‘Geweldloosheid betekent dat je de menselijkheid ziet in je vijand.’

‘En als die vijand jouw menselijkheid ontkent? En ook nog eens de wet aan zijn kant heeft?’

Je verwacht de samenvatting van een boek op de achterflap, maar bij van Christine Otten staat hij bovenaan pagina 153. In het werk, een geromantiseerde versie van het levensverhaal van de burgerrechtenstrijder Robert F. Williams, beschrijft ze vanuit het perspectief van zijn vrouw en zoon hoe Williams in opstand kwam, mensen mobiliseerde om te strijden tegen ongelijkheid en uiteindelijk moest vluchten naar Cuba en China omdat hij het leven in Amerika niet langer zeker was.

Zijn verzet tegen de segregatie begon vredig: hij haalde ijsjes op plekken waar zwarten niet naar binnen mochten, in de wetenschap dat hij daar voor het oog van de gemeenschap opgepakt zou worden, en hij organiseerde marsen.

Maar toen de demonisering van de burgerrechtenbeweging (Williams was staatsvijand nummer 1 volgens de FBI) zorgde voor geweld tegen de beweging, toen op dezelfde dag twee witte mannen die waren beschuldigd van zware mishandeling van twee zwarte vrouwen werden vrijgesproken, was voor hem de maat vol.

Hij schreef een pamflet waarin hij de onmogelijkheid van geweldloos verzet, maar ook de gevaren van gewelddadige wedervergelding beschrijft. Een boek dat later beschouwd zou worden als een van de belangrijkste inspiratiebronnen van de

De actuele thema’s waar dit boek om draait

In het boek van Otten, waarvan een bewerking sinds deze maand ook te zien is als staan twee thema’s centraal. Het eerste: hoe verhouden onrecht en eigenrichting zich tot elkaar? Dat onderwerp onderzoekt ze nauwkeurig door veel geschiedenis (rechtszaken, protestmarsen, literatuur) in het verhaal te verweven.

In hoeverre kun je je écht verplaatsen in een ander?

Ook zet ze steeds personages in die alle voor- en nadelen van al dan niet gewelddadig verzet representeren. Een witte vrouw die zich aanmeldt bij de Freedom Riders, maar ook de vrouw van Williams, die constant worstelt met de veiligheid van haar kinderen versus het steunen van de beweging van haar man en het vinden van haar eigen stem.

Het tweede thema is iets wat de lezer zich ook buiten het boek om, rondom de schrijfster zelf, kan afvragen: in hoeverre kun je je écht verplaatsen in een ander? Want hoewel gefictionaliseerd, schrijft Otten, een witte vrouw uit een arbeidersmileu in Deventer, het boek uit naam van de zoon en vrouw van Williams - leden van een zwart gezin dat zichzelf probeerde los te vechten uit de rassenongelijkheid van het Amerikaanse zuiden van de jaren zestig.

NRC Handelsblad hier eerder over: ‘De witte schrijfster Christine Otten schrijft een biografische roman over de zwarte activist Robert F. Williams. Is dit culturele toe-eigening?’ De conclusie van de krant: nee, want ze vertelt het verhaal niet zelf, maar laat de mensen die erbij waren het verhaal doen.

Robert en Mabel Williams. Foto: Freedome Archives

Robert en Mabel Williams. Foto: Freedome Archives

Is dit empathie of culturele toe-eigening?

Otten zelf blijkt kritisch op haar rol binnen het verhaal en nuanceert die. Volgens haar zit het zo waardig mogelijk overbrengen van een verhaal ‘m niet alleen in het gekozen perspectief, maar vooral in het durven verliezen van jezelf. Tot op het punt dat je jezelf durft te identificeren met een ander.

Op schrijft ze: ‘Ik schrijf omdat ik niet opgesloten wil zijn in mijn eigen wereld, mijn eigen leven, mijn eigen lichaam. Door romans te schrijven kan ik iemand anders zijn, een man, of zwart, oud, of weer kind, een moslim, een crimineel, een muzikant, een psychiater. Ik schrijf omdat ik me wil verbinden met andere mensen.’

Als ik tegenover haar zit in een Amsterdams café - met bediening op basis van het recht van de sterkste en chocomel op basis van water - blijf ik me afvragen in hoeverre je de grenzen van die ‘transformatie’ kunt opzoeken zonder dat je een verhaal, geschiedenis of persoon geweld aandoet.

Zeker omdat Otten niet zelf het leed en de strijd kent van die moslim of zwarte persoon waarin ze zich verplaatst en die ‘rol’ weer kan afschudden als ze uitgeschreven is. Dus vraag ik haar: wat gebeurt er als een witte vrouw in de huid van een zwarte man en vrouw kruipt en namens hen het woord doet?

Otten: ‘Tien jaar geleden had je me deze vraag niet gesteld. Dat er meer bewustzijn begint te komen, meer gevoeligheid voor de manier waarop verhalen verteld worden, en vanuit welk perspectief, is een goede zaak. Maar je kunt ook doorslaan in de consequenties die je daaraan verbindt. Stel je voor dat je alleen nog maar over je ‘eigen’ mensen zou mogen schrijven, dat is toch een doodeng idee? Volgens mij is het juist op het moment dat je je zodanig verdiept in een ander dat je je ermee begint te identificeren, dat we nader tot elkaar gaan komen.’

YouTube

In deze Ted Talk gaat Christine verder in op de vragen rondom culturele toe-eigening.

