Uit de serie Fluorecent Signals van Lisa van Casand

Neem de blinde darm, de verstandskies, of het stuitje. Het zijn lichaamsdelen die we niet meer nodig hebben maar die de evolutie nog niet voor ons heeft ‘opgeruimd.’ Geeft niets, tot zo’n appendix of verstandskies gaat ontsteken: ‘dan krijg je bijwerkingen van iets dat toch al niet nuttig was,’ zegt Witte Hoogendijk, hoogleraar, psychiater, en afdelingshoofd psychiatrie bij het Erasmus MC. Precies zo is stress vaak een bijwerking van een systeem dat millennia goed heeft gewerkt – maar ons tegenwoordig vaker in de weg zit dan helpt.

‘Stress’ is een van de voornaamste individuele én collectieve vijanden van deze tijd. We krijgen het De WRR kwam eerder deze week nog met een rapport over de stress die ‘flexwerken’ met zich meebrengt. van ons werk, door onze apparaten, door onszelf en door elkaar. Het slurpt energie, en wanneer we er te lang last van hebben, worden we ziek: we raken overspannen, angstig of depressief, krijgen last van maagzweren, hoge bloeddruk, huidaandoeningen en hartritmestoornissen. Een op de acht werknemers heeft burn-outklachten, en meer dan 1 miljoen Nederlanders maakt jaarlijks een depressie door; deze aantallen zijn de afgelopen decennia rap gestegen en hebben als gemene deler dat ze vaak vooraf worden gegaan door chronische stress.

We besteden flink geld aan zelfhulpboeken die ons een leven zonder stress beloven, cursussen die ons leren ermee om te gaan, en medicijnen die de mentale en lichamelijke gevolgen ervan moeten onderdrukken. En de wetenschappelijke literatuurstapel, vertelt Hoogendijk, groeit elke twee minuten met een nieuw artikel over stress. Hoe heeft deze plaaggeest zo groot kunnen worden?

Wie stress wil begrijpen, beginne bij Darwin

Om die vraag te beantwoorden schreef Hoogendijk samen met Volkskrant-journalist en auteur Wilma de Rek het boek Meer over het boek vind je op de website van de uitgever. Van big bang tot burn-out: Het grote verhaal over stress, dat deze week verscheen. Daarin plaatsen ze stress in evolutionair perspectief. Want stress mag een modern probleem lijken, eigenlijk is het van alle tijden – en het is lang niet alleen maar slecht.

De Rek en Hoogendijk stellen dat stress de drijvende kracht achter de evolutie is, maar ook dat De hoge aantallen burn-outklachten en depressies zijn nieuw; huisartsen stellen de diagnose ‘depressie’ twee keer zo vaak als tien jaar geleden. Volgens het Trimbos-instituut, dat al lang onderzoek doet naar de psychische gezondheid van Nederlanders, krijgt een derde van de bevolking op enig moment in zijn leven te maken met een stress-gerelateerde aandoening. De Wereldgezondheidsorganisatie schat dat depressie rond 2030 volksziekte nummer 1 zal zijn. het gevolg is van een lichamelijk systeem dat nog niet is ‘mee-geëvolueerd’ met de technologische, sociale en culturele veranderingen van de afgelopen De Volkskrant maakte een hier een mooie animatie over. paar honderd jaar. Het slechte nieuws: aan onze evolutionaire opmaak is (vooralsnog) weinig te doen. Het goede nieuws: van die wetenschap kan troost uitgaan.

Wat ís stress eigenlijk?

