CO2-certificaten een tweede. De CO2-uitstoot die met het project voorkomen wordt verkoopt Cocomasur op een internationale handelsmarkt. Maar dat gaat nog niet zo makkelijk.

De problemen begonnen in 2012, vertelt Ferguson. ‘We gingen de markt op om de eerste CO2-rechten te verkopen. Maar toen bleek dat de vraag die we in 2009 voorzien hadden helemaal niet meer bestond.’

Inwoners uit de gemeenschap steken een rivier over. Foto: Bart Crezee

Inwoners uit de gemeenschap steken een rivier over. Foto: Bart Crezee

Wereldwijd bestaan er waarvan het de bekendste is. Maar die markten gelden alleen voor specifieke industriële sectoren. Internationale handel in REDD-certificaten is vaak nog geen onderdeel van deze handelssystemen en vindt dus op vrijwillige basis plaats.

Ferguson moest daarom zelf heel actief kopers benaderen. ‘Maar niemand heeft de verplichting om CO2-compensatie te kopen. Dat maakt projecten als het onze op de lange termijn financieel niet duurzaam.’

In totaal werd er vorig jaar 27,3 miljoen ton CO2 verhandeld op de vrijwillige compensatiemarkt. Tegelijkertijd bleef er 39,7 miljoen ton onverkocht achter. Dus voor elk CO2-recht dat werd verkocht, bleven er 1,6 op de plank liggen.

Ondertussen brengen REDD-projecten elk jaar nieuwe CO2-rechten op de markt. Alleen dit jaar naar verwachting al zo’n 40 miljoen ton. Daarmee komt het totale overschot op bijna

Door dit alles is de prijs van CO2-rechten uit REDD-projecten al jaren extreem laag. In 2012 bedroeg de gemiddelde prijs nog in 2013 zakte die al naar ongeveer 5 dollar, in 2014 naar 4 dollar en vorig jaar schommelde de prijs nog maar net boven de ‘De markt laat het volledig afweten,’ aldus Ferguson.

Dit jaar steeg de prijs van een ton CO2 weer licht, naar als gevolg van het klimaatakkoord van Parijs en in de luchtvaart. Ferguson hoopt dat de luchtvaartsector gebruik gaat maken van REDD om haar uitstoot te compenseren. Dat zou de lage vraag in elk geval deels kunnen opheffen.

Caicedo op patrouille in het regenwoud. Foto: Bart Crezee

Caicedo op patrouille in het regenwoud. Foto: Bart Crezee

Verder investeren lukt niet meer

Sinds 2013 is het voor Cocomasur heel moeilijk geweest om rond te komen. De inkomsten uit de verkoop van CO2-rechten gaan namelijk naar twee zaken: het afbetalen van de gemaakte schulden voor het opzetten van het project, en de doorlopende bedrijfskosten, zoals administratie, patrouilles in het bos en nieuwe certificeringsrondes.

Alle overige inkomsten uit de verkoop moeten naar een ‘ontwikkelingsfonds’ gaan. Een fonds voor zonnepanelen, een gezondheidskliniek of andere prioriteiten die Cocomasur gezamenlijk opstelt. Het probleem: de verkoop van CO2-rechten is nu al te laag om de lopende kosten te dekken.

‘Een minimumprijs van bijvoorbeeld 10 dollar per ton CO2 zou REDD-projecten wereldwijd enorm helpen’

‘Toen we dit project begonnen, was de verwachting dat de koolstofprijs 10 tot 20 dollar per ton zou zijn,’ zegt Ferguson. ‘Maar de prijzen zijn nu veel lager. Dat is een fundamenteel probleem. Je wilt de inkomsten uit koolstof gebruiken om andere vormen van werkgelegenheid voor de gemeenschap te creëren, bijvoorbeeld met microfinanciering voor kleine bedrijfjes. Daar kunnen we nu niet in investeren.’