Het schrijven komt voort uit herkenning

Otten schrijft al zeventien jaar over de zwarte burgerrechtenbeweging in Amerika. Dat begon met een boek de revolutionaire dichters uit Harlem, New York, die volgens velen de soundtrack van Black Power en de grondleggers van hiphop waren. Een levensveranderende ervaring, volgens de auteur. Niet omdat Harlem een nieuwe wereld was - juist omdat het er voelde als thuiskomen.

Ze legt uit dat het door Umar Bin Hassan kwam, een van de Last Poets. ‘Ik was in New York beland via mijn zoon, een hiphopliefhebber, die me op hun spoor zette. Ik dacht dat we het gingen hebben over de kunst en de muziek, maar de eerste keer dat ik Umar sprak, ging het over onze vaders. Ik kom uit de arbeidersklasse, mijn vader kwam uit een arm milieu en van beide kanten was mijn familie vrij radicaal: ik kom uit een lange lijn van anarchisten. Dat doet iets met je blik op de wereld, je perceptie van de maatschappij en je begrip van hoe machtsstructuren ontstaan. Mijn vader is, omdat hij heel intelligent was maar in een omgeving opgroeide waarin daar geen ruimte voor was, verknipt geraakt. En dan moet je als kind voor jezelf gaan zorgen. De vader van Umar was een begaafd muzikant maar die werd hartstikke gek vanwege een combinatie van racisme, onderdrukking en armoede. Twee vaders, twee nooit waargemaakte beloftes vanwege hun sociale context. Dat schepte zo’n enorme herkenning en daar begon de band.’

Vergelijkbaar zal ze hun verhalen nooit noemen, daarvoor weet ze intussen te veel over zwart-wit-verhoudingen en witte privileges. ‘Maar het is wel een gemeenschappelijkheid die een gaatje creëert, waardoor je andermans belevingswereld, pijn en liefde kunt zien en laten binnenkomen. Om Umars context te begrijpen ben ik me in de Afro-Amerikaanse cultuur gaan storten, al zijn vrienden en familieleden gaan spreken, gaan lezen. En als ik heel eerlijk ben, voel ik me sinds die tijd niet helemaal wit meer - dit was een levensveranderende ervaring.’

Het besef dat ze voor altijd veranderd was, kwam toen ze terug naar Nederland ging. ‘Toen zag ik hoe ik in een witte bubbel had geleefd. Je leeft in de stad tussen allemaal verschillende mensen, maar je registreert vooral mensen die op jou lijken. Dat is comfortabel.’

Wat Otten wil

Is Otten een tolk? Zoals een tolk is? Een witte vrouw die mede-witten aanspreekt op ongelijkheid en racisme, en waar eerder naar wordt geluisterd omdat ze op hen lijkt?

Otten: ‘Zeker. En het is treurig dat er nog tolken nodig zijn, maar veel mensen registreren simpelweg alleen hun eigen kring, zetten vervolgens de mening van een ander buitenspel omdat ze zich niet in diegene herkennen. Het is het perfecte excuus om je niet aangesproken te hoeven voelen. Maar steeds minder mensen pikken die smoes.’

‘We moeten kritisch blijven op wie welk verhaal vertelt en waarom. Maar niet tot het punt dat we bang worden’

En toch, als Otten snapt wat er gebeurd is, en het idee heeft zich te kunnen verplaatsen in de vrouw en zoon van Williams: waarom is het boek dan toch een roman, en geen biografie? ‘Vanwege de afstand. Dit boek is een persoonlijk verhaal, maar het is ook een geschiedenisverhaal en een filosofie. Door het personage van [een student die in het boek een werkstuk maakt over Williams en daardoor constant vragen kan stellen, VM] een rol in het boek te geven ontstond er bijvoorbeeld veel meer ruimte voor de feitelijke geschiedenis.’

Otten: ‘Mabel en Robert Williams voelen op een bepaalde manier dichterbij dan mijn eigen buurvrouw. Dat gevecht voor het recht om er te mogen zijn, dat mag je zien als iets universeels - zonder dat je daarmee afdoet aan de grote verschillen die er onderling zijn. Het erkennen dat we allemaal voortkomen uit een sociale context, dat is het voornaamste. Is die context hetzelfde? Natuurlijk niet. En we moeten kritisch blijven op wie welk verhaal vertelt en waarom. Maar niet tot het punt dat we bang worden dat er geen gemeenschappelijkheid is, of kan zijn, en ons daarom maar niet meer in elkaar proberen te verplaatsen. Je kunt je pas openstellen voor een ander als je iets van jezelf durft te verliezen.’

Al onze verhalen over o.a. media, maatschappij en beeldvorming in je mail ontvangen? Je kunt je hier inschrijven voor onze maatschappij & hiphopnieuwsbrief. We versturen hem om de week, met elke keer een overzicht van al onze eigen producties, plus een overzicht van de mooiste verhalen en video's uit andere media. Schrijf je hier in

Lees ook:

Deze man herschrijft de Amerikaanse geschiedenis Voormalig middelbareschooldocent Anthony Collins schrijft geschiedenislessen voor alle openbare scholen van New York. Bijzonder: hij zet daarbij hiphop in om te onderwijzen over de vaak verborgen en verzwegen zwarte geschiedenis van Amerika. Lees mijn profiel hier terug Luister naar Run The Jewels, een stem van rede én verzet in tijden van Trump Dit artikel telde in eerste instantie 10.000 woorden. 5.000 daarvan waren lyrics, quotes en grappen van de mannen zelf, nog een stuk of 3.000 waren superlatieven. Want is er geschiktere én betere muziek om nu te luisteren dan Run The Jewels? Luister zelf maar. Lees mijn aanbeveling hier terug