Wat we stress noemen, vertelt Hoogendijk, bestaat in feite uit twee componenten: de stressor en de stressrespons. Wanneer er een eis aan je wordt gesteld ‘waaraan je niet kan voldoen zonder in actie te komen’ – een stressor – komt je lichaam met een respons: het maakt cortisol en adrenaline aan, je hartslag en waakzaamheid gaan omhoog en je krijgt een zenuwachtig gevoel De ‘stresshormoon-as’ van hypothalamus, hypofyse en bijnier wordt actief zodra een organisme een stressor registreert. De hypothalamus zet de hypofyse ertoe aan een stofje te produceren dat via de bloedbaan naar de bijnierschors stroomt, waarop de bijnierschors cortisol afscheidt. Ook coördineert de hypothalamus via de zenuwen de afgifte van adrenaline en noradraneline uit het bijniermerg (naar de bloedbaan), de afgifte van noradrenaline uit de zenuwuiteinden in de hartspier en in de hersenen zelf. Deze fysiologische acties geven een opgejaagd gevoel; doordat tegelijkertijd het spijsverteringskanaal wordt aangezet tot ontlasting (zodat er meer bloed naar de spieren kan gaan voor het geval je moet vechten of vluchten) ontstaat een nerveus gevoel in je buik. Die verhoogde staat van paraatheid helpt je om te vluchten of te vechten. Maar ze roept ook allerlei emoties op: angst, zenuwachtigheid, een gevoel van gevaar en gejaagdheid: het ‘stressgevoel.’

De geschiedenis van het leven ís de geschiedenis van stress

Tot zover stress op individueel niveau. Want, zegt De Rek: ‘Eigenlijk is onze hele cultuur één grote stressreactie op stressoren van vroeger. Alleen onder evolutionaire druk – in de vorm van hongersnoden of natuurrampen of wat dan ook – past een soort zich aan.’ Organismen die het best zijn aangepast aan wat de omgeving van hen vraagt – of: die het best zijn opgewassen tegen de belangrijkste stressoren – hebben de grootste kans zich voort te planten, en geven zo hun genetische eigenschappen door. Dat had Darwin al bedacht, natuurlijk, Tot het begin van de vorige eeuw werd het woord ‘stress’ vooral gebruikt in de natuurkunde en de metaalindustrie, om de interactie te beschrijven tussen een kracht en weerstand tegen die kracht. De Amerikaanse fysioloog Walter B. Cannon (1871-1945) gebruikte de term voor het eerst in medische context, gekoppeld aan het idee van homeostase: de constante pogingen van een organisme om een innerlijke equilibrium te behouden door verstoringen van lichaamstemperatuur, lichaamssappen, metabolisme en ademhaling voortdurend tegen te werken.
De Oostenrijks-Hongaars-Canadese biochemicus Hans Seyle (1907-1982) is het meest invloedrijk geweest in de formulering van ons huidige stressbegrip. In de jaren dertig van de vorige eeuw kwam hij met de term "general adaptation syndrome": een fysiologisch reactiemechanisme op een plotselinge toename van de eisen die aan een organisme worden gesteld. Na de Tweede Wereldoorlog combineerde hij dit concept met het stressconcept dat ontwikkeld was door de Amerikaanse fysioloog Walter B Cannon (en door legerartsen die onderzoek hadden gedaan naar de weerbaarheid van vechtpiloten. Seyle maakte een onderscheid tussen de stressor (datgene wat stress veroorzaakt) en stress (de adaptieve, biochemische reactie van het lichaam op die stressor), en definieerde stress als: "de niet-specifieke respons van het lichaam op een eis die eraan wordt gesteld" ("the non-specific response of the body to any demand made upon it"). Cruciaal voor Seyle was het feit dat een langdurige staat van stress uiteindelijk tot uitputting leidde.
Bron: Anna Katharina Schaffner, Exhaustion, A History (Columbia University Press, 2016)

De Rek en Hoogendijk doen dat wel, en presenteren in hun boek een ‘big history of stress.’ Neem de ‘hete oersoep’ waarin het leven op aarde zich 3,5 miljard jaar geleden afspeelde. Eencelligen die zogenaamde ‘heatshockeiwitten’ aanmaakten om hun membranen te beschermen tegen hoge temperaturen, hadden evolutionair gezien een streepje voor en plantten zich voort: de hitte was de ‘stressor,’ de respons een heatshockeiwit. 600 miljoen jaar geleden kreeg je competitie en botsingen tussen al die eencelligen, en als reactie ontstond meercellig leven. Toen 350 miljoen jaar geleden de eerste reptielen zich aan land begaven, vormden conflicten rondom voedsel en paringspartners een belangrijke stressor: de respons bestond uit de ontwikkeling van basale emoties.

En zo verder, enzovoorts: de geschiedenis van het leven ís de geschiedenis van stress.

Evolutie is traag...