Hoe zou een oplossing eruit moeten zien? ‘Een minimumprijs van bijvoorbeeld 10 dollar per ton CO2 zou REDD-projecten wereldwijd enorm helpen,’ denkt Ferguson. ‘Dat zou een echte stimulans vormen om de uitstoot van bijvoorbeeld de luchtvaart terug te dringen. Maar het betekent dat iemand het prijsverschil moet betalen. De tickets worden dan wel duurder.’

Daar moeten bedrijven dus wel toe gedwongen worden. Het is uiteindelijk een vorm van belasting, een koolstoftaks, wil Ferguson maar zeggen. ‘Dat vereist politieke wil.’

Desondanks heeft dit project een voorbeeldfunctie

Ondanks de financiële problemen is het project wel degelijk een succes, meent Córdoba. Juist door het gemeenschapsgevoel dat is gecreëerd. ‘Het project is gezamenlijk geïmplementeerd. Het heeft structuur in een voorheen verscheurde gemeenschap gebracht.’

Foto: Bart Crezee

Foto: Bart Crezee

Er zijn ruim dertig banen gecreëerd om het project draaiende te houden, waaronder die van Caicedo. Ook is er geïnvesteerd in een kantoor en computers. ‘Dit geeft Cocomasur de mogelijkheid om in de toekomst andere projecten voor de gemeenschap te organiseren. We staan er daardoor veel sterker voor.’

Córdoba is er ook trots op dat alles is opgezet zonder overheidssteun. ‘We kregen nooit enige steun of financiering van buitenaf. Maar iedereen ziet nu dat we goed werk hebben geleverd.’ Sinds kort helpt Cocomasur daarom met het opzetten van REDD-projecten in andere delen van het land. De regering ziet het project als een voorbeeld van REDD voor Colombia.

Voor Ferguson is het belangrijkste punt van REDD uiteindelijk de bewustwording. ‘Niemand vindt vervuilen leuk of gaat met plezier zijn uitstoot compenseren. En REDD is altijd een tijdelijke oplossing voor het klimaatvraagstuk.’ Maar door directe compensatie aan te bieden, worden organisaties en consumenten zich wel bewust van hun impact op het klimaat, denkt hij. ‘En de inheemse gemeenschappen in Colombia worden weer meer bewust van de mogelijkheden die hun eigen land hen biedt.’

‘We hebben dankzij REDD weer een toekomst voor onszelf kunnen claimen,’ aldus Caicedo.
Sinds twee weken gaat ook de tiener Kevin met hem mee op patrouille. Hij is net van school en wordt door Caicedo getraind als boswachter. ‘Ik leer graag over ons land. Zodat ik het voor de gemeenschap kan verdedigen.’

Dit is het vijfde verhaal in mijn serie over CO2-compensatie. Het is mede mogelijk gemaakt met steun van het Postcode Loterij Fonds van

Lees ook:

REDD het bos! Of waarom inheemse volken cruciaal zijn voor de strijd tegen klimaatverandering Niet alleen in de Verenigde Staten zetten inheemse volken hun landrechten in om een bijdrage te leveren aan het klimaat. De rechten van inheemse groepen in de Amazone zijn net zo belangrijk voor het tegengaan van de opwarming van de aarde. Lees mijn reportage hier terug Deze boeren planten bomen om onze vlieguitstoot te compenseren. En krijgen daar zelf ook veel voor terug Om onze vlieguitstoot te compenseren, planten boeren in Bolivia bomen in plaats van ze te kappen. Een win-winsituatie: zowel voor het klimaat als de lokale boer. Lees het verhaal hier terug Zo compenseren bomen jouw vlieguitstoot (en hierom is dat belangrijk) 2016 wordt het warmste jaar ooit en dat komt door broeikasgassen. Een van de efficiëntste oplossingen: bomen. Maar hoe werkt dat: klimaatcompensatie door bossen? En: hoeveel bomen moeten er voor mijn vlucht geplant worden? Lees de analyse hier terug