Het mes snijdt aan twee kanten: je kan evolutie uitleggen als het gevolg van stress, maar tegelijkertijd veroorzaakt evolutie ook stress. Of beter, de relatieve traagheid van evolutie: ons stressresponssysteem bestaat grotendeels uit onderdelen die al vroeg ‘Die heatshockproteïnen bijvoorbeeld, die maak je nu óók nog steeds aan als je kind tegen je staat te gillen,’ zegt De Rek. ‘Daar heb je helemaal niets aan, maar het gebeurt wel.’ Hoogendijk: ‘De ontwikkeling van de primitieve onderdelen van dat systeem is praktisch opgehouden toen al het leven zich nog onder water afspeelde.’

De ontwikkeling van ons stress-systeem is praktisch opgehouden toen al het leven zich nog onder water afspeelde

Er is sindsdien nog wel iets veranderd: bij zoogdieren heeft het limbisch systeem zich verder ontwikkeld, waardoor er meer emoties bij de stressrespons betrokken zijn, en bij primaten heeft de groeiende hersenschors voor meer bewustzijn gezorgd – maar de basis bleef Het stressresponssysteem is ontwikkeld om, onder andere, de celwand te beschermen, indringers te verzwelgen, de spieren van voldoende bloed en suiker te voorzien, en om een organisme te onderdrukken (‘deprimeren’) en zo de overlevingskansen te vergroten bij aanhoudend gevaar. (Een muis die wordt belaagd door een roofvogel kruipt weg in zijn holletje en ‘deprimeert zichzelf’: hierdoor hoeft hij niet naar buiten en heeft hij dus een grotere kans op overleven.)

Miljoenen jaren werkte dat prima, zegt Hoogendijk: het stelde ons in staat te vluchten wanneer er een leeuw op ons pad kwam, of te vechten wanneer iemand van een andere stam er met ons voedsel vandoor dreigde te gaan. Maar tegenwoordig hebben we met hele andere stressoren van doen: ‘Ze zijn in aantal toegenomen en ze zijn abstracter.’

Sinds de agrarische revolutie – zo’n twaalf- tot tienduizend jaar geleden – en al helemaal sinds de industriële revoluties van de achttiende en negentiende eeuw, is de mens de wereld steeds meer naar zijn hand gaan zetten. Dat was een Verstedelijking en industrialisatie maken het als soort gemakkelijker om je te weren tegen kou, honger, en andere basale gevaren. zoals voedselschaarste, maar tegelijkertijd schiep die ook weer nieuwe – van drukbevolkte steden tot toeterende auto’s tot een enorm gegroeide stroom aan informatie.

Veel van onze stressoren zijn tegenwoordig letterlijk denkbeeldig

Bovendien zijn veel van onze stressoren tegenwoordig letterlijk denkbeeldig: we creëren ze met taal, bewustzijn, en fantasie. Denk aan: zorgen omdat je kind misschien wordt gepest, het vermoeden dat je geliefde vreemdgaat, of zenuwachtigheid over wat de nieuwe president van de Verenigde Staten nú weer in zijn schild voert.

Bij zulke stressoren heeft ‘vechten’ of ‘vluchten’ niet zoveel zin. Toch reageert ons lichaam nog precies zoals het dat altijd heeft gedaan: met die cortisol en die adrenaline en die hartkloppingen Hetzelfde argument kom je tegen rondom obesitas: onze lichamen reageren nog op voedsel zoals ze dat deden toen voedsel nog schaars was, en in een tijd van voedsel in overvloed en weinig lichamelijke beweging gaat onze eigen genetische opmaak ons in de weg zitten. En wie dat vaak en lang genoeg ondergaat, raakt op den duur uitgeput – of erger.

….en moderne ontwikkelingen gaan snel

De Rek en Hoogendijk leggen veel nadruk op de Dat zijn er eigenlijk drie, zegt Hoogendijk: 1) Internet, 2) Sociale media / smartphone / mobile internet en 3) Zelflerende computers/ kunstmatige intelligentie. die zo’n twintig jaar geleden begon: in hun boek duiken internet en smartphone geregeld op als moderne stressoren. En niemand zal ontkennen dat zulke uitvindingen onze levens ingrijpend hebben veranderd, In dit stuk doet Wouter van Noort bijvoorbeeld verslag van het groeiende ‘verzet’ tegen de iPhone. niet altijd in positieve zin.

Maar ook in de zestiende eeuw klaagden mensen over Zie bijvoorbeeld het boek ‘Too much to know van Ann Blair’ over information overload in de zestiende eeuw. information overload, de eerste treinreizigers werden misselijk van deze Over de trein als nieuw medium, zie The Railway Journey van Wolfgang Schivelbusch. onnatuurlijke manier van reizen, en aan het eind van de negentiende eeuw was zenuwzwakte, onder meer veroorzaakt door telefoon, telegraaf en andere media, Over zenuwzwakte schreef ik eerder in mijn essay over energie als heilige graal van onze tijd. een veelvoorkomende ziekte. Is het toenemende aantal stressgerelateerde aandoeningen dan niet vooral een kwestie van veranderende diagnostiek?

Dat speelt zeker een rol, zegt Hoogendijk – en het feit dat de farmaceutische industrie gebaat is bij een zo groot mogelijke groep mensen met het etiket ‘depressie’ verklaart ook Vandaar dat De Rek en Hoogendijk in hun boek ook pleiten voor een strengere controle op de farmaceutische industrie, en voor een systeem waarin huisartsen de resultaten en bijwerkingen van antidepressiva onder hun eigen populatie bijhouden en registreren bij een centraal en onafhankelijk orgaan. Bovendien, zegt De Rek, zijn ‘succes’ en ‘geluk’ in de prestatiemaatschappij zo maatgevend dat wie onsuccesvol of ongelukkig is al snel als afwijkend geldt. Toch: ‘Ik denk niet dat zoiets als zenuwzwakte zo wijdverspreid was als overspannenheid, burn-out en depressie nu. Technologische verandering is van alle tijden, maar het gaat nu wel heel erg hard.’ We staan vierentwintig uur per dag bloot aan stressoren, ‘en dat is echt nieuw.’

In het Antropoceen creëert de mens zijn eigen evolutionaire druk

Hoogendijk vertelt dat hij in zijn spreekkamer vaak mensen treft ‘die het idee hebben dat ze de grip op hun omgeving kwijt zijn. Dat heeft ook met technologische ontwikkelingen te maken: dan zijn ze bijvoorbeeld bang dat hun patiëntendossier Toegegeven, het gevoel geen controle te hebben zou ook een symptoom kunnen zijn van depressie, maar misschien is het eveneens deels de oorzaak, speculeert Hoogendijk.

Bovendien: ‘Moderne stressoren zijn vaak onontkoombaar.’ Denk aan klimaatverandering of de massale uitsterving van soorten. Hoogendijk: ‘We leven nu in het antropoceen, het tijdperk waarin de mens zijn leefomgeving onomkeerbaar verandert. Een bijeffect daarvan is dat hij ook zijn eigen evolutionaire druk creëert. De ijstijd deed de neanderthaler uitsterven, meteorieten en vulkaanuitbarstingen betekenden het einde van de dinosaurus. De mens maakt het zichzelf nu wel heel moeilijk – en dat is misschien wel de grootste stressor van allemaal.’

Meer dan troost?

Als diagnose is een ‘verouderd’ stressresponssysteem weinig opbeurend: aan je genetische opmaak valt vooralsnog immers weinig te veranderen. Toch zegt De Rek ‘hoopvol’ te zijn: ‘We hebben het nu vele malen beter dan vroeger. Onze leefomgeving is prettiger, we worden ouder, en we gaan niet meer dood aan de pest of tbc.’ En aan het feit dat we genetisch niet zijn toegerust op de gevolgen van de agrarische, industriële en digitale revoluties kunnen we weliswaar niet veel doen, je kan het wel ‘bypassen’ – er slim omheen manoeuvreren.

Dit is een reactie van mijn verouderde systeem. Er dreigt geen écht gevaar

Want: wanneer we beseffen dat we evolutionair gewoon een beetje ‘achterlopen’ dan kunnen we, steeds wanneer het zweet ons uitbreekt door een printer die niet meewerkt of de angst ontslagen te worden, tegen onszelf zeggen: ‘dit is een reactie van mijn verouderde stressresponssysteem – er dreigt geen echt gevaar.’

Concreter maatregelen zijn er ook: je kan het aantal stressoren waarmee je te maken krijgt wat verkleinen – door je telefoon af en toe uit te schakelen bijvoorbeeld, of de kring mensen met wie je in contact staat beperken tot diegenen ‘die er toe doen.’ Hoogendijk: ‘We hebben 200.000 jaar in kleine gemeenschappen geleefd, waarbij we veel buiten waren en veel bewogen. In de afgelopen tweehonderd jaar zijn we ineens heel anders gaan leven – dat is mogelijk te snel gegaan. Iets meer naar buiten en bewegen, en iets meer leven in het hier en nu – wat mindfulness en psychotherapie ook beogen – is dus helemaal geen gek idee.’

In hun boek geven Hoogendijk en De Rek aanknopingspunten voor grotere, meer beleidsmatige maatregelen – al koppen ze die niet altijd in. Bijvoorbeeld: hoewel onze reactie op stress genetisch bepaald is, is de wijze waarop die genen tot uitdrukking komen nog wel enigszins beïnvloedbaar – van buitenaf, door onze omgeving, én van binnenuit, Epigenetica is het onderzoeksterrein dat zich bezighoudt met de ‘niet-statische kant’ van DNA: de werking van onze genen wordt deels beïnvloed door factoren van buiten – milieu – en van binnen, zoals leefwijze. Basen in een gen kunnen worden ‘dichtgemetseld’ met chemische verbindingen, zogenaamde ‘methylgroepen’: wanneer dat gebeurt, kan de code op een gen niet worden afgelezen, of juist extra toegankelijk gemaakt worden. Histoneiwitten, waar de chromosomen omheen zitten, kunnen de codes op die chromosomen ook meer of minder toegankelijk maken. De manier waarop dat gebeurt, ligt niet vast. Wie bijvoorbeeld in de eerste vier jaar van zijn leven met ernstige stress te maken krijgt – denk aan mishandeling, misbruik of zware verwaarlozing – heeft de rest van zijn leven vaak een hyperactieve ‘stresshormoon-as.’

Ofwel: wie als klein kind met veel stress te maken krijgt, wordt in feite voorbereid op een leven Uit onderzoek waarbij apenmoeders ruw van hun jongen werden gescheiden, leidde dat bij zowel moeder als kind tot ontregeling van de stresshormoon-as. Zodra ze werden herenigd herstelden die assen zich weer, maar bij het jong duurde dat veel langer dan bij de moeder. Werd de proef een aantal keer herhaald, dan bleef de stresshormoon-as bij jongen verstoord. Bij mensen die in hun vroege jeugd zijn misbruikt of mishandeld is de kans veel groter dat zij later persoonlijkheidsstoornissen ontwikkelen. Zou je op die grond niet kunnen pleiten voor, bijvoorbeeld, een ruimhartiger ouderschapsverlof, zodat baby’s Uit onderzoek blijkt dat veel baby’s de crèche als stressvol ervaren. die daar gevoelig voor zijn niet op jonge leeftijd naar de crèche hoeven? Hoogendijk: ‘Sommige kinderen doen het heel goed op de crèche, en sommige ouders raken heel gestrest als ze de hele tijd met hun kind thuis moeten zitten. Je zou het per situatie moeten bekijken, maar iedereen de mogelijkheid geven om indien gewenst langer thuis te blijven, is een voor de hand liggende conclusie.’

Een probleem van de soort, niet het individu

In tegenstelling tot de meeste zelfhulpboeken leggen De Rek en Hoogendijk het zwaartepunt niet bij het individu, maar bij de mens als soort: relativering en troost, daar is het de twee voornamelijk om te doen. De Rek: ‘In onze maatschappij leggen we de verantwoordelijkheid bij het individu. Maar burn-out, depressie of overspannenheid zijn geen problemen van een individu, het zijn problemen van ons allemaal. Dat inzicht is het begin van mogelijke oplossingen.’

Mede daarom pleiten ze voor strengere controle op de farmaceutische industrie – ruim 1 miljoen Nederlanders slikt antidepressiva, zelfs al werken die lang niet voor alle gevallen even goed. Dat is mede te danken aan de ‘agressieve marketing’ van de industrie, de neiging het depressie-label al te snel aan mensen op te hangen, en aan het feit dat er weinig tot geen wetenschappelijk vervolgonderzoek wordt gedaan wanneer antidepressiva eenmaal op de markt zijn.

Ook schrijven ze een realistischer kijk op geluk, succes, Wanneer we bijvoorbeeld zouden streven naar ‘homeostase’ – interne evenwichtigheid, of balans, ook als de externe omstandigheden veranderen – in plaats van ‘geluk,’ dan zou het een stuk makkelijker worden om te accepteren dat we niet altijd even vrolijk zijn, dat we soms somber zijn of traag, dat we, kortom, niet perfect zijn. Nu we gekleed, doorvoed, en veilig door het leven gaan, is het grootste deel van onze stressoren sociaal en mentaal geworden – het zijn onze eigen angsten, onze eigen fantasieën, en vooral: onze eigen neigingen om onszelf doelen op te leggen die niet haalbaar zijn, die ons stressresponssysteem te vaak onnodig in werking stellen.

Darwin wist: we zijn allemaal work in progress

Zolang we dat responssysteem niet kunnen veranderen, moeten we onze verwachtingen en verlangens misschien wat bijstellen. Ook daarbij kan Darwin ons helpen, zegt De Rek: ‘Hij wist al dat we allemaal imperfecte mutanten zijn.’ Evolutie heeft geen eindpunt: ‘Perfectie bestaat dus niet, iedereen is work in progress.

Dat inzicht verandert niets aan onze situatie, maar kalmerend is het misschien wel.

Fluorescent Signals De fotosynthese-efficiëntie van een gezonde plant kan oplopen tot 83%. Onder stress neemt dit af, soms zelfs tot het punt dat de plant helemaal geen licht meer absorbeert. Het stress-niveau van planten wordt bepaald door de fluorescentie te meten. Lisa Casand maakte prachtige stillevens van deze gestresste planten. Bekijk hier meer werk van Lisa Casand Van big bang tot burn-out. Het grote verhaal over stress Deze week verscheen bij Uitgeverij Balans Van big bang tot burn-out. Daarin plaatsen Wilma De Rek en Witte Hoogendijk stress in evolutionair perspectief en pleiten ze voor 'een radicaal andere visie op stress-gerelateerde aandoeningen': 'Het is tijd onze opgefokte verwachtingen onder de loep te nemen. Net als onze ongezonde relatie met de farmaceutische industrie.' Meer over het boek op de website van de uitgever Wil je volgen wat ik zoal lees en schrijf? Schrijf je in voor mijn nieuwsbrief Op De Correspondent verdiep ik me in moderne sleutelwoorden en schrijf ik geregeld over technologie, cultuur en literatuur. Wil je per e-mail op de hoogte blijven van nieuwe stukken in de maak en wat ik zoal voor moois tegenkom op De Correspondent en daarbuiten? Schrijf je dan in voor mijn nieuwsbrief! Inschrijven doe je hier

Lees ook:

Hoe de mens een batterij werd (en de economie ons tot opladen dwingt) Van vakanties om ‘bij te tanken’ tot wandelingen ‘waar we energie van krijgen’ en ‘Chief Energy Officers’ als de leidinggevenden van de toekomst: ‘energie’ is de heilige graal van deze eeuw. Maar waar laden we ons eigenlijk voor op? Lees mijn essay over energie hier terug In onze prestatiemaatschappij is iedereen een marathonloper (maar waar rennen we heen?) Van Oscargenomineerden tot de marathon-manie en de afrekening met de zesjescultuur: onze tijd heeft ambitie en toewijding hoog in het vaandel staan. Dat is aanstekelijk, maar ook doodvermoeiend – we vieren rennen om het rennen, en komen intussen nergens echt terecht. Lees mijn essay over ambitie hier terug Vergeten kun je leren. Leo geeft raad over leven met dementie Alzheimer-activist en Dementiedagboekhouder Leo houdt zich met een flinke dosis positiviteit staande in een samenleving van mensen die hem vanwege zijn dementie ontwijken of juist omarmen. Zijn tips voor omgaan met vergeten zijn ook handig als je geen dementie hebt. Lees het verhaal van Heiba hier